Kwintessens
Geschreven door Karel D'huyvetters
  • 613 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 oktober 2022 … en de Heilige Geest?
Onlangs vroeg een medelid van onze afdeling van het Humanistisch Verbond me tijdens een bijeenkomst wie of wat eigenlijk de Heilige Geest is. Ze weet dat ik katholiek ben opgevoed en mijn hele loopbaan in (zeer) katholieke kringen heb doorgebracht. Haar voor mij enigszins verrassende maar zeer terechte vraag herinnerde me eraan dat er wel degelijk mensen zijn die anders opgevoed zijn en niet op de hoogte zijn van zelfs de belangrijkste dogma's van de katholieke leer. Maar meteen besefte ik dat zij daarin niet verschilt van bijna alle gelovigen: ook die hebben immers geen idee van wie de Heilige Geest is. Meer nog: ondanks mijn aanzienlijke vertrouwdheid met de gewoonten, gebruiken en de inhoud van het katholiek geloof, heb ik zelf ook maar een heel vaag idee van die Heilige Geest. Hoewel gelovigen die dagelijks aanroepen in het kruisteken: in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen, is die derde persoon voor iedereen een grote onbekende. De Kerk doet overigens al heel lang geen enkele moeite meer om daarin verandering te brengen. Men verkiest het vaag te houden, een beetje in de doofpot te stoppen, zonder aan de leer iets te veranderen, want dat kan natuurlijk niet met een goddelijke openbaring. Stel je voor dat de paus plots zou verklaren dat de Heilige Geest eigenlijk niet bestaat!
Nochtans is dat de conclusie die elk weldenkend mens, gelovig of niet, moet trekken wanneer men over die Heilige Geest nadenkt of zich erover informeert, bijvoorbeeld in de Katechismus van de katholieke Kerk, het officieel leerstellig document. Daar vindt men een uitleg van ongeveer vijftien bladzijden, maar zelfs na aandachtige lezing kan ik jullie niet in twee, drie woorden zeggen wat er precies bedoeld wordt. Dat is niet verwonderlijk, want sinds het ontstaan van het christendom in de eerste eeuw van de christelijke jaartelling, is de Heilige Geest weliswaar aanwezig in aanroepingen en gebeden, maar de precieze betekenis van de term lag niet vast. Theologen en leiders van de Kerk hebben dan geprobeerd om daarin enige klaarheid te scheppen, maar tot nog toe zijn ze daarin niet geslaagd. De meningsverschillen blijven nog altijd even groot als toen, althans onder het handjevol personen die zich daarmee vandaag enigszins bezighouden. Meestal houdt men het erop dat men met die term de invloed bedoelt die God heeft op de mensen. God maakt zichzelf en zijn wet kenbaar op verscheidene manieren, en dat formuleert men als het zenden van zijn Geest. Hij openbaart zich aan de mens, bijvoorbeeld door mensen te inspireren (in het Latijn is Geest Spiritus) die over hem spreken, zoals de profeten en ook de priesters en de gezagsdragers van de Kerk. Hij spreekt ook rechtstreeks tot de mens, bijvoorbeeld in het geweten dat wij hebben gekregen door de instorting van de Heilige Geest: zo weten wij als het ware vanzelfsprekend wat goed en kwaad is.
Wanneer men in een god gelooft, zijn dat geen onbegrijpelijke of zinloze veronderstellingen. Een god die volledig verborgen blijft voor de mensheid is immers zo goed als geen god. Vandaar dat agnosticisme een onbevredigende houding is tegenover het godsprobleem: men stelt dan dat men niet kan weten of er een god is of niet, en dus schort men zijn mening daarover op. In de praktijk is er dan echter geen verschil met bewust atheïsme, dat ervan uitgaat dat er geen god is. In beide gevallen is er geen rol weggelegd voor een god in de levenshouding of de ideologie.
In de christelijke leer heeft men van die tussenkomst van God, die zo manifest aanwezig is in de joodse bijbel, zoals overigens in alle andere godsdiensten, een eigen goddelijke persoon gemaakt, in een formule die volkomen onbegrijpelijk is en die men daarom een mysterie noemt: de leer van de Heilige Drievuldigheid, of de Triniteit. Er is één God, maar er zijn drie goddelijke personen: Vader, Zoon (Jezus Christus) en Heilige Geest, die elk volledig God zijn, maar niet identiek met elkaar. Misschien is het een bewijs, of alvast een teken van de onbegrijpelijkheid van dit fundamentele dogma dat in de vermelde Katechismus veelbetekenend gezegd wordt: 'Wanneer de Vader zijn Woord zendt, zendt hij altijd zijn Adem [naar de Joodse naam voor geest, roeach, wat onder meer ook adem betekent]: een gezamenlijke zending, waarin de Zoon en de heilige Geest wel te onderscheiden zijn, maar te scheiden zijn' (sic). Zelfs grammaticaal klopt die zin niet: bedoeld is 'maar NIET te scheiden zijn', zoals blijkt wanneer we de tekst nakijken in de Engelse versie op de website van het Vaticaan: distinct but inseparable.
Zoals ongeveer alles in de katholieke leer is ook dit algemene, fundamentele en eenvoudige religieuze inzicht, namelijk dat god een invloed uitoefent op de mensheid en op de hele wereld, verworden tot een complex theologisch concept, dat dan een eigen leven gaan leiden is, ook voor de gewone mens in de liturgie en in de iconografie, terwijl de grond van de zaak zelf compleet uit het oog verloren is. Niemand weet wie of wat die alomtegenwoordige Heilige Geest is, hoewel het een essentieel onderdeel is van de leer en er ontelbare boeken over geschreven zijn, terwijl elke gelovige zonder meer aanvaardt dat God belangrijk is in het leven en in de wereld.
Daarin verschillen vrijzinnige humanisten en atheïsten met hen: de wereld heeft altijd bestaan in een of andere vorm en is dus niet uit het niets geschapen door een bovennatuurlijke almachtige God. De mens is ontstaan uit de elementen die aanwezig waren in die wereld, volgens principes die Darwin als eerste duidelijk geformuleerd heeft. Het hele universum is in constante verandering en de wetmatigheden daarvan ontsluiert de mensheid aan de hand van de rede geleidelijk aan terwijl ze probeert zichzelf in stand te houden en te floreren. Het is daarbij helemaal niet nodig om een toevlucht te nemen tot het idee van een God. Godsdienst is altijd al slechts een menselijk verzinsel geweest, in het beste geval om de samenleving mogelijk te maken en de gevestigde macht in stand te houden, maar helaas meestal om de machthebbers aan de macht te houden, vaak ten koste van de gemeenschap.
Indien de godsdiensten en de Kerken uitsluitend gericht zouden zijn op het welzijn van de gemeenschap, zou men ze als pia fraus, een leugen om bestwil nog kunnen aanvaarden of dulden. Wanneer zij, zoals we voortdurend vaststellen, vasthouden aan versteende menselijke verzinsels om zich te verzetten tegen de wetenschappelijke en maatschappelijke vooruitgang en de menselijke vrijheid, gelijkheid en solidariteit, en blijkbaar meer bezorgd zijn om het behoud van hun onwaarschijnlijke ficties, tegen alle beter weten in, dan om de waarheid en de redelijkheid, en wanhopig proberen hun eigen macht, die op geen enkele democratische grond berust, in het leven te houden, en daarbij zelfs letterlijk over lijken gaan, moet elk weldenkend mens uiteindelijk toch besluiten dat uit bedrog en leugens, zelfs vrome en om bestwil, niets goeds kan voortkomen.
Kwintessens
Karel D’huyvetters (°1946) legt zich toe op de geschiedenis van het atheïsme en het antiklerikalisme. Van hem verschenen Nederlandse vertalingen van de belangrijkste werken van Spinoza, met uitvoerige commentaren. Hij onderhoudt een website over Spinoza en een persoonlijke website.
_Karel D'huyvetters -
Meer van Karel D'huyvetters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws