Kwintessens
Geschreven door Lieven Pauwels en Ann De Buck
  • 78 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

28 oktober 2026 Focus: Richard Wrangham (°1948)
Deel I – De evolutionaire wortels van coalitioneel geweld
_Inleiding
In dit artikel focussen we op Richard Wrangham, een van de invloedrijkste stemmen in de hedendaagse biologische antropologie en primatologie. Al decennialang onderzoekt hij geweld, agressie en hun plaats in de menselijke evolutie. Op basis van langdurig veldonderzoek bij chimpansees en bonobo's ontwikkelde hij een aantal invloedrijke ideeën over een opvallende paradox: mensen zijn sterk geneigd tot samenwerking en sociale tolerantie, maar beschikken tegelijk over een uitzonderlijke capaciteit voor georganiseerd en strategisch geweld tussen groepen. 
Wrangham bouwt deels voort op het werk van Christopher Boehm (1931-2021), die we in een eerdere bijdrage bespraken. Boehm deed baanbrekend onderzoek naar hoe menselijke groepen dominante en sterk reactief-agressieve individuen kunnen begrenzen via coalitionele actie. Via informele sociale controle, variërend van kritiek en roddel tot reputatieschade, collectieve bestraffing en in extreme gevallen executie, kunnen pogingen tot dominantie actief onderdrukt worden. Boehm noemde dit proces reverse dominance: de macht van de groep om potentiële dominante individuen te controleren. Volgens Wrangham kunnen dergelijke vormen van coalitionele controle ook een belangrijk evolutionair mechanisme zijn geweest in de ontwikkeling van onze soort. Dit idee zou later een centrale plaats krijgen in zijn zelfdomesticatiehypothese. 
Zijn wetenschappelijke belangstelling lag aanvankelijk elders. Toen hij in de jaren zeventig veldonderzoek deed bij chimpansees in Tanzania, werd hij geconfronteerd met een fenomeen dat toen nog relatief weinig aandacht kreeg: georganiseerde en soms dodelijke aanvallen tussen groepen. Die observaties vormden het vertrekpunt van een hypothese die hem internationaal bekend maakte. Volgens Wrangham heeft menselijk coalitioneel geweld mogelijk een lange evolutionaire voorgeschiedenis die teruggaat tot de laatste gemeenschappelijke voorouder van mensen en chimpansees.
In deze driedelige reeks bespreken we twee van Wranghams bekendste ideeën. In dit eerste deel staat zijn analyse van de evolutionaire wortels van coalitioneel geweld centraal, zoals uitgewerkt in Demonic Males (1996). In een tweede bijdrage bespreken we zijn zelfdomesticatiehypothese en zijn verklaring voor het ontstaan van menselijke moraliteit, zoals uitgewerkt in The Goodness Paradox (2019).
In dit deel leggen we uit hoe de hypothese over coalitioneel geweld tot stand kwam, wat ze precies inhoudt, welke implicaties ze heeft voor het begrijpen van menselijke oorlogsvoering en waarom ze tot vandaag onderwerp van discussie blijft.
_Korte bio
Richard Wrangham (°1948) werd geboren in het Verenigd Koninkrijk. Hij studeerde sociale antropologie aan de University of Oxford en promoveerde aan de University of Cambridge onder begeleiding van de etholoog Robert Hinde, die ook Jane Goodall begeleidde. Na postdoctoraal onderzoek in Bristol en Stanford trok hij in de jaren zeventig naar Tanzania. Daar sloot hij zich aan bij het onderzoek van Goodall in het Gombe Stream National Park.
Wrangham kwam in Gombe terecht op een moment waarop chimpansees nog vaak werden voorgesteld als relatief vreedzame dieren. Dat beeld kwam echter steeds meer onder druk door nieuwe waarnemingen. Tijdens het veldwerk observeerden Goodall, Wrangham en andere onderzoekers hoe groepen chimpansees georganiseerde aanvallen uitvoerden op leden van naburige groepen. Sommige van die aanvallen waren dodelijk. Achter hun sociale en coöperatieve gedrag bleek dus ook een capaciteit voor georganiseerd geweld schuil te gaan. Die combinatie van samenwerking en geweld zou later een centraal thema worden in Wranghams onderzoek. 
Vanaf 1980 doceerde hij aan de University of Michigan. In 1989 verhuisde hij naar Harvard University, waar hij hoogleraar biologische antropologie werd. Tegelijk bleef hij actief als veldonderzoeker. Jarenlang leidde hij onderzoek naar wilde chimpansees in het Kibale National Park in Oeganda. 
Zijn werk bevindt zich op het raakvlak van primatologie, antropologie en evolutionaire biologie. Door mensen te vergelijken met andere primaten probeert hij beter te begrijpen hoe menselijke samenwerking, sociale organisatie en geweld zijn ontstaan. Ook buiten de academische wereld verwierf hij bekendheid met boeken als Demonic Males (1996), Catching Fire (2009) en The Goodness Paradox (2019). Zijn werk leverde hem verschillende onderscheidingen op, waaronder een MacArthur Fellowship en de Rivers Memorial Medal van het Royal Anthropological Institute. Vandaag is hij emeritus professor.
_De 'imbalance-of-power'-hypothese
De jaren 1970-2000: geweld, verwantschap en veldwerk in Tanzania
Wranghams wetenschappelijke carrière begon niet met een focus op geweld. Toen hij in de jaren zeventig als pas afgestudeerde primatoloog bij Jane Goodall in Gombe arriveerde, richtte zijn onderzoek zich vooral op feeding behavior (foerageergedrag) en op de relatie tussen voedsel, competitie en sociaal gedrag bij chimpansees. Vanuit een gedragsecologische invalshoek onderzocht hij hoe samenwerking en competitie voortkomen uit de verdeling van hulpbronnen. Tijdens dat onderzoek werden steeds meer gevallen van intergroepsgeweld gedocumenteerd. Het ging om patrouilles langs territoriale grenzen, meestal uitgevoerd door mannetjes, invallen in naburige gebieden en doelgerichte aanvallen op geïsoleerde individuen uit andere gemeenschappen. Dit geweld was doorgaans niet impulsief, maar gecoördineerd en vaak dodelijk.
Deze observaties moeten gezien worden tegen een bredere politieke achtergrond. In Demonic Males beschrijven Wrangham en Dale Peterson hoe hun veldwerk plaatsvond in een periode van instabiliteit en gewelddadige conflicten in Centraal-Afrika. In landen als Burundi en Rwanda was intergroepsgeweld tussen Hutu's en Tutsi's geen abstract begrip, maar een dagelijkse realiteit. Het was zichtbaar in militaire aanwezigheid, checkpoints en verhalen over etnische spanningen en massaal geweld. Terwijl Wrangham observeerde hoe chimpanseegroepen systematisch geweld tegen elkaar gebruikten, bevond hij zich dus in een omgeving waarin ook menselijke samenlevingen met georganiseerd geweld werden geconfronteerd.
In dezelfde periode veranderde ook het wetenschappelijke kader. Nieuwe inzichten uit DNA-onderzoek toonden aan dat mensen genetisch dichter bij chimpansees en bonobo's staan dan bij gorilla's. De mens bleek geen afzonderlijke categorie, maar deel van dezelfde evolutionaire lijn. De vergelijking tussen mens en chimpansee kreeg daardoor een stevigere biologische basis. Wrangham noemde het een intellectuele wake-upcall. Wat in Tanzania begon als een intrigerende, maar moeilijk te plaatsen observatie, namelijk coalitioneel geweld bij een nauwe verwant, kreeg nu een andere betekenis. Als mensen zo nauw verwant zijn aan chimpansees, dan wordt het plausibel dat bepaalde gedragingen een gedeelde evolutionaire oorsprong hebben.
De hypothese: de evolutionaire wortels van coalitioneel geweld
De combinatie van veldobservaties en nieuwe inzichten in genetische verwantschap leidde in de jaren tachtig tot een centrale theoretische vraag: als chimpansees een relevant vergelijkingspunt vormen, wat zeggen hun sociale dynamieken dan over de oorsprong van menselijk gedrag, inclusief geweld? Een eerste antwoord kreeg vorm in de chimpanzee violence hypothesis (CVH). Deze hypothese stelt dat bepaalde predisposities voor coalitioneel geweld bij mensen mogelijk voortbouwen op gedragsstrategieën die al aanwezig waren bij de gemeenschappelijke voorouder van mensen en chimpansees.
De sociale organisatie van chimpansees speelt een belangrijke rol. Chimpanseegroepen worden gekenmerkt door mannelijke filopatrie: mannetjes blijven doorgaans in hun geboortegroep en vormen langdurige sociale banden met verwanten. Vrouwtjes verlaten daarentegen de groep wanneer ze volwassen worden (female dispersal). Deze structuur bevordert sterke sociale banden tussen meestal verwante mannetjes, vaak aangeduid als male bonding. Daardoor ontstaan relatief stabiele netwerken van samenwerking waaruit mannelijke coalities kunnen voortkomen.
Wrangham beschrijft hoe mannelijke chimpansees zich organiseren in kleine groepen (fission-fusion) die systematisch patrouilles uitvoeren langs territoriale grenzen. Tijdens die patrouilles identificeren ze geïsoleerde individuen uit andere groepen. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, vallen ze aan. Dit geweld is niet willekeurig, maar strategisch. Het treedt vooral op wanneer de risico's voor de aanvallers minimaal zijn. Volgens Wrangham heeft dit twee belangrijke gevolgen. Enerzijds verhoogt het de inzet van territoriale conflicten, omdat groepen niet alleen hun gebied verdedigen, maar ook actief rivalen kunnen uitschakelen. Anderzijds maakt collectief optreden aanvallen onder omstandigheden van machtsasymmetrie relatief veilig. 
Deze logica wordt verder uitgewerkt in de imbalance-of-power-hypothese. Coalitioneel geweld treedt vooral op wanneer twee voorwaarden vervuld zijn: vijandigheid tussen groepen en een duidelijke asymmetrie in macht. Wanneer een groep bijvoorbeeld een geïsoleerd individu kan aanvallen zonder zelf veel risico te lopen, kan geweld evolutionair voordelig zijn. Wrangham beschrijft in dat verband het fenomeen van lethal raiding: kleine groepen die doelgericht vijandelijk territorium binnendringen en kwetsbare doelwitten aanvallen. Dit type geweld is asymmetrisch, opportunistisch en vaak dodelijk. In bepaalde opzichten vertoont het zelfs gelijkenissen met predatie (jachtgedrag).
Chimpansees vertonen bovendien een uitgesproken sekseverschil in intergroepsgeweld. Mannelijke individuen zijn vrijwel uitsluitend verantwoordelijk voor agressie en dodelijke aanvallen en zijn ook het vaakst slachtoffer. Volgens Wrangham zijn gelijkaardige patronen ook bij mensen terug te vinden. Hij benadrukt tegelijk dat deze mechanismen niet exclusief zijn. Coalitioneel territoriaal geweld komt ook voor in soorten waarin beide seksen, of zelfs voornamelijk vrouwtjes, deelnemen, zoals bij de gevlekte hyena. Mannelijke coalities zijn dus geen noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van dergelijk gedrag. 
En hoe passen bonobo's in dit verhaal? Ondanks hun nauwe genetische verwantschap met chimpansees vertonen zij opvallend weinig intergroepsgeweld. Wrangham ziet dit niet als een weerlegging van zijn hypothese, maar juist als een belangrijke test ervan. Volgens hem komt lethal raiding alleen voor onder specifieke sociaal-ecologische omstandigheden. Bij bonobo's lijken extreme machtsasymmetrieën minder vaak voor te komen. Mogelijk komt dat doordat individuen minder geïsoleerd foerageren en voedselcompetitie vermoedelijk minder intens is.
Implicaties voor het begrip van menselijke oorlogsvoering
De imbalance-of-power-hypothese heeft volgens Wrangham belangrijke implicaties voor het begrijpen van menselijke oorlogsvoering. Archeologische en paleoantropologische gegevens worden vaak geïnterpreteerd als aanwijzingen dat geweld in sommige prehistorische populaties een belangrijke rol speelde, al bestaat er geen volledige consensus over de frequentie, omvang en ook de representativiteit van dit bewijs. In bepaalde gevallen zijn er aanwijzingen dat dit geweld coalitioneel van aard was. Etnografische en historische gegevens suggereren dat oorlogsvoering in uiteenlopende menselijke samenlevingen een terugkerend verschijnsel is en daarom om een verklaring vraagt. In kleinschalige samenlevingen neemt die oorlogsvoering vaak de vorm aan van raids: kleine, gecoördineerde verrassingsaanvallen op een andere groep.
Wrangham stelt dat dergelijke vormen van geweld niet louter impulsief of irrationeel zijn. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze strategisch worden ingezet. In plaats van uit te gaan van een constante menselijke agressiedrift benadrukt zijn hypothese dat geweld vooral optreedt wanneer de verwachte baten groter zijn dan de kosten en wanneer de risico's voor de aanvallers beperkt blijven. 
Dit perspectief vormt ook een alternatief voor andere theorieën over oorlogsvoering. Sommige benaderingen zien geweld als een oorspronkelijk adaptieve neiging die later problematisch werd. Andere beschouwen het als een bijproduct van cognitieve vermogens zonder specifieke evolutionaire functie. Volgens Wrangham kunnen bepaalde vormen van geweld, vooral kleinschalige raids, onder specifieke omstandigheden evolutionair voordelig zijn geweest. 
Menselijke oorlogsvoering is bovendien niet homogeen. Verschillende vormen van coalitioneel geweld, van kleinschalige raids tot grootschalige oorlogen, kunnen niet zonder meer tot hetzelfde mechanisme worden herleid. De imbalance-of-power-hypothese lijkt vooral relevant voor situaties waarin kleine groepen opereren, flexibel zijn en strategisch inspelen op lokale machtsverhoudingen. 
Tot slot wijst Wrangham op mogelijke psychologische mechanismen. Als bepaalde vormen van coalitioneel geweld in de evolutionaire voorgeschiedenis voordelen opleverden, dan is het plausibel dat selectie heeft ingewerkt op gedragsneigingen die dit gedrag ondersteunen. Hij verwijst naar elementen van wat hij een lethal-raiding psychology noemt: een neiging tot coalitievorming, het vermogen om machtsverschillen in te schatten en de bereidheid om individuele belangen ondergeschikt te maken aan groepsdoelen. Ook verschijnselen zoals de relatief gemakkelijke ontmenselijking van buitenstaanders en gevoelens van opwinding na succesvolle aanvallen noemt hij als mogelijke onderdelen van dit psychologische repertoire.
In het tweede deel van deze blogreeks richten we ons op een andere invloedrijke hypothese van Wrangham, namelijk de zelfdomesticatiehypothese zoals uitgewerkt in zijn boek The Goodness Paradox (2019).
(Wordt vervolgd.)
Kwintessens
Lieven Pauwels is hoogleraar (UGent) en doceert Evolutie en Menselijk Sociaal Gedrag, Criminaliteitspreventie en Statistiek. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen individu, omgeving en antisociaal gedrag.
 
Ann De Buck is FWO-postdoctoraal onderzoeker (UGent). Haar onderzoek focust op de rol van (morele) emoties in de verklaring van antisociale gedragskeuzes.
_Lieven Pauwels en Ann De Buck -
Meer van Lieven Pauwels en Ann De Buck

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws