• |
Kwintessens
Geschreven door Rutger Lazou
  • 602 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

23 juli 2020 Lost in Transition. Wat zijn we verschuldigd aan de verliezers van de klimaattransitie?
Een van de grootste uitdagingen waar de mensheid ooit voor stond, is de transitie naar een koolstofarme samenleving. Een reden waarom deze transitie met veel tegenstanders te kampen heeft, is dat ze voor veel partijen erg nadelige gevolgen kent. Vele producenten en consumenten zien hun plannen en investeringen in het water vallen als de klimaattransitie wordt gerealiseerd. Terwijl er veel aandacht uitgaat naar de partijen die baat hebben bij deze transitie, worden de verliezers van de klimaattransitie vaak over het hoofd gezien. Ze blijven teleurgesteld achter, 'lost in transition'. Hebben zij recht op enige vorm van compensatie, bijstand of verontschuldigingen? Wat zijn hun onvervulde verwachtingen waard?
God mag dan volgens sommigen wel de best mogelijke der werelden hebben geschapen, er is toch nog wat werk aan de winkel. Er is geen natuurwet die geluk of rechtvaardigheid verzekert. Om een 'aards paradijs' te creëren – of om op zijn minst een zo goed mogelijke plek van deze wereld te maken – moeten we zelf de handen uit de mouwen steken. Soms moeten we de wereld of de manier waarop we leven drastisch veranderen en een ware transitie ontketenen.
Een voorbeeld uit het verleden van een grootschalige transitie naar een betere en rechtvaardigere wereld is de transitie naar anti-apartheid. Apartheid was een systeem van rassensegregatie dat gehanteerd werd in Zuid-Afrika en de dominantie garandeerde van blanke Zuid-Afrikanen. Het systeem werd ingesteld in 1948. Elf jaar later trachtte de Boycott Movement, later hernoemd als Anti-Apartheid Movement, apartheid af te schaffen. Consumenten werden aangemoedigd geen Zuid-Afrikaanse producten meer te kopen. Met de steun van de Verenigde Naties werd een internationale boycot opgezet. Studentenprotesten, bezettingen van gebouwen en hongerstakingen zetten druk op instituties om te desinvesteren in bedrijven die zaken deden in Zuid-Afrika. In 1994 kwam er een einde aan apartheid, toen Nelson Mandela verkozen werd als president na de eerste democratische verkiezingen. Een ander voorbeeld vinden we in de tabaksindustrie. Die kende een grote achteruitgang toen halverwege de vorige eeuw de gevaren van tabaksgebruik bekend raakten. Sensibilisering, alternatieven zoals nicotinepleisters, nicotinekauwgom of vapers, het aanbieden van hulp om te stoppen met roken, waarschuwingen over de gevaren, verbod op reclame, verhoogde taksen, desinvestering enzovoort deden de waarde van tabaksbedrijven kelderen.
Een van de grootste transities waar de mensheid op dit moment voor staat en waarop ik nu wil focussen, is de overgang naar een koolstofarme samenleving. Net zoals de tabaksindustrie werd geconfronteerd met de gevolgen van tabaksgebruik, kijkt de wereld nu aan tegen de gevolgen van CO2-uitstoot en de klimaatopwarming: extreme weersomstandigheden, verwoeste habitats, hogere zeespiegelniveaus, droogte, mislukte oogsten, hittegolven, meer kans op ziektes enzovoort. Terwijl men vroeger bezorgd was over de schaarste van fossiele brandstoffen (olie in het bijzonder), moet nu twee derde van de beschikbare fossiele brandstoffen in de grond blijven om klimaatopwarming ten opzichte van pre-industriële niveaus onder de 2°C te houden. De vraag is nu hoe we moeten omgaan met die omwenteling.
De overgang naar een koolstofarme samenleving leidt tot grote verliezen voor verscheidene partijen. Vandaar dat, ondanks de onbetwistbare wetenschappelijke consensus, sommigen de gevaren van de klimaatopwarming ontkennen, of toch ten minste de menselijke verantwoordelijkheid ervoor. De verliezers van de transitie naar een klimaatvriendelijke wereld zijn talrijk. Vele staten en bedrijven die steenkool-, olie- of gasreserves bezitten, maakten reeds plannen en investeringen om reserves op te graven en om nieuwe exploraties te verrichten. Ook industrieën die de reserves transporteren en verwerken en ook de potentiële gebruikers van deze energiebronnen bijten in het zand. De vraag rijst wat we hen verschuldigd zijn. Hebben deze partijen recht op compensatie, extra tijd om zich aan te passen, verontschuldigingen of een andere vorm van bijstand? Dit is niet louter een kwestie van rechtvaardigheid. Een duidelijk antwoord kan de politieke besluitvorming vooruithelpen en bijdragen aan het slagen van de transitie.
Het beschermen van de oorspronkelijke positie van deze partijen heet 'grandfathering'. De term werd voor het eerst gebruikt in de negentiende eeuw na de Amerikaanse burgeroorlog. Het was toen niet langer toegelaten voor zuidelijke Amerikaanse staten om zwarte mensen te gebruiken als slaven. Als reactie voerden deze staten de Jim Crow laws in, een lokale wetgeving die de voormalige racistische structuur trachtte te beschermen. Geletterdheid en het bezit van bepaalde eigendommen waren nu voorwaarden om te kunnen gaan stemmen, zodat zwarten werden gediscrimineerd. Gezien deze voorwaarden echter ook ongeletterde en arme blanken uitsloten, werden uitzonderingen gemaakt voor mensen wiens voorouders, hun 'grootvaders', stemrecht hadden. Ondanks de racistische origine van de term, wordt grandfathering heel vaak als legitiem beschouwd. Denk aan pensioenregelingen – nu we het toch over grootvaders hebben. Door economische of demografische veranderingen is het soms noodzakelijk om pensioenregelingen aan te passen, bijvoorbeeld door de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen. Heel vaak voert de overheid tegelijkertijd een vorm van grandfathering in, door de oude regeling te laten gelden voor mensen die al met pensioen waren of bijna met pensioen konden gaan.
Ook sommige verliezers van de klimaattransitie eisen een regeling die hun oorspronkelijke positie beschermt. Bij het sluiten van steenkool- en bruinkoolcentrales voorzag de Duitse regering dit jaar 4,35 miljard euro aan compensatie voor de exploitanten van deze centrales. Eerder dan morele overwegingen lijkt vooral angst voor protest hier mee te spelen. Een ander voorbeeld vinden we in Noorwegen, waar het parlement besliste om zijn financiële steun in te trekken voor olie-exploraties in de Lofoten-eilanden in de Arctische Oceaan. Hierbij werden geen compensaties of bijstand geboden. De Norwegian Oil and Gas Association protesteerde: 'De hele industrie is verrast en teleurgesteld. Het parlement gaf ons niet de voorspelbaarheid waarvan wij afhangen'. Ook op mondiaal niveau claimen ontwikkelde landen, die als hoofdverantwoordelijken worden gezien voor het verminderen van uitstoot omwille van hun grote historische voetafdruk en/of hun grotere mogelijkheden, dat zij recht hebben op een groter deel van het resterende budget omwille van de verwachtingen die ze gecreëerd hebben. Op individueel niveau, tot slot, vinden veel mensen het onrechtvaardig dat ze bijvoorbeeld, tegen hun verwachtingen in, niet in lage-emissiezones mogen rijden als hun auto te veel uitstoot. Hebben deze mensen een punt? Geldt dat ook voor de andere genoemde partijen?
Het hebben van betrouwbare verwachtingen is van groot belang in het leven. Verwachtingen helpen ons bij het maken van plannen en het realiseren van doelen. Dat betekent niet dat we ieders verwachting zomaar moeten vervullen. Dat zou onbegonnen werk zijn. Wel moeten we vermijden om valse verwachtingen te creëren. Door iemand met een valse verwachting op te zadelen, schaden we die persoon: die verwachting kan immers leiden tot het maken van nutteloze plannen en investeringen, kosten die deze persoon anders niet zou hebben gehad. Om de transitie naar een koolstofarme economie rechtvaardig te laten verlopen, moeten we dus de juiste verwachtingen scheppen en als dat in het verleden niet gedaan werd, is er compensatie nodig.
De autobestuurders die de stad niet meer in mogen, kunnen claimen dat de staat verantwoordelijk is voor hun onjuiste verwachting. Het gebrek aan waarschuwingen of een consistent en transparant klimaatbeleid kan hun verwachting legitimeren. De Noorse oliebedrijven kunnen op een soortgelijke manier hun staat aanklagen. Staten zijn immers machtige structuren en hebben veel controle over de wetgeving die ze opleggen. Als bepaalde regelgevingen al decennialang van kracht zijn en er geen signalen voor verandering kwamen, is het een legitieme verwachting van individuen en bedrijven dat deze regelgevingen ook in de nabije toekomst blijven gelden.
Voor ontwikkelde landen die meer emissierechten of compensatie willen, houdt het argument minder steek. Staten die grote verliezen lijden door de transitie naar een klimaatvriendelijke wereld kunnen minder makkelijk claimen dat ze met valse verwachtingen werden opgezadeld. Wie zou dit immers kunnen hebben gedaan? Op internationaal niveau ontbreekt een sterk gecentraliseerd regelgevend orgaan. De regelgevende instellingen van de Europese Unie en de Verenigde Naties zijn relatief zwak in vergelijking met de regelgevende macht van staten. Verwachtingen over toekomstige klimaatregelgevingen of de afwezigheid ervan kunnen niet worden gelegitimeerd op basis van eerdere handelingen door de EU of VN. Daarnaast kunnen staten, meer dan individuen of bedrijven, verondersteld worden om de gevaren van de klimaatopwarming en de noodzaak van een transitie onderzocht te hebben. De gevaren van klimaatverandering zijn immers al bekend sinds 1990. Deze verliezers van de klimaattransitie hebben hun verliezen dus vooral aan zichzelf te danken.
Om de broodnodige klimaat- en andere transities op een rechtvaardige en succesvolle manier te voltooien, is het belangrijk om ook aandacht te hebben voor de verliezers van deze transities. Velen onder hen claimen recht te hebben op compensatie voor hun verliezen of extra tijd om zich aan te passen. De 'legitieme verwachtingen' van deze partijen zijn een mogelijke piste om deze claims te onderbouwen, maar men kan ze niet te pas en te onpas gebruiken. In sommige gevallen zijn de verwachtingen van deze partijen inderdaad legitiem, in andere gevallen zijn ze vooral zelf verantwoordelijk voor hun onvervulde verwachtingen en de bijbehorende verliezen.
Kwintessens
Rutger Lazou studeerde moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij werkte als leerkracht niet-confessionele zedenleer en filosofie en is auteur van 'De toekomst van de kat: over vraagstukken waar katten ons voor plaatsen'. Momenteel doctoreert hij aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk) met een onderzoek over wie de kosten moet dragen van de transitie naar een koolstofarme economie.
_Rutger Lazou -
Meer van Rutger Lazou

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws