6 november 2026
'Kopfkino' – Een muzikaal filmcabaret van Sven Ratzke
‘I don’t like the idea of "understanding" a film. I don’t believe that rational understanding is an essential element in the reception of any work of art. Either a film has something to say to you or it hasn’t. If you are moved by it, you don’t need it explained to you. If not, no explanation can make you moved by it.’ – Federico Fellini
Hoeveel films heb ik meermaals gezien? Ik kan ze op de vingers van één hand tellen. Tijdens de voorstelling Kopfkino, het muzikale filmcabaret van Sven Ratzke, blijkt dat er mensen bestaan die dezelfde film meer dan 24 keer hebben bekeken. Ik ben duidelijk geen cinefiel. Toch wordt de voorstelling een onverwachte reis door mijn eigen filmherinneringen.
Sven Ratzke is een exuberante showman. Hij zingt, danst, vertelt en maakt grappen. Zijn voorstelling is een combinatie van cabaret, muziek en een persoonlijk verhaal over de geschiedenis van de cinema. Hij neemt zijn publiek mee in zijn eigen Kopfkino: de beelden, films en filmsterren die zich in zijn hoofd hebben genesteld. Als tiener werkte hij in een filmhuis, waar hij werd omringd door cinefielen en een filmwetenschapper. Een explicateur voorzag de vertoonde films van uitleg. Het filmhuis werd zijn informele filmschool. De cinema opende voor hem een wereld van andere culturen, talen en levens. Die ervaring heeft hem blijvend gevormd. Hij blijkt een bijzondere fascinatie te hebben voor filmdiva's, zoals ook blijkt uit zijn eerdere voorstelling over Marlene Dietrich. Ik merk hoeveel van de filmgeschiedenis aan mij voorbij is gegaan. Charlie Chaplin en Marilyn Monroe ken ik natuurlijk, maar veel andere namen en verwijzingen zeggen me niets.
Ratzke is een uitgesproken expressionistische performer. Met zijn krachtige stem, theatrale gebaren, mimiek, aanstekelijke humor en soms groteske lichaamstaal vergroot hij emoties uit. Hij lijkt voortdurend te spelen met de grens tussen uitbundigheid en overdrijving. Zijn optreden doet denken aan het expressionistische cabaret uit het Berlijn van de jaren twintig. In zijn eerdere voorstelling Dans op de vulkaan, met het Matangi-strijkkwartet, bracht hij de culturele bloei van de Weimarrepubliek tot leven, een wereld van artistieke vrijheid en experiment die het nationaalsocialisme uiteindelijk vernietigde. Het is de mooiste voorstelling die ik tot nu toe van hem zag. Hij zingt niet simpelweg liederen; hij beeldt ze met zijn hele lichaam uit. Dat maakt hem fascinerend om naar te kijken, zelfs wanneer zijn muzikale interpretaties me minder aanspreken.
Ratzke voert ons door ruim een eeuw filmgeschiedenis. Pianist Julian Bohn speelt achter de vleugel met groot enthousiasme medleys van beroemde filmmuziek. Ratzke zingt hoogtepunten uit de filmgeschiedenis, maar geeft de liederen nadrukkelijk zijn eigen interpretatie. Dat levert bij mij een merkwaardig effect op. Wanneer ik een lied ken, hoor ik tegelijkertijd de uitvoering van Ratzke en de originele versie in mijn hoofd. Er ontstaat een kakofonie die het genieten behoorlijk in de weg staat. Misschien speelt ook mee dat de oorspronkelijke, vaak rijk georkestreerde filmmuziek hier wordt teruggebracht tot piano en zang. Gelukkig ken ik lang niet alle muziek, zodat ik soms onbevangen naar Ratzkes interpretaties kan luisteren.
Ratzke begint zijn reis door de filmgeschiedenis bij de gebroeders Lumière, die in 1895 in het Grand Café in Parijs hun beroemde eerste publieke bioscoopvoorstelling gaven. Een van hun bekendste vroege films, L'Arrivée d'un train en gare de La Ciotat, toont een trein die het station binnenrijdt. Volgens een hardnekkige legende geraakte het publiek bij het zien van die naderende trein in paniek, uit angst dat de locomotief de zaal binnen zou rijden. Of dat werkelijk gebeurd is, valt te betwijfelen. Maar de anekdote illustreert de magie van de vroege film: bewegende beelden die zo werkelijk lijken dat de grens tussen werkelijkheid en verbeelding vervaagt.
Ik ga graag naar de bioscoop, maar zelden heb ik behoefte een film opnieuw te zien. Wild at Heart van David Lynch en American Beauty van Sam Mendes behoren tot de uitzonderingen. Ook de voor mij vormende documentaire Call of the Mountain over de Noorse milieufilosoof Arne Næss en zijn filosofie van deep ecology heb ik meer dan eens gezien en toon ik elk jaar aan mijn studenten.
Toch roept de voorstelling een stroom aan herinneringen op. Een van mijn vroegste filmervaringen bestaat uit de Tarzan-films die ik met mijn opa Laurens bekeek. Vooral Tarzan's New York Adventure maakte grote indruk. Ik genoot ook van de komische vechtfilms als Vier vuisten slaan op hol met Bud Spencer en Terence Hill, waarin de vuisten vrolijk in het rond vlogen. En bij De boezemvriend met André van Duin lachte ik me letterlijk van mijn stoel. Later waren er de Flodder-films, waar ik veel plezier aan beleefde.
Een absoluut hoogtepunt uit mijn jeugd was E.T. van Steven Spielberg. De film ontroerde me diep. Ik herinner me ook dat mijn vader huilde, een van de weinige keren dat ik hem heb zien huilen. Ik was wekenlang ontdaan. Misschien bestaat een filmherinnering niet alleen uit wat er op het scherm gebeurt, maar ook uit wat er tussen de toeschouwers gebeurt.
Ook Turks fruit maakte grote indruk op me, niet alleen vanwege het verhaal, maar ook door de onvergetelijke muziek van Rogier van Otterloo, met de mondharmonica van Toots Thielemans. Ratzke staat eveneens stil bij deze legendarische Nederlandse film. Verder herinner ik me Emmanuelle met Sylvia Kristel, een klassieker van de erotische cinema. Into the Wild vond ik machtig mooi: een verhaal over vrijheid, natuur, idealisme en de grenzen van het verlangen om je aan de samenleving te onttrekken.
Bijzonder is mijn herinnering aan de tragikomedie De beentjes van Sint-Hildegard van Johan Nijenhuis, met cabaretier Herman Finkers. Niet alleen vanwege de film zelf, maar ook omdat het de laatste culturele activiteit was die ik ondernam voordat de langdurige coronasluiting begon. Soms krijgt een film zijn betekenis door de omstandigheden waarin je hem ziet.
En dan is er nog Intouchables, de film over een verlamde man en zijn verzorger, met de prachtige muziek van Ludovico Einaudi. Daarmee kom ik op een merkwaardige tegenstelling. Want hoewel de muziek tijdens Ratzkes voorstelling me nauwelijks ontroert, behoort sommige filmmuziek tot mijn favoriete muziek, wellicht omdat ze zo nadrukkelijk op het oproepen van emoties is gericht. Ik luister graag naar Hans Zimmer, Philip Glass, onder andere zijn muziek voor The Hours, Yann Tiersens muziek voor Amélie en Einaudi. Muziek kan voor mij een zelfstandige esthetische ervaring zijn, los van de beelden waarvoor ze oorspronkelijk is geschreven.
Wat ik in Ratzke bijzonder waardeer, is zijn maatschappelijke engagement. In alle voorstellingen die ik van hem heb gezien, klinkt een pleidooi door voor individuele vrijheid en democratie. Ook deze avond laat hij zijn publiek niet zonder politieke boodschap naar huis gaan. Hij waarschuwt voor de opkomst van extreemrechts in Duitsland, in het bijzonder de Alternative für Deutschland (AfD). De geschiedenis van de Weimarrepubliek, die in Dans op de vulkaan zo indringend tot leven kwam, geeft die waarschuwing een extra lading. Daarmee sluit hij aan bij een lange traditie van politiek geëngageerd cabaret. Zijn uitbundige, expressionistische podiumkunst is niet alleen amusement, maar ook een verdediging van de vrijheid om anders te zijn. In dat engagement voel ik me met hem verbonden.
Ratzke beschouwt film als een culminatie van de kunsten. Daar valt veel voor te zeggen. Film verenigt literatuur, fotografie, muziek, beeldende kunst en toneelspel. Toch ontbreekt er voor mij iets wezenlijks: de rechtstreekse interactie tussen uitvoerenden en publiek. Bij theater en concerten zijn zij tegelijkertijd aanwezig. Er kan iets onverwachts gebeuren. Iedere voorstelling is uniek. Een film is als kunstwerk in beginsel vastgelegd, terwijl een theatervoorstelling iedere avond opnieuw ontstaat, in wisselwerking met het aanwezige publiek. Film kan bovendien een gedeelde ervaring zijn, zoals mijn herinnering aan E.T. laat zien. Toch spreekt het levende karakter van theater me meer aan.
Misschien ben ik daarom meer een theaterliefhebber dan een filmliefhebber. Ratzke heeft me met zijn muziek niet weten te ontroeren. Fellini zou zeggen dat geen enkele uitleg daar verandering in kan brengen. Maar zijn voorstelling bracht iets anders teweeg. Terwijl Ratzke zijn eigen filmherinneringen bezong, kwam mijn eigen filmgeschiedenis tot leven. Mijn opa bij Tarzan. Mijn vader bij E.T. Mijn jeugdige lachbuien bij André van Duin. De laatste bioscoopavond voor de coronasluiting. Al die films die, zonder dat ik het besefte, een plaats in mijn geheugen hebben gekregen.
Ratzkes Kopfkino bracht vooral mijn eigen kopfkino op gang.