Kwintessens
Geschreven door Willy Vandeweghe
  • 1392 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

22 maart 2022 Ras. Newspeak 2.0 (deel 2)
Doordat in de moderne geschiedenis Europese blanken vaak de actoren waren bij onderwerping en/of plundering van andere continenten, is een gevoel van historisch onrecht heel begrijpelijk. Nu de nazaten van de gekoloniseerden de omgekeerde stap naar Europa gezet hebben, menen heel wat van hen dat het net Europa is dat gedekoloniseerd moet worden. Daarbij worden taal en historische referenties vaak door elkaar gemengd in een discours van historische schuld bij de Europeaan die vermeende privileges moet afstaan, niet ten gunste van de landen die historisch gemaltraiteerd werden (dat zou begrijpelijk zijn), maar van de personen die door toeval uit die landen in Europa beland zijn. Een totaal nieuwe definitie dus van 'dekolonisering', en een koppeling van het begrip 'sociale rechtvaardigheid' aan huidskleur en historisch slavernijverleden. Dat doen vervagen van grenzen, en het dooreenmengen van denotatieve en connotatieve lading van woorden, draagt bij aan de door de propagandisten gewenste onvastheid die het kenmerk is van de nieuwspraak 2.0.
_De tredmolen van het eufemisme
In navolging van het woordgebruik in de VS, waar het door Martin Luther King nog zonder terughoudendheid gebruikte negro in de ban gedaan is voor black, in sommige media zoals de New York Times intussen met hoofdletter, heeft een soortgelijke verschuiving in het Nederlands plaatsgevonden. Zwart(e) is naar voren geschoven als vervanging van neger, door De Volkskrant al in 1992 als 'N-woord' naar de taboesfeer verbannen. Taboe en eufemisme, het is vanouds bekend voor handicap en ziektenamen: met een 'zachter' of 'beschaafder' woord probeert men te vluchten voor de ongewenste associaties van het fenomeen waar het woord naar verwijst. Zo werd bv. tering taboe, en kwam het meer 'geleerde' woord tuberculose in de plaats. Al snel klonk ook dat te hard, want het sloeg nog altijd op dezelfde vreselijke ziekte, en men schakelde over op afkortingen: eerst tbc vervolgens tb. Dit is de bekende val van de 'tredmolen van het eufemisme', geformuleerd door de psycholinguïst Steven Pinker:
'The euphemism treadmill shows that concepts, not words, are in charge: give a concept a new name, and the name becomes colored by the concept; the concept does not become freshened by the name'. Bron: Pinker (1994).
M.a.w., mensen vinden nieuwe, 'beleefde' woorden uit om te verwijzen naar emotioneel geladen of als negatief ervaren dingen, maar daarmee veranderen die dingen niet. Zo raakt het eufemisme zelf al heel snel negatief gekleurd.
Nu lijkt iets gelijkaardigs aan de hand te zijn bij de overgang negroblack / neger → zwart, waarbij er ook morfologisch en syntactisch iets verandert aangezien het substantief de plaats ruimt voor een adjectief. Mocht het N-woord nog in zwang zijn, zou negro lives iets betekenen als 'het leven van zwarten', maar met black lives gebeurt iets extra's: hier lijkt het te gaan om 'zwarte levens'. Zo wordt het acceptabel dat het bij een combinatie als white privile gelijkt te gaan om 'een blank voorrecht' veeleer dan om een 'voorrecht van blanken'.
Deze morfologisch-syntactische verschuiving kan voor de propagandisten van taalverandering als bijkomend voordeel gezien worden, maar het basisfenomeen lijkt met eufemisering te maken te hebben: men wil de ongewenste historisch bepaalde associaties van het woord bannen, en aangezien neger negatief geconnoteerd was, zocht men naar een equivalent zónder die connotatie, en dat werd dan black / zwart(e), een eufemisme dus. En ja, ook hier blijkt de tredmolen al in werking, getuige de adviestekst Handreiking Waarden Voor Een Nieuwe Taal van de Code Diversiteit & Inclusie. Deze handreiking, onder hoofdredactie van de Egyptenaar (!) Mounir Samuel, biedt 'inspiratie en handvatten voor een gedekoloniseerde, inclusieve en toegankelijke taal voor iedereen in de cultuursector', en ziet al een nieuw gevaar opduiken voor pejorativering van zwart. Daarom, aldus Samuel:
'Vermijd uitdrukkingen waarin "zwart" als negatief bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, zoals zwarte bladzijde in de geschiedenis, zwarte dag, zwartrijden, zwart geld, zwartwerken etc.'

De Brusselse MIVB heeft dat advies al ter harte genomen (Bruzz 14 juli 2021), tv-presentatrice Karine Claassen (Het leven in kleur) eveneens (Het Nieuwsblad 9 oktober 2021).
_Woorden verwijderen is taal verarmen
Het Nederlands heeft, i.t.t. bv. het Frans of het Engels, twee woorden die kunnen gelden als benamingen voor lichte kleuren, wit als het algemene woord, blank als het specifieke woord voor huidskleur. Ook bleek is mogelijk als alternatief voor wit, en in de indianenverhalen met bleekgezicht zelfs voor huidskleur. Deze woordenrijkdom maakt nuancering mogelijk, zodat een zin als 'Op de foto zagen we een blanke man die wit uitsloeg van woede' perfect betekenisvol is.
Omdat echter het N-woord vervangen is door de algemene kleurbenaming zwart, ontstond vanuit een soort van rechtvaardigheidsgevoel de drang om in ras-betrokken discussies ook blank dan maar te schrappen, onder de wat al te gemakkelijke aanname dat het net als neger in eerste instantie met kolonialisme en slavernijverleden verbonden was. Behalve dat de taal verarmt – daar waarschuwde Orwell al voor – en uitdrukkingsmiddelen verliest ('Op de foto zagen we een witte man die wit uitsloeg van woede' wordt nu een enigszins absurde zin), zitten er aan de motivering voor wit nog een aantal problematische aspecten.
Recent activisme, van Kick out Zwarte Piet in Nederland, tot Black Lives Matter dat overgewaaid is uit de VS, is erin geslaagd de traditionele huidskleurbenaming blank in de ban te doen ten gunste van een veralgemeend wit – althans in de media, de cultuurwereld en een deel van het onderwijs. De Volkskrant gaf het voorbeeld in 2016, de Nederlandse openbare omroep (toen nog) NOS volgde in 2018. In Vlaanderen leest men in De Morgen en De Standaard (en Humo enz.) bijna uitsluitend nog wit, nadat het Amerikaanse BLM-protest ook in België had geleid tot betogingen, protest tegen plein- en straatnamen, en het bekladden van standbeelden die aan de koloniale tijd herinneren.
Voor de meeste mensen is het geen probleem wanneer een groep voor de zelfbeschrijving een bepaalde woordkeuze, bv. zwart(e), verkiest, om dat woord ook te gebruiken. De keuze voor wit komt echter uit de sfeer van het zwarte activisme, waar de gewone Europeaan zich allerminst in herkent, tenzij in kringen die om 'inclusief' en 'verdraagzaam' te lijken, meestappen in de drogredeneringen die de keuze voor wit en de schrapping van blank moeten rechtvaardigen. Zo lezen we op een door de Vlaamse overheid gesteunde en op 11- tot 24-jarigen gerichte website, WatWat het volgende: 'Blank betekent "leeg" of "niets" en is dus geen kleur. Door "blank" te zeggen, lijkt het dus alsof iemand geen huidskleur heeft. Zo maak je een onderscheid tussen blanken en niet-blanken'. Dat blank geen gewone kleurbenaming is klopt, het is namelijk een huidskleurbenaming: precies het omgekeerde van wat in de geciteerde passage gezegd wordt. Waar de auteur(s) het vandaan haalt (halen), dat blank 'leeg' of 'niets' betekent, zal wel altijd een raadsel blijven. Misschien hebben ze aan het Italiaanse blanco gedacht, wat we in het Nederlands kunnen zeggen van een blad waar niets op staat? Of aan een witregel, waar geen letters op voorkomen? De suggestie dat het woord afwezigheid van huidskleur impliceert, is in elk geval taalkundig incorrect. Een tweede 'argument' verwijst naar het koloniale verleden: 'Daar betekende blank ook "maagdelijk, onschuldig en rein". Witte mensen waren beter dan "wilde" zwarte mensen, die vaak slaven waren.' Dat Afrikaanse mensen vaak slaven waren (heel vaak door toedoen van andere stammen of Arabische slavenhande­laars) klopt historisch ongetwijfeld, dat Europeanen en dus blanken gedurende enkele eeuwen aan de slavenhandel deelnamen en eraan verdienden eveneens. Taalkundig echter is de link met 'blank' als zou het woord verwijzen naar maagdelijkheid, onschuld en reinheid, klinkklare onzin. Het gaat hier dan ook niet om taalkunde maar om ideologie, en dus om politiek. Dat blijkt glashelder uit het advies van WatWat aan de opgroeiende jongeren: 'Merk je dat andere mensen wel "blank" blijven zeggen? Spreek hen daar dan op aan.' Deze oproep wordt ondersteund met het ronduit misleidende 'Herinner hen eraan dat het verwijst naar slavernij en dat het eigenlijk geen huidskleur is'. Het is waarschijnlijker dat de keuze voor wit vooral handig is omdat het op die manier mogelijk is om alle termen uit het Angelsaksische ontstaansgebied van het identiteitsdenken (het hele gamma van white privilege tot white fragility) zonder veel plichtplegingen in het Nederlands over te nemen.
Taalkundig gezien is er geen enkel criterium te bedenken op grond waarvan het woord wit meer of minder kwetsend zou zijn dan blank. Hagelwit is positief in toepassing op linnen of tanden, lelieblank is in poëtische taal positief in toepassing op een vrouwenhals. In het Nederlands slaat (krijt)wit in de eerste plaats op een ongezonde kleur bij een blanke persoon, al of niet overleden. De activisten van de 'inclusiviteit' gaan er echter van uit dat zoveel mogelijk stigmatisering moet worden weggenomen, op zich een nobel streven. Vanuit het slachtofferdenken gaat het hier dan in de eerste plaats om stigmatisering van 'kwetsbare' minderheden, die kwetsbaar zijn omdát ze minderheid zijn. Het hele punt van wit nu is niet dat het stigmatisering wegneemt, maar juist dat het stigmatisering in de hand werkt, dit keer weliswaar voor de demografisch dominante groep in de Europese samenleving. Het lijkt m.a.w. net de bedoeling om alles wat 'wit' is in een kwaad daglicht te stellen. In het dagblad Trouw (januari 2018) wees de Nijmeegse filosoof Ger Groot erop dat wit in de jaren zeventig al werd gebruikt als 'een uiting van beledigende minachting'. Fons Mariën schrijft in Ik ben geen witte man (2022): 'De keuze om het in onze taal ingeburgerde woord blank te vervangen door wit is geenszins neutraal. Telkens ik deze term in de media lees of hoor, merk ik een beschuldigende toon of context.' Dysfemiserend dus, in plaats van eufemiserend. Tegen de groep wiens (demografische) dominantie hen kwalijk wordt genomen als was het een vorm van overheersing en, erger nog, onderdrukking via het aan hen toegeschreven white privilege. Enigszins kort door de bocht: activisten, in de regel nieuwkomers in Europa en afkomstig uit allerlei werelddelen met veel zwarten (Afrika, Suriname) vinden het onrechtvaardig dat de Europese bevolking blank is, en vinden dat die blanke Europeanen moeten inbinden. Maar al te vaak vinden zij medestanders binnen het 'weldenkende' deel van die Europese bevolking dat zich schuldig voelt over het historische onrecht dat Europa over de wereld heeft uitgestort, en waarvoor de latere generaties nu moeten boeten.
Een van de ideologische bronnen van de kromredenering over kleurbenamingen vinden we in het boek Witte onschuld van Gloria Wekker (°1950), emeritus hoogleraar sociale en culturele antropologie aan de Universiteit van Utrecht, en van Surinaamse afkomst. Zij presenteert de blanke Nederlander van vandaag de rekening van enkele eeuwen slavenhandel en kolonialisme, zet hem aan tot schaamte om zijn white privilege, verbiedt hem of haar zich uit te spreken over kwesties als raciale ongelijkheid en onrechtvaardigheid, een verbod op culturele toe-eigening. Samengevat in de woorden van W. Pauli (Knack 2 oktober 2019): 'Witten moeten hun plaats kennen. Hun manieren houden. Luisteren naar het nieuwe gelijk. Zich bewust zijn van hun erfzonde: dat zij aan het einde staan van een eeuwenoude foute geschiedenis.'
Als ik het even op mijn persoonlijk verhaal betrek: in retrospect moet ik er dus als zoon van een naoorlogs gezin volgens deze moraalridders van doordrongen zijn dat niet alleen ikzelf, maar ook de generaties die mij voorafgingen, en tot halfweg vorige eeuw in de regel even arm stierven als ze geboren waren, eigenlijk behept waren met dit privilege, en er dus mede schuld voor dragen. Dat is een zowel absurde als onverdraaglijke gedachte.
Wanneer de blanken krachtens hun white privilege per definitie gelden als dragers van onverdiende voordelen die afstand moeten nemen van hun 'witte onschuld', eindig je in een gepolariseerde tegenstelling waarin ras de allesbepalende factor is, 'een fundamentele grammatica die de samenleving vorm geeft' (Witte onschuld, nieuwe editie 2020: 264). 'In die zin is Gloria Wekker een "raciste", in de letterlijke betekenis van het woord. Zij gebruikt "ras" als een geldig verklaringsmodel voor verschillen tussen mensen, maatschappelijke ontwikkelingen en geschiedkundige analyses.' (Bron: W. Pauli, in Knack 2 oktober 2019) Enigszins bevreemdend dat Wekker in 2022 een Amnesty International Leerstoel aangeboden krijgt van de UGent.
De blanke schuld, de zwarte (Zwarte!) die de blanke moet opvoeden, het komt allemaal terug in 'handboeken' met didactische inslag, zoals Het Antiracismehandboek (Chanel M. Lodik, 2021). De reeks van stigmatiserende associaties die wit krijgt (tot witte tranen toe, dit zijn de tranen van blanke vrouwen, en dus valse tranen) is eindeloos.
Het verrassende is dat Europeanen, in de media, de cultuurwereld enz., meegaan in deze zelfbeschadigende woord-heksenjacht. Toen De Volkskrant in 2016 besliste om voortaan blank door wit te vervangen, verwees de redactie naar het 'stigmatiserende' karakter van blank, om het voor blanken stigmatiserende wit in de plaats te zetten. Bij de NOS – nota bene de openbare omroep —  verwees men begin 2018 eveneens naar een op niets steunende connotatie van reinheid en neutraliteit van blank, het woord waardoor 'de eeuwenlange machtsongelijkheid nog eens extra zou worden "witgewassen"'. Een elite beslist dit ten nadele van een bevolking die, zoals bleek uit een lezersbevraging in 2017 door het Genootschap Onze Taal, voor 91% vond dat er met blank niets mis was. (De Standaard 25 januari 2018).
_Dekolonisering
Met de polariserende tegenstelling wit-zwart is dus een Orwelliaanse omkering tot stand gebracht: racisme vermomd als antiracisme.
In een door een activistische minderheid bedachte newspeak ben je niet 'gedekoloniseerd' als je het woord blank gebruikt. In hun discours – dat via de media volop doorsijpelt naar de rest van de bevolking, vooral naar de jongeren – wordt wit gebruikt als een soort van geurvlag voor schuldinzicht en politieke correctheid. Die juiste geurvlaggen vormen, ook voor de blanke Europeaan, de aanwijzing dat hij of zij deugt. Huidskleur is het voornaamste wat ertoe doet, en hier moeten de pigmenteel gemarginaliseerden genoegdoening krijgen voor het institutioneel racisme waar de westerse samenleving van doordrenkt is. Woorden als geurvlag, en deugdzamen die hun medeburgers aan de schandpaal nagelen, we kennen het van totalitaire regimes, dat van de Sovjet-Unie, dat van de nazi's, dat in 1984. Maar natuurlijk ook al veel vroeger, van de inquisitie en de kettervervolgingen. De macht die zichzelf in stand houdt door burgers tegen elkaar op te zetten, het manifesteert zich in de hedendaagse polarisering, waarin de werven van woke louter instrumenteel zijn.
Uit dezelfde hoek waar men blank door wit wil vervangen, komt het pleidooi voor vervanging van slaaf door de tongbreker tot slaaf gemaakte, niet toevallig overgewaaid uit de Angelsaksische wereld (Eng. enslaved). Met het wat vervelende effect dat de afgekeurde term terugkeert in de omschrijving: als men consequent is past hier enkel een eindeloze spiegeling: de 'tot slaaf gemaakte' is eigenlijk een 'tot [tot slaaf gemaakte] gemaakte', en zo zou men in feite oneindig door moeten gaan, als bij een Droste-blik. Bovendien staat de essentialistische ingreep haaks op hoe taal werkt, want doorgetrokken naar andere 'zijnstoestanden' zou officier dan vervangen moet worden door tot officier bevorderde, president door tot president verkozene, master door als master afgestudeerde enz.
De discussie die al een tijd in Nederland rondzong, werd in België geïmporteerd naar aanleiding van de vernieuwing van het Afrikamuseum, met de antropologe Bambi Ceuppens (°1963, dochter uit een Congolees-Belgisch huwelijk) in de hoofdrol. Ironisch genoeg was het voorstel hier om de slaaf aan te duiden als mens die verhandeld wordt als koopwaar, een hele mondvol die tot geweldige complicaties leidt als men het over een 'slavenkaravaan' of een 'slavenschip' wil hebben. Opmerkelijk is de openhartigheid waarmee Ceuppens de ingrepen in de woordenschat motiveert (tamtam moest spleettrommel worden, in plaats van het stigmatiserende hut was het beter over huis te spreken): 'We moeten af van het beeld dat iedereen in Afrika in een hut woont. Ik stel voor om huis te gebruiken. Een algemene term is altijd beter'. (De Standaard 4 september 2018, cursief van mij). Alweer gaat een alarmlichtje branden: voorkeur voor algemene woorden betekent noch min noch meer een voorkeur voor taalverarming. Net dat was al een kenmerk van Orwells newspeak, en nu dus ook van newspeak 2.0.

Lees hier deel 1 van deze essayreeks.
Kwintessens
Willy Vandeweghe (°1948) is taalkundige. Voor zijn pensionering was hij hoogleraar Nederlands aan de Gentse vertalers-/tolken-opleiding. Hij is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL).
_Willy Vandeweghe -
Meer van Willy Vandeweghe

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws