Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 568 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

6 mei 2022 Redt Afrikaans de neerlandistiek?
De rondzingende vraag of de studie van de Nederlandse taal- en letterkunde kan worden gered, gaat uit van de vooronderstelling dat de neerlandistiek in nood verkeert. Over die kwestie is de afgelopen jaren veel inkt gevloeid. Meningen zijn verdeeld. De goegemeente, zo verneem ik, raakt verveeld door de litanie van klaagzangen of zelfbewuste apologieën. Het vakgebied bloeit en zwelt als een boomgaard in juli, om Hugo Claus’ beroemde 'Ik schrijf je neer' weer eens boven te halen. Tezelfdertijd is het onderwijs Nederlands tanend en spreken we inmiddels op de middelbare school over een knelpuntberoep. Het studiegebied floreert in al zijn benaderingen en onderzoekparadigma's, disciplinair en interdisciplinair. Maar de universitaire taalrichtingen, bij uitbreiding het schoolvak Nederlands, zitten op hun bloedende tandvlees. Er zijn nog meer signalen die mij zorgen baren, met name de organisatie van de opleiding Nederlands aan Vlaamse universiteiten. Besparingen hakken rücksichtsloos in op personeelsomkadering. We hebben al raden en platformen zien ontstaan voor talenonderwijs en voor het Nederlands in het bijzonder. Wellicht is het nog te vroeg om te zien hoeveel zoden hiermee aan de dijk worden gezet. Overigens niet alleen over het Nederlands als wetenschapstaal, als studierichting aan onze universiteiten en hogescholen, valt te mopperen. Talenrichtingen krijgen klappen, niet sinds gisteren. Humane wetenschappers vertonen de onhebbelijkheid zich vanuit een bijna chronische egelstelling te moeten verdedigen.
Maar er moet niet alleen worden geklaagd. De studie van talen is de beste richting die je aan een universiteit kunt kiezen: je wordt behalve slimmer ook een communicatief ingesteld persoon, kritisch, bij machte om zich genuanceerd en eloquent uit te drukken. Je verwerft de competentie om verwondering pregnant onder woorden te brengen, met overtuiging te spreken en teksten zorgvuldig te doorgronden. De kunst van het zich kunnen verplaatsen in andere perspectieven is ook zo'n belangrijk winstpunt van een talenstudie. Je leert niet alleen een taal maar ook de ingebedde denkbeelden die cultureel en maatschappelijk bepaald zijn en ons feitelijk doen spreken zoals we gebekt zijn. In een op kennis en communicatie gerichte maatschappij is dit zonder meer aanzienlijke winst.
Over oorzaak en gevolg van een stelselmatig afnemende belangstelling voor het Nederlands aan universiteiten in de Lage Landen spreek ik mij hier verder niet uit. Zoals vele collega's deed ik dat al elders. Het gaat over een complex van factoren en al dan niet causale verbanden. In Knack heeft Ann Peuteman er de voorbije weken een tweedelige reportage aan gewijd. Waarover ik mij in dit stuk wel uitspreek, is de manier waarop we de (letterkundige) neerlandistiek een opstoot kunnen geven in de wriemelende vaart der volkeren. Dat wil zeggen, door resoluut te kiezen voor een meertalig verband, letterkunde als deel van ruimere cultuurkunde en transdisciplinair gesprek. Indien het Nederlands als academisch onderzoeksobject maatschappelijk te maken krijgt met onverschilligheid, bijvoorbeeld omdat sinds geruime tijd prestigeverlies van het Nederlands als cultuurtaal een voldongen feit is, moeten we er misschien aan denken de studie doelbewuster in een internationale context te plaatsen, contrastief, in globaal perspectief. Organisaties, zoals vakgroepen, die zoals in de negentiende eeuw uitgaan van (nationale) talen, natie en specifieke concepten van cultuur, botsen tegen hun limieten aan in een globaliserende wereld van veeltaligheid, pluriformiteit en multicultureel denken en handelen.
Recent las ik dat collega's in Zagreb in een module Nederlandse taal- en cultuurkunde resoluut kiezen voor het Afrikaans, naast een gecreoliseerde Afrikataal met tal van variëteiten ook historisch gesproken verwant aan het Nederlands. In het orgaan van het Algemeen-Nederlands Verbond, Neerlandia (2022/1), stellen de docenten: 'je [kunt] je via het Nederlands makkelijk […] verdiepen in de cultureel-historische erfenis van het Afrikaans in Zuid-Afrika. Door de integratie van het Afrikaans in het curriculum […] hopen we een brug te slaan tussen de twee taalgebieden en de horizon van de universitaire neerlandistiek te verbreden alsook het imago van het Nederlands als een wereldtaal te verstevigen.' Bij wijze van boutade kun je tezelfdertijd stellen dat met de keuze voor het Afrikaans de Nederlandse taal- en letterkunde een verrijkend perspectief wordt aangereikt, een verbredende dimensie geboden: we maken de wereld groter voor onze studenten. Het is onze taak de 'prismatische schittering' en dus de veelkantigheid van de wereld te laten zien, hen in een verkennend avontuur zowel wetenschappelijk als bijvoorbeeld esthetisch op sleeptouw te nemen, met studenten de verwondering te delen en daarvoor een taal te scheppen, naar zienswijzen te peilen en vooral te luisteren naar ideeën over de schoonheid en de troost, cultuur en maatschappij. En bref: studenten Nederlands krijgen door het Afrikaans makkelijk toegang tot een andere wereld, taal en literatuur in een van de Lage Landen verschillende maatschappelijke, culturele en politieke context.
Jongeren zijn geïnteresseerd in Nederlands, zoveel is zeker, maar niet zoals het onderwijs vandaag wordt aangeboden. De interesse geldt naar mijn oordeel een mondiale kijk op het Nederlands, vandaag en gisteren. Een meer transdisciplinaire benadering, een multicultiopvatting van neerlandistiek, Nederlands in contrast en contact. Er zijn vele nog onbetreden paden. De actuele kwestie van dekolonisatie kan in een vergelijkend perspectief op interessante manieren worden aangekaart, zeker met betrekking tot Zuid-Afrika. In contact met andere talen en (literaire) culturen, ook op andere continenten, ondergaan het Nederlands en hardnekkige westerse culturele denkbeelden niet minder dan een gedaanteverwisseling. Of wellicht beter: taal en cultuur op andere plekken, zoals betreffende het Nederlands, in (post)koloniale en dekoloniserende samenlevingen, staan ons toe andere verhalen te vertellen dan wat de eurocentrische kijk voorschrijft. Deze ongekende rijkdom van het Nederlands in de wereld en de daarbij horende cultureel ingebedde diverse wereldbeelden verdienen ruimere belangstelling aan onze universiteiten. Niet dat we hierdoor meteen méér diploma's zullen afleveren of de (financiële) toekomst van de taalrichting veiligstellen. Het is geen kwestie meer van een inclusieve keuze maken. De realiteit slaat ons in het gezicht zodat we alle kleuren van de regenboog moeten zien.
Wanneer voor adolescenten, opgroeiend in een cultureel diverse en meertalige gemeenschap, in een wereld van kleuren, de blik naar buiten is gericht (geografisch en cultureel), kan de neerlandistiek als verrijkend universitair studiegebied, bij uitbreiding het schoolvak Nederlands, niet in een regionale kramp blijven zitten of louter eurocentrisch worden benaderd. Het is aan ons, de leerkrachten en schooldirecties, docenten en opleidingsverantwoordelijken, om de verdiepende kloof tussen de veelzijdigheid van het studiedomein én de studierichtingen op school en aan hogeronderwijsinstellingen te vertalen in meer bijdetijds onderwijs. Met meer ambitie, vanuit breder perspectief, inclusief en divers. In beleidsdocumenten en onderwijsevaluaties lees ik ze vaak, in vergaderingen hoor ik ze te frequent om nog geloofwaardig te zijn. In de werkelijkheid blijven ze doorgaans dode letter. Laten we ruimer denken, zonder daarom per se onszelf, bepaalde tradities of het particuliere vakgebied te verloochenen.
Kwintessens
Yves T'Sjoen (°1966) is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) en voorzitter van het Arkcomité van het Vrije Woord.
_Yves T'Sjoen -
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws