Het Vrije Woord
Geschreven door Eddy Bonte
  • 1075 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

6 januari 2023 Enkele beschouwingen over de idee van een Vlaamse canon
Een samenleving die in de spiegel kijkt, is dat geen sterke oefening? De 'verdienste' van de ene cultuur is niet de mislukking van een andere. Iedereen is ergens en komt ergens vandaan. Een canon die van superioriteit zou willen getuigen, komt in deze globale tijden belachelijk over. We zijn op zoek naar wat bindt, niet wat scheidt.
_1. De heterogene samenleving als trigger
Het debat over een canon moet om te beginnen worden gesitueerd binnen een heterogene én democratische maatschappij.
_Homogeen
Woonden we in een homogene maatschappij, dan zouden we ons uiteraard niet met een canon hoeven bezig te houden. Homogeniteit impliceert per definitie dat er geen discussie bestaat, niet kan bestaan, over de geschiedenis, waarden, gebruiken, zeden en gewoonten van zo'n samenleving. Als effect van kolonisering, imperialisme en globalisering, is dit type samenleving eerder zeldzaam geworden. Het betreft bovendien kleine gemeenschappen en dus hebben die geen stem in het kapittel. Internationale gremia vertegenwoordigen naties en staten, geen culturen, regio's of volkeren. Honderden volkeren en culturen beleven nog een homogene cultuur, aan een canon bestaat daar geen behoefte.
_Heterogeen
Wij wonen sinds vele eeuwen in een heterogene samenleving. Ik verkies 'heterogeen' boven 'divers', omdat 'heterogeen' toelaat het voorbije millennium in onze contreien te overstijgen. Denken we maar aan de standenmaatschappij (adel, clerus, boeren en burgers), de conflicten tussen leenheren en leenmannen, de boerenopstanden, de godsdienstoorlogen, de opkomst van de patriciërs en de ambachtslui in de steden, de burgerij die het maatschappelijk bestuur overneemt van de adel, de verzuiling – en niet in het minst de klassenstrijd.
De hedendaagse heterogeniteit vertoont een nog complexer beeld: bepaalde historische kenmerken blijven niet alleen bestaan (bv. elementen van klassenstrijd), maar worden bovendien aangevuld met nieuwe en sterk verschillende culturen, talen, godsdiensten, structuren, zeden en gewoonten. Paradox: deze groepen beleven meestal een homogene cultuur binnen het bredere, heterogene bestel.
In een heterogene samenleving heerst per definitie spanning tussen de verschillende groepen. We wezen al op de klassenstrijd, de opkomst van de burgerij ten nadele van de adel en de regelrechte oorlogen tussen katholieken en protestanten.
Spanningen kan men oplossen met geweld, wat bij ons tot en met WOII de meest gebruikelijke methode was. Het kan ook met minder of zonder geweld, namelijk in een democratisch bestel dat samenwerking, overleg en consensus vooropstelt.
_Democratisch
We leven inderdaad ook in een democratische samenleving. Democratie dient om een heterogene samenleving te besturen en te sturen op een vredevolle wijze door overleg, consensus en een gemeenschappelijk doel. Democratie speelt zich niet enkel af in parlementen, integendeel: als ze enkel daar leeft, is ze ten dode opgeschreven, wat overigens al blijkt uit de stijgende onverschilligheid tegenover 'de' politiek. Democratie is ook nodig op school, op de werkvloer, in de buurt.
In een democratische samenleving die sterk heterogeen is, moet men zich afvragen wat specifiek is voor een groep (bv. burgers van Marokkaanse of Joodse komaf) en wat gemeenschappelijk is voor allen – ongeacht, zoals de Mensenrechten het stellen, huidskleur, afkomst, levensovertuiging, geslacht enz.
_Individu en groep
Heterogeniteit slaat op groepen, maar ook op individuen, althans in een geïndividualiseerde samenleving als de onze. Deze samenleving telt, grof geschetst, Vlamingen, Turken en Marokkanen, katholieken en atheïsten, groenen en liberalen – maar ook operagezelschappen en rockgroepen, homo's en hetero's, klassieke en samengestelde gezinnen, gesluierde en kortgerokte vrouwen, fans van Brusselmans en liefhebbers van Boon …
_Uitbreiding heterogeniteit
De heterogeniteit slaat lang niet alleen op levensovertuiging of ideologische zaken, maar ook op een verscheiden en lange reeks kleinere verschillen en keuzes, een gevolg van democratisering in de ruimste zin, maar ook van ons type samenleving. Zo zijn generatieverschillen heel typisch voor ons type samenleving, denk maar aan de jeugdcultuur. Dat jongeren een eigen cultuur ontwikkelen, doet in de homogenere gemeenschappen in ons land problemen rijzen, bijvoorbeeld inzake gezag, hiërarchie of seksualiteit.
Belangrijk is wel dat sturende, onbetwiste autoriteiten zijn weggevallen: een autoriteit zoals een Academie van Letteren kan nog wel een pantheon van schrijvers voorstellen, 'een' pantheon bestaat niet meer. De discussie over hogere en lagere cultuur, klassiek versus pop, is al lang beslecht. Veel mensen houden van beide en de 'lagere' vormen hebben hun plaats verworven. Insgelijks bestaat er niet langer één norm voor 'het huwelijk' of 'het gezin'. De sturende autoriteit ter zake, de Kerk, heeft veel pluimen gelaten.
_Terug naar het gedeelde
Het gebrek aan sturing binnen een enorme heterogeniteit leidt op een bepaald ogenblik terug naar een vraag over gemeenschappelijkheid. Individuen en groepen vragen zich af wat gemeenschappelijk is in hun samenleving, welke sokkel men deelt, welke waarden voor iedereen aanvaardbaar zijn. De klemtoon op een steeds specifiekere vorm van identiteit, biedt geen uitweg. Een lappendeken vormt nog geen democratie.
Wanneer alle waarden aan elkaar gelijk zijn, houden we geen moreel richtsnoer meer over.
Wanneer elk geschiedkundig oordeel gelijk is aan elk ander oordeel, hebben we de geschiedenis afgeschaft. 
Een parlement dat bestaat uit groepen die enkel voor zichzelf opkomen, is geen parlement.  
Kan God in de les biologie een plaats bekleden naast Darwin?
Zijn ingeweken inwoners die de taal en de geschiedenis van hun nieuwe thuis niet kennen echt burgers, aangezien zij zich niet kunnen oriënteren en derhalve ook niet echt participeren?
Dergelijke verticaliteit kent duidelijk zijn grenzen.
Eén mogelijke uitweg is het open conflict, dat een einde maakt aan de heterogene democratie.
Een andere uitweg is de bezinning over het gemeenschappelijke dat toelaat op democratische (d.i. niet gewelddadige, niet autocratische etc.) wijze de samenleving in stand te houden en te ontwikkelen in overleg en consensus.
_De onstoffelijkheid
Deze bezinning is altijd onstoffelijk om de zeer eenvoudige reden dat de conflictstof dat ook is: muziek, literatuur, zeden en gewoonten, godsdienst, intermenselijke verhoudingen (man-vrouw, oud-jong), kledij, voeding, tradities allerhande. Het niet-materiële is wat mensen bindt en dus ook kan scheiden.
Over het materiële bestaat dat soort conflicten niet: mensen van gelijk welke cultuur passen zich enorm snel aan het materiële aan. Auto's, smartphones, ijskasten, shoppingcentra en zo meer, vormen geen onderwerp van een debat over heterogeniteit, hooguit over schadelijkheid voor mens en milieu.
Het niet-materiële maakt de ware identiteit uit van de mensen. Het materiële, uitgedrukt in arm en rijk, maakt zeker een onderscheid tussen mensen, maar definieert de aard, de identiteit van de mensen niet. Hoogstens een karaktertrek, zoals de vrek.
Daarom handelt een canon, die zoektocht naar het gemeenschappelijke, altijd over waarden, criteria, voorkeuren, keuzes en oordelen: bijzondere architectuur, die geniale auteur, het oorspronkelijke muziekgenre, typerende gebouwen, de inspirerende componist, de weldoener, de goede daad (bv. een regeerder die het gewone volk ontzag), de uitvinder (saxofoon) enz.
Slechts bij gelegenheid vinden we een technologisch of wetenschappelijk voorbeeld. Het materiële is te dichtbij, de individuele inbreng vaak te veraf (of omgekeerd, zoals bij Nobelprijzen Chemie en Fysica: de verheerlijking van een individu dat in wezen heeft voortgebouwd op de inbreng van ontelbare anderen).
Het lijdt geen twijfel dat een Mercedes 2000 een betere auto is dan een 2CV en het lijdt evenmin twijfel dat de DS een betere Citroën is dan de 2CV.
Wanneer ultra's Darwin in vraag stellen, voeren ze geen debat over wetenschap, maar over god en dogma's, over moraal.
Maar is Claus beter dan Gezelle?
Dat is niet zo'n verstandige vraag. Wie van poëzie houdt, kan best Gezelle én Claus waarderen. En zweert iemand enkel bij Gezelle, dan is er alsnog niets aan de hand. Daarom zoeken we in een canon naar een aantal goede dichters en niet naar één.
En hier wordt meteen duidelijk dat een bepaalde canon, de Vlaamse bijvoorbeeld, niet alleen staat, niet enkel naar zichzelf verwijst, maar meteen een vergelijking moet doorstaan, of toch een afweging tegenover andere canons, meestal en logischerwijs, uit vergelijkbare culturen. Relativiteit dus.
We kiezen Gezelle en Claus, maar onwillekeurig spelen in ons achterhoofd Verlaine, Baudelaire, Rimbaud of Dylan Thomas mee. Er is Geeraerts, maar ook Hemingway.
Men kan moeilijk twijfelen aan de uniciteit van de 'Vlaamse Meesters', maar in een latere periode van de schilderkunst triomferen figuren zoals Turner en Constable. Het maatschappelijk bestel speelt een rol, zowel vormelijk als inhoudelijk, maar dat is niet noodzakelijk de verdienste van de artiest. Opnieuw relativiteit. Brueghel is groot, maar dat maakt anderen in andere culturen niet klein; noch in dezelfde periode, noch in een andere. Goya is fantastisch, Picasso niet te evenaren, Miró uniek. Een technologisch-mechanisch-reproductief superieure samenleving als de Noord-Amerikaanse, produceert dan ook superieure kunstenaars die gebruikenmaken van de techniek die hun samenleving weerspiegelt; zo komen we uit bij Warhol of Pollock.
De 'verdienste' van de ene cultuur is niet de mislukking van een andere. Wanneer we de Deense, Tsjechische, Vlaamse, Spaanse, Oostenrijkse etc. canons naast elkaar leggen, blijkt hoe rijk elk van die canons is, hoe verscheiden het geheel eruitziet, en derhalve hoe relativerend en complementair het totaaleffect is.
Een canon die van superioriteit zou willen getuigen, komt in deze globale tijden belachelijk over.
_2. De canon als oriëntatie
Eerst wilde ik 'ankerpunt' schrijven, maar aan een anker lig je vast, dobber je ter plekke. 'IJkpunt' is al beter: een canon als een verzameling ijkpunten. Of 'benchmarks', om het uit te drukken met een Engelse term uit de hedendaagse kwaliteitszorg. Nog beter luidt het Franse 'point de repère', want daarmee kan je je zowel in de ruimte als de tijd oriënteren, derhalve ook en liefst nog in de ruimtetijd.
Oriëntatie in de ruimte is het eenvoudigst: weten waar je je bevindt. En daardoor ook wel weten waar je vandaan komt, of toch ongeveer. Iedereen komt ergens vandaan. Als individu, maar vooral als individu binnen een groep.
Oriëntarie in de tijd: niet alleen in het nu, maar ook in het verleden, want een verleden heeft iedereen. Wijzen zulke 'points de repère' naar de toekomst? Dat is niet zo duidelijk, daar dienen die niet meteen voor. In elk geval duiden ze geen toekomstig parcours aan.
'Waar' is blijkbaar het grootste bezwaar voor tegenstanders van een canon. Zij willen niet worden geassocieerd met een 'lap grond' Vlaanderen geheten. En dat willen ze zeker niet als ze achteromkijken, omdat het verleden een ander Vlaanderen toont dan het heden. Dan schieten er discussies in gang over de geografische omvang van Vlaanderen door de eeuwen heen, waarna 'Vlaanderen' ook nog eens wordt onderscheiden van Brabant, om van Limburg nog maar te zwijgen. Vreemd genoeg worden steeds kleinere gebieden als argument bovengehaald om het huidige Vlaanderen als irrelevant of fout af te doen.
Alleen gaat het niet echt om grondgebied. Dit is geen les aardrijskunde. En de dubbele verwarring tussen het staatkundige Vlaanderen van nu en het geografische Vlaanderen van toen is niet ernstig. Talloze landen en regio's zijn de voorbije decennia of eeuw geografisch en staatkundig gewijzigd.
Maar of je dat nu wil of niet, je bent gewoon een deel van dat 'waar'. Iedereen is ergens en komt ergens vandaan. Dat blijkt meteen als je in het buitenland verblijft, ondanks alle standaardisering. Nee, dat blijkt niet in Oxford Street of de Rambla, want daar heerst het neomaterialisme 'shopping' genaamd. Het blijkt wel uit het immateriële: in 'the local', bij de mensen thuis, in hun clubs …
We zijn op zoek naar wat bindt, niet wat scheidt.
Het principe van 'points de repère' maakt ook duidelijk dat Vlaanderen niet op zichzelf staat. Mocht het zichzelf willen bejubelen als zelfstandige eenheid, dan is dat verloren moeite: alle buren kijken mee en in deze tijden zelfs heel de wereld.
_3. De canon als balans
Vaak doen tegenstanders het voorkomen alsof een canon een opsomming zou zijn van uitsluitend heldhaftige daden, overwinningen, records en Nobelprijswinnaars. Vlaanderen slaat zich op de borst en toont daarmee de nietigheid van anderen aan, bij voorkeur de aartsvijanden, zoals de Walen.
Identiteit kan nooit uitsluitend uit positivisme en triomfalisme worden opgetrokken, tenzij bij heiligen, maar heiligen horen in een andere wereld thuis, precies omdat ze 'zuiver' zijn, d.w.z. gezuiverd van de verscheidenheid en de tegenstellingen die eigen zijn aan elke mens, aan elke groep, aan elke cultuur.
Niet enkel goedheid, vroomheid, schoonheid, wijsheid of heldhaftigheid maakt een mens of een gemeenschap. In een Vlaamse canon staan dan ook minpunten. Om het met een omwegje te verduidelijken: in een Duitse canon kan het nazisme niet ontbreken. Het nazisme heeft Duitsland kortstondig grootgemaakt, daarna genekt en uiteindelijk gelouterd – en met Duitsland ook de rest van Europa. In een Franse canon staat zonder twijfel de Verlichting en de Universele Verklaring van de Rechten van de Burger, maar evengoed het genadeloze kolonialisme.
Een Spaanse canon kan de 'ontdekking' en de daaropvolgende wrede kolonisatie van Zuid- en Midden-Amerika onmogelijk níét opnemen.
Welke minpunten worden in een Vlaamse canon opgenomen? Wel, laten we het daar bij gelegenheid eens over hebben. Een samenleving die in de spiegel kijkt, is dat geen sterke oefening?
_4. De canons als keuze
Tegenstanders beweren ook vaak dat een Vlaamse canon verplicht zou worden gemaakt, opgelegd door de overheid. Nog los van de bemerking dat de overheid aan een heleboel democratische verplichtingen moet voldoen, ook in Europees verband, ziet men niet goed in hoe de Vlaamse overheid een canon wettelijk zou kunnen opleggen en afdwingen. Bij mijn weten bestaan in de democratische wereld geen voorbeelden van afdwingbare canons. Wat wel bestaat, zijn volkeren en culturen die een canon hebben samengesteld en daardoor alle ideologische en partijpolitieke grenzen overschrijden of terzijde schuiven om tot een gemeenschappelijke, bindende factor te komen. In Frankrijk kunnen de meeste Fransen zich terugvinden in 'canonieke' figuren en cultuurproducten zoals Jeanne d'Arc, Marcel Proust, Versailles of Napoleon. In Madrid twijfelt niemand aan het belang van Cervantes, in Barcelona wordt het genie van Gaudí niet in twijfel getrokken …
De Hertog van Alva is voor ons een tiran, in Spanje een nationale figuur die zijn naam gaf aan straten, pleinen, cafés en een merk … cognac.
Daarmee belanden we bij een belangrijk punt: de gebeurtenissen of figuren van een canon zijn niet bedoeld om door iedereen te worden bejubeld op straffe van boete. Niemand is verplicht en niemand kan sowieso worden verplicht om in de houding te staan bij de viering van 11 juli 1302, noch bij de herdenking van de oorlogsslachtoffers op 11 november. Niemand hoeft Hugo Claus of Rubens mooi te vinden. Sterker: het is de historici niet verboden om '1302' verder te onderzoeken, integendeel, geschiedschrijving is per definitie niet af.
Over Jeanne d'Arc en Napoleon bestaan uiteenlopende tot tegengestelde meningen, om het zacht uit te drukken. Dat zij mee het lot van Frankrijk hebben bepaald, staat echter buiten kijf. Daarom kunnen zij worden opgenomen in een canon, zoals de bekende Fransen die werden begraven in het Panthéon, van de verzetsstrijder Jean Moulin tot Pierre en Marie Curie.
_5. De canons tussen de straatstenen
Hoe dan ook zijn in Vlaanderen al heel veel canons werkzaam. Officieuze, akkoord, en formeel bekeken niet echt canoniek, maar wel even richtinggevend.
Elk geschiedenisboek en elk literair handboek voor ons secundair onderwijs is een soort canon. Er staat in wat elke Vlaming hoort te weten om zijn eigen geschiedenis en cultuur te kunnen begrijpen – niet noodzakelijk ophemelen – inclusief de talloze voorbeelden uit andere, vaak omringende culturen.
De kerstening, de Vikingen, de bloei van Vlaanderen als een van de rijkste gebieden in de oude wereld, maar ook Congo en de ontdekking van Amerika.
Die officieuze canons geven meteen aan dat we van indoctrinatie niet bang hoeven te zijn. Geen enkel historisch leerboek spreekt nog over 'onze' Congo en dat 'wij' Amerika hebben 'ontdekt', wel, daar zijn we ook al van teruggekomen.
In een grotendeels ontzuild Vlaanderen lopen de handboeken van het officieel en het katholiek onderwijs minder uit elkaar dan vroeger. De Kerk erkent haar weinig voorbeeldige rol, terwijl de vrijzinnigen nu ook over een eigen podium beschikken.
Zeker, onze handboeken zitten vol gaten. Over de beschavingen die we enigszins relativerend aanduiden met 'pre-Columbiaans', maar ook over het oude China of Afrika. Een canon zou deze leemtes onder de aandacht kunnen brengen.
Maar je hoeft niet op een schoolbank te zitten. Het volstaat buiten te komen. Onze officieuze canon kom je tegen op straat, in de parken, de kerkhoven, de eeuwenoude stads- en dorpskernen. De geschiedenis komt je aangewaaid onder de vorm van straten en pleinen, restaurants en winkels, standbeelden en naambordjes, parken en dreven, taal, cultuur in geuren en kleuren, maar evengoed in de gedaante van al die andere mensen, hun kledij, gebaren, gewoonten.
(12 december 2022)
Het Vrije Woord
Eddy Bonte is publicist en radiomaker, gewezen freelancer voor De Morgen en Knack. (Foto © Lut Conings)
_Eddy Bonte -
Meer van Eddy Bonte

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws