Kwintessens
Geschreven door Ann De Buck en Lieven Pauwels
  • 489 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

1 maart 2024 Deel 7: Criminaliteit en de aanpak ervan. Is er plaats voor een evolutief perspectief?
Deel 7 – Veiligheidsbevordering en leefbare gemeenschappen door een evolutionaire lens
In deze bijdrage gaan we verder in op het bevorderen van veilige en leefbare gemeenschappen. Veiligheid is een publiek goed, iedereen wil immers leven in een veilige samenleving. Maar niet iedereen is in dezelfde mate bereid om daartoe bij te dragen.
Voor het bevorderen van veilige en leefbare gemeenschappen is het werk van de in 2012 overleden Amerikaanse politieke wetenschapper en Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom (1933-2012) zeer relevant. Hoewel Ostroms werk niet onbekend is in de economie en evolutiebiologie, zijn er nauwelijks sporen van terug te vinden in de criminologie. Ze deed baanbrekend onderzoek naar duurzaam beheer van gemeenschappelijke of publieke hulpbronnen. Meer bepaald identificeerde ze de voorwaarden die de kans op collectief beheer van gemeenschappelijke hulpbronnen op lange termijn vergroten. Die voorwaarden zijn beter bekend als de acht basisprincipes van Ostrom. Die bieden handvaten om individuele en collectieve belangen op een pro-sociale manier in evenwicht te brengen. Hoewel de basisprincipes oorspronkelijk werden ontworpen voor het beheer van gemeenschappelijke goederen, zijn ze zo toepasbaar op gemeenschapspreventie en de bevordering van veilige en leefbare gemeenschappen dat we ze in deze bijdrage centraal stellen. De principes zijn de volgende:
  1. Een gedecentraliseerd bestuur dat aanpassing aan de lokale context mogelijk maakt en betrokkenheid bevordert van de gemeenschap bij het beheer van hulpbronnen. Toegepast op veiligheidsbevordering betekent dit dat meerdere bestuursniveaus betrokken worden, van hogere instanties tot lokale gemeenschappen. Het maakt besluitvorming mogelijk op maat van lokale contexten.
  2. Collectieve actie onder de gebruikers van gemeenschappelijke hulpbronnen die gezamenlijk deelnemen aan het lokale beheer door regels op te stellen en naleving ervan te controleren. Initiatieven zoals buurtpreventieprogramma's en gemeenschapsinitiatieven stellen individuen in staat om actief bij te dragen aan het bevorderen van veilige gemeenschappen.
  3. Lokaal ontworpen regels en normen, gemaakt door de gebruikers van gemeenschappelijke hulpbronnen en lokaal gehandhaafd. Duidelijk geformuleerde verwachtingen met betrekking tot acceptabel gedrag scheppen een sociale omgeving die criminele activiteiten ontmoedigt. De kracht van de norm zit in het gedeelde karakter ervan.  
  4. Effectieve monitoring- en sanctiemechanismen die toegepast worden door de lokale gemeenschap. Praktische toepassingen zijn lokale systemen voor het melden van verdachte activiteiten, implementeren van gemeenschapsdiensten. Monitoring- en sanctiemechanismen dienen een gradueel karakter te hebben, wat wil zeggen dat er niet onmiddellijk met een kanon op een mug wordt geschoten.
  5. Conflictoplossing door lokale instellingen en bestuursstructuren die een sleutelrol spelen bij het handhaven van de sociale samenhang binnen de gemeenschap. Programma's van lokale conflictoplossing kunnen escalatie van conflicten voorkomen en sociale samenhang bevorderen. Het belang van conflictoplossing is overigens niet typisch menselijk, ook primatensamenlevingen hebben systemen van conflictoplossing. Conflictoplossingsstrategieën zijn van cruciaal belang voor politie en justitie. Procedurele rechtvaardigheid en rechtvaardige behandeling zijn belangrijke randvoorwaarden.
  6. Erkennen van lokale kennis en het vermogen van gemeenschappen om beheersstrategieën aan te passen aan lokale ecologische en specifieke sociale omstandigheden. Voorstellen of ideeën van mensen die de buurt goed kennen, zijn echt belangrijk als het gaat om het nemen van lokale maatregelen om de buurt veiliger te maken. Zij kunnen immers aangeven hoe dat het beste gebeurt en wie het best geplaatst is om de acties in praktijk te brengen.
  7. Leren en adaptief beheer. Lokale gemeenschappen moeten de vrijheid hebben om verschillende manieren uit te proberen om hun gemeenschap veiliger te maken. Het is belangrijk om te leren wat wel werkt en wat niet. Er is geen one-size-fits-all-aanpak. Het is belangrijk om te experimenteren en te leren van fouten om zo meer kans op succes te hebben.
  8. Subsidiariteit. Besluitvorming dient zoveel mogelijk plaats te vinden op het laagste niveau zodat lokale gemeenschappen vrij zijn om beslissingen te nemen relevant voor de eigen specifieke context.
De essentie van Ostroms basisprincipes ligt in het erkennen van het vermogen van lokale gemeenschappen om hun gemeenschappelijke hulpbronnen duurzaam te beheren door middel van een combinatie van lokale kennis, collectieve actie en goed ontworpen institutionele regelingen. De toepassing ervan voor de bevordering van veilige leefgemeenschappen benadrukt het belang van gemeenschapsbetrokkenheid, lokale autonomie en op maat gemaakte benaderingen die gebruik maken van lokale actoren om een veiligere en meer leefbare omgeving te creëren.
Samengevat kunnen we zeggen dat het bevorderen van veiligheid en leefbare gemeenschappen een onderdeel is van gemeenschapsgerichte preventie. Een beter begrip van sociale dilemma's die vaak voorkomen zowel in het heden als in ons evolutionaire verleden is daarbij relevant. Het begrijpen van de evolutionaire logica van sociaal leven – een mix van coöperatie en competitie – kan preventiemaatregelen informeren over het belang van sociale betrokkenheid in de gemeenschap en de mogelijkheid om samenwerkingsproblemen aan te pakken. Ostrom zette dat mooi uiteen voor problemen die vandaag brandend actueel zijn, zoals veilige en leefbare gemeenschappen. In zijn boek The Neighborhood Project (2011) past de evolutiebioloog David Sloan Wilson inzichten uit de evolutionaire biologie toe om de dynamiek van lokale buurten beter te begrijpen en verbeteren. Wilson toont hoe een evolutionair perspectief kan gebruikt worden om samenwerkingsproblemen aan te pakken en veilige leefgemeenschappen tot stand te brengen.
_Literatuur
  • Atkins, P.W.B., Wilson, D.S., & Hayes, S.C. (2019). Prosocial. Using evolutionary science to build productive, equitable, and collaborative groups. Context Press.
  • Ostrom, E. (1990). Governing the commons: The evolution of institutions for collective action. Cambridge University Press.
  • Wilson, D. S. (2011). The Neighborhood Project: Using evolution to improve my city, one block at a time. Hachette UK.
  • Wilson, D. S. (2011). The Design Your Own Park Competition: Empowering Neighborhoods and Restoring Outdoor Play on a Citywide Scale. American Journal of Play, 3 (4), 538-550.
Lees hier de andere delen van dit essay: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 8 en deel 9.
Kwintessens
Ann De Buck is doctor-assistente aan de Universiteit Gent. Haar onderzoek focust op de rol van morele emoties in de verklaring van antisociale gedragskeuzes. Lieven Pauwels doceert onder meer biologische antropologie en criminaliteitspreventie aan de Universiteit Gent.
_Ann De Buck en Lieven Pauwels Auteur
Meer van Ann De Buck en Lieven Pauwels

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws