• |
Het Vrije Woord
Geschreven door Alain Vannieuwenburg
  • 317 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 mei 2020 Een pleidooi à decharge
Het standpunt van de West-Vlaamse provinciegouverneur over het loslaten van enkele epidemiebeperkende maatregelen kan blijkbaar niet echt op mededogen rekenen. Bepaalde kustburgemeesters cultiveren (refererende naar de achterhaalde gemeentelijke autonomie en toegevende aan de druk van lobbygroepen allerhande) momenteel een cultuur van civiele ongehoorzaamheid. Wat is er aan de hand? Moet niet wat verder worden gedacht?
_Overhaaste maatregelen
Het bedrijf Graydon, een gerespecteerd specialist op het vlak van financiële informatie, bracht zopas een eerder onrustwekkend rapport uit. Zoals gevreesd blijkt dat zeer veel onterecht gebruik werd gemaakt van de economische steunmaatregelen van de overheid. Het overhaaste optreden van de politici (profileringsdrang?) en het ontbreken van een sluitende controle hebben zelfs mogelijk gemaakt dat ook schimmige bedrijfjes en obscure dekmantelondernemingen gretig in de pot hebben gegraaid.
De verantwoordelijke beleidsvoerders hadden echter ook moeten weten dat deze maatregel niet de verhoopte effectiviteit zou hebben. De teller aan maatregelen allerhande klopt op dit moment af op meer dan 30 specifieke beslissingen van diverse pluimage. Het is echter geweten dat ruim een kwart van het Belgische bedrijfsleven onvoldoende middelen heeft om twee maanden omzetverlies op te vangen. Nochtans is de rekening snel te maken wanneer men weet wat de financiële buffer in een bepaalde sector is. Deze vaststelling komt bovenop eerdere opmerkingen uit syndicale hoek waaruit moet blijken dat er vrij soepel wordt omgegaan met tijdelijke werkloosheid en er al eens vlot wordt ontslagen.
Het Rekenhof wordt best ingeschakeld om de maatregelen door te lichten en de diverse inspectiedienten kunnen best de verantwoordelijken opsporen.
_Het Belgische labyrinth
De vaststellingen hierboven verrijken de coronablundersaga. Het begon allemaal met de vaststelling dat men in wezen niet over een voorraad elementaire beschermingsmiddelen beschikte. Het leek onwezenlijk toen bekend raakte dat België tussen 2009 en 2015 wel degelijk over een voorraad van zowaar 63 miljoen mondmaskers beschikte, maar deze voorraad vernietigde. Door de verantwoordelijke minister werd het leger met de vinger gewezen. Een moedige adjudant (het zijn de onderofficieren en de troep die in de vuurlinie staan!) weerlegde de bewering. Dit leidde tot enkele leuke onthullingen (de vervaldatum had eerder betrekking op het elastiekje, de ruimte werd leeggemaakt op vraag van een humanitaire organisatie ...) en het gebruikelijke politieke kat- en muisspel vulde rijkelijk de krant. Over het plaatsen van een nieuwe bestelling sijpelde wat informatie door, maar het werd niet duidelijk waarom men niet opnieuw een strategische reserve had opgebouwd.
Ook de daaropvolgende bestellingen liepen niet zoals verwacht. Er werd blijkbaar meer met Google gewerkt dan iets anders en wat uiteindelijk werd geleverd, bleek niet steeds aan de kwaliteitseisen te voldoen. Terug naar af, niet getreurd echter. Er werd een nieuwe bestelling geplaatst. Deze keer leidde het spoor naar Luxemburg. Bleek dat de federale overheid 15 miljoen stuks bestelde bij een onbekende Luxemburgse firma die in handen is van een buitenlands miljonair gedomicilieerd in Malta. Moet kunnen.
De bevolking werd dan maar aan het naaien gezet. Gelukkig zorgde dit laatste niet voor bestellingen van naaidozen. De eerdere ervaring met de milieubox zorgde wellicht voor een rem op de bestelwoede van de beleidsverantwoordelijken. Wat een tragedie zou moeten zijn, verwordt echter snel tot farce.
_Institutioneel kluwen
Dat er nu en dan iets in het honderd loopt, is niet te vermijden. Wij struikelen in dit land immers over beleidsverantwoordelijken: de federale regering, de gewest- en gemeenschapsregeringen, de provincies, de steden en gemeenten (alle met bijhorende mandatarissen en administraties), om maar te zwijgen van de obligate inspraak- en adviesorganen, waarvan de kwaliteit oscilleert tussen die van kwalitatief werkend tot veredeld tooggezelschap.
Als klap op de vuurpijl beek dat men zowaar over acht (!) ministers bevoegd voor 'gezondheid' beschikt. Dit zorgde al eens voor verwarring. In de drang om te tonen dat men bestaansrecht had, haastte bv. een Waals minister van Gezondheid zich om berichten over besmetting rond te sturen, gegevens die aanvankelijk niet bevestigd konden worden door de federale minister van Volksgezondheid. Die zat immers in haar kot. Een hertelling zorgde ervoor dat men uiteindelijk negen verantwoordelijken voor volksgezondheid in Belgie ontdekte. Dit is geruststellend.
Een interessant gevolg van de Belgische verkavelingspolitiek is momenteel ook het probleem dat onderwijsinstellingen ervaren om onderwijs te kunnen verstrekken in een veilige schoolomgeving. De Belgische compromispolitiek leidde tot het ontstaan en bestendigen van diverse onderwijsnetten, met als grootste speler op het veld het vrij, gesubsidieerd, katholiek netwerk dat in het onderwijs een reuze socialisatiemachine ziet. De balkanisering zorgde echter voor separate voorzieningen en niet uitwisselbaar onderwijzend personeel. Een samenwerking over de netten heen met het oog op het ter beschikking stellen van infrastructuur zou vandaag een te overwegen optie kunnen zijn. Op langere termijn kan trouwens best worden nagedacht over het opheffen van de verschillende netten: een zoveelste, historisch gedateerde en onhoudbare luxe (verankerd via Schoolpact en Schoolpactwet en de abdicatie van het officiële onderwijs) die dit land zich weet te veroorloven. De onderwijsminister ziet zich echter geconfronteerd met onderwijskoepels die, koste wat het koste (letterlijk), op hun autonomie staan.
_Verwarring alom
De communicatie zelf bleef eveneens voor verbetering vatbaar. De communicatiestrategie van de premier wordt wellicht verplichte leerstof voor communicatiestrategen. De persconferenties werden aanvankelijk op onmogelijke momenten gehouden, bevatten veel details, waren eerder verwarrend dan verduidelijkend en focusten nu en dan zozeer op een specifiek element dat men uiteindelijk door de bomen het bos niet meer zag. Op bepaalde ogenblikken had men de indruk dat men een vertaalmachine had gebruikt. Het geheel resulteerde in gissen naar dat wat nu eigenlijk werd verteld. Een ware oefening in exegese.
Dit laatste was dan weer gefundenes Fressen voor de pers. Na de wazige mededelingen werd gretig ingepikt op de besproken themata. Het werd een oefening in het volharden van het spuien van onduidelijke berichten. Op bv. de radio werd het publiek ruimte gegeven om zijn bedenkingen, wensen, verlangens en interpraties te berde te brengen. Men ging onvermoeibaar door met het verspreiden van alle mogelijke herkauwde richtlijnen, suggesties en adviezen. Eerder geruststellend (of verontrustend) was ook de vaststelling hoe groot, in Vlaanderen, het aantal terzake deskundig geachte inwoners bleek te zijn.
Wie wilde weten waar men nu aan toe was, waagde zich aan het bekijken van het journaal of het doornemen van relevante krantenartikels. De voorzichtige commentaren van de deskundigen, virologen, epidemiologen en artsen lieten vermoeden dat men niet steeds even gelukkig was met de wijze waarop men communiceerde en de lockdown afbouwde. Men kon enkel ontzag hebben voor het geduld waarmede de virologen voor de zoveelste keer antwoord gaven op de vragen van de radio- en televisiemakers. Uiteindelijk diende zelfs het Belgisch Staatsblad erbij gehaald om een en ander te verduidelijken. Of dit een geslaagde operatie is, is nog onduidelijk. Gelukkig waren er nu en dan de gevatte reacties van Marc Van Ranst (met bijhorende collectie kleurrijke truien) en de serene hoogleraar Koen Geens. Een rustpauze in de kakofonie.
Het gretig vertoeven in de schemerzone van de modale Belg (het surrealisme heeft ook zijn rechten) resulteerde dan weer in de elastische interpretaties van bepaalde regels. Het uitbreiden van de cocon en het eigengereide handelen van de burger zorgde bij epidemiologen, die met mathematische modellen de verspreiding poogden te voorspellen, voor het nodige wenkbrauwengefrons. Zowel de wereldgezondheidsdienst als de experten vrezen immers dat de curve omhoogschiet wanneer men de maatregelen te vroeg loslaat en de burgers slordig omspringen met de herwonnen vrijheid. Niet verwonderlijk dus dat bv. de gouverneur van West-Vlaanderen de komst van de tweede verblijvers (voor Knokke-Heist alleen al gaat het om 21 785 personen), in combinatie met de instroom van dagjesmensen en dito, met de nodige argwaan bekijkt en vraagt om de politionele maatregelen (die reeds mooi omzeild worden) zo goed als mogelijk te handhaven.
_Omgaan met het risico
Het risico op een heropstart van de epidemie is immers reëel. Het pandemische karakter van de coronavirusepidemie daagt uit om een verregaande discipline op te brengen. En dat lukt nu reeds in vele gevallen niet.
Begin mei werden reeds 36 000 pv's uitgedeeld. Dit is wellicht slechts het topje van het werkelijke aantal overtredingen. Er zijn zelfs enkele hardleerse coronarecidivisten te noteren. Opvallend: veel lokale besturen nemen geen initiatieven om bv. via GAS-boetes de naleving af te dwingen. De invoering ervan leidde trouwens tot onenigheid tussen de partijen die deze noodregering steunen. De juridische indekking was een zorgenkind en al snel bleek dat het systeem van GAS-boetes in Wallonië nauwelijks wordt gebruikt.
_Legaliteit en legitimiteit
Dit alles verlegde even de aandacht naar de legitimiteit van deze noodregering. De coronacrisis zorgde immers tot het ontstaan van de regering Wilmès. De Koning en de onderhandelaars in spe kregen even ademruimte. Waren er echter geen verkiezingen geweest? Verkiezingen die nog steeds niet hadden geleid tot het vormen van een volwaardige en daadkrachtige regering? Hoe lang zou deze regering met volmachten en een ingeperkte parlementaire controle kunnen regeren? De noodregering noodzaakte de opstart van een noodcommissie: een specifieke Kamercommissie werd belast met de controle.
_Hoe fortuinlijke generaties omgaan met welvaart
Deze controle leek meer dan nodig. De budgettair krappe situatie verergert. De Belgische staatsschuld wordt wankel en zorgwekkend genoemd en de impact van de coronancrisis zorgt er wellicht voor, aldus internationale kredietbeoordelaars, dat deze een permanent karakter krijgt. De schuldgraad, die vorig jaar voor het eerst in acht jaar onder de grens van 100 procent van het bruto binnenlands product zakte, neemt toe tot ruim 111 procent. De Nationale Bank en het Federaal Planbureau becijferden dat de overheidsfinanciën het begrotingstekort zouden doen oplopen tot 7,5 procent van het bbp. De schuldgraad ramen ze daarbij zelfs op 115 procent voor 2020. Gewesten en gemeenschappen, maar ook lokale overheden staan eveneens voor enorme uitdagingen. Een vergiftigd geschenk voor de toekomstige generaties.
Daar komt bij dat het arsenaal aan middelen uitgeput is: de financiële politiek van de Europese Centrale Bank leverde niet het verhoopte resultaat op en de fiscale en parafiscale druk in België is legendarisch en biedt geen speelruimte. De werkgroepen die pistes moeten ontwikkelen zijn hopeloos (ideologisch) verdeeld.
_De eenzaamheid van de veldwerkers
Ondertussen ploegden de ziekenhuizen, de zorgverstrekkers en de rust- en verzorgingstehuizen verder. Begin mei concludeerde de Universiteit Antwerpen uit een onderzoek dat veel zorgverleners en medewerkers in de zorgsector (van de arts over de thuisverpleger tot het poetspersoneel in de ziekenhuizen en verzorgingsinstelling en rust- en verzorgingstehuizen) nog altijd kampen met een tekort aan beschermend materiaal. Deze zorgverleners hebben de voorbije weken letterlijk in de frontlinie gestaan. Openen wij een tweede, een derde front?
Contacttracing staat nu hoog op de agenda. Virologen benadrukken het nut van een volgehouden contactopsporing naast het dragen van maskers. Het reproductiegetal moet onder controle worden gehouden. De vrees dat er slachtoffers zullen vallen bij overtreding en eigengereide invulling van de richtlijnen ervan wordt versterkt door het feit dat het dragen van een masker de kans kan verhogen dat men zich veilig voelt en de regels niet echt meer opvolgt. De toewijzing van de contracten voor contacttracing zorgde alvast ook voor de nodige vragen. Een vraag was o.a. hoe wij ethiek met techniek verbinden. Een andere vraag vloeide voort uit de vaststelling dat coronatracking volgens sommigen een cashkoe dreigt te worden.
_Vragen
De crisis heeft echter ook heel wat ethische vragen opgeworpen. Hoe gaan wij om met de regel van het minste kwaad, hoe gaan wij om met de angst die niet enkel bij de bevolking aanwezig is, maar ook bij het verzorgend personeel en allen die in de zorg zijn tewerkgesteld? Moeten mensen met COVID-19 alleen sterven of laten we ook hun gezins- en familieleden toe? Hoe gaan we om met de alleenstaanden, de zwakkeren? Gezondheidseconomen wijzen erop dat men op een bepaald ogenblik keuzes zal moeten maken.
_Contractdenkers
Twee contractdenkers, Rousseau en Hobbes, lijken dan ook plots weer heel actueel. Beiden probeerden immers een theorie te ontwikkelen die kon verklaren welke de mogelijke redenen zijn die ervoor zorgen dat wij samenleven, dat wij een gezag aanvaarden, dat wij een staat aanvaarden.
Bij Hobbes zal de mens afstand doen van zijn vrijheid in ruil voor collectieve veiligheid. Dit is een berekende inperking: men offert enkel dat op wat nodig is om vrede en veiligheid te bereiken. Het recht tot zelfbehoud wordt dus in wezen beperkt door een soort politiek contract. Slechts in uitzonderlijke gevallen mag men het recht op zelfbehoud weer in eigen handen nemen. Faalt het systeem, dan bestaat echter het risico op oorlog: de mens is immers een wolf voor zijn medemens. De staat is noodzakelijk, de oorlog van allen tegen allen is een risico.
Rousseau lijkt een ietwat positiever mensbeeld te koesteren. De mens is in feite van nature goed. Het is de samenleving die hem corrumpeert. De overlevering van de mens aan een hogere gemeenschappelijke macht is hier absoluter. De menselijke vrijheid is het conditio sine qua non voor het mens-zijn. In tegenstelling tot Hobbes denkt hij dat de mensen van nature niet elkaars vijanden zijn, omdat de betrekkingen tussen zaken, niet tussen die mensen tot oorlog leiden. Bij Rousseau gaat het eveneens om het zelfbehoud van de mens. Daarom is hij op zoek naar een vorm van samenleven die met alle gemeenschappelijke kracht de persoon en de goederen van iedere deelgenoot verdedigt en beschermt. Omdat iedereen zich aan allen geeft, geeft hij, volgens Rousseau, zich aan niemand. Met het sociaal contract kan de mens zelfbehoud realiseren door zijn krachten te koppelen aan die van anderen en zijn vrijheid in te ruilen voor de algemene wil.
Wie het maatschappelijk verdrag aantast, hoeft echter niet op mededogen te rekenen. Zij zijn de vijanden van de staat en stellen zich bloot aan represailles.
_In fine
Wanneer men derhalve de uitspraak van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen wil beoordelen, neemt men best voorgaande elementen mee in aanmerking samen met een ethische overweging: bevordert onze individuele keuze het welzijn van elke persoon of het nu burgers, zieken, rusthuisbewoners, volwassenen of kinderen betreft?; hoe verhouden onze particuliere desiderata zich tot het algemeen belang van de samenleving?; wat laten wij primeren en zijn wij dan ook bereid om de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van onze keuzes op te dragen, nemen wij de oversterfte erbij als collateral damage?
Het Vrije Woord
Alain Vannieuwenburg is ethicus en doctor in de interdisciplinaire studie van het recht. Hij is lid van een atelier dat de relatie overheid en levensbeschouwingen monitort en van de humanistische denktank Kwintessens. Hij pleegt deze bijdrage in eigen naam.
_Alain Vannieuwenburg -
Meer van Alain Vannieuwenburg

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws