Kwintessens
Geschreven door Yves Schelpe
  • 84 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

6 februari 2026 Over regelwrijving: wat we winnen aan rust, en verliezen aan inzicht (deel 2)
In het eerste deel van dit artikel ging het over wat er gebeurt wanneer regels vooral afsluiten: hoe een 'netjes nee' kan uitmonden in stilte en wantrouwen. In dit tweede deel verschuift de blik naar terugkoppeling en eigenaarschap: manieren om 'nee' te zeggen zonder dat het denken verdwijnt, en om regels te blijven onderhouden.
_Wie schrijft de regels, wie houdt ze relevant?
Regels worden meestal gemaakt op afstand van hun uitvoering. Dat is bijna onvermijdelijk: beleid vraagt overzicht, en overzicht vraagt abstraheren. Maar die afstand creëert ook een kloof. De regelmaker ziet het principe, de uitvoerder ziet de mens. Wat uniformiteit beschermt op papier, schuurt soms in de praktijk.
Daar ligt een verantwoordelijkheid voor leidinggevenden. Niet om elk dossier te heropenen, maar om feedback veilig te maken. Om te laten voelen dat nuance aanreiken geen ondermijning is, maar een vorm van zorg.
Dialoog betekent niet automatisch dat de regel buigt. Soms is de uitkomst nog altijd nee. Het verschil zit elders: in het gesprek dat uitlegt waarom, dat alternatieven aftast, en dat de vraag teruggeeft aan het beleid als signaal, niet als probleem.
Laat me dat concretiseren. In een IT-dienst vraagt een gebruiker van software een functionaliteit die binnen budget en planning niet haalbaar is. Het team zegt nee, maar legt uit waarom, en zoekt mee naar een werkbaar alternatief. Het antwoord blijft negatief, maar het gesprek blijft open. En precies dat verschil bepaalt of een regel afsluit of bijstuurt. Dat is het verschil tussen de 'netjes nee' en een constructieve en empathische vorm van neen zeggen.
Iedereen kan signalen geven, maar alleen leiding en beleid kunnen ervoor zorgen dat die signalen ook veilig binnenkomen, verzameld worden, en iets mogen veranderen.
Het klinkt contra-intuïtief, maar precies die ruimte maakt regels sterker. Ze beschermt een organisatie tegen wat ze zelf nog niet ziet: blinde vlekken, nieuwe situaties, onbedoelde effecten die pas opduiken wanneer een regel het dagelijks functioneren begint te knellen. Invoeren is niet genoeg. Je hebt ook beleid nodig rond die invoering: een manier om signalen te verzamelen, periodiek te herbekijken, en waar nodig bij te sturen. Niet om de regel af te zwakken, maar om haar relevant en werkbaar te houden.
En misschien zit daar ook een opportuniteit die veel organisaties wél graag uitspreken, maar zelden concreet maken. We hebben het vaak over betrokken medewerkers, verbondenheid, eigenaarschap. Dit is hoe je dat een plaats geeft: niet als slogan, maar als praktijk. Door voelsprieten in te bouwen die echt meetellen, en door te tonen dat wat mensen op de vloer zien geen ruis is, maar informatie. Zo wordt luisteren geen houding, maar een systeem.
_Snelheid als sluiproute naar dogma
Veel van dit mechanisme wordt versterkt door tijdsdruk. In een klimaat waar alles vooruit moet, wordt dialoog 'duur' en een strikte regel aantrekkelijk: hij bespaart tijd en discussie.
Maar snelheid is vaak een lening: je wint vandaag tijd, en betaalt later in herstelwerk, verlies aan kwaliteit of het stil afhaken van mensen. Die lening wordt niet alleen betaald in reparaties, maar ook in uitstroom, talentverlies en stille burn-out. Waar snelheid structureel wordt, verdwijnt kritische evaluatie. En zonder die evaluatie verhardt een afspraak tot dogma.
En wanneer een hele samenleving op die lening begint te draaien, verliezen we collectief het vermogen om nog te wegen.
_Van organisatie naar samenleving
Dit mechanisme zie je ook buiten organisaties. Overheden en publieke systemen werken met uniforme criteria. Je kan dat bureaucratie noemen. Maar regelwrijving is meer dan dat: het is wat er gebeurt wanneer regels, ook met goede bedoelingen, geen ruimte meer laten voor terugkoppeling en afweging.
Een feedbacklus is geen luxe, maar een vorm van rationaliteit: ze bewaakt de bedoeling van de regel tegen ritueel volgen. Zonder die lus wordt een systeem niet alleen doof, maar ook dommer: het leert pas wanneer het kraakt, niet wanneer de signalen nog zacht zijn. Kritisch denken is hier geen luxe, maar onderhoud: de manier waarop beleid zichzelf intact houdt terwijl de werkelijkheid verschuift.
Hoe groter het systeem, hoe groter het risico dat het zichzelf niet meer corrigeert aan de hand van concrete situaties. Dan komt herziening pas wanneer de schade zichtbaar wordt (in krantenkoppen of crisissen), en niet wanneer de signalen nog zacht zijn. Regels zonder terugkoppeling verliezen hun legitimiteit, zelfs wanneer ze formeel kloppen.
_Een kwartier dat het verschil maakt
Dit is geen pleidooi voor willekeur. Een regel mag bestaan, vaak moet ze bestaan. Maar haar uitwerking moet kunnen openstaan voor reflectie. Anders wordt ze een harnas: beschermend, maar verstijvend. De vraag is dus niet alleen: valt dit binnen de afspraken? De vraag is ook: welke werkelijkheid past er niet meer in, en wat zegt dat over onze afspraak?
Misschien begint het klein. Met één ingebouwd moment vóór afsluiting: niet om de regel te breken, maar om de regel te voeden. Niet om uitzonderingen te stapelen, maar om dat periodieke onderhoud te plegen. Een regel die je voedt, breek je niet af: je houdt haar scherp, werkbaar en geloofwaardig. Een kwartier waarin je expliciet vraagt: wat weten we zeker, wat veronderstellen we, en welke blinde vlekken zitten in onze eigen redenering? Welke argumenten gebruiken we om snel af te sluiten, en houden die stand als we ze hardop uitspreken?
Concreet kan dat zo klein zijn als dit: je sluit af zoals het protocol voorschrijft, maar je noteert eerst in drie regels wat er botste, welk effect je vreest bij strikte toepassing, en welke vraag dit terugstuurt naar het beleid. Het antwoord blijft soms nee. Alleen verdwijnt het signaal niet mee in het archief. Niet als klaagmuur, maar als spoor: zodat je later kan verantwoorden waarom je zo besliste, en zodat je kan zien wanneer dezelfde wrijving zich herhaalt. Al moeten we erover waken dat die signalen geen nieuw archief worden. Dat ze niet simpelweg worden opgeborgen, maar mogen schuren, wegen en uiteindelijk de regel zelf weer in beweging zetten.
Dat verandert niet altijd de uitkomst, maar het houdt voortschrijdend inzicht levend. Het voorkomt dat duidelijkheid wordt verward met wijsheid. Regels kunnen stevig zijn en toch adem laten. Want een samenleving kan veel dragen, zolang ze haar mensen niet reduceert tot ontvangers. Dat is de volwassen vorm die we zoeken: afspraken die beschermen tegen willekeur, maar niet zo star worden dat ze ons blind maken voor wat zich aandient. Niet omdat we tegen regels zijn, maar omdat we ze ernstig genoeg nemen om ze levend te houden.
Lees hier deel 1 van dit essay.
_Verder lezen
Kwintessens
Yves Schelpe is analist en programmeur overdag, muzikant bij nacht (als Psy'Aviah), amateur simracer en fotograaf wanneer er nog tijd rest.
_Yves Schelpe -
Meer van Yves Schelpe

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws