Het Vrije Woord
Geschreven door Johan Swinnen
  • 90 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 februari 2026 Panorama van Aotearoa #4: Todd Couper, hedendaagse Māori-artiest: de plicht van zachtheid
Johan Swinnen is onafhankelijk kunstexpert, curator en fotograaf, en een drijvende kracht achter diverse kunst- en cultuurinitiatieven binnen het Humanistisch Verbond. Tijdens een verblijf van drie maanden in Aotearoa/Nieuw-Zeeland trekt hij op roadtrip met een camper, op zoek naar hedendaagse vormen van humanisering en zingeving, in dialoog met Māori-wereldbeelden en de lokale cultuurpraktijk. Hij was er eerder in 1999, 2017 en 2022; zijn zoon woont en werkt er al meer dan tien jaar. In deze wekelijkse reeks brengt Swinnen geen reisverhaal, maar een scherpe kijk: wat een diverse samenleving zichtbaar maakt, hoe kunst en gemeenschap elkaar kneden, en welke vragen dat terugkaatst naar Vlaanderen.
Maandag 26 januari 2026, 14.00 uur, Pāpāmoa. Ik kom met vragen en een dictafoon, maar het gesprek opent niet als media. Het opent als atelier: eerst stilte, dan orde. Geen pose, geen 'performance', geen haast om meteen interessant te zijn. Hier leeft nog een oud principe dat Vlaanderen ooit verdacht maakte: aandacht is een deugd, en die deugd improviseer je niet.
Ik bezoek Todd Couper, een markante stem in de hedendaagse Māori-kunst, met werk dat ook internationaal circuleert. Hij beheerst de paradox van onze tijd: hedendaags zijn zonder de dwang om overal 'breuk' te etaleren. Traditie is bij hem geen vitrinekast, maar grammatica: je mag ermee spreken, spelen, frictie maken, zolang je de kern niet verkwanselt. Dat klinkt streng, maar het maakt vrijheid mogelijk omdat ze ergens op rust.
En dan dat ongemakkelijke besef dat in Vlaanderen altijd meeloopt als een beschaafde schaduw: hoe weinig we dit echt zien. Māori-kunst wordt bij ons nog te vaak geparkeerd in exotiek, souvenir-esthetiek, of een vaag antropologisch vakje. Alsof iets pas 'kunst' wordt wanneer het in onze zalen hangt en door onze instellingen is gevalideerd. Wij zijn specialisten in classificeren: eerst het etiket, dan pas het kijken. Het probleem is zelden kwaadwilligheid. Eerder gemakzucht die zichzelf 'canon' noemt.
Todd ontvangt me vriendelijk en huiselijk, zonder theater. Geen white cube, geen curator met microfoon, geen zinnen die al naar persbericht ruiken. Ik kom als Europese humanist en kunsthistoricus, gevormd in de VUB-traditie van vrij onderzoek en vrij denken, met professor Hubert Dethier als blijvende mentor. Todd staat met beide voeten in een andere orde: whenua en whakapapa, land en genealogie. Kunst is hier niet los verkrijgbaar. Ze is ingebed in gemeenschap, verantwoordelijkheid en plaats. Niet als slogan, maar als structuur.
Ik begin met de vraag die hier vanzelf op tafel ligt: hoe bepalen plaats en afkomst wie je bent als kunstenaar? Todd antwoordt zonder omhaal dat whakapapa verbinding is: met voorouders én met land. Hij noemt dat, droog en precies, plicht. Niet als 'authenticiteit'-label, maar als continuïteit en opdracht. Geen romantiek: beheersing. En beheersing is, in de beste zin, liefde met discipline.
Daarmee is zijn hedendaagsheid meteen scherp. Todd werkt in vormen die modern ogen – soms bijna minimalistisch vloeiend – maar hij koppelt die taal bewust aan traditionele narratieven. Het is geen nostalgie. Het is governance: artistiek bestuur van continuïteit. Vrijheid als discipline, niet als slordigheid. In Vlaanderen reduceren we 'traditie' graag tot museumzaal met discrete bordjes. Hier is traditie een werkwoord.
Vanuit Bay of Plenty zou je denken dat het landschap zijn werk dicteert. Todd nuanceert: invloed is niet alleen 'waar ik nu woon', maar vooral 'waar ik vandaan kom' en wat je hebt gemaakt. Hij luistert eerst naar lokale verhalen en verwachtingen: je werkt niet in een plaats, maar met een plaats. In zijn beeldtaal keren natuur en vogelvormen terug, niet omdat het 'mooi staat', maar omdat natuur biografie is. In Vlaanderen zeggen we graag 'sfeer' en bedoelen vaak: afkorting. Hier lukt die afkorting niet.
En eerlijk: dat zou ons vertrouwd moeten zijn. Vlaanderen kent een lange traditie van hout als drager van betekenis: retabels, koorbanken, gildewerk – beeldsnijwerk dat catechese, sociale orde en collectief geheugen droeg. Alleen hebben we die discipline vaak gestold tot erfgoed onder glas. Todd dwingt je om hout weer als heden te zien: iets dat vandaag nog denkt, draagt, herinnert.
Dan schuift de actualiteit naar voren. De voorbije week: zware regen, slips, hellingen die bewegen. Ik vraag wat dat doet met de gemeenschap, en met zijn denken over zorg voor land en mensen. Todd begint met opluchting: zijn gezin bleef oké. En dan komt het detail dat alles menselijk maakt: vrienden kregen een grote slip op hun terrein; die miste net een cottage waar hun zoon woonde.
Hij plaatst het meteen in een patroon: extreme weergebeurtenissen volgen elkaar sneller op, en rurale gebieden worden kwetsbaar wanneer hellingen letterlijk wegschuiven. Wat mij treft is zijn diagnose van het collectieve lichaam: zodra het zwaar regent staan mensen 'on edge', omdat recente overstromingen nog niet verwerkt zijn. Trauma als weersvoorspelling. Grote theorie is hier overbodig; het zit al in de spieren.
Panorama van Aotearoa #4: Todd Couper, hedendaagse Māori artiest: de plicht van zachtheid
Toch verpakt hij empathie niet in slogans. Solidariteit is effect: het brengt mensen samen. Maar hij bewaakt ook zijn positie als kunstenaar. Ja, zulke thema's zullen in kunst opduiken; ja, hij denkt erover na. Maar hij wil nog geen concept claimen zolang zovelen geraakt zijn. Morele tact, zonder moreel theater. In Vlaanderen zijn we sterk in theater: we schrijven de ethiek graag in een subsidieaanvraag en vergeten ze in het atelier. Tact is schaarser.
Ik vraag naar de bronnen van die houding. En dan blijkt hoezeer zijn parcours gedragen is door concrete mensen, niet door abstracte structuren. Todd vertelt over Mark Dashper, zijn laatste kunstdocent op school: 'super encouraging'. Iemand die potentieel zag en het praktisch maakte: deuren openen, gesprekken regelen, doorstroom organiseren. Todd noemt hem een sleutelfiguur. Zonder die ene volwassene had het traject een andere bocht genomen.
Het is een eenvoudige, ongemakkelijke vaststelling die we in onderwijscommissies en beleidsnota's te vlot weg-abstraheren: een loopbaan ontstaat vaak niet uit een systeem, maar uit één persoon die op het juiste moment zegt: ga. Voor mij was dat in de normaalschool te Bokrijk: Roger Rutten, leraar Nederlands en bezieler van het projectonderwijs. Eén stem die richting gaf, en achteraf meer beleid maakte dan menig beleidsplan.
Daarbij komt familie. Zijn ouders hebben hem en zijn jongere broer, ook kunstenaar, nooit richting 'een normale job' geduwd. Ze ondersteunden hen om hun passie te volgen. In Vlaanderen hoor je bij kunstenaars vaak het omgekeerde: eerst het veiligheidsnet, dan pas de kunst, liefst met excuses erbij. Niet omdat ouders hier minder warm zijn, maar omdat onzekerheid vaak luider spreekt dan vertrouwen.
De kern van zijn praktijk is whakairo, hout-carving. Waarom dat pad? Todd schetst een brede opleiding – van brons en keramiek tot printmaking en art history – en dan dat ene moment waarop een medium zich aan je lichaam hecht. Eerste module hout-carving, tutor Ross Hemera: leren hoe je een beitel vasthoudt, hoe je met de mallet ritmisch tikt, terug naar 'super basics'. Hij hield van de fysieke discipline: controle, laag per laag, met eenvoudige tools. Tegelijk technisch en existentieel: laag na laag tot het werk zichzelf toont.
In zijn laatste jaar komt Roi Toia als mentor. Todd beschrijft hem als een craftsman van het hoogste niveau: obsessief precies, compromisloos in afwerking. Zestien jaar werkten ze samen. De kernles is integriteit: het maakt niet uit hoe groot of klein het werk is, voor wie het is; je geeft elke keer 100% inzet, en niets verlaat het atelier vóór het goed is. En dan die zin die ambacht en ethiek samendrukt: 'If you think the wood shouldn't be there, take it away'. Een credo dat je ook op Europese kunstpraktijken zou mogen plakken, met afwasbare lijm: als je denkt dat de uitleg er niet hoort, haal die dan ook weg.

Waarom is carving zo cruciaal binnen Māori-kunst? Todd antwoordt historisch: lang vóór een geschreven taal werden verhalen, geschiedenissen en genealogieën gedragen door carving. In wharenui spreken patronen en vormen over de geschiedenis van een gebied en lichten ze voorouders uit; zo worden verhalen doorgegeven aan jongeren. Hier is het huis zelf archief – en dat archief leeft, ademt, wordt gebruikt. In Vlaanderen bewaren we graag. Gebruiken durven we minder.
Voor mijn lezers in Vlaanderen is één vraag essentieel: hoe balanceert hij eigen stem met collectief geheugen en verantwoordelijkheid? Todd weigert het conflictmodel. Het is 'not so much a fight', zegt hij, maar balans. Er moet altijd een story zijn: verbinding met cultuur, mensen, omgeving, of ervaring. En hij is opvallend professioneel: hij plant, tekent, researcht. Wat in de tekening verschijnt, moet ook in het hout verschijnen. Zachtheid kan ruggengraat zijn. In Vlaanderen verwarren we zachtheid soms met toegevendheid. Hier is ze vormdiscipline.
Zijn stijl omschrijft hij eenvoudig: dieren, zeevogels, vormen rond moana – omdat ze fluïditeit en softness hebben, maar toch kracht kunnen dragen. En hij voegt eraan toe: 'It's just how I am'. Geen marketing. Hij werkt, en het werk positioneert zichzelf.
We spreken over internationale verbindingen, vooral met Noord-Amerika: Native American en First Nations kunstenaars. Todd situeert dat via een galerie in Vancouver en crossculturele tentoonstellingen, Kiwa en Manoa. Hij benadrukt gelijkenissen: carving culture, weaving culture, waka/canoes, meeting houses – gedeelde waarden rond land en natuurlijke omgeving. Hij noemt kunstenaars die hem beïnvloedden – Robert Davidson, Joe David, Dempsey Bob, Susan Point – en erkent dat sommigen een North American look in zijn werk zien. Niet gezocht, wel gegroeid: invloed als dialoog, niet als kostuum.
Dan stel ik de vraag die voor Vlaanderen misschien de moeilijkste is: welke houding hoopt hij dat mensen meenemen, meer dan feiten? Todd zegt: elk werk probeert een boodschap te dragen; hij hoopt dat mensen die boodschappen in de vormen kunnen zien. Kunst is eerst visueel, maar wie begrijpt wat erachter zit, ziet scherper. Hij weeft verhalen subtiel in, niet confronterend. Hij noemt zichzelf 'very pro-Māori', maar de vorm blijft zacht genoeg om universeel leesbaar te zijn. Dat is geen afzwakking. Dat is strategie zonder agressie.
Voor Vlaamse lezers is dat wellicht de uitnodiging: je hoeft niet alles te weten om te mogen kijken, maar je moet bereid zijn traag te kijken. En te erkennen dat onze canon, hoe rijk ook, niet de maat der dingen is. Māori-kunst is bij ons te weinig aanwezig in musea, opleidingen en publieke gesprekken; ze blijft te vaak buiten beeld tot ze als cliché opduikt. Todd Couper dwingt, zonder luid woord, een andere houding af: aandacht, respect, en de bereidheid om een beeldtaal ernstig te nemen op haar eigen voorwaarden.
Ik vraag ook naar traditie en kritische openheid. Todd antwoordt met een dubbel spoor dat geruststelt: ja, er zijn traditionele grenzen. Maar Māori zijn innovators, 'and always have been'. Hij wijst op hedendaagse technologie – 3D, routers, laser cut – zelfs in de bouw van wharenui, waarbij narratieven intact blijven terwijl de vormtaal moderniseert. En opnieuw keert hij terug naar de rode draad: integriteit. Continuïteit is geen museum, maar overdracht. En overdracht is werk, geen sentiment.
Na het gesprek volgt een korte autorit naar een groter atelier. Daar werkt hij aan een waka, een Māori-boot (zie foto) in opdracht voor een kunstverzamelaar in de Verenigde Staten. De schaal is anders, de ruimte functioneler, maar de concentratie is dezelfde. Het blijft een culturele ruimte: geen 'studio' als stijlicon, maar een werf waar verhaal en materiaal elkaar vinden, waar tijd een bondgenoot is. Je voelt er iets dat in Vlaanderen zeldzamer werd: het geduld om iets groots te maken zonder het meteen te moeten uitleggen als 'project'. Eerst moet het werk goed worden. Pas daarna mag het spreken.
Wanneer ik afscheid neem, laat ik hem ruimte: is er iets dat u nog wil meegeven aan lezers? Todd antwoordt niet met een slogan, maar met een bescheiden afsluiting. Hij zegt dat hij zich 'fortunate' voelt dat hij kan doen wat hij doet; dat hij zijn cultuur op hoog niveau mag vertegenwoordigen; en dat hij via zijn werk mag bijdragen aan 'the journey of whakairo'.
Voor mij is dat het scherpste statement van de dag. Niet omdat het groot klinkt, maar omdat het precies is. In een tijd waarin kunst vaak wordt ingezet als identiteitsmarketing of spektakel, stond hier iemand die plicht kon zeggen zonder zwaar te worden, die zachtheid kon kiezen zonder te vervlakken, en die integriteit niet verkocht als moraal maar beoefende als werkdiscipline.
Misschien is dat, in de meest klassieke humanistische zin, beschaving: niet alles toevoegen wat kan, maar wegnemen wat niet klopt – tot vorm en waarheid elkaar raken. En misschien is dat ook de vraag die dit bezoek terugkaatst naar Vlaanderen: wat zouden we zien, als we opnieuw leerden kijken zonder haast, en zonder het gemakzuchtige idee dat 'onze' Vlaamse canon vanzelf het centrum van de wereld is.
En wie zich afvraagt of dit alles wel 'hedendaags' genoeg is, kan zichzelf geruststellen: er wordt hier niet geërfd, maar gewerkt. Met beitel, ritme en verantwoordelijkheid – en opvallend weinig gedoe. Misschien is dat precies wat onze Vlaaamse cultuursector soms mist: minder statement, meer praktijk. Minder lawaai, meer vorm, meer inhoud.
Het Vrije Woord
Kunstexpert
_Johan Swinnen -
Meer van Johan Swinnen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws