Het Vrije Woord
Geschreven door Eddy Bonte
  • 798 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

27 november 2023 Polemologie
Een werktuig voor een vredevolle wereld
_Leo Vroman, 'Vrede'
'Komt een duif van honderd pond, 
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen (…)'
Kunnen wij, vrijzinnig humanisten, werken aan de verbetering van de mensheid en tegelijk oorlog goedpraten, ja, tanks en wapens leveren aan strijdende partijen? En pacifisme betitelen als tegengesteld aan de menselijke aard? Sinds het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel uitvaardigde tegen de Russische president Vladimir Poetin, hoor ik enkel applaus op alle banken, ook in onze kringen. Sinds de start van het Russisch-Oekraïense conflict, heeft zowat iedereen expliciet de kant van één partij gekozen en zo goed als niemand de oorlog als dusdanig afgekeurd. We lijken wel blij met een opgefrist vijandbeeld, met eindelijk nog eens een oorlog, een ‘goede’ en ‘juiste’ oorlog, dat spreekt vanzelf! Wie begrippen als ‘pacifisme’, ‘vrede’ en ‘polemologie’ op tafel gooit, wekt argwaan op. Is hier misschien een overjaarse stalinist aan het woord? Een infiltrant van de Cinquième Colonne? Feind hört mit?
Ik probeer het toch maar.
_Twee voorvallen
Twee voorvalletjes zetten mij aan het denken en voerden me terug in de tijd.
Toen militaristisch gedoe beantwoord werd met massademonstraties en een georganiseerde vredesbeweging, van de befaamde Engelse ‘Aldermaston Marches’ uit 1958 tot de betogingen tegen de kruisrakketten in het België van de jaren tachtig.
Toen de vredesbeweging een hand kreeg toegestoken van de academische wereld, die een nieuwe discipline op de kaart zette: de polemologie, naderhand ook vredeswetenschap genoemd.
Voorval 1
De Russisch-Oekraïense oorlog is een paar maanden aan de gang. Een Engelse kennis met wie ik een – weinig voorkomende – interesse voor taalkunde en muziekkritiek deel, schrapt me op Facebook omdat ik begrippen als ‘polemologie’, ‘vrede’ en ‘pacifisme’ in de discussie meng. Een Finse kennis geeft mij alsnog de zegen wanneer hij verneemt dat ik in de jaren zeventig en tachtig niet enkel op straat kwam tegen het Amerikaanse, maar ook tegen het Russische imperialisme, ja, dat ik aan het Eritrese front kennismaakte met MIGs en Sovjettanks. Anti-Russisch? Mooi. Geen verdere vragen.
Voorval 2
Sympathiebetuigingen alom wanneer in november 2022 de ‘MilClub van België/ MilClub de Belgique’ wordt opgericht, een samenwerkingsverband tussen Defensie enerzijds en de studentenverenigingen Vrij Onderzoek (VUB) en Libre Examen (ULB) anderzijds, kortom een militaire studentenclub die vaart onder de vlag van het vrij onderzoek. Als ‘ancien’ van de VUB-ULB en lid van de Studiekring Vrij Onderzoek sta ik versteld, temeer daar de eerste activiteit bestaat uit een wandeling langsheen gedenksites van VUB- en ULB-studenten die tijdens WOII actief waren in het verzet tegen het nazisme.
Defensie vereenzelvigen met het verzet, terwijl het verzet het militaire falen aantoont. Wat een amalgaam! Zoals blijkt uit de jaarlijkse herdenking georganiseerd door mijn oude secundaire school, het Koninklijk Atheneum van Veurne, behoorden heel veel verzetsstrijders niet tot het leger. Zij kwamen op tegen bezetting, dus voor vrijheid – en niet noodzakelijk voor oorlog! Het Atheneum van Veurne herdenkt bovendien alle oorlogsslachtoffers, dus ook burgers die omkwamen door bombardementen, standrechtelijk werden gefusilleerd of naar kampen afgevoerd. ‘May we build strong bridges favoring the advancement of freedom, peace and justice’, zo verhoopt deze militaire studentenclub. Welnu, wanneer ik ‘freedom, peace and justice’ optel, dan kom ik helemaal niet uit bij het leger, maar veeleer bij de polemologie, bij de ‘vredeswetenschap’.
_Het domste bezwaar
Maar ook in gesprekken met gelijkgestemden, voelde ik de wrevel die mijn woordenschat opwekte.
Vrede? Terwijl een dictator agressie pleegt tegen een soeverein land!
Pacifisme? Een lafhartige houding, waar enkel de sterkste van profiteert! Het verraad is niet veraf.
Polemologie? (stilte)
Alles kan, uitgezonderd vrede en geweldloosheid.
Het meest gehoorde bezwaar tegen de idee dat vrede mogelijk is indien wij dat wensen, luidt simpelweg dat er altijd al oorlog is geweest, ja, dat de mens nu eenmaal een agressief en oorlogszuchtig wezen is. Met andere woorden: het verlangen naar vrede is tegennatuurlijk, onwetenschappelijk, onhaalbaar en naïef, ten gronde zelfs laf en gevaarlijk: de vijand wrijft al in zijn handen!
Als u die mening bent toegedaan, beste lezer, stopt het debat hier en nu. Het valt te hopen dat de misantropen onder u ook bereid zijn de gevolgen van hun overtuiging te dragen zonder zich te beklagen, zonder derden met de vinger te wijzen, zonder hun heil te zoeken bij een opperwezen – maar hun lot-als-mens ondergaan. Ten oorlog trekken als ze daartoe worden opgeroepen, medemensen ombrengen als hen dat wordt geboden.
Echter: de premisse dat de mens is uitgerust met intrinsieke eigenschappen die vrede per definitie onmogelijk maken, dat de mens is bepaald, behoort niet tot de ingesteldheid van de humanist, de vrijzinnige of eenieder die zich tot de Verlichting bekent, dit wil zeggen tot de mogelijkheid dat de mens zich kan bevrijden door ontvoogding. Die mogelijkheid veronderstelt én vooronderstelt de poging en het streven.
Leidt die poging tot succes? Niet noodzakelijk. Slaagde elke poging, dan zouden we weer bij een gedetermineerd mensbeeld belanden. Determinatie is ten gronde een kwestie van genetica, die algauw in eugenetica overslaat!
Wij, kinderen van de Verlichting, gaan daarentegen uit van de maakbaarheid van de mens.
We doelen echter geenszins op de ‘maakbaarheid’ die in bepaalde kringen opgeld maakt, nl. de mens die draait op implantaten, d.w.z. op state-of-the-art technologie, en zich derhalve verlaat op experten in plaats van aan zichzelf te werken. Deze mens maakt niet, hij wordt gemaakt.  Deze maakbaarheid is een uitloper van het sciëntisme, een dogma als een ander.
Met ‘maakbaarheid’ bedoelen we evenmin een tweede tendens die aan aanhang wint, meer bepaald in kringen waar een hoogstpersoonlijke keuze wordt verward met maatschappelijke gelijkheid, bijvoorbeeld de inschakeling van draagmoeders om homokoppels van kinderen te voorzien.
Met ‘maakbaarheid’ bedoelen we integendeel de mens die het lot in eigen handen probeert te nemen om zichzelf te bevrijden en te emanciperen, en zo bijdraagt tot een maatschappelijke vooruitgang. Die werkt aan zichzelf  en synchroon aan de wereld. Die naar vrede streeft voor zichzelf én en in naam van de medemens poneert: vrede is mogelijk als wij dat willen.
_Een dogma: het conflictmodel
Vrede, waarom zou dat onmogelijk zijn?
In ons bedrijfsleven, de politiek, het onderwijs en zelfs in de culturele wereld, wemelt het van termen die actie en sturing uitstralen: robuustheid, flexibiliteit, veerkracht, duurzaamheid, strategische plannen met missies – en met visies op lange termijn.
We geloven met zijn allen dat de mens het nu beter heeft en zich gelukkiger voelt. We hanteren er zelfs een index voor. We hebben de natuur tot vernielens toe onderworpen en gaan er nu, met vernieuwd inzicht, prat op dat we de catastrofe kunnen wenden.
Ziekte – en dus het fatum – bestrijden we met steeds meer middelen en met steeds groter succes. Ook al is het vaak niet meer dan kurieren am Symptom: de wetenschapper ploegt voort.
The sky is the limit, maar blijkbaar niet in het geval van vrede.  
We blijven hardnekkig geloven in het conflictmodel. Nochtans is al tot vervelens toe bewezen dat het conflictmodel ongeschikt is om een heterogene samenleving te besturen. Het debat over de multiculturele samenleving verbergt dat wij al zeker een millennium deel uitmaken van een heterogene maatschappij, d.w.z. een maatschappij die bestaat uit groepen met uiteenlopende tot tegengestelde belangen: de standen in de middeleeuwen; de steden met hun ambachts- en kooplui versus het centrale, vaak aristocratische gezag; de botsing tussen de aristocratie en de bourgeoisie; de klassenstrijd.
Het geloof in het conflict als bezwering van de heterogeniteit, leidde enkel tot bloedbaden, oorlog, vernieling, uitroeiing, hongersnood en onnoemelijk lijden, vaak over generaties heen. Maar heterogeniteit maakt nu eenmaal onverbreekbaar deel uit van een samenleving als de onze, die opereert in een verschuivend perspectief. Samen met welvaart en vrijheid, groeit ook de heterogeniteit.
Het pacifisme blijven we echter afwijzen. Nederlaag na nederlaag.
Nochtans is pacifisme meer dan een persoonlijke houding, meer dan de onwil om zich in de strijd te werpen en zich fysiek – of technologisch – te meten met een vijand. Pacifisme is meer dan persoonlijke geweldloosheid en heeft niets te zien met lafhartigheid of een knieval voor de vijand.
_Polemologie
Gandhi, Robert Kennedy, Martin Luther King, Jean Jaurès indachtig: als massa’s in beweging kunnen worden gezet om elkaar af te slachten, waarom zouden ze niet kunnen worden overtuigd van het tegendeel?
Als we Russische dienstweigeraars welkom heten, houden we dan de deur open voor antimilitaristische Oekraïners?
We kunnen het conflictmodel achter ons laten door de oorlog principieel af te wijzen, dienst te weigeren of te deserteren, maar daarnaast bestaat de nood aan een preventieve en proactieve houding die het conflict vermijdt. Oorlogstegenstanders zijn van alle tijden, maar de atoomdreiging schudde ieders geweten wakker: iedereen is betrokken partij, willens nillens, wereldwijd, zonder onderscheid.
Na WOII groeide de idee dat vrede kon worden bevorderd door een rationele, ja, zelfs wetenschappelijke benadering: de polemologie. Hoewel de term etymologisch letterlijk ‘studie van de oorlog’ betekent, naar het Grieks ‘polemos’, sprak men algauw van ‘de wetenschap van oorlog en vrede’, ja, uiteindelijk zelfs van vredeswetenschap!
Wetenschap? Zeker. In1962 werd aan de Rijksuniversiteit Groningen een polemologisch instituut opgericht. In de jaren 1970 en 1980 was de polemologie een gerespecteerde academische discipline, vooral in Nederland (B.V.A. Röling, HylkeTromp), Duitsland (Herman Schmid), Scandinavië (Johan Galtung, Lars Dencik) en zelfs bij ons, waar prof. Johan Niezing een leerstoel Polemologie bekleedde. Nota bene aan de VUB, waar de Studiekring Vrij Onderzoek nu een alliantie is aangegaan met Defensie!
Dit is niet de plek om de stromingen binnen de polemologie te expliciteren, enkel om eraan te herinneren dat oorlog en vrede kunnen worden bestudeerd met de bedoeling om te werken aan een samenleving met zo min mogelijk oorlog en zo veel mogelijk vrede. Er mag ook wel eens aan worden herinnerd dat wetenschap niet enkel wordt beoefend om de wetenschap zelve, maar ook om de samenleving van dienst te zijn. De kennis en de inzichten die de wetenschap vergaart, worden traditioneel ingezet om mankementen van mens en maatschappij aan te pakken. De klassieke, gematigde Nederlandse polemoloog Röling geeft het voorbeeld van de uitroeiing van de pest:
‘Om de pestepidemieën uit te bannen waren drie dingen nodig:
  1. inzicht in de oorzaken van de pest;
  2. inzicht in de middelen om die oorzaken te voorkomen;
  3. bereidheid van de mensen om naar dat inzicht te leven (dat was dus: bereidheid om bepaalde hygiënische maatregelen te nemen). 
Dit laatste is belangrijk: het gaat niet alleen om het beter inzicht in oorzaken en voorkomings- en bestrijdingsmiddelen, maar ook om de bereidheid naar dat inzicht te leven.
Op het oorlogsprobleem toegepast:
We moeten méér weten van de oorzaken van de oorlog.
We moeten méér weten van de voorwaarden van de vrede.
Maar met dat weten komen we er dan nog niet. Als we inzicht gekregen zouden hebben in wat nodig is voor de vrede, moet er ook nog de bereidheid zijn naar dat inzicht te leven. Er zouden dus diepingrijpende politieke beslissingen moeten worden genomen op grond van dat beter inzicht.’ [1]
_Het loopgravendenken
Beetje per beetje echter, verdween de vredeswetenschap op het achterplan. Omdat de polemologie zich toespitste op de Koude Oorlog en de tegenstelling tussen Oost en West, verloor ze aan impact toen de Muur van Berlijn viel, de Oostbloklanden zich bij de NAVO aansloten, en ook een einde kwam aan de Sovjet-Unie. De Westerse wereld werd dronken van euforie, temeer daar de globalisering onstuitbaar leek en ons democratisch systeem met de bijbehorende mensenrechten als pasmunt overal ingang vond.  
Een onbeduidende Amerikaanse academicus genaamd Francis Fukuyama genoot plots wereldfaam toen hij het ‘einde van de geschiedenis’ aankondigde. Ons systeem had gewonnen, voor eens en altijd. Eeuwige stabiliteit lag in het verschiet. Dat bleek algauw tegen te vallen, want de wereld draait nu eenmaal op dialectiek en dynamiek. Van de weeromstuit kregen we weer vijanden, die we labels als ‘schurkenstaat’ of ‘totalitair regime’ opspeldden, zodat we met veel bravoure de strijdbijl konden opgraven om met de volgende ‘juiste’ oorlog te starten. Ook voor de voorzitter van deMens.nu bestaan er ‘juiste’ oorlogen [2].
Bij die ontwikkeling kritische kanttekeningen maken, staat helaas gelijk met medeplichtigheid, verraad, meeheulen met de vijand, desertie. Het conflictmodel moet en zal de maatstaf blijven om geschillen op te lossen. Ook als telkens het failliet van dat model wordt bewezen.
We vervielen in een oude Westerse gewoonte: de dichotomie, die ik al vaker het ‘loopgravendenken’ heb genoemd. Wie niet voor is, is tegen. Ongeacht de prijs. Het oorlogsdenken kwam ongeschonden uit het debat. En klinkt hypocrieter dan ooit.
De hypocrisie blijkt overduidelijk uit de lange reeks oorlogsmisdaden die de EU, de NAVO en tutti quanti tegen Rusland formuleerden, met het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Poetin als kers op de taart. Dat Rusland het Internationaal Strafhof niet erkent (zoals de VS, China, India en Israël) en het Hof dus buiten zijn jurisdictie zal optreden, stoort blijkbaar niemand. Maar die bemerking verdwijnt in het niets vergeleken met de grootste hypocrisie die ‘de internationale gemeenschap’ staande houdt: oorlogsmisdaden veroordelen, maar niet de oorlog zelf.
Kan men oorlog voeren zonder misdaden te begaan, zeker als ook geestelijk leed of de vernietiging van bouwkundig erfgoed als misdaad wordt aangerekend?
Kent iemand een oorlog zonder burgerslachtoffers? En hoe zou dat trouwens kunnen als men het verzet zo hoog aanslaat?
_Vredesonderwijs
Hoe doorbreken we die hypocrisie, het zwart-witdenken, de aanbidding van het conflict, de allesvernietigende spiraal?
Ik neem u opnieuw mee in de tijd, toen C.C. D Keyser, hoogleraar aan de KU Leuven, en Fred Van Hoof, alumnus van dezelfde instelling, in 1982 een boek publiceerden met als simpele titel Vredesonderwijs. Theorie en praktijk [3], uitgegeven door de Internationale van Oorlogstegenstanders, de Vlaamse tak van de nog steeds actieve WRI ofte War Resisters’ International [4]. Welk bezwaar zou men kunnen aantekenen tegen opvoeden in vrede, tegen een school die vrede in zijn doelstellingenplan opneemt?
Wat denkt u overigens van de WRI-uitgangspunten ‘Het Recht om niet te doden’ en ‘Oorlog is een misdaad tegen de mensheid’?
Volgen we die pacifistische premisses? Of blijven we tot het bittere einde vasthouden aan een halfslachtig determinisme, aan het goedkope dogma dat de mens nu eenmaal is zoals hij is – omdat we dan niet in de spiegel hoeven te kijken?
_Noten
[1] B.V.A. R LING: Polemologie. Een inleiding tot de wetenschap van oorlog en vrede, zie ook https://www.dbnl.org/tekst/roli001pole01_01/roli001pole01_01_0002.php

[2] https://demens.nu/2021/09/21/internationale-dag-van-de-vrede/ 

[3] De Keyser, C.C. & Van Hoof, F.: Vredesbeweging. Theorie, Praktijk, Internationale van Oorlogstegenstanders, Brussel, 1982

[4] War Resisters’ International: https://www.wri-irg.org/en
Het Vrije Woord
Eddy Bonte is publicist en radiomaker, gewezen freelancer voor De Morgen en Knack. (Foto © Lut Conings)
_Eddy Bonte -
Meer van Eddy Bonte

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws