Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 741 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 januari 2024 Terugkeer naar Garsfontein
A walk down memory lane. Terug naar juli-augustus 1984. Cicely Straat 11 – Garsfontein in Pretoria. Xavier, schoolvriend van het Sint-Lievenscollege in Gent, was twee jaar eerder gemigreerd van Melle bij Gent naar Pretoria. Met zijn moeder Monique en stiefvader Jan, architect, die voor werkgelegenheid naar de zuidpunt van Afrika vertrokken waren. Zuid-Afrika was in die tijd een natiestaat onder apartheid. Voor de meerderheid van de bevolking was het bestaan onder een wit minderheidsbewind de hel op aarde. Het land, niets anders dan een gevaarlijk kruitvat in een wereld gedomineerd door Koude Oorlog-retoriek en een IJzeren Gordijn, dat pas eind tachtig is gesloopt, balanceerde midden de jaren tachtig op de rand van een burgeroorlog. In juli 1985 en in 1986 was de noodtoestand van kracht. Precies in 1984, ik kon het toen in de media volgen, ruilde premier P.W. Botha, de meer liberale opvolger van B.J. Vorster, de functie van regeringsleider voor die van staatspresident. Op zijn beurt werd Botha opgevolgd door F.W. de Klerk, die het einde van de apartheidsstaat inluidde.
In februari 1990 werd Nelson Mandela vrijgelaten en de republiek stuiterde van politiestaat naar democratisch bestel. Met eigen ogen kon ik in die politiek troebele tijd van rassendiscriminatie en etnische onderdrukking zien wat het repressieve regime van apartheid zoal teweegbracht. Ik mocht zeven weken rondtrekken in een land waar 'Coloured People' (mensen van gemengde bloede, vandaag aangeduid als bruinmensen) en zwarten zonder of maar beperkte burgerrechten waren. Sinds de Nasionale Party in 1948 aan de macht kwam en tot 1990 het land bestuurde, werd het sociale leven gedecreteerd door een batterij van apartheidswetten en het racistisch tuig van witte neokoloniale politici. In 1949 en 1950 werden de eerste vrijheid-inperkende wetten gestemd: de wet op het Verbod van Gemengde Huwelijken en de Groepsgebiedenwet. Apartheid kreeg haar naam – in feite was ook al in de kolonie segregatie van rassen een gegeven – en een racistische politiek werd na de oorlog in Zuid-Afrika stelselmatig geïnstitutionaliseerd.
_Land van angst en pijn
Nagenoeg vier decennia later, op de tweede dag van januari 2024, keerde ik terug naar het huis dat mij destijds zo gastvrij heeft ontvangen. Op mijn zeventien, groen achter de oren en nieuwsgierig maar in feite vrijwel onwetend over internationale politiek, kon ik observeren hoe zogeheten thuislanden of homelands ('Bantoestans') mistroostige getto's waren voor zwarte mensen. Hoe in het openbare leven families waren gescheiden op grond van huidskleur. Hoe een instituut als de (Nederduitsch) Gereformeerde Kerk een regeringsbeleid van segregatie tussen bevolkingsgroepen en de onderdrukking van 'niet-wittes' openlijk steunde. Hoezeer de tegenstellingen mij in de war brachten: de decadente casino's van Sun City en de gore uitzichtloosheid voor honderdduizenden zwarte mensen in Bophuthatswana, de bordjes 'net blankes' op het strand van Richardsbaai, op de bussen en in de parken van de middenstad van Pretoria, de rijke toeristen in de riksja's van Durban en 'de ondraaglijke blankheid van het bestaan' in centrumsteden tegenover de armtierige plakkerskampen rond Johannesburg en Pretoria, voor het oog van de bezoeker onzichtbaar en voor de nieuwsgierige passant ontoegankelijk. Het citaat verwijst naar de Nederlandstalige boektitel van de journaliste Marianne Thamm, die met Hitler, Verwoerd, Mandela and me. A memoir of sorts (2016) een heel bijzonder autobiografisch boek schreef.
Driehonderd jaar van gewelddadige koloniale overheersing, eerst door de Verenigde Oost-Indische Compagnie, later door de Britten, en vervolgens onder de dwingelandij van een protofascistisch terreurbewind door (de nazaten van) de rabiate racisten D.F. Malan en de geboren Amsterdammer Hendrik Verwoerd, samen met uitgesproken antisemieten en nazisympathisanten zoals de latere premier Balthazar John Vorster, moeten ook vandaag verantwoordelijk worden gesteld voor de sociale ongelijkheid en schrijnende armoede. Grotendeels nog altijd bepaald door raciale scheidslijnen. Schrijnend is dat nog steeds bruggen en straten, bijvoorbeeld ook een middelbare school, vernoemd zijn naar Dr. J. Vorster. Westerse toponiemen worden stelselmatig verafrikaniseerd (zoals Bela Bela voor Warmbad, Polokwane voor Pietersburg, Mbombela voor Nelspruit enz.), maar Vorster blijft zich niettemin (voorlopig) in de openbare ruimte handhaven.
De tijd in Garsfontein, wanneer ik dus voor het eerst in het land was, moet achteraf worden beschouwd als niet minder dan een eye-opener voor de jonge idealist in mij, als ondersteuner van de anti-apartheidbeweging in Vlaanderen. Met de bestseller Cry, the Beloved Country van Alan Paton onder de arm, het hartverscheurende verhaal van de Zoeloe-priester Stephen Kumalo en de Afrikaner plaasboer James Jarvis dat in de begindagen van apartheid is uitgegeven in de VS, en de LP Work for All (1983) van Johnny Clegg (bijgenaamd 'de witte Zoeloe') en de multiraciale band Juluka vrijwel dagelijks op de platenspeler. Het opzwepende ritme van Cleggs muziek was bedwelmend, de protestteksten inspirerend. De song waarmee het album aanvangt, December African Rain, is sindsdien verklankt in mijn geheugen. Vanaf 1986 werd Juluka omgedoopt tot Savuka en raakte de band internationaal bekend met het lied Scatterlings of Africa (1987).
_Verledens worden ook vandaag geschreven
In veertig jaar is veel veranderd in Zuid-Afrika, met de transitie van apartheid naar een parlementaire democratie – met een van de meest vooruitstrevende grondwetten in de wereld. Tegelijk ook niet, gelet op de armoede in overbevolkte plakkerskampen rond grootsteden, de corruptie, criminaliteit en het gendergebaseerde geweld, verouderde infrastructuur en load shedding, de ontzettend hoge werkloosheidscijfers onder jongeren … Velen van hen zijn 'born-frees', geboren na 1994 en de beëdiging van Mandela als eerste democratisch verkozen zwarte president van Zuid-Afrika, zonder toekomstperspectieven.
Toch voel ik mij sinds begin jaren tachtig aangetrokken tot het land en zijn mensen, een staat die in de tweede helft van dat decennium nog altijd de internationale politiek beheerste en gemoederen in het Westen beroerde. Cicely Straat nummer 11 in Garsfontein, thans huisnummer 710, was de plek waar ik met hartelijkheid ben onthaald, waar ik ook de gelegenheid kreeg om de tastbare gevolgen van sociaal onrecht, op straat, aan de universiteit, in de stad, iedere dag weer te ervaren. Ik moest de anti-apartheidstemmen in de literatuur nog leren kennen. Hoe beperkt was mijn kennis van de dagelijkse terreur van apartheid die miljoenen Zuid-Afrikanen in een sociale en economische wurggreep hield. Een paar tragische gebeurtenissen op een rij. Mandela was met zoveel medestrijders van het verboden ANC verbannen op Robbeneiland. Na ruim twee decennia, in 1982, werd hij overgebracht naar Pollsmoor Prison in Kaapstad. Steve Biko, leider van Black Consciousness Movement, was zeven jaar voor mijn bezoek aan het land in erbarmelijke omstandigheden vermoord, één jaar na de opstand en de wreedheden van de Zuid-Afrikaanse politie in Soweto. De schoolrevolutie werd gevoerd met de slogans 'Weg met Afrikaans!' en 'Viva Azania!'. Daar kreeg Afrikaans trouwens het stigma van de taal van apartheid. Breyten Breytenbach, de auteur van het gecensureerde 'n Seisoen in die Paradys (1976), was nog maar goed anderhalf jaar (december 1982) vrijgelaten uit de gevangenis in Kaapstad en teruggekeerd in Parijs.
_Binnenwaartse buitenstaander
De terugkeer na veertig jaren – nadat ik al meer dan twintig keer voor academische activiteiten op diverse plekken te gast was in Zuid-Afrika – naar die anonieme straat in Pretoria, in mijn verbeelding uitgegroeid tot een heuse lieu de mémoire, zal aanleiding zijn om mijn ambivalente band met het land op schrift te stellen. In een volgende bijdrage, met de titel 'De hand van Mandela', spreek ik over een ontmoeting met de Zuid-Afrikaanse president en charismatische Nelson Mandela ('Madiba') in het Kaaps parlement in augustus 1996.
Daar, in die draai van Cicely Street, liep ik dezer dagen mijn jeugdige zelf tegen het lijf: dromend van een baan in de journalistiek, belangstellend voor wat in de wereld gaande was. De kennismaking met (het noorden van) Zuid-Afrika voltrok zich aan de vooravond van een studie Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. De vrijwel enige informatiebron was naast Alan Paton en Johnny Clegg wat ik opstak uit brochures en pamfletten van boycotorganisaties in Nederland en Vlaanderen. De kiem is er gezaaid voor een levenslange fascinatie voor Zuid-Afrika, voor de turbulente politieke en maatschappelijke geschiedenis, voor de verhalen van volkeren en culturen in een land waaraan ik ondanks alles gehecht ben geraakt, waar ik mij als 'binnenwaarts buitenstaander' betrokken voel en interesse ontwikkelde. Ik kon het allemaal niet bevroeden toen ik in de julimaand van 1984 in de luchthaven Jan Smuts (thans O.R. Tambo) na een Sabena-vlucht van Brussel naar Johannesburg, beducht maar ook benieuwd voor wat mij te wachten stond, voet aan de grond zette.
Pretoria, 2 januari 2024
Kwintessens
Yves T'Sjoen (°1966) is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) en voorzitter van het Arkcomité van het Vrije Woord.
_Yves T'Sjoen -
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws