Kwintessens
Geschreven door Gustaaf Cornelis
  • 1215 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

8 december 2020 Wat is dat nu toch met die obsessie voor Kerstmis?
Heel wat vrijzinnigen en christenen – al dan niet kerkgangers – vinden elkaar op 24 december om Kerstmis te vieren. En als het niet op 24 december is, dan doen ze het wel ergens in de week tussen 21 en 30 december, want op 31 gaat het uiteraard niet: dan is het immers oudjaar dat moet en zal gevierd worden — cumuleren van feesten kan enkel met verjaardagen. Meerdere kerstfeesten kan ook: kwestie van sommige feestvierders uit elkaar te houden of omdat enkelen gewoonweg het recht opeisen een kerstfeest te mogen organiseren. Uitwijken naar eerste en tweede kerstdag kan nog net. Toch is het niet helemaal hetzelfde – vandaar frustratie bij gastheren/vrouwen die zich dan tweede of derde keuze vinden (daarom bedenken families roulatiesystemen) – maar het is nog steeds beter dan Kerstmis slechts één keertje te vieren. Dat men gedurende het tiendaagse kerstmisvenster dezelfde mensen tegenkomt en dezelfde reisverhalen aanhoort – dit jaar zal het eerder gaan over de oorzaken dat men als gemiddelde Vlaming niet drie keer op reis kon – deert hen niet.
_Onaantastbare kerst
Kerstmis moet wel een heel erg belangrijk feest zijn, want één op de drie Vlamingen drukt de intentie uit om, tegen het advies van politiek en wetenschap in, dit jaar met meer dan het gezin en het éne uitverkoren knuffelcontact ongemaskerd en tegen elkaar aan zich in de nabijheid van een al dan niet artificiële kerstboom te scharen (VRT, 19/11). De ster of piek of strik of maan bovenaan kan een indicatie zijn van de geloofsovertuiging van het gezinshoofd, of van een overleden familielid dat jaren geleden om god-weet-welke-reden het kleinood heeft aangekocht, of het kwam gewoon bij de kant-en-klaar-boom uit het doe-het-dan-toch-niet-helemaal-zelf-centrum mee.
_De rol van god
Volgens Ludo Abicht stellen enkele honderden Antwerpse joden alvast de wet van hun god boven corona (De Morgen, 27/11). Dit handvol joden alleen verklaart natuurlijk niet waarom één op de drie Vlamingen omwille van een ongebonden kerstgebeuren de noodkreet van de ziekenzorg straal negeert. Gegeven dat België behoort tot de minst religieuze landen ter wereld – 56% noemt zich niet-religieus (De Morgen, 2015) – vermoed ik dat niet enkel godvrezenden wars zijn van de zinnige en beschermende coronamaatregelen. Wat kan er dan zo belangrijk zijn voor goddelozen aan kerst-20 om een dermate groot risico te lopen bij te dragen aan een derde golf van COVID-19 op het moment dat studenten zich aan het voorbereiden zijn op de eerste zittijd, de horeca op sterven na dood is en de zorg – vermoeid en smekend – compleet op de knieën zit? Wat stellen goddelozen boven de coronamaatregelen?
_De rol van iets anders
Ik heb geen idee wat vrijzinnigen te vieren zouden kunnen hebben in het kader van kerst-20 en al zeker niet waarom dat per se moet op 24 december (kerstavond, want Kerstmis is eigenlijk op 25 december). Laat ik toch enkele redenen bedenken. (1) We vieren de terugkomst van het licht. (2) We stelen het feest en de kerstboom terug van de christenen. (3) Kerstmis is een familiefeest. (4) We durven geen neen zeggen tegen ons moeder. (5) Het interesseert ons in het geheel niet maar gaan toch omdat we willen tonen dat we geïnteresseerd zijn in de familieleden waarvan we 75% enkel zien in de context van Kerstmis. (6) We hebben nog geen alternatief kunnen bedenken voor cadeautjes (zoals het lentefeest voor het communiefeest). (7) We zijn agnosten en nemen het zekere voor het onzekere (maar de middernachtmis is er te veel aan). (8) Ze zullen ons niet temmen. We steken in het bijzonder dit jaar met Kerstmis een middenvinger op naar de politiek.
_Nader bekeken
(1) 'We vieren de terugkomst van het licht'.  Eigenlijk hoor je dat te doen (dit jaar) op 21 december. Natuurlijk, Jezus Christus, de Messias, is het Licht (kort door de bocht, maar we gaan er hier geen theologische discussie van maken). Draai of keer het zoals je wilt, maar Kerstmis betreft de geboorte van Jezus, de Nazarener, geboren uit Maria (Jozef als de vader zien is problematisch voor het geloof). Als je uitbundig wilt doen over de winterzonnewende, organiseer dan een joelfeest en noem het zo. Bovendien doe je dat buiten en is er minder risico om bij te dragen aan de verspreiding van COVID-19.

 (2) 'We stelen het feest en de kerstboom terug van de christenen; ons Kerstmis is ouder dan Kerstmis.' De kerk koos ervoor de geboorte van Christus te koppelen aan een heidense traditie: vieren van het licht. Los daarvan vonden de christenen het vereren van bomen maar niks: in de periode van de winterzonnewende haalden de Germanen twijgjes van de eik binnenshuis om te versieren; een traditie die verloren ging tijdens de middeleeuwen, vooral omdat de christenen boomvereringen wilden uitroeien. Vanaf de 17de eeuw sleepten gelovige Elzassers sparren binnen (geen idee waarom, want de Germaanse praktijk bestond niet meer); zo ontstond een nieuwe gewoonte die zich al gauw over het protestantse Noorden verspreidde (Het Laatste Nieuws, 12/12/2012): de kerstboom was geboren. Nee, de kerstboom is niet heidens. Een beetje vreemd om omwille van ideologische redenen het risico te lopen met een superverspreider in aanraking te komen.

 (3) 'Kerstmis is een familiefeest.' Het is vooral een verplicht familiefeest (voor mij een pleonasme), tenzij je altruïst bent. Merkwaardig toch dat vrijzinnigen een godsdienstig geïnspireerd feest overnemen van een religie die bol staat van dogma’s omdat men zich op één of andere wijze gedwongen voelt. Geen vrijheid van denken dus. Een familiefeest: een samenkomst van mensen met een bloedband die er niet voor hebben gekozen om samen te komen. Uiteraard, sommige familieleden zijn leuk. Waarom kom je daar dan niet op een ander moment mee samen? Dan laat je ook niet één gezin opdraaien voor alle kosten. Het is ook gunstiger voor de trommelvliezen (minder mensen, minder lawaai). En het biedt ook coronavoordelen: je (sympathieke) familieleden ontvangen in groepjes van twee volwassenen plus (mogelijk coronapositieve, maar maskernegatieve) kinderen.

 (4) 'We durven geen neen zeggen tegen ons moeder.' Word volwassen.
(5) 'Het interesseert ons in het geheel niet maar gaan toch omdat we willen tonen dat we geïnteresseerd zijn in de familie.' Vijfenzeventig procent van de familieleden tot de vierde graad zie je in de context van Kerstmis en/of overlijdens en desgevallend erfenissen. Eenmaal per jaar moet je dan toch aangeven hen ook eens écht te willen zien. Op Kerstmis ontmoet je ook de nieuwe familieleden: de baby’s (aan wiens babyborrel je kon ontsnappen) en de nieuwe vriendjes en vriendinnetjes van de neven, nichten, gescheiden broers en zussen. Voor de nieuwelingen is Kerstmis spitsroeden lopen. De verloofden hebben de initiatie het jaar voordien gehad en genieten van de wijze waarop nu anderen eens aan de tand worden gevoeld door de nonkel-ondervrager van dienst. Een beschamend toneelstuk dat zeker in coronatijden geen publiek behoeft.
(6) 'We hebben nog geen alternatief kunnen bedenken voor cadeautjes.' Onmiddellijk voorafgaand aan Kerstmis zijn het hoogdagen voor de kleinhandel. Doorheen het jaar zijn er nochtans al heel wat dagen dat we elkaar geschenkjes kunnen geven: verjaardagen, religieuze initiatiedagen, huwelijken, Sinterklaas, nieuwe woonst, nieuwe job, nieuw kind, Valentijn, Pasen. Maar meestal is het eenrichtingsverkeer en je moet tot een volgende gelegenheid wachten om ook eens iets te krijgen. Kerstmis is een bijzonder cadeautjesfeest: iedereen krijgt dan cadeautjes en in sommige families zelfs precies evenveel. Waarom geven we elkaar eigenlijk cadeautjes? Ik baseer me op Elchardus et al. (2014). Het geven van een geschenk betekent dat je iemand belangrijk vindt; een geschenk ontvangen betekent dat iemand jou belangrijk vindt. In theorie, want schijn bedriegt soms. Wel is het zo dat hoe groter het belang van de persoon is voor de schenker, hoe belangrijker en/of persoonlijker en/of origineler het geschenk moet zijn (principe van proportionaliteit). De geïnvesteerde tijd, samen met de moeite die de schenker zich heeft getroost, alsook de gevoelens die gepaard gaan met het vinden, maken, geven en ontvangen, bepalen dikwijls meer dan de financiële waarde het belang van het geschenk. Omgekeerd moet elke schenker ook ontvanger zijn (principe van reciprociteit): de schenker moet gewaardeerd worden. Heel wat families vangen dat op door geschenkuitwisseling bij het kerstfeest, maar velen komen als 'secret Santa' erachter dat familieleden geen hartsvrienden zijn voor wie je weet wat te kunnen kopen en heel wat ervaren het collectief gedragen kerstgeschenkensysteem – in welke vorm ook – als een noodzakelijk kwaad. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de geschenkenuitwisseling (dikwijls met de restrictie: 'het mag niet meer dan € 10 zijn') een verplicht nummertje is geworden. We hebben de regels geïnternaliseerd omdat we ze met meerderen delen. Kinderen en instromende familieleden worden gesocialiseerd: de kinderharten gaan bij het verschijnen van de kerstboom in de huiskamer pavloviaans sneller slaan, terwijl nieuwelingen hopen op een vlotte integratie, zich snel in de traditie inschrijven en – voor ze het goed en wel weten – geen weg terug zien. Maar het proces biedt ook voordelen: de principes van proportionaliteit en reciprociteit verbinden de familieleden, ze versterken het gesloten netwerk, en houden de familie bij elkaar. Klinkt artificieel, opportunistisch, verplichtend? Als vrijzinnig humanist heb ik daar een probleem mee. De commercialisering van Kerstmis maakt het de schaapjes (in afwachting van de Goede Herder) nog moeilijker. In een cultuur waar het geven van geschenken een manier is om via regels de familiale banden te bevestigen, zwengelt de handelaar de overconsumptie kunstmatig aan om de kopers aan te zetten tot kerstaankopen, wat resulteert in een ware bezetenheid. Het kerstfeest vertoont kenmerken van de 'potlatch': stambijeenkomsten waarbij rivalen elkaar de loef trachten af te snoepen door zo veel mogelijk verspilzucht te tonen. De geest van Kerstmis? Door deelname aan het kerstfeest en de geïmpliceerde geschenkenregeling maak je een keuze. Geef je graag, doe dit dan het ganse jaar door. Uit vrije wil.
(7) 'We zijn agnosten en nemen het zekere voor het onzekere (maar de middernachtmis is er te veel aan).' Als er twijfel bestaat over het bestaan van god, hoef je niet te twijfelen aan de adviezen van de wetenschapsmensen omtrent kerst-20 en COVID-19. Wegblijven van de middernachtmis is, zeker in de gegeven context, een wijze keuze; de gezangen zijn mooi, maar die kun je ook downloaden.

 
(8) 'Ze zullen ons niet temmen. We steken in het bijzonder dit jaar met Kerstmis een middenvinger op naar de politiek.' Zouden er mensen zijn die kerst-20 politiek aanwenden? Laat me hopen van niet, maar met domme anarchisten (geen pleonasme) weet je maar nooit. Als men gaat om bovengenoemde redenen dan volgt ook noodzakelijk deze conclusie: men negeert de wetenschappelijke feiten die een kerstfeest ontraden. En men lacht de ziekenzorg in het gezicht uit.
_Eo quia absurdum
'Ik ga omdat het absurd is.' Knipogend naar Tertullianus wil ik stellen dat, alles wel beschouwd, kerst-20 absurd is. Het is een zuivere geloofskwestie. Je gelooft dat er iets te vieren valt, je gelooft dat je iemand blij maakt met je onpersoonlijke cadeautje, je gelooft dat COVID-19 de familieleden niet zal treffen – je ként hen toch? Dus spring je naar het kerstgebeuren. Maar als het een zuivere geloofskwestie is, hoe kan een vrijzinnig humanist daaraan deelnemen?
_Referentie
Elchardus, M., Spruyt, B. & Vanroelen, C. (2014:2). Sociologie. Pearson Benelux.
Kwintessens
Gustaaf Cornelis is hoogleraar wijsbegeerte en moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, doceert tevens aan de Universiteit Antwerpen en verdiept zich in wetenschapsethiek.
_Gustaaf Cornelis Lerarenopleider Vrije Universiteit Brussel
Meer van Gustaaf Cornelis

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws