Kwintessens
Geschreven door Geert Lernout
  • 1324 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

15 maart 2022 Filologen
Ieder jaar komen de Joyce-specialisten van heel de wereld samen, voor een grote conferentie. Dat is altijd de week van 16 juni, Bloomsdag, de heiligste dag in de Joyceaanse kalender. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de avonturen van Leopold Bloom voor het eerst in boekvorm te lezen waren. Dus deze verjaardag vieren we in Dublin.
Voor Joyceanen in Europa was het vroeger een goede gelegenheid om te zien welke nieuwe trends er waren aan de Amerikaanse universiteiten, want de meeste Joyceanen kwamen van dat continent. Om een of andere reden was het werk van Joyce een voedingsbodem voor nieuwe theorieën: new criticism, feminisme, deconstructie, new historicism, postkolonialisme: ze kwamen allemaal voorbij. Als het maar new of post was, en op een of andere manier was Joyce zelf indien niet de eerste dan toch de beste feminist, deconstructivist, psychoanalyst.
Door het internet en nog meer door de algemene amerikanisering van de Europese universiteiten hebben we Amerika niet langer nodig: de nieuwe dingen doen we nu zelf. Wie binnen een halve eeuw, als het taal- en literatuuronderzoek aan de universiteiten helemaal is verdwenen, de geschiedenis van een discipline zal schrijven, kan best daar beginnen.
In België bestaat de filologie niet meer, als diploma of als discipline, en de filologie van moderne talen is op zich niet ouder dan anderhalve eeuw, maar de studie van taal- en letterkunde is zo oud als de Griekse filosofie, misschien zelfs even oud als het schrift zelf. Plato en Aristoteles bestudeerden het werk van Homerus, maar de latere hellenistische schrijvers namen een belangrijke stap toen ze voor het eerst allegorisch gingen lezen. Met Plato en Aristoteles wisten ze dat de menselijke-al-te-menselijke Griekse goden van Homerus niet voldeden aan de filosofische idealen en dus moesten de mythologische verhalen eigenlijk een heel andere betekenis hebben. De avonturen van Odysseus gingen niet over een Griekse held die na de oorlog naar huis gaat, maar over een ziel die zich zuivert van het materiële, of die de hoogste deugden leert kennen, of die op een andere manier een beter mens wordt.
In Alexandrië werd deze manier van lezen ook gebruikt om de Griekse vertaling van de joodse bijbel filosofisch aanvaardbaarder te maken (YHWH is niet echt jaloers en hij heeft niet echt een lichaam). Op die manier kwam de allegorie vanaf het begin in het christendom terecht, en we zijn er nog lang niet van verlost.
Veel van mijn collega's willen de oude teksten redden door ze een moderne betekenis te geven. En daarmee doen ze hetzelfde als gelovigen die hun heilige teksten met hun achterhaalde ideologie selectief en allegorisch lezen. Boeken waarin kindermoord en genocide tot de normale wapens van het opperwezen behoren, worden dan een excuus om tegen abortus te zijn, of tegen het homohuwelijk. Maar net zo goed tegen slavernij, voor het homohuwelijk, en tegen de verloedering van het milieu. Is het niet merkwaardig dat die heilige teksten net dat blijken te beweren wat deze lezers zelf ook al dachten?
Dat is het omgekeerde van wat filologen doen: die proberen een geschreven boodschap te ontcijferen en ontdekken al snel dat dit maar mogelijk is, als je eerst de context van die boodschap begrijpt. En dat is niet alleen de taal waarin de boodschap werd geschreven, maar de hele wereld waarin die woorden een betekenis hebben. En in het grootste deel van de gevallen is dat een werkelijkheid die niet de onze is, maar die wel bestaan heeft en dus op een of andere manier tot onze wereld heeft geleid.
Dat de wereld van een tekst niet de onze is, is gemakkelijk te begrijpen als de boodschap in het Sanskriet geschreven is, of het midden-Baskisch. Maar het geldt ook voor teksten in je eigen taal, maar uit een andere tijd of een andere sociale klasse. In iedere tekst zit een hele wereld verstopt, die van de schrijver enerzijds, maar anderzijds ook die van de lezers voor wie de tekst oorspronkelijk bedoeld was. En hoe verder weg in de tijd, hoe moeilijker het is om ons deze heel andere werelden voor te stellen.
Maar daar slagen we telkens weer in, desnoods met teksten die meer dan vijfduizend jaar oud zijn: zo weten we dat er in 3200 voor onze jaartelling in Uruk een mens was die Kushim heette en die een grote hoeveelheid gerst bezat. How cool is that? En binnen vijfduizend jaar zal er iemand anders zijn die zich afvraagt waarom ik hier dat éne zinnetje niet in mijn eigen taal maar in het Engels schreef, en die persoon (of dat computerprogramma) zal ontdekken dat dit zinnetje niks te maken heeft met temperatuur.
Toch ben ik oprecht benieuwd wat mijn Joyce-collega's binnenkort in Dublin zullen verzinnen. Het zal over Joyce en het klimaat gaan, over Joyce en de pandemie, en over de Oekraïense dimensies van het werk van Joyce. Maar toch vooral over onszelf. En dat blijft doodjammer: want er zijn zoveel andere en interessantere mensen dan wij. Joyce bijvoorbeeld, en de mensen voor wie hij zijn boeken schreef.
Kwintessens
Geert Lernout is professor emeritus aan de Universiteit van Antwerpen waar hij Engelse en vergelijkende literatuur doceerde. Hij publiceerde in het Engels over het werk van James Joyce en in het Nederlands over de geschiedenis van het boek, over Bachs Goldberg Variaties, over openbaringsgodsdiensten en Amerikaanse religie.
_Geert Lernout -
Meer van Geert Lernout

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws