Kwintessens
Geschreven door Antjie Krog en Yves T'Sjoen
  • 256 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

24 november 2022 Meertalig burgerschap
De Keniaanse schrijver Ngũgĩ wa Thiong'o, expert op het gebied van Afrika-studies en postkoloniale theorie, wisselde aan de Universiteit van Nairobi destijds het Engels in voor een inheemse Afrika-taal. Hij groeide op in een tijd van Britse kolonisatie en neokolonialisme. Jarenlang was hij in Kenia getuige van onderdrukking en een algehele verengelsing die kolonisering met zich meebrengt. Ngũgĩ, intussen hoogleraar, nam een besluit. Hij vormde het departement Engels van zijn thuisuniversiteit om tot een departement Letterkunde, met de focus op wereldliteratuur en literaturen van Afrika. Indien er behoefte bestaat om de historische continuïteit van een monocultuur te bestuderen, waarom kan dat niet een Afrikaanse cultuur zijn? Zonder de filter van een westers postkoloniaal vizier? Waarom kunnen literaire culturen van Afrika niet in het centrum staan van onze aandacht wanneer we relaties met andere culturen, zoals de westerse, bespreken? Ngũgĩ en andere Afrikaanse denkers verspreidden hierover een pamflet. Vanuit Zuid-Afrika schrijft Antjie Krog: 'If we are to engage seriously with the lives of others, an imperative is reconceptualizing language in ways that can promote a "diversity of voice" and contribute to a "mutuality and reciprocity" of engagement across difference'.
Krog ziet in de lijn van Ngũgĩ dekolonisering niet als een afwijzing van het Engels – dit zou een naïeve gedachte zijn – 'It is about defining clearly what the centre is. And for Ngũgĩ, Africa has to be placed at the centre, and maybe Europe for Dutch speakers'. Zij noteert: 'We all radiate outwards and discover peoples and worlds around us through our mother tongues. All other things are to be considered in their relevance to our situation and their contribution towards understanding ourselves. In suggesting this we are not rejecting English, we are only clearly mapping out the directions and perspectives the study of languages, cultures and literatures could inevitably take.'
Ngũgĩ wa Thiong'o, in 2022 laureaat van de PEN / Nabokov Prijs en auteur van het binnenkort te verschijnen boek The Language of Languages (Chicago University Press) over vertaling als de taal der talen, kiest in het schrijfwerk resoluut voor zijn eerste taal Kikuyu (Gikũyũ). Het besluit aan de universiteit in Nairobi heeft onder meer te maken met de postkoloniale en dekoloniserende context waarin de schrijver zijn academische loopbaan startte, maar ook met een principe dat hem na aan het hart ligt: in de taal van de afkomst, ook de veeltaligheid soms, drukt de mens zich het meest fijnzinnig uit, met oog voor nuance en gevoeligheden. De moedertaal is onze eerste taal waaraan we, zoals Charles Ducal schreef, hangen als aan een teek. Maar er is méér. De teek hangt ook aan onszelf. De manier waarop wij de wereld lezen, hoe we in de wereld staan, wordt mede bepaald door taal. Ngũgĩ stelt in Decolonizing the Mind (1986) dat er 'a gradual accumulation of values (in language) [is] which in time become almost self-evident truths governing their conception of what is right and wrong, good and bad, beautiful and ugly, courageous and cowardly, generous and mean in their internal and external relations. All this is carried by language. Language as culture is the collective memory bank of a people's experience in history.'
Ngũgĩ verdedigt het standpunt dat over dekoloniseringsprocessen en in het debat over dekolonisatie niet primordiaal in westerse talen moet worden gesproken, in de taal van de Europese onderdrukker. Naast bibliotheken en cultureel bepaalde zienswijzen moeten we ook ons taalgebruik, zelfs onze talen, en bijgevolg de denkpatronen die eraan ten grondslag liggen dekoloniseren. Een taal die eeuwenlang heeft bijgedragen tot wereldwijde kolonisatie, en zonder meer ook kan getuigen van een academisch neokolonialisme of veramerikanisering, is een te duchten medespeler. Taal is niet zomaar een instrument van communicatie of een waardenvrij medium. Er liggen denkbeelden, een hele geschiedenis en culturele frames ten grondslag aan een taal. Ze worden in taal uitgedrukt.
Niet alle denkers zijn het hiermee eens. Wole Soyinka (Nigeria) of Chinua Achebe (Ghana) denken anders en richten hun aandacht voornamelijk op het ondermijnend gebruik van de koloniale taal die het Engels zonder meer was. Te vergelijken met hoe de Roemeens-Joodse dichter Paul Celan zich verhield tegenover het Duits: als zijn literaire schrijftaal maar ook als de taal van de agressor die in de oorlog zijn familie de dood injoeg.
In een neoliberale markteconomie, waarin universiteiten internationaal competitief moeten zijn en streven naar top rankings, winstmaximalisatie en gemeenschapsfinanciering, wordt soms ongenuanceerd voor het Engels als wetenschapstaal en communicatiemedium gekozen. In de vertaalslag van een lokale naar een globaal gebruikte taal raken nuances wel eens zoek. Wat ons meer zorgen baart, is dat lokale gemeenschappen – niet alleen in Afrika of landen van de Global South – zich minder betrokken voelen bij het wetenschapsgesprek. Het debat wordt doorgaans verengd tot wat zich in Globish makkelijk of stuntelig laat uitdrukken. Taalkundige onderzoekers hebben aangetoond dat in een tweede of derde taal, in een beperkt vocabularium en met beperkte zin voor nuancerend denken en spreken, veelal finesses en toonaarden verloren gaan. In het dominante discours van wetenschap en cultuur wordt nauwelijks of geen rekening gehouden met denkbeelden en ideologieën die vervat zitten in taal. Het is wat Breyten Breytenbach in Notes from the Middle World de 'pensée unique' noemt van het westerse wetenschapsgesprek.
Taal is niet uitsluitend een handig medium. Ze bevat een complex van concepten, discoursen, ideeën. Ze is historisch beladen en reduceert de wereld tot een perspectief. Een wereld die in globo meerstemmig en veelgekleurd is. Een inclusief redeneren en betogen veronderstelt naar ons oordeel niet uitsluitend een reductie tot Engels, maar in het intellectuele en culturele gesprek ook Afrikaans en Nederlands, isiXhosa, isiZulu en bijvoorbeeld Kikuyu, inheemse Afrika-talen waarin uit de aard der historische of culturele zaak andere verhalen worden verteld dan in het Engels.
Naast onze boekencollecties en (on)bewuste zienswijzen moeten we dus ook onze taal en bijgevolg de denkpatronen die eraan ten grondslag liggen dekoloniseren. En de literaire canon, die in de westerse wereld nog altijd overwegend eenkleurig wit is en mannelijk. Wanneer ook universiteiten meer aandacht hebben voor veeltalige literatuur, niet alleen in een faculteit Letteren en Wijsbegeerte maar in het curriculum en het academisch onderzoek in álle wetenschapsdisciplines, zal het gesprek aan openheid en inclusiviteit winnen. Doorgaans worden wetenschappelijke bevindingen in andere talen dan het Engels geformuleerd aan de aandacht onttrokken. Afrika-talen hebben een rijke verhaaltraditie, zowel gesproken als geschreven. Maar slechts een fractie daarvan is toegankelijk in de westerse wereld. We hebben dus vooral nood aan vertalers, aan excellente vertaalopleidingen, die het mogelijk maken die vele rijke culturen en niet-westerse tradities te openbaren. 'Saameenwees' is een kwestie van taal en een open geest.
Wanneer Ngũgĩ wa Thiong'o ervoor kiest zijn literaire teksten eerst in zijn moedertaal te schrijven en aan de universiteit Afrika-culturen als studieobject te kiezen, als centrum voor academisch onderzoek, dan is dat een stelling. De rollen worden omgekeerd. Het zijn de Afrika-talen die in de schijnwerper staan, niet gefilterd of vertaald door onze westerse ogen, en in hoeverre de westerse talen zich ertoe verhouden. Wanneer het Engels wordt gebruikt, zoals Soyinka en Achebe stellen, dan is het om kritisch te kijken hoe beperkend die Anglo-Amerikaanse kijk op de wereld is. De kritiek begint met onze woordenschat tegen het licht te houden. Het startpunt is onze vrijwel ondoordachte keuze voor bepaalde termen en begrippen, getuigenissen van een eurocentrische kijk, te bevragen. Waarom niet woorden uit Afrika-talen introduceren waarvoor geen equivalent bestaat in een westerse taal? We denken dat een blik op de wereld, op wat literatuur is in westerse en niet-westerse omgeving, daarbij aanzienlijk wint. Universiteiten moeten zich daarvan bewust zijn. Globaal is immers een complex van aanzienlijk veel lokaal. Glocalisation in Engels. Ja, zo is de wereld: meer lokaal dan globaal.
Of in de woorden van de Kameroenese filosoof en politiek denker Achille Mbembe (University of the Witwatersrand, Johannesburg), auteur van Critique de la raison nègre (2013, in het Nederlands vertaald als Kritiek van de zwarte rede) en onder meer bekend voor zijn lezing Thinking the World from Africa: Colonialism rhymes with monolingualism. '"If we are to do anything about our individual and collective being today", Ngũgĩ argues, "then we have to coldly and consciously look at what imperialism has been doing to us and to our view of ourselves in the universe"'. Imperialisme heeft onze kijk op de wereld vertroebeld. Tijd dat we die wereld onder ogen zien.
Met dank aan dr. Juliana Pistorius (University College London en University of the Witwatersrand).
Kwintessens
Krog was in 2021 gastschrijver van de UGent, is als professor verbonden aan de UWK en publiceerde recent de bundel 'Plunder'. T'Sjoen is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (UGent), aangesteld als buitengewoon hoogleraar in het departement Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch en heeft een deeltijdse aanstelling aan de Karelsuniversiteit in Praag.
_Antjie Krog en Yves T'Sjoen -
Meer van Antjie Krog en Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws