Kwintessens
Geschreven door Hans Van Dyck
  • 1555 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 juni 2023 Motten en vlinders, een verschil van dag en nacht (en 200 miljoen jaar)
Enkele dagen geleden informeerde deze krant paginabreed over de oorsprong van vlinders: '100 miljoen jaar fladderen: hoe de vlinder de wereld veroverde' (De Standaard, 2 juni 2023). Miljoenen hebben voor de meeste mensen wat gemeen met miljarden. Het is veel. Het geldt voor euro's, maar evenzeer voor jaren. Het schept in menig hoofd een zekere flou artistique. Het veelvormige leven op onze aardbol kent een historie van een stevige 3,7 miljard jaar. Wie naar levensvormen kijkt met soorten als eenheden, stelt vast dat het leven op onze planeet zich momenteel wel erg vaak voordoet als vlinder. Er zijn meer dan 165.000 vlindersoorten beschreven, maar een geactualiseerde telling dringt zich op. Voor wie koolmezen, merels en goudvinken een meer vertrouwd referentiekader biedt, de wereldwijde soortenteller van vogels zit in de buurt van 11.000. Met meer dan 350.000 soorten maakt de club van de kevers het helemaal bont.
Vlinders, die insecten met hun 'vleugels van papier', trakteren planeet aarde dus al honderd miljoen jaar op hun gefladder? Neen, dat klopt niet. Vlinders bestaan volgens onderzoek uit 2019 bijna driehonderd miljoen jaar. Dus zelfs al voor de dinosaurussen parmantig floreerden, werd er al lang en lustig gefladderd.
Een journalistieke telfout? Helemaal niet. Het betreft hier een interessante taalfout. Fout is misschien zelfs te streng. Laten we het houden op een betekenisvolle onnauwkeurigheid. Het wetenschappelijke artikel in het vakblad Nature Ecology & Evolution waarop het krantenstuk zich baseerde, spreekt wel degelijk over honderd miljoen jaar. Maar, de ene vlinder is de andere niet. En dat leidt vooral tot verwarring wanneer er over vlinders wordt gerapporteerd in de taal van Shakespeare en Darwin. Engels groeide uit tot de standaardtaal voor natuurwetenschappen. Wetenschappers publiceren en presenteren hun bevindingen vooral in het Engels, maar Engels werd uiteraard niet ontworpen voor biologische wetenschapscommunicatie.
_Engelse handicap
Voor de vlinderkunde heeft het Engels een lastige handicap. Mijn Britse collega's zijn daarom oprecht jaloers op het Nederlands of het Frans. Bij vlinders heb je dagvlinders en nachtvlinders. Het zijn wel allemaal vlinders. Bij papillons wordt dat op gelijkaardige wijze les papillons de jour en les papillons de nuit. Vlinder of papillon geldt dus als overkoepelende term voor alle soorten uit de biologische club van de schubvleugeligen, of meer geleerd 'lepidoptera'. En in het Engels? Butterflies and moths. Daar schuilt weinig gemeenschappelijks in voor het verenigd rijk van de fladderaars. Soms behelpt men zich met 'lepidopterans', maar het wordt weinig gebruikt door het brede publiek.
Butterflies of dagvlinders fladderen dus inderdaad sinds honderd miljoen jaar rond volgens de nieuwe studie, maar de bredere bende van alle vlinders, dus ook al die nachtvlinders of motten, gaat al drie keer zolang terug in de tijd. Drie keer meer tijd om soortendiversiteit te laten evolueren, het scheelt een slok op de borrel. Dagvlinders vormen trouwens maar een bescheiden minderheid van alle vlinders, amper tien procent. Anders dan hun populaire imago van posterboys en -girls van het insectenrijk, zijn dagvlinders in zekere zin aberrante motten.
Biologische complexiteit laat zich niet altijd makkelijk uitdrukken in eenvoudige mensentaal. Ook in het Nederlands krijg je soms bizarre constructies, of wat te denken van 'dagactieve nachtvlinders'. De sint-jansvlinder is er eentje. Het is met taal zoals met de evolutie van het leven zelf. Je werkt verder met wat je hebt en je start niet zomaar met een wit blad. Bricoleerwerk, in het schoon Vlaams.
_Et alors?
Omdat vele wetenschappers Engels niet als moedertaal hebben, duiken er in wetenschappelijke manuscripten geestige mutanten op. Als referent of redacteur van vakbladen zie ik wel vaker day butterflies verschijnen. Voor wie het Engels een beetje beheerst, klinkt het als 'nat water'.
Hoewel taalwetenschappen op academische campussen gewoonlijk een eind weg van de natuurwetenschappen worden gehuisvest, zie je taal toch geregeld vlinderen. Soms frivool, vlot en aangepast, dan weer moeizaam en weinig gepast, maar toch op hoop van zegen. Verre van een perfect design. Een beetje zoals het leven van vlinders en andere levensvormen. Dag en nacht.
(Dit artikel verscheen eerder in de krant De Standaard, 8 juni 2023. Overgenomen met toestemming van de auteur.)
Kwintessens
Hans Van Dyck is als Hoogleraar Gedragsecologie en Natuurbehoud verbonden aan het Earth & Life Institute van de UCLouvain. Zijn onderzoekt focust op de winnaars en verliezers onder de dieren in landschappen op mensenmaat, met vlinders in een centrale rol. Recent publiceerde hij er een populariserend boek over: 'Het Orakel van de Bosnimf. Van Vlinders en Mensen' (Lannoo 2021).
_Hans Van Dyck -
Meer van Hans Van Dyck

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws