Het Vrije Woord
Geschreven door Johan Swinnen
  • 78 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

13 april 2026 Panorama van Aotearoa #11: De brug, de rivier en wat wij vergeten zijn
Sommige dagen beginnen niet met grootsheid, maar met een 'flat white', hier zowat de nationale koffiedrank. Gelukkig maar. Niet alles wat betekenis heeft, hoeft zich meteen luid aan te kondigen.
Zo begon onze ontmoeting met Warren Warbrick in Palmerston North. Aan een tafel. Met koffie, wat papieren, beelden, motieven en enkele eerste woorden. Zonder ceremonieel gedoe. En, wat in de kunstwereld ook geen detail is, zonder overdosis zelfverheerlijking. Dat werkte verfrissend. Geen kunstenaar die zich eerst als merk komt voorstellen. Gewoon iemand die begint waar het moet beginnen: bij plaats, lijn, geheugen en gemeenschap.
Warren Warbrick is niet zomaar een maker van tekens in de publieke ruimte. Hij staat in een lijn. Dat voelde men meteen. Ook in de manier waarop hij sprak. Rustig. Zeker. Zonder haast. In Europa doen wij nog te vaak alsof zulke kunst spontaan uit identiteit opwelt, alsof afkomst alleen al vorm zou voortbrengen. Dat is natuurlijk onzin. Ook hier is er studie, discipline, overdracht en leermeesterschap. Warren werkte in de nabijheid van John Bevan Ford, een sleutelfiguur in de hedendaagse Māori-kunst. Niet alleen als kunstenaar, maar als iemand die begreep dat traditie geen decor is en ook geen museumstof. Traditie is een grammatica. Een systeem van vormen en tekens waarmee het verleden niet wordt nagebootst, maar opnieuw leesbaar gemaakt.
Daar zit meteen een verschil met veel Vlaamse omgang met erfgoed. Bij ons slaat men al snel in twee richtingen door: folklore zonder ruggengraat, of conceptuele steriliteit zonder gemeenschap. Hier leek men beter te begrijpen dat continuïteit geen rem is, maar een bron van vormkracht. Misschien was dat ook waarom Warren van bij het eerste moment zo geloofwaardig overkwam. Hij sprak niet alsof hij een discours kwam verkopen. Hij sprak alsof hij deel uitmaakte van iets dat al langer loopt dan hijzelf.
Van het café gingen we de stad in. Palmerston North is geen stad die zich met veel lawaai opdringt. Zij komt niet op u af met monumentale bravoure of toeristisch spierballengerol. En misschien is dat precies haar kracht. Zij laat ruimte. Er is licht, breedte, adem. Warren bewoog er zich met de vanzelfsprekendheid van iemand die de plek niet alleen kent, maar ook mee heeft helpen tekenen. Zijn aanwezigheid in Palmerston North is niet abstract. Zij is zichtbaar. Op de City Hall bijvoorbeeld, waar sculpturen van zijn hand aan de gevel hangen. Krachtige vormen. Geen decoratie. Geen vriendelijke opvulling van een architecturaal oppervlak. Eerder tekens met gewicht, alsof zij aan het gebouw iets toevoegen wat steen alleen niet kan dragen.
Ook Warren zelf maakte indruk. Geen gepolijste curatorlook. Geen afstandelijke professorale pose. Geen zorgvuldig gekweekte nonchalance zoals men die in sommige Europese kunstmiddens tot levensstijl heeft verheven. Eerder een rituele présence. Lang grijs haar in een staart. Een stevige gestalte. Een open, aandachtige blik. Tā moko die niet louter decoratief is, maar verbonden met whakapapa, mana en gemeenschap. Hij zag er niet uit als iemand die zich had aangekleed om kunst uit te leggen. Eerder als iemand bij wie leven, vorm en verbeelding al langer in elkaar zijn geschoven.
Vanuit de stad trokken we naar zijn atelier. Daar verandert altijd iets. In een café is er nog de bescherming van tafel, kopje en eerste zinnen. In een atelier komt het denken dichter op de huid. Daar zag ik niet alleen kunstwerken en maquettes, maar ook een fotowand met familieleden. Die wand veranderde meteen de temperatuur van de ruimte. Dit was geen steriel werkhok van een maker die zich boven het gewone leven waant. Dit was een plek waar kunst, afkomst, herinnering en continuïteit rustig naast elkaar stonden.
Er was ook een kaart van het rivierengebied uit de jaren 1860. Zo'n object dat elders misschien gewoon documentatie heet, maar hier iets anders deed. Het trok het verleden mee de ruimte in. Niet als nostalgie, maar als onderlaag. Er lagen maquettes. Er waren instrumenten van schelp en hout. Op een bepaald moment speelde Warren er zelfs op. Plots werd de ruimte niet alleen zichtbaar, maar ook hoorbaar. En daar begreep ik iets beter wat hem onderscheidt van het klassieke Europese model van de autonome beeldend kunstenaar. Hij maakt geen objecten die daarna braaf op een sokkel gaan zitten wachten tot iemand er met een audiogids langsloopt. Hij werkt aan iets groters. Aan een culturele ecologie, bijna. Een veld waarin beeld, geluid, ritueel, geschiedenis, plaats en gemeenschap elkaar versterken.
Ook Virginia Warbrick moet men in dat verband ernstig nemen. Niet als begeleidende aanwezigheid, maar als volwaardige partner in een bredere praktijk van geschiedenis, publieke verbeelding en lokale herinneringscultuur. Dat gaf aan het atelier nog een extra laag. Men voelde dat hier niet alleen kunst werd gemaakt, maar ook geheugen werd gedragen. Niet luid. Niet pathetisch. Wel consequent.
Pas daarna gingen we naar Massey University. En ook daar stonden we er echt. Niet in een dossier, niet in een kunsthistorische abstractie, maar op die campus in Palmerston North zelf, tussen glas, hout, doorgangen, patronen en dat heldere Nieuw-Zeelandse licht dat zelfs een universiteitsgebouw iets milds geeft. Terwijl we samen naar Tāwharau Ora liepen, de veterinaire faculteit, sprak Warren niet over zijn werk zoals veel Europese kunstenaars dat zouden doen. Niet in termen van prestige of auteurschap. Hij sprak alsof hij mij een plek wilde leren lezen. Alsof deze campus eerst een landschap was, en pas daarna een verzameling gebouwen.
Wat hij mij daar duidelijk maakte, was eenvoudig en groot tegelijk: een universiteit staat nooit op neutrale grond. Zij staat op whenua. Op grond die al betekenis draagt. Op een plaats waar al verhalen leefden voor de eerste steen werd gelegd. En dus volstaat het niet om een gebouw neer te zetten en er achteraf wat culturele tekens aan toe te voegen. Wat hem hier bezighield, lag dieper. Hoe laat je een instituut werkelijk spreken met de plaats waarop het staat, met Rangitāne, met de geschiedenis onder zijn fundamenten, met de taal en symboliek die daar thuishoren?
Terwijl hij sprak, zagen we het ook. Niet als theorie, maar in de dingen zelf. In Ngā Huia zat de verwijzing naar de huia-vogel niet alleen in de naam, maar ook in de ritmes van het gebouw, in patronen op het glas, in het hout en in de details van de doorgangen. Alles leek er zachtjes aan te herinneren dat architectuur meer kan zijn dan functie alleen. Dat een gebouw ook geheugen kan dragen.
Wat mij trof, was de rust waarmee Warren daarover sprak. Zonder pose. Zonder behoefte om zichzelf groter te maken. Alsof het vanzelf sprak dat kunst niet altijd begint bij één object, één maker of één label. Soms zit zij in de manier waarop een ruimte is opgebouwd. In de ordening. In de vraag of een plek alleen efficiënt wil zijn, of ook juist.
Tegelijk bleef hij precies. Op die site zijn niet alle zichtbare ingrepen van hem alleen. De buiten-pou aan de ingang van Ngā Huia is van James Molnar. De mural in het gebouw is van Reweti Arapere. Warren maakte daar geen vaag geheel van. Integendeel. Hij respecteerde dat onderscheid. Juist daardoor werd zijn eigen aanwezigheid sterker voelbaar. Niet als monument, maar als onderstroom. Niet als naam op de voorgrond, maar als iets wat de plek mee draagt.
Zijn rol op Massey gaat ook verder dan adviseren of ceremonieel aanwezig zijn. Het nieuwe Tāwharau Ora-precinct bevat ook een installatie die hij samen met Reweti Arapere realiseerde. Ook bij de herontwikkeling van de bibliotheek op de Manawatū-campus was hij betrokken. Wat wij daar zagen, was dus niet alleen een gesprek over ideeën, maar ook de zichtbare neerslag van jarenlang werk in en rond die campus.
Daarbij speelde Hilde Celie een wezenlijke rol. Dat mag hier gerust duidelijker worden gezegd. Zij is aan Massey University werkzaam als Programme Coordinator binnen Professional and Continuing Education. Zij is dus geen toevallige gids of vriendelijke passant, maar iemand die in de universitaire structuur zelf verankerd is, en begrijpt hoe zo'n instelling werkt, denkt en verbindt. Tegelijk is zij ereconsul van Belgium voor Wellington, Manawatū-Whanganui, Taranaki en Hawke's Bay. Juist die dubbele positie maakte haar aanwezigheid die dag zo waardevol. Zij bewoog zich op de campus met institutionele vanzelfsprekendheid, maar ook met diplomatieke souplesse. Zij was niet enkel gastvrouw. Zij bemiddelde. Tussen België en Aotearoa. Tussen universiteit en bezoeker. Tussen onze vragen en een levende Māori-kunstpraktijk die men niet uit boeken alleen begrijpt. Dat gaf aan die wandeling een extra laag van vertrouwen. Niet protocolair, wel menselijk. Niet stijf, wel precies.
Ook de consul speelde hier een wezenlijke rol. Geen theater, wel bemiddeling. Zonder Hilde was deze ontmoeting minder precies en minder natuurlijk geweest. Zij zorgde niet alleen dat we binnenkwamen, maar ook dat we begrepen waar we stonden.
Pas daarna reden we naar Te Ahu a Turanga en naar de brug. Dat had iets goeds. Alsof de dag eerst alles in miniatuur had getoond – gesprek, stad, atelier, campus, genealogie, materiaal, geheugen – om het daarna open te vouwen in een groter landschap. Onderweg werd het licht breder en zachter. Dat typische Nieuw-Zeelandse licht dat niet poseert, maar blijft hangen.
En daar begon veel samen te vallen.
Panorama van Aotearoa #11: De brug, de rivier en wat wij vergeten zijn
Dit is geen gewone bypass. Geen banale strook asfalt die de natuur even kordaat doormidden snijdt en daarna met een persbericht over reistijdwinst naar huis rijdt. Te Ahu a Turanga is 11,5 kilometer lang en verbindt Ashhurst met Woodville over de Ruahine Range. De weg vervangt de oude SH3 door de Manawatū Gorge, die in 2017 definitief werd gesloten na zware aardverschuivingen en aanhoudende instabiliteit. Wat men hier dus bouwde, was geen prestigeproject uit overmoed, maar een noodzakelijke vervanging van een kwetsbare verbinding tussen Manawatū, Tararua, Hawke's Bay en de bredere lower North Island.
Toch verliep ook dat niet zonder strijd. Grote infrastructuurprojecten hebben overal hun politieke schaduw, en Nieuw-Zeeland is daarin niet anders dan Vlaanderen. Na de sluiting van de Gorge volgden jaren van plannen, tracékeuzes, procedures, culturele en ecologische afwegingen en een complex consenting-traject voor een project van nationale betekenis. De bouw begon in 2021 en de weg opende in 2025. Intussen liep ook het debat over de kostprijs hoog op. De nieuwe highway kostte ongeveer 824 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar. Alsof dat nog niet volstond, kwam er ook nog een fel debat over een mogelijke tolheffing. Ook dat hoort bij de waarheid van publieke ruimte: zij wordt niet alleen gebouwd in beton, maar ook in conflict, onderhandeling en weerstand.
Wat mij vooral trof, was dat die weg niet volledig aan de auto is uitgeleverd. Er zijn plekken waar je kunt uitstappen, kijken, de ruimte letterlijk binnengaan. Je kunt zelfs op of vlak bij de brug komen, pal naast het rijdende verkeer. Dat gaf een merkwaardige ervaring. Daar sta je dan, met je lichaam in de wind, naast auto's die uiteraard uiterst dringend ergens heen moeten, en tegelijk zie je joggers en fietsers passeren. Een autoweg is normaal niet meteen de natuurlijke habitat van contemplatie. En toch gebeurt het hier. Plots bestaan er twee tijden naast elkaar: de tijd van de motor en de tijd van het lichaam, de tijd van de haast en de tijd van de blik.
Vooral de brug bleef bij. Niet alleen om haar schaal, maar om wat zij in zich draagt. Tekens, beelden en Māori-vormen laten zich niet meteen lezen. Dat is haar kracht. Wat eerst louter vorm lijkt, wordt langzaam betekenis. Zo is deze brug niet alleen een overgang, maar ook een tekst.
En precies daar moest ik aan Antwerpen denken. Aan de Oosterweelverbinding. Aan dat immense project dat bij ons vooral wordt besproken in termen van files, tracés, budgetten, stikstof, procedures en politieke verantwoordelijkheid. Allemaal terecht. Maar ook opvallend braaf. Alsof infrastructuur zich afspeelt in een bestuurlijke vacuümkamer, waar geen geschiedenis, geen gemeenschap en geen symbolische lading bestaan. Alsof beton geen geheugen raakt.
Dat is wat Te Ahu a Turanga zo leerzaam maakt. Het gaat hier niet alleen om kunst langs een weg. Het gaat om de erkenning dat een weg nooit door leegte loopt. Zij snijdt door verhalen, talen, genealogieën en plaatselijk geheugen. Zij raakt gemeenschappen die al lang voor de eerste werfhekken bestonden. En precies daar wordt de vergelijking met Antwerpen scherp. Want ook Oosterweel wordt niet gebouwd in abstractie. Ook daar gaat het niet alleen over tunnels en verkeersstromen, maar over Linkeroever, Merksem, Deurne en Antwerpen-Noord. Over bewoners die niet alleen gebruikers zijn van een verbinding, maar dragers van een stedelijke wereld met herinneringen, angsten, trots en verlies.
De vraag had dus niet alleen moeten zijn hoe men verkeer beter laat doorstromen. De vraag had ook moeten zijn: hoe wordt de identiteit van de gemeenschappen waarin Oosterweel zich inschrijft zichtbaar, ernstig en waardig mee vormgegeven? Welke verhalen van de stad krijgen daar plaats? Welke verdwijnen onder de logica van de werf? Wie herkent zich nog in zo'n project? En wie wordt geacht zich gewoon aan te passen?
Dan komt ook kunst anders in beeld. Niet als pleister op beton, maar als denkinstrument. Men kan zich voorstellen wat een kunstenaar als Philip Aguirre y Otegui met zo'n project had kunnen doen: water, overtocht, menselijke waardigheid, de haven als morele ruimte. Berlinde De Bruyckere had wellicht de wonde van de stad zichtbaar gemaakt, de kwetsbaarheid, de belasting, de gehechtheid van lichamen en plekken. En Hans Op de Beeck had er misschien een vorm van verstilling in gebracht, een ruimte waarin infrastructuur niet alleen macht uitstraalt, maar ook melancholie, verlies en menselijk gewicht. Men kan daar esthetisch van mening over verschillen. Dat is zelfs gezond. Maar dat grotere denken, dat verlangen om publieke ruimte ook symbolisch ernstig te nemen, ontbreekt bij ons vaak.
Nog belangrijker is de onderliggende kwestie. In Vlaanderen aarzelen wij nog steeds om te erkennen dat infrastructuur ook een identiteitsvraag is. Dat een brug, tunnel of knooppunt niet alleen verkeer organiseert, maar ook een beeld produceert van wie telt, wie zichtbaar wordt en wie zich in die ruimte mag herkennen. Zelfs discussies over bomenkap in Deurne of over de leefbaarheid van buurten tonen dat het nooit alleen over beheer of efficiëntie gaat. Het gaat ook over de vraag welk stedelijk leven bescherming verdient en hoe herkenbaar publieke ruimte mag blijven voor wie er woont.
Misschien is dat ook waarom Warren Warbrick mij zo is bijgebleven. Niet alleen als kunstenaar, maar als gids. Hij toonde die brug niet als trofee, maar als gedachte. Niet als pronkstuk, maar als relatie. Hij hielp een plek leesbaar maken. Dat is zeldzaam. En het dwingt bewondering af.
Daar hoort ook de rivier bij. Zonder de Manawatū River begrijpt men deze plek niet volledig. Voor Māori is zo'n rivier geen decoratieve waterpartij onder een civieltechnische oplossing. Zij is route, voedselbron, grens, verhaal, genealogie, herinnering. Water is hier niet louter natuur, maar een levende as waarlangs gemeenschap en betekenis zich hebben gevormd. Precies daardoor krijgt die brug meer gewicht. Zij overspant niet alleen water, maar een bestaand veld van relatie en betekenis. Dat is het verschil tussen bouwen over iets en bouwen in relatie tot iets.
Wat ik van deze dag meeneem, is uiteindelijk eenvoudig. Een samenleving toont haar waarden niet alleen in parlementen, rapporten of plechtige toespraken. Zij toont ze ook in bruggen, gebouwen, wegen en pleinen. In de vraag of zij daar alleen beton ziet, of ook geheugen. Alleen functie, of ook menselijke betekenis. Misschien ligt precies daar vandaag een humanistische opdracht: onze wereld niet reduceren tot wat werkt, rendeert en doorstroomt, maar haar opnieuw leren lezen als gedeelde ruimte, met geschiedenis, verantwoordelijkheid en waardigheid. Want waar die lezing verdwijnt, wordt niet alleen het landschap armer, maar ook de mens.
Het Vrije Woord
Kunstexpert
_Johan Swinnen -
Meer van Johan Swinnen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws