Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 424 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

19 oktober 2022 Calimero praat Afrikaans (deel 1)
Taaldebat in een catch 22
Gesprekken over Afrikaans als cultuur-, onderwijs- en wetenschapstaal worden beheerst door een paradox. Een paradox die doorgaans hoogspanning met zich meedraagt en veel ongemak tussen mensen. Taal is een levensbeginsel dat met identiteit en sociale positionering te maken heeft. Daarom is het taaldebat doorgaans zo heftig. In een land waar armoede, sociale en economische ongelijkheid zo schrijnend zijn, waar vele maatschappelijke problemen de samenleving als 'cohabitation' bepalen en dus verstoren, is het soms pijnlijk ironisch dat taal er verhoudingsgewijs zo veel aandacht krijgt. Maar dus op een manier ook begrijpelijk.
Het taallandschap van Zuid-Afrika is divers, een lappendeken van meertaligheid. Naast elf ambtelijke talen en gebarentaal, waarvan officieel sprake in de grondwet, zijn er de talen van beduidend kleinere cultuurgemeenschappen die hun eigen plaats hebben maar nauwelijks zichtbaar zijn. De toren van Babel is een linguïstische klankkast, een kakofonie van welluidendheid en helaas ook onbegrip. Jammer genoeg ook een habitat waar gemeenschappen elkaars talen, bijgevolg de geschiedenis en de cultuur van andere taalgroepen, niet of nauwelijks kennen. Onbekend maakt onbemind. Het gaat dan over talen die niet ambtelijk of dus grondwettelijk zijn geregistreerd en minder bescherming genieten dan bijvoorbeeld isiZulu, isiXhosa, Afrikaans en Engels als veruit de meest gesproken talen in Zuid-Afrika.
Het aantal eerste sprekers van het Afrikaans ('huistaal') is volgens een 'sensus' (Afrikaans voor volksraadpleging of telling) van 2011 13,5%, of omgerekend bijna 7 miljoen mensen. Daarnaast wordt het als tweede of derde taal gebruikt, zodat de Afrikaanssprekende gemeenschap behoorlijk omvangrijk is. Het merendeel van de sprekers bestaat uit bruin mensen (in een andere tijd 'kleurling' genoemd). Vooral in de Kaapprovincies en in Gauteng situeren zich de meeste moedertaalsprekers Afrikaans. Volgens diezelfde telling, op basis van bijna 52 miljoen inwoners, spreken 22,7% van de bevolking isiZulu, 16% isiXhosa en 9,9% Engels. Verder worden ook Noord-Sotho (9,1%), Zuid-Sotho (7,6%), Tsonga (4,5%), Swati (2,5%), Venda (2,4%) en Ndebele (2,1%) vermeld in het overzicht. Het aantal Engelssprekenden zal sindsdien alleen maar zijn toegenomen, vermoedelijk in aanzienlijk meerdere mate dan het aantal native speakers Afrikaans.
De voorbije jaren was er veel te doen over Afrikaans als instructietaal in hogeronderwijsinstellingen. Met name aan de Universiteit Stellenbosch, de instelling waar ik als buitengewoon hoogleraar verbonden ben aan het departement Afrikaans en Nederlands, wordt gebakkeleid over het taalbeleidsplan, in het bijzonder over Afrikaans als onderwijstaal naast Engels. Recent besliste het universiteitsbestuur dat het resoluut de kaart trekt van de meertaligheid. Het betekent concreet dat Afrikaans, Engels en isiXhosa de officiële voertalen zijn van de universitaire gemeenschap. De praktijk leert echter dat behalve opschriften in universiteitsgebouwen en in beleidsdocumenten isiXhosa helemaal niet wordt gebruikt als onderwijstaal. Ook Afrikaans, nochtans de eerste taal van de meeste bruin mensen in de Kaapprovincies, is afgeschaald, verliest zijn functies en wordt nog hoogstens gedoogd aan de universiteit. Wanneer bestuurders van academische instellingen een taal als weinig relevant beschouwen, haar met een eufemisme gedogen of minder belangrijk achten dan een andere taal in de wedren voor financiering en internationale ranking, plegen ze een aanslag op een gemeenschap die verstoken blijft van hoger onderwijs in de moedertaal. In de faculteit Lettere en Sociale wetenskappe (Universiteit Stellenbosch) bijvoorbeeld, wordt almaar meer overgeschakeld op Engels als taal van onderwijs. Andere faculteiten zijn inmiddels helemaal verengelst. Aan universiteiten staat Afrikaans onder druk en moet baan ruimen voor Engels in de strijd voor academische competitiviteit en internationaal prestige. Nochtans, hier is sprake van een paradox, bestaan in het academische landschap tal van geaccrediteerde tijdschriften die het voor onderzoekers van Afrikaanse taal- en letterkunde mogelijk maken om in hun eigen taal te communiceren. Jaarlijks vinden symposia plaats waar het Afrikaans de enige voertaal is. Departementen Afrikaans krijgen het zwaar te verduren onder druk van bezuinigingen en dus krimpende overheidsinvestering. Toch zijn er relatief veel studenten, overwegend nog steeds witte mensen, maar ook een toenemend aantal bruin studenten, die Afrikaans als studierichting kiezen. Ieder jaar worden scripties geschreven op het gebied van de taalkunde en de letterkunde van het Afrikaans. Er is de steun van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns, die jaarlijks studiebeurzen ter beschikking stelt. PhD-studenten promoveren op studies in/over het Afrikaans, een instituut als de Afrikaanse Taalraad (die een tweetal jaar geleden een memorandum sloot met de Taalunie) is een partner van universitaire departementen ter vrijwaring van Afrikaans als academische taal.
Deze paradox – 'afschaling' van Afrikaans door universiteitsbesturen als instructietaal aan academische instellingen én tezelfdertijd de vele geldelijke incentives voor de vrijwaring van de studie van taal en literatuur in Afrikaans – is nog pregnanter buiten de universiteitsmuren. Nergens ter wereld bestaan zo veel culturele, maatschappelijke en politieke initiatieven die gericht zijn op de promotie van een taal, die in mondiaal perspectief weliswaar marginaal mag worden genoemd en in Zuid-Afrika een van de meest gebruikte talen is (volgens de vermelde raadpleging van 2011). In tegenstelling tot de zogeheten Nguni-talen (verwijzend naar Nguni-stammen of zuidelijke Bantoe-stammen zoals Swazi, Phuthi, Zoeloes, Xhosa, Temboes, Pondo, Mfengu, Noord-Ndebele en Zuid-Ndebele) en andere taalfamilies – bekend onder de algemene noemer van Sintu-talen – en zelfs het Engels moet de Afrikaanse taalgemeenschap worden gezien als de meest kapitaalkrachtige van Zuid-Afrika. Ieder jaar hebben kunstenfeesten en literaire festivals plaats waar het Afrikaans wordt gecelebreerd, waarvoor schrijvers worden uitgenodigd, boekpresentaties plaatsvinden, debatten worden georganiseerd. In oktober hebben ongeveer tegelijkertijd vier cultuurfeesten plaats op diverse locaties (Aardklop, Tuin van Digters, Woordfees en Vrystaatse Kunstefees). Dit is ongezien in vele andere taalgemeenschappen. Het kapitaal dat in de Afrikaner gemeenschap circuleert en bijvoorbeeld wordt ingezet voor de promotie van het Afrikaans overvleugelt in exponentiële zin de inspanningen voor om het even welke andere taal in het meertalige Zuid-Afrika. Voor de Bantoe- of Sintu-talen bestaat niet de uitgeverij-infrastructuur zoals voor Afrikaans en Engels. Mediaconcerns zoals Netwerk24 met kranten, tijdschriften en websites zijn de meest welvarende van het land. In de gemeenschap van Afrikaanssprekenden wordt geïnvesteerd in het Woordenboek van de Afrikaanse Taal – zonder meer de levensader voor een standaardtaal – én er is in de Lage Landen de internationale interesse voor het Afrikaans. In tegenstelling tot de Afrika-talen wordt Afrikaans (dat voor alle duidelijkheid ook een inheemse Afrika-taal is met Europese en Aziatische invloeden), met steun vanuit Zuid-Afrika, gedoceerd en bestudeerd aan Europese universiteiten. En wat méér is: de kapitaalkrachtige mechanismen en raderwerken die Afrikaans zo proactief bevorderen, zijn zelfs in staat een eigen universiteit op te richten: Akademia in Centurion (ten zuidwesten van Pretoria). Ter verdediging van het Afrikaans, zoals het wordt geproclameerd, worden nu plannen gesmeed om een tweede campus te bouwen in het oosten van Pretoria en ook in de Kaap. Er schuilt evenwel ook een gevaar in dergelijke institutionele projecten. Ik verklaar mij nader in het tweede deel van dit essay.
De titel van dit essay geïnspireerd door de bundel God praat Afrikaans (2017) van HEMELBESEM. Met dank aan Dr. Juliana M. Pistorius voor de kritische lectuur.
Kwintessens
Yves T'Sjoen (°1966) is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) en voorzitter van het Arkcomité van het Vrije Woord.
_Yves T'Sjoen -
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws