Kwintessens
Geschreven door Karel D'huyvetters
  • 386 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

26 maart 2024 Celsus? Nooit van gehoord. Bedoel je Celsius?
We weten over Celsus eigenlijk niets. De enige bron is Origenes (185-253/4), een vroegchristelijke auteur die in het Grieks een traktaat schreef 'Kata Kelsou', tegen Celsus, die een boek zou geschreven hebben, 'Alethès Logos', Het ware woord, tegen de christelijke godsdienst. Origenes citeert en betwist de argumenten van Celsus. Op grond van die citaten heeft men geprobeerd de figuur van Celsus te reconstrueren, en ook zijn boek. Op die manier is er sindsdien een heus wetenschappelijk Celsus-onderzoek ontstaan. Op de Duitstalige Wikipedia vind je daarover een zeer degelijk en uitgewerkt overzicht.
Ik las een van die reconstructies van Het ware woord, in een Franse vertaling door Benjamin Aubé uit 1878, heruitgegeven in Parijs in 2018 door 'E.S.', te koop bij Amazon.fr voor minder dan € 7, verzendkosten inbegrepen. Om goed te zijn zou ik ook Origenes' boek moeten lezen, maar na kennis gemaakt te hebben met de argumenten die Origenes naar verluidt bestrijdt, laat ik die kelk graag aan mij voorbijgaan (ik ben trouwens geheelonthouder).
In de talrijke commentaren laat men uitschijnen dat Celsus een 'heidense' filosoof was die het neoplatonisme aanhing, of een theoloog, of een geleerde, of toch iemand met een ruime algemene bagage, die op onbevangen wijze schreef over de vroege christenen van rond het jaar 175. Maar nogmaals, dat leidt men alleen maar af uit wat Origenes daarover schreef rond 250, dus 75 jaar later. Het vroegste fragmentaire handschrift van het boek van Origenes dateert men rond het jaar 600. Desondanks neemt men aan dat dat een getrouwe kopie is van de autograaf door Origenes, en tevens dat er werkelijk een auteur Celsus geweest is van een boek Het ware woord.
Voor mij is het allemaal wat te veel gevraagd. Mochten de argumenten tegen het christendom van de vermeende Celsus dan nog ernstig, zwaarwichtig, stevig onderbouwd en overtuigend naar voren gebracht zijn, dan zou het wellicht de moeite waard zijn om de hele kwestie nader te onderzoeken. Dat is echter duidelijk niet het geval. Men kan dat wijten aan het feit dat Origenes ze niet correct aanhaalt, maar een andere bron hebben we niet.
Wat ik evenwel nergens lees, is een veronderstelling die zich althans aan mij allengs opdrong, namelijk dat Origenes gebruik maakt van het bekende literaire systeem van de verzonnen tegenstander, om aan de hand van diens veeleer zwakke argumenten de eigen stellingen levendiger en des te krachtiger te kunnen verdedigen. Bovendien levert hij op die manier schijnbaar een onafhankelijk extern bewijs voor het bestaan van christelijke teksten zoals de evangelies en de brieven van Paulus, terwijl die toentertijd nog volop aan het ontstaan waren en geenszins hun definitieve vorm hadden gekregen, en er talloze concurrerende christelijke sekten en teksten waren. De vermeende Celsus lijkt me al te zeer vertrouwd met de canon zoals die pas vele eeuwen later zou worden vastgelegd. Het lijkt integendeel veel waarschijnlijker dat een christelijke apologeet zoals Origenes (overigens zelf een controversiële figuur in het christendom) een dergelijke tegenstander verzonnen heeft vanuit zijn eigen erg christelijke opvattingen en zijn kennis van de latere canonieke teksten. Het lijkt zelfs heel waarschijnlijk dat die teksten in de loop van de twijfelachtige tekstoverlevering (er was immers nog geen drukkunst, en er is alleen maar een christelijke traditie) nog verder in die zin bijgewerkt zijn.
Om een (oudtestamentisch) beeld te gebruiken: telkens weer stellen we vast, wanneer we naar de grond van de zaak gaan, hoe het christendom een reus op lemen voeten is, of (nieuwtestamentisch) een huis dat op zand gebouwd is. Het is een verzameling van wel erg vreemde ideeën, ontsproten uit de verbeelding van een al bij al beperkt aantal figuren, overgeleverd op een heel onbetrouwbare manier, en geïnterpreteerd door uiterst vooringenomen en vaak kwaadwillige lieden, voor een publiek dat er nauwelijks iets van begreep. En toch is dat christendom een wereldmacht geworden, en heeft het talloze mensen eeuwenlang in zijn greep gehouden, en is die andere traditie, die van de rede en de wetenschap, al die tijd onderdrukt en vervolgd.
Vandaag kan ik deze bedenkingen vrijmoedig schrijven en publiek maken, maar het is zelfs in onze sterk geseculariseerde omgeving nog altijd de stem van een roepende in de woestijn. De algemene opvatting is hier nog steeds dat het christendom een van de pijlers van onze beschaving is, en dat dat betwisten getuigt van onwetendheid en kwade wil. Het christendom lijkt zelfs bij ons hier en daar weer steun te krijgen, ook onder intellectuelen, terwijl de islam hier aan belang toeneemt door de immigratie. In andere landen heeft het christendom nog steeds een zeer aanzienlijke macht. En in nog andere landen is de islam de staatsgodsdienst.
Voor mij is het onbegrijpelijk dat wat enkele mensen ooit verzonnen hebben zoveel invloed kan hebben, terwijl de eenvoudige waarheid het zo moeilijk heeft. Mundus vult decipi? De wereld wil blijkbaar graag bedrogen worden.
Kwintessens
Karel D’huyvetters (°1946) legt zich toe op de geschiedenis van het atheïsme en het antiklerikalisme. Van hem verschenen Nederlandse vertalingen van de belangrijkste werken van Spinoza, met uitvoerige commentaren. Hij onderhoudt een website over Spinoza en een persoonlijke website.
_Karel D'huyvetters -
Meer van Karel D'huyvetters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws