7 januari 2026
De Gedachtestreep – Aflevering 63: Ton Vink, Over de Schotse Verlichtingsfilosoof David Hume
Johan Braeckman spreekt met Ton Vink over David Hume.
Klik hier om de aflevering op YouTube te bekijken.
David Hume (1711-1776) geldt als een van de belangrijkste denkers van de Schotse Verlichting. Met zijn onderzoek naar kennis, moraal, religie en menselijk handelen legde hij de grondslag voor het moderne empirisme. Als filosoof, essayist en historicus was Hume een echte 'man van letters': veelzijdig, scherpzinnig en altijd gericht op helder denken.
David Hume werd geboren in Edinburgh, in een tijd waarin Schotland uitgroeide tot een centrum van intellectuele vernieuwing. Hij studeerde rechten, maar koos al snel voor een leven als schrijver en denker. Zijn ideaal was dat van de man of letters: iemand die wetenschap en literatuur verbindt en schrijft voor een breed publiek. Samen met tijdgenoten als Adam Smith gaf Hume vorm aan de Schotse Verlichting, waarin moraal en samenleving met dezelfde scherpte werden bestudeerd als de natuur.
Zijn eerste grote werk, de Treatise of Human Nature, werd aanvankelijk genegeerd, maar later erkend als een mijlpaal in de moderne filosofie. Hume onderzocht hoe al onze kennis voortkomt uit ervaring en gewoonte, niet uit aangeboren rede of goddelijke openbaring. Daarmee stond hij in de lijn van de vrijdenkers die vrijheid van denken boven autoriteit stelden. In geest verwant aan Spinoza en Voltaire, maar gematigder van toon, ontwikkelde Hume een vorm van scepsis die niet strijdt tegen geloof, maar zoekt naar de grenzen van wat de rede kan weten.
Zijn nuchtere blik op de mens bracht hem ook buiten de studeerkamer: Hume was actief in het publieke leven. Als bibliothecaris in Edinburgh verwierf hij toegang tot de bronnen voor zijn History of England, en als secretaris van de Britse ambassade in Parijs maakte hij kennis met de Franse philosophes zoals Diderot en d'Alembert. Zijn diplomatieke ervaring en politieke essays weerspiegelen zijn overtuiging dat goed bestuur niet berust op gezag of ideologie, maar op gewoonte, gematigdheid en menselijk inzicht.
_Denken en werken
Hume beschouwde de mens als een wezen van verstand én gevoel. Moraal, zo betoogde hij, ontspringt niet aan abstracte redenering, maar aan menselijke betrokkenheid: 'De rede is de slaaf van de hartstochten.' Daarmee gaf hij aan dat moreel handelen voortkomt uit empathie, niet uit gebod.
Ook zijn analyse van kennis bleef radicaal. In onze waarneming, zo stelde Hume, zien we nooit oorzakelijkheid zelf, slechts de opeenvolging van gebeurtenissen. Het geloof dat het ene het andere veroorzaakt, berust niet op inzicht, maar op gewoonte en verwachting. Daarmee legde hij de grondslag voor een nieuw begrip van ervaring: kennis is niet zeker, maar waarschijnlijk. Juist die bescheidenheid maakte zijn denken zo invloedrijk – en vormde het vertrekpunt voor Immanuel Kant.
In het hier besproken boek Gesprekken over de natuurlijke religie (postuum verschenen in 1779), vertaald door Ton Vink, plaatst hij uiteenlopende opvattingen over God en geloof tegenover de grenzen van menselijke kennis.
De publicatie van de Gesprekken over de natuurlijke religie kwam tot stand met de steun van het Vlaamse Humanistisch Verbond.
_Belang en invloed
Humes werk vormt een brug tussen de rationalisten en de moderne empirische en sceptische traditie. Hij brak met het idee van absolute kennis, maar niet met het vertrouwen in de menselijke rede. Zijn denken beïnvloedde Immanuel Kant, Adam Smith en talloze latere vrijdenkers en humanisten. Zijn milde scepsis, zijn pleidooi voor tolerantie en zijn nuchtere blik op religie en moraal maken hem tot een blijvend actuele stem in het debat over vrijheid en verantwoordelijkheid. Hume laat zien dat redelijkheid en gevoel elkaar niet uitsluiten, maar samen de grondslag vormen van vrijheid en menselijke waardigheid.
Ton Vink publiceerde, eveneens bij Uitgeverij Damon, ook het boek Een leven als 'man of letters', een biografie van David Hume die zijn leven, karakter en ideeën in een brede culturele context plaatst.