20 oktober 2026
Rechtse arbeidersklasse tegen linkse bourgeoisie/linkse bourgeoisie tegen rechtse arbeidersklasse?
De recente AfD-overwinning in Saksen-Anhalt herbekeken: waarom de links-rechts as als verklaring niet meer volstaat. Een gedachte-experiment met Philip Manows boek 'Spaltungslinien. Europas Parteiensysteme und die Dekonsolidierung des Nationalstaats' (C.H. Beck Verlag, München 2026), aangevuld met reacties te lezen in de Duitse en internationale pers.
_Deel 1: Van AfD-overwinning naar de nieuwe breuklijnen – voorbij de klassieke concepten
_AfD aan zet
Toen de AfD bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt (september 2026) een duidelijke overwinning behaalde – AfD 43,8% (+23%), CDU 17,2% (-19,9%), Die Linke 8,6% (-2,4%), FDP 2,6% (-3,8%), SPD 9,3% (+0,9%), Grüne 8,9% (+3%), BSW 5,3% – neigden velen naar een vertrouwde verklaring: misleide kiezers gezwicht voor populistisch gezwam. De cijfers zouden voor zich spreken: de winst van de AfD was ongezien, in Saksen-Anhalt stemde het gros van de arbeiders blijkbaar op de AfD, en slechts een deel op de SPD (dat echter stand wist te houden). De verkiezingen bevestigden ook een scherpe polarisatie: kiezers waren vrijwel uitsluitend vóór of expliciet tégen de AfD, en de gevestigde partijen wonnen hun zetels grotendeels dankzij tactisch stemgedrag om een AfD-premier te voorkomen.
De opmars van de AfD leek weinig te lijden onder een stroom problemen: een geheime bijeenkomst over massadeportatie van migranten, corruptiebeschuldigingen tegen Maximilian Krah, een boete voor Björn Höcke wegens een nazislogan en de classificatie van partijonderdelen als rechts-extremistisch door de Verfassungsschutz (de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst). AfD-kiezers vertrouwen, zo stelde men, immers vooral eigen mediakanalen, wantrouwen de mainstreamberichtgeving, en plaatsen hun partij bovendien zelf eerder in het politieke midden dan uiterst rechts. Opvallend was voor commentatoren ook de eerder warrige Rusland-vriendelijke koers.
Dat een partij meer dan 40% haalt, is in het Duitsland van vandaag eerder ongezien. Gert Pickel (Universiteit van Leipzig) benadrukte hoe een gevoel van collectieve achterstand in Oost-Duitsland vergeleken met West-Duitsland, gevoed door ervaringen van het recente verleden, zeker een rol speelde. Zijn stelling is dat de keuze voor de AfD in Oost-Duitsland ook verder reikt dan de klassieke kwesties die meestal gezien worden als leidend tot rechts-populistisch succes: de uitdaging om migranten te integreren, sluimerend antiwokisme en ontevredenheid over de huidige partijpolitiek. AfD-kiezers, zo bleek, tonen een grotere vervreemding van de politiek, meer specifiek van het Duitse partijsysteem.
De partij kon probleemloos putten uit het zich geslaagd toe-eigenen van een Oost-Duitse collectieve identiteit en gevoelens van ontbering. Werkloosheid – nu of in het verleden – bleek de belangrijkste voorspeller van een AfD-stem en de partij wint intussen ook vertrouwen op thema's die vroeger niet haar sterke kant waren, zoals economie en vrede en veiligheid.
De AfD van vandaag is sterk verankerd, en dit niet enkel in het voormalige Oost-Duitsland. Ze eist betere pensioenen, betere leefomstandigheden en correcte werkloosheidsuitkeringen. Sociaaleconomisch dus eerder links beleid, gecombineerd evenwel met een cultureel conservatieve, sterk migratiekritische koers. Er was dus wat meer aan de hand.
Politicoloog Philip Manow, verbonden aan de universiteiten van Bremen en Siegen, stelt dan ook dat je het politieke veld met de klassieke concepten, met het klassieke onderscheid tussen links en rechts, helemaal niet meer kunt begrijpen. Tijden van onrust zijn immers tijden waarin de klassieke concepten best tegen het licht worden gehouden. Manow triggert de nieuwsgierigheid en nodigt uit tot debat.
In de commentaren op zijn werk duikt nu en dan ook de waarschuwing op dat de zogenaamde ‘Brandmauer’ (het cordon sanitaire) averechts werkt: ze versterkt precies de band tussen de AfD en haar kiezers in plaats van die te breken. Nog een stelling die voor discussie zorgt.
_Nieuwe breuklijnen
Manow interpreteert deze nieuwe politieke situatie als het resultaat van de grondige omvorming van de meeste Europese partijen en als de reactie van de burgers daarop. Het ressentiment van de (Oost-Duitse) burgers is te lezen als een kritiek op de teloorgang van de natiestaat, die vroeger het niveau was waarop sociale belangen, verworvenheden en zekerheden werden gestructureerd. Links ijverde voor sociale bescherming, rechts was behoudsgezinder, de fronten waren duidelijk. En ook Europa duikt op in zijn analyse.
De Duitse eenmaking liep voor de bewoners van het voormalige Oost-Duitsland niet helemaal zoals gehoopt. Eenmaal de muur neergehaald en het feestgedruis achter de rug, kregen veel Oost-Duitsers bittere pillen te slikken: fabrieken die niet konden concurreren met de West-Duitse bedrijven sloten en de werkloosheid liep op, ondanks vele plannen en transferten.
Dat alles geeft de burger en vooral wie zijn leefomgeving en zekerheden ziet verdwijnen een wrang gevoel en soms heimwee. Zoals Duitslandkenner Jeroen Reygaert stelde: ‘Het oosten is nog altijd ouder, armer, werklozer dan het westen’. Er heerst een gevoel van achterstelling. De coronapandemie en het onbehagen ingevolge het gevoerde migratiebeleid kwam boven op dat reeds aanwezige gevoel van achterstelling.
Het wemelt op het internet dan ook niet toevallig van filmpjes die refereren aan DDR-producten. Is er sprake van een zekere DDR-nostalgie, een Ostalgie, dan kan worden gesteld dat deze niet langer het exclusieve terrein is van links, maar dat ze inmiddels ook rechts kleurt.
Voor de AfD hoe dan ook een kans om stemmen binnen te halen en te focussen op globalisering, migratie en de overheveling van macht naar supranationale instellingen waardoor de natiestaat haar traditionele belofte van sociale bescherming en tastbare democratie steeds minder kan waarmaken.
De overwinning van de AfD is een teken aan de wand dat de bestaande maatschappelijke afspraken, de ‘Spaltungslinien’ en politieke spelregels van het naoorlogse Duitsland, aldus Manow, worden herschreven. En dat is ook in andere Europese landen te merken.
_Winnaars en verliezers van de liberalisering
Manows kernpunt is dat de echte breuklijn in onze samenlevingen niet langer tussen links en rechts loopt, maar onder meer tussen winnaars en verliezers van decennia van economische en culturele liberalisering.
Wie profiteert van open grenzen en vrije markten, zoals hoger opgeleiden, wetenschappers, de stedelijke, hoogopgeleide en comfortabel levende elitaire middenklasse, verheft die openheid, die grenzeloosheid tot een na te streven culturele waarde en stemt links-liberaal. Wie daar niet van profiteert, zijn vaak de laagopgeleiden: zij die de druk van globalisering en flexibilisering aan den lijve ervaren. Toegepast op de AfD-resultaten gaat het om de werklozen, de arbeiders en de lagere sociale klassen in Oost-Duitsland. Zij ervaren die veranderde, letterlijk grenzeloze wereld heel anders: als een mogelijke bedreiging voor hun baan, hun gezin, hun regio en hun toekomst. De Duitse eenmaking zorgde er niet voor dat zij het konden ‘schaffen’. Precies daarom zien AfD-kiezers in Saksen-Anhalt partijen als CDU, SPD en zeker de Groenen niet als alternatief, maar als vertegenwoordigers van een liberaal-democratisch, Europees georiënteerd establishment waar zijzelf part noch deel aan hebben.
Manow verklaart deze omkering – vroeger stemde de arbeidersklasse links en de bourgeoisie rechts en vandaag is dat patroon dus net omgekeerd – nadrukkelijk niet enkel psychologisch, maar economisch. De stemkeuze van arbeiders voor rechts-populistische partijen is voor hem niet ‘dom’ of irrationeel, zoals vaak wordt beweerd door net diegenen die het meest profiteren van open grenzen en vrijhandel. De materiële basis van de vermeende ‘cultuurstrijd’ is voor hem het eigenlijke punt.
Voor Manow is het zo dat wie over populisme wil praten, maar niet over kapitalisme tegelijkertijd, in discussies meestal alleen met identiteitspolitiek bezig is en dan snel belandt midden in totaal onproductieve stigmatiserende debatten. Zoals hij stelt: ‘Vreemde mensen met vreemde houdingen volgen populisten, dus moeten we de slechte houdingen vervangen door goede, bijvoorbeeld door meer politieke educatie of verlichting’.
_Deel 2: Manows model van drie kampen en de vraag of het houdbaar is
Waar deel 1 de AfD-overwinning en de winnaars/verliezers-these behandelde, verlegt dit tweede deel de focus naar Manows analyse, zijn nieuwe matrix, zijn model van drie politieke kampen en de kritische kanttekeningen bij zijn stelling.
_Europa als deel van het conflict
Ook Europa komt in beeld als bron van het conflict. De EU staat voor een opening van zowel markten als identiteiten. Dat maakt haar sociaal-politiek liberaal/links (ze verdedigt individuele rechten en diversiteit), maar verdelingspolitiek rechts (als drukkend neoliberaal marktproject). De EU wordt door veel burgers gezien als de ultieme uiting van een systeem waarin de juridische macht de democratisch verkozenen, de politiek, versta de verkozen parlementen, buitenspel zet. Omdat er onder de pro-Europese elites decennialang een brede consensus bestond over die opening en het functioneren van de EU, was er nauwelijks politiek debat mogelijk op precies die as. Sinds het einde van de Koude Oorlog zette volgens Manow een toenemende juridisering van de politiek in. Dit proces perkte besluitvormingsprocessen in en zorgde op termijn voor spanningen.
Die ogenschijnlijke stabiliteit creëerde stilaan een opening voor nieuwe combinaties: sociaal-politiek rechts (tegen migratie, voor de natiestaat) gekoppeld aan verdelingspolitiek links (voor rechtvaardiger herverdeling en sociale bescherming). Manow stelt dat uit het protest tegen het supranationale project, uit de mobilisatie van degenen die het afwijzen om politieke, economische en sociale redenen, een nieuwe politieke positie ontstond in een bijzondere fusie.
Philip Manow is ervan overtuigd dat voor kiezers die bedenkingen hebben bij het Europese project en de verzwakking van de nationale soevereiniteit, het pro-Europese aanbod van de gevestigde partijen van links en rechts, die steeds identieker worden, niet aantrekkelijk meer is. Dat is precies de formule waarmee de AfD, maar ook andere partijen zoals het Rassemblement National, Orbáns Fidesz, de Oostenrijkse FPÖ hun electorale positie wisten te verstevigen.
De politieke markt is grondig herschikt en is versplinterd. Een figuur als Sahra Wagenknecht, met haar afsplitsing BSW (Bündnis Sahra Wagenknecht; Vernunft und Gerechtigkeit) uit de radicaal-linkse Die Linke, probeert precies datzelfde ontevreden electoraat aan te spreken met een links-populistisch, migratiekritisch programma, maar wordt vooralsnog niet gezien als een partij die de AfD electoraal kan overvleugelen. BSW combineert vrij vlot standpunten van radicaal links en radicaal rechts.
_Drie kampen, twee assen
Manow waarschuwt dat het dan ook simplistisch zou zijn om de politieke breuklijn louter te verklaren via de culturele scheidslijn tussen kosmopolitisme en communitarisme, tussen ‘Anywheres’ en ‘Somewheres’. Manow ziet de vorming van een nieuwe hoofdas van conflict tussen sociaal-politiek en distributief liberalisme aan de ene kant en sociaal-distributief illiberalisme aan de andere kant.
Hij stelt de gangbare tegenstelling tussen rechtse en linkse politieke krachten dus ter discussie en onderscheidt in plaats daarvan nieuwe kampen, opgebouwd rond twee kruisende assen: een verdelingspolitieke as (markt versus staat) en een maatschappijpolitieke as (wereldopen-liberaal versus illiberaal-nationaal).
Dat levert volgens Manow drie politieke kampen op: een rechts-populistisch kamp, economisch links/protectionistisch, cultureel rechts/illiberaal; een brede middenzone van traditionele centrumpartijen, economisch neoliberaal, cultureel liberaal/kosmopolitisch, georiënteerd op Europese integratie; een radicaal-linkse hoek, die het neoliberalisme als wortel van alle kwaad beschouwt.
Doordat deze assen zich bovendien zowel nationaal als op EU-niveau herschikken, ontstaat, volgens Manow, geen simpele tweedeling maar een matrix van mogelijke kampen, die het politieke landschap nog complexer maakt en soms onverwachte allianties mogelijk maakt. Er is nu bijvoorbeeld een maatschappelijk-én-verdelingspolitiek liberalisme enerzijds en maatschappelijk-én-verdelingspolitiek illiberalisme anderzijds.
Voor Manow is populisme iets dat de democratie zelf creëerde. De liberale democratie heeft haar eigen vijanden gecreëerd; het is een spookbeeld dat de liberale democratie zelf oproept. Hij lanceerde eerder reeds die uitdagende stelling. Hij ziet een verwording die aanvatte met de politieke omwentelingen van 1989/90 en het einde van de Koude Oorlog en focust hierbij onder meer op het feit dat gekozen parlementen in hun opdracht steeds vaker worden beperkt door constitutionele hoven en dat dit voor ressentiment zorgt.
_Openheid én bescherming samen
Hij verlegt de vraag nu van ‘wat drijft populisme aan’ naar ‘hoe herschikken de Europese partijstelsels zich’.
Nodig is een overtuigend verhaal over hoe openheid en bescherming opnieuw in balans gebracht kunnen worden, zodat de economische ongelijkheid die kiezers naar de AfD drijft wordt aangepakt, zonder de Europese opening zelf op te geven. Blijft dat verhaal uit, dan is de overwinning in Saksen-Anhalt volgens Manow geen incident, maar een voorbode van wat elders Europa nog te wachten staat.
Wat een verbod van de partij betreft, blijven experts zoals politicoloog Jan Philipp Thomeczek trouwens waarschuwen: een partijverbod zou het onderliggende ressentiment niet wegnemen en mogelijk zelfs meer kiezers richting de AfD drijven. Zij pleiten eerder voor politieke bestrijding via inhoudelijk debat, dan voor juridische uitsluiting.
_Kanttekening
De diagnose is uitdagend en deels verklarend. De traditionele breuklijnen doen het niet meer. Politieke concepten als democratie, populisme of links/rechts zijn voor Manow nooit op zichzelf staand, zijn nooit neutraal beschrijvend zijn, maar zijn altijd verweven met structuren, historische breukmomenten en – dit is Manows belangrijkste insteek – met onderliggende economische belangenverhoudingen.
Gert Pickel, in een poging tot synthese van de gehanteerde verklaringsmodellen voor het succes van de AfD zag drie insteken die afwisselend aan bod komen: de modernisering-verliezersthese (bepaalde groepen vallen uit de boot), de cultureel-backlashthese (verlies van de traditionele identiteit) en de politieke-vervreemdingsthese (wantrouwen).
Het essay van Manow vult dit aan en is te lezen als een intrigerende analyse van de hedendaagse politiek, waarin de klassieke tegenstelling tussen links en rechts plaatsmaakt voor een conflict langs kruisende culturele en economische breuklijnen, op zowel nationaal als Europees niveau. Manow verklaart de verstoring van het klassieke links-rechtsschema niet met morele of psychologische duiding van kiezers, maar met structurele, materiële en economische factoren en dit geeft stof voor discussie.
Verdere onderbouwing zal zijn stelling evenwel moeten bewijzen. Manows voorstelling van rechts als economisch links en protectionistisch, met een sterke nadruk op economische factoren, moet dus met dat voorbehoud gelezen en verder gevolgd worden. Of (om dit cru te stellen) Rechts dus het nieuwe economische Links is, moet worden gewogen. Het kiesprogramma van de AfD bevat vaak programmapunten (marktvisie, ondernemingsvriendelijkheid en fiscaal) die toelaten hierbij vraagtekens te zetten.
De partijhoofdkwartieren en hun respectievelijke studiediensten hebben alleszins werk op de plank. De burger rest vooral waakzaamheid.