Het Vrije Woord
Geschreven door Lieven D'Hooghe
  • 519 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

1 maart 2024 Acid heeft met zijn lichte bestraffing alles gewonnen wat hij maar kon winnen
Vooreerst een droog stukje theorie waar je doorheen moet, wil je de pointe van deze bijdrage begrijpen. Wie alles wil weten over de werkstraf moet er het artikel 37 quinquies van het Strafwetboek maar eens op nalezen. Heel eenvoudig terug te vinden op Google.
Een werkstraf kan worden gevorderd door het Openbaar Ministerie. Ook de beklaagde kan het vragen; hij kan dat zelfs doen in ondergeschikte orde, voor het geval de rechtbank zijn argumentatie in hoofdorde niet zou volgen. En die vraag in ondergeschikte orde doet in niets, maar dan ook in niets afbreuk aan wat in hoofdorde wordt gevorderd, bijvoorbeeld de vrijspraak.
En ten slotte kan ook de rechtbank, na het aanhoren van de vordering van het Openbaar Ministerie en de pleidooien van de beklaagde, zelf aan de beklaagde vragen: mijnheer, mevrouw – mocht de rechtbank tot het oordeel komen dat u schuldig bent aan de u ten laste gelegde feiten, kan u dan instemmen met een werkstraf? Daarmee geeft de rechtbank niet te kennen dat de beklaagde schuldig is, neen: ze vraagt alleen of hij met een werkstraf kan instemmen voor het geval hij schuldig zou worden bevonden, niet meer, niet minder.
Wat als een paal boven water staat is dat een werkstraf niet aan een beklaagde kan worden opgelegd als die dat niet wil (artikel 37 quinquies, § 3, laatste zin Strafwetboek). Dwangarbeid is immers allang afgeschaft. Tot hier de theorie.
_Principiële bestraffing
In de zaak-Nathan Vandergunst vroeg het Openbaar Ministerie een 'principiële bestraffing' en dus geen werkstraf.
Nathan Vandergunst, bijgestaan door zijn raadsman Walter Van Steenbrugge, vroeg in ondergeschikte orde géén werkstraf, wat nochtans ieder voorzichtig advocaat wel zou hebben gedaan: indien de rechtbank de argumentatie om tot de vrijspraak te besluiten niet zou volgen, kon worden teruggevallen op de geringste sanctionering, die van de werkstraf. En, het weze herhaald: die vraag in ondergeschikte orde om een werkstraf te worden opgelegd doet in niets, maar dan ook in niets af aan de argumentatie in hoofdorde die tot de vrijspraak zou moeten leiden. Dit is zodanig waar dat, indien de vrijspraak niet wordt bekomen in eerste aanleg maar wel een werkstraf wordt opgelegd, de beklaagde al zijn kansen in hoger beroep om alsnog te worden vrijgesproken, behoudt.
En Vandergunst is ook niet ingegaan op de vraag van de rechtbank om, indien zij mocht oordelen dat hij schuldig is, hij akkoord kon gaan met een werkstraf.
Waarom heeft Nathan Vandergunst zich verzet tegen een werkstraf? Omdat hij 'resoluut voor de vrijspraak' wou gaan zoals Walter Van Steenbrugge heeft verklaard? Je reinste quatsch, want in ondergeschikte orde instemmen met een werkstraf of die zelf vragen, doet in niets afbreuk aan het feit dat je in hoofdorde resoluut voor de vrijspraak gaat.
Trouwens, wie er rotsvast van overtuigd is ten onrechte te zijn veroordeeld jammert niet zoals Vandergunst, maar gaat zonder verdere commentaar in hoger beroep, wat hij nu heeft aangekondigd niet te zullen doen.
Er moet dus een andere, goede reden zijn voor het feit dat Nathan Vandergunst geen werkstraf heeft gewild. En die goede reden lijkt mij evident. Vandergunst moest ofwel de arena der gerechtigheid verlaten als held, wat het geval zou zijn indien hij werd vrijgesproken. Ofwel moest hij deze arena verlaten als martelaar en dat kon niet met een werkstraf die ... ook aan de Reuzegommers was opgelegd. Martelaar kon hij maar zijn als hij (een ietsje) zwaarder werd gestraft dan de Reuzegommers; alleen dan kon hij zijn 'zwaardere' bestraffing afzetten tegen die van hen.
_Slim spel
In beide gevallen, vrijspraak of lichte bestraffing, komt Nathan Vandergunst dus als winnaar uit de bus, hetzij als held, hetzij als martelaar. En die strategie heeft hem geen windeieren gelegd. Heel het vertrouwen in justitie, een van de drie pijlers van onze rechtsstaat, wordt omwille van dit slimme spel in vraag gesteld. De sympathie die Vandergunst erdoor verwerft bij zijn volgers en ruim daarbuiten blijkt groot, wellicht omdat zij dit spel niet doorzien.
En ten slotte is er zijn crowdfunding waarvan de teller al op meer dan 164.000 euro staat. Alhoewel het nog de vraag is of het hier over brutobedragen, dan wel nettobedragen gaat; veel zal afhangen of de fiscus deze crowdfunding al dan niet als een beroepsinkomen aanziet – wat niet onlogisch is voor een influencer.
Zeg nu zelf, waarom zou Vandergunst nog hoger beroep aantekenen? Hij heeft met zijn lichte bestraffing alles gewonnen wat hij maar kon winnen.
Nu Nathan Vandergunst bij het ruime publiek fondsen heeft opgehaald, neem ik aan dat hij, geheel overeenkomstig zijn profiel, naar het publiek ook heel transparant zal communiceren over wat hij met deze fondsen doet, daarin begrepen zijn kosten die hij aan deze procesvoering heeft moeten spenderen.
Ik ben ervan overtuigd dat deze bijdrage geheel binnen de limieten blijft van het recht op vrije meningsuiting.
(Tekst oorspronkelijk verschenen in De Morgen, 26 februari 2024. Overgenomen met toestemming van de auteur.)
Het Vrije Woord
Lieven D'Hooghe is advocaat op rust en ere-plaatsvervangend magistraat.
_Lieven D'Hooghe -
Meer van Lieven D'Hooghe

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws