Kwintessens
Geschreven door Alain Vannieuwenburg
  • 98 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 augustus 2026 De contingentie van tolerantie (deel 1)
Aanslagen op Pride, de veroordeling van Salman Rushdies aanvaller en de vervolging van andersdenkenden leggen dezelfde blinde vlek bloot: godsdienstvrijheid gaat niet alleen over het recht op geloof, maar ook over het recht om niét te geloven, om anders te denken en dit te uiten. Vrijheid houdt zichzelf niet overeind; een liberale rechtsstaat moet haar actief verdedigen. Rechtsfilosoof Paul Cliteur wijst onder meer naar artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat drie rechten bundelt: het recht om een geloof te kiezen, het recht om het te belijden en het recht op apostasie. Ook artikel 19 over vrijheid van mening en meningsuiting moet in herinnering worden gebracht. Maar dat alles wordt vaak vergeten in de discussies. Tolerantie is geen natuurwet maar een keuze, en die keuze, dat recht, blijkt brozer dan we graag denken.
_Een blinde vlek
Er wordt veel gepraat over levensbeschouwelijke, religieuze diversiteit, maar veel minder over een groep die inmiddels overal ter wereld meetelt: mensen zonder geloof, andersgelovigen, vrijdenkers en humanisten. Bij godsdienstvrijheid denken we immers meestal aan het recht om te geloven, te bidden of samen te komen. Zelden aan het spiegelbeeld: het recht om niet te geloven, het recht ongebonden te zijn, vrij te denken, zichzelf te zijn, een geloof te verlaten of te bekritiseren. 
Toen het Pew Research Center in februari 2026 zijn Religious Diversity Index publiceerde, bleek de groep ‘nones’ in tal van landen allang geen randverschijnsel meer. In Singapore is een op de vijf inwoners ‘non-believer’. In Frankrijk staan christenen en niet-gelovigen bijna gelijk. In de Verenigde Staten is inmiddels bijna een derde van de bevolking zonder geloof, en in Zuid-Korea vormen niet-gelovigen met 48 procent zelfs de grootste groep van allemaal.
Een peiling van Gallup International uit 2025 bevestigt dat beeld. Wereldwijd identificeerde 55% van de respondenten zichzelf als religieus, terwijl 30% zei niet religieus te zijn en 10% zichzelf overtuigd atheïst noemde. Achter dat wereldgemiddelde schuilen grote regionale verschillen. In Afrika, de Arabische wereld en Zuid-Azië blijft religie sterk aanwezig in het persoonlijke en maatschappelijke leven. West-Europa komt naar voren als de meest seculiere regio: slechts 37% noemt zich religieus, 44% niet-religieus (het hoogste cijfer van alle regio's) en 14% atheïstisch. Hoewel de cijfers van Pew en Gallup niet één-op-één vergelijkbaar zijn, is de trend duidelijk.
Toch is die zichtbaarheid in cijfers iets fundamenteel anders dan zichtbaarheid in rechten. Pew meet bv. samenstelling, geen behandeling. Zodra je die vraag wél stelt – hoe wordt met deze groep omgegaan? – wordt het beeld ineens een stuk grimmiger. 
Dat is relevant. Wat gelijke rechten betreft, vertonen seculiere bevolkingsgroepen wereldwijd vergelijkbare tendensen, al verschillen de precieze cijfers per lokaal politiek klimaat. Regio's met een groter aandeel niet-gelovigen (Noord-Amerika, West-Europa, Latijns-Amerika en Australië) scoren in internationale enquêtes gemiddeld hoger op aanvaarding van holebi- en transrechten, reproductieve rechten en gendergelijkheid. Bovendien pleiten niet-gelovigen vrijwel overal voor een strikte scheiding tussen religie en staat en verzetten zij zich uitdrukkelijk tegen religieus nationalisme of wetgeving op basis van geloofsovertuigingen. Dat zegt niets over de opvattingen van elke individuele niet-gelovige in die regio's, maar het blijft een belangrijke vaststelling.
_België als buitenbeentje
Christenen vormen nog steeds de grootste religieuze groep in West-Europa, maar een groot deel van de bevolking is religieus niet verbonden (‘nones’). Deze groep bestaat uit atheïsten, agnosten en zij die zichzelf omschrijven als ‘niets in het bijzonder’. De groei van het aantal personen dat zich identificeert als religieus niet-gebonden in België, Nederland, Noorwegen en Zweden is opvallend. 
Het aandeel niet-gelovigen verschilt sterk per land: volgens de Pew-data van 2026 loopt dit in West-Europa uiteen van 48% in Nederland tot 15% in Ierland, Italië en Portugal. Een recent European Social Survey-rapport brengt aan het licht dat 59% van de respondenten in België opgaf ‘geen religie’ te belijden.  Beide bronnen hanteren echter andere vraagstellingen en meetmomenten. Pew peilt religieuze zelfidentificatie, ESS peilt het ontbreken van religieuze binding, waardoor de cijfers elkaar aanvullen maar niet één-op-één vergelijkbaar zijn.
Een belangrijke kanttekening is dat België niet alleen veel niet-gelovigen telt, maar die historisch gegroeide realiteit, die onttovering, ook institutioneel (grondwettelijke regeling kerk-staatverhouding, erkenning en financiering van seculiere organisaties) heeft verankerd. Atheïst, agnost, vrijdenker zijn, heeft er dus gewoon een plek aan dezelfde tafel. Geen marginaal verschijnsel maar iets wat vanzelfsprekend lijkt, tot je beseft hoe uitzonderlijk dat wereldwijd eigenlijk is.
In België zorgt, net zoals in buurlanden, de groeiende religieuze diversiteit, met vooral de islam en evangelische kerken in opmars, voor een grotere pluraliteit in het religieuze landschap naast de traditioneel dominante katholieke kerk, wat zich concretiseert in nieuwe gebedshuizen, verenigingen en identiteitsvorming bij jongere generaties. Mogelijke spanningspunten die hieruit evenwel kunnen voortvloeien zijn discussies over de scheiding van kerk en staat (bijvoorbeeld rond onderwijs, hoofddoeken of erkenning van gebedshuizen), integratie- en radicaliseringsvraagstukken, en soms polarisatie tussen seculiere, katholieke en nieuw-religieuze groepen in het publieke debat.
_Vrijheden kunnen krimpen
Het jaarrapport van Humanists International, dat een 200 landen doorlicht op hun behandeling van atheïsten, agnosten en vrijdenkers, tekent een somberder patroon. 
De stellers van het Freedom of Thought Report (Humanists International) presenteren hun rapport nadrukkelijk als een mensenrechteninventarisatie en niet als een sociologisch onderzoek naar de feitelijke ervaringen van alle niet-religieuze personen. De methodologie is gericht op het systematisch in kaart brengen van juridische en institutionele discriminatie. Deze beperkingen doen echter geen afbreuk aan de relevantie van het rapport als internationaal erkend referentiekader voor het vergelijken van wettelijke en beleidsmatige waarborgen voor de vrijheid van gedachte en levensovertuiging.
Het rapport brengt jaarlijks de wettelijke positie en discriminatie van humanisten, atheïsten en andere niet-religieuze mensen in kaart. Elk land wordt beoordeeld op vier thema's: grondwet en overheid, onderwijs en kinderrechten, familie en samenleving, en vrijheid van meningsuiting – telkens met aandacht voor de invloed van religie op wetgeving, onderwijs, familiezaken en de vrijheid van niet-gelovigen. De focus ligt vooral op officiële, juridische uitsluiting: bestraffing van atheïsme, wetten tegen geloofsafval of blasfemie, beperkingen op openbare functies, huwelijk of staatsburgerschap, en staatsvoordelen voor één religie. Sociale discriminatie komt ook aan bod, maar krijgt minder gewicht, waardoor informele uitsluiting eerder onderschat dan overschat wordt.
Wereldwijd noemt inmiddels zowat een derde van de mensheid zich niet-religieus of atheïstisch. Onderzoek (o.a. Pew, World Values Survey) brengt de groei van dit aandeel doorgaans in verband met stijgend onderwijsniveau en welvaart, al is de precieze causale relatie onderwerp van voortdurend debat.
Je zou verwachten dat de vrijheid van die groep meegroeit. Volgens het rapport van Humanists International gebeurt het tegenovergestelde: wereldwijd is de vrijheid (politieke rechten en burgerlijke vrijheden) al negentien jaar op rij aan het afnemen, een klimaat waarin ook niet-gelovigen kwetsbaarder worden.
De organisatie zelf wijst dit patroon toe aan opkomend autoritarisme en religieus-nationalistisch geïnspireerd denken, dat religie steeds vaker inzet als politiek wapen. 
De vormen verschillen sterk, maar volgen een herkenbaar patroon. In landen als Afghanistan, Iran, Saoedi-Arabië, Jemen, Mauritanië, Brunei, Qatar en de Malediven staat op het afzweren van de islam nog altijd de doodstraf. Elders wordt godslastering strafbaar gesteld, een wapen dat geregeld wordt ingezet tegen critici van religie. Weer andere staten sluiten niet-gelovigen impliciet buiten door burgerschap of identiteitspapieren te koppelen aan een religieuze verklaring, door organisaties de erkenning te weigeren, of door religieuze rechtbanken het monopolie te geven op huwelijk, echtscheiding en erfenis, zodat wie niet gelooft zich toch als gelovig moet voordoen om praktische zaken geregeld te krijgen.
De Georgisch-Orthodoxe Kerk in Georgië geniet via een in 2002 gesloten ‘Concordaat’ een unieke, grondwettelijk verankerde status: patriarchale onschendbaarheid, exclusief recht op legeraalmoezeniers, vrijstelling van militaire dienst voor geestelijken, staatssteun en reparatiebetalingen voor materiële en morele schade die tijdens de Sovjettijd is toegebracht, terwijl andere geloofsgemeenschappen die privileges missen. Onderzoek van Humanists International op basis van internationale enquêtedata laat zien dat negatieve houdingen tegenover atheïsten en niet-gelovigen in Georgië groter zijn dan tegenover enige andere religieuze groep. Opkomen voor humanistische waarden, waaronder mensenrechten en democratie, is in het land steeds moeilijker geworden.
En soms eindigt het in geweld. In Bangladesh werden tussen 2013 en 2018 meerdere seculiere bloggers vermoord. In Nigeria zat Mubarak Bala, voormalig voorzitter van de Nigeriaanse Humanistische Associatie, bijna vijf jaar (april 2020-januari 2025) vast en kreeg hij een gevangenisstraf voor ‘godslasterlijke’ berichten nadat hij de islam had afgezworen. Zijn straf werd later verminderd en hij kreeg nadien onderdak in Duitsland.
Het meest ongemakkelijke aan dit rapport is misschien wel dat het dagelijkse realiteit is. In Libanon zit sektarische verdeling zo diep in het politieke systeem verankerd dat andersgelovige burgers structureel buiten de vertegenwoordiging vallen. De meerderheid van de Libanese atheïsten voelt zich volgens een enquête uit 2021 onzichtbaar en bang voor de gevolgen van openlijkheid. In Maleisië hebben overheidsfunctionarissen publiekelijk opgeroepen atheïsten ‘op te sporen’, zonder dat daar enige wettelijke grond voor bestaat.
(wordt vervolgd)
Kwintessens
Alain Vannieuwenburg is ethicus en doctor in de interdisciplinaire studie van het recht. Hij is lid van een atelier dat de relatie overheid en levensbeschouwingen monitort en van de humanistische denktank Kwintessens.
_Alain Vannieuwenburg -
Meer van Alain Vannieuwenburg

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws