Kwintessens
Geschreven door Sophia De Wolf
  • 1927 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 april 2022 Ce n’est pas la mer à boire
De obligate parka behoorde niet tot mijn garderobe en vroeger opstaan om op tijd een te smalle broek  aan te kunnen trekken was niet nodig. Een haantje de voorste was ik allesbehalve, ik sloot eerder de rij. Strikt representatief voor mijn generatie was ik niet. Niettemin gaan leeftijdsgenoten zich herkennen en weten dat ik me tot hun groep en bijbehorende belevingswereld mag rekenen.
'Mijn tijd' was de tijd van new wave met The Cure en ska met Madness. Braaf naar school en tussendoor dolle dagen in de jeugdbeweging. Bang voor de bom ook. Het IJzeren Gordijn was nog intact, de Muur nog niet gevallen. Nog steeds lukt het om De bom van Doe Maar woord voor woord mee te lippen. Een T-shirt met 'NO NUKES' behoorde tot de vestimentaire verplichting en lid zijn van Greenpeace was een vanzelfsprekendheid. Twee memorabele zondagen werden gevuld met antiraketbetogingen. Ad Visser was een wekelijkse gast op tv, de tv waarvoor je nog moest rechtstaan om 'van post' te wisselen. Naar Werchter gingen we in Torhout. Telefoneren was nog niet draadloos en ma of pa kwam al eens met een paar priemende ogen om de hoek kijken met de dringende boodschap dat het gesprek met deze of gene vriendin langzamerhand afgerond moest worden. We betaalden met Belgische frank en met cheques. Die ene reisbestemming per jaar bevond zich aanvankelijk nog heel dichtbij, geleidelijk reed de auto met vader aan het stuur verder en verder. De tentakels van de katholieke Kerk probeerden hun greep te behouden, maar ontsnappen was mogelijk – represailles waren er niet te vrezen. Eens te oud geworden voor Dikke Bertha en Bonte Avonden, werden de vredelievende pijlen op de wereldwinkel gericht. En na de studie ging het rechtstreeks richting arbeidsmarkt. Moederschap zette het engagement op een lager pitje, maar eens de luiers en de legoblokken geruild voor interessante gesprekken en kameraadschap, lonkte opnieuw het vrijwilligerswerk. Het lonkte soms zodanig dat het weleens stress meebracht. Stress, stilaan een modewoord, al leek of bleef het leven simpel.
Dat leven ging en gaat zijn gang, mét alle hoogtes en laagtes, mét alle hindernissen die iedereen vroeg of laat tegenkomt. Levensbedreigende zaken zijn daar niet bij. Meer dan hoogstens het potentieel moordende verkeer kruisen niet echt gevaarlijke gebeurtenissen het redelijk platte pad. Honger en dorst worden al eens geleden, maar wat dat écht betekent, ondervinden we niet aan de lijve. Water komt gewoon uit de kraan, kilometers ver hoef je er niet voor te lopen. Principieel nemen we zoveel mogelijk de fiets, maar als het pijpenstelen regent, is daar nog altijd de auto. Het leven, ce n'est pas la mer à boire.
Het toevallige geluk hier en nu – in het Vrije Westen van de 20ste eeuw – geboren te zijn, bracht mee dat dat leven voor de meerderheid gezapig te noemen was en is. Telefoneren kan ondertussen overal, bij de tv hoort 'het bakske' en we kijken niet meer enkel analoog, het internet deed zijn intrede en volgens Fukuyama betekende de val van de Muur zowaar 'het einde van de geschiedenis'. We betalen ondertussen met euro en met de kaart. Veiligheid, comfort en voortschrijdende materiële mogelijkheden maakten het bestaan onbewust aangenaam om leiden. Dat dat ook veelal zo was en is door de  uitbuiting van uitheemse contreien en delven van andermans stoffen, drong niet echt door of er werd de andere kant opgekeken. Het Zuiden de lasten, het Noorden de lusten. Een artikel erover of een boek activeerde even een gevoel van noodzakelijk protest, maar algauw gingen we weer over tot de orde van de dag. Luxepositie. Nog steeds. Ce n'est pas la mer à boire. De gedachte dat men met het empathische engagement de wereld aan het verbeteren is, suste het geweten. Met woorden, teksten en kleine daden op lage barricaden staan, het is toch altijd beter dan niets?
Alles was vanzelfsprekend. Nooit was er wezenlijk iets tekort. Globalisering had zijn intrede gedaan. De hele wereld werkte samen om producten tijdig op hun bestemming te krijgen, wat ze ook mogen zijn en waar ze ook terecht moesten komen. We waren ons van die dagelijkse dynamiek nauwelijks bewust. De vele schakeltjes in het gecompliceerde raderwerk liepen immers gesmeerd. Voor ons geprivilegieerde deel van de wereld althans. En dan nog enkel voor de geluksvogels, want het bleek hier ook – vreemd genoeg – niet te lukken om plaatselijke armoede aan te pakken. Ook de nu door een virus en een oorlog aan de kant geschoven aandacht voor het klimaat werd daarvoor meestal ook al op cognitief-dissonante wijze aan de kant geschoven, het was immers nog niet echt ontwrichtend of zichtbaar. Het leven leek nog altijd simpel. En wie dacht dat het dat niet was, nam een coach.
Vanzelfsprekendheid leidt tot luiheid en nonchalance. En net dan loert het gevaar om de hoek. Samen met de drang om de hoge levensstandaard te behouden, lieten beleidsmensen principes, waarden en normen al eens in de kast. Ver-van-ons-bedconflicten werden niet 'gezien', zolang hier alles zijn gewone gang kon gaan, zolang de economie maar verder draaide.
Sedert relatief korte tijd worden we met de neus op de onontkoombare feiten gedrukt. Het evenwicht blijkt zowaar precair te zijn. Eén hardnekkig virus en bedrijven moesten hun productie minderen. Eén schip blokkeert het Suezkanaal en leveringen stokten. Eén oorlog dichtbij en de graan- en olieleveringen komen in het gedrang. Het 'einde van de geschiedenis' lijkt verder weg dan ooit. Diezelfde oorlog confronteert ons met verschrikkelijk geweld en doet ons verplicht nadenken over een ander energiebeleid. Zelfs schrik voor de bom steekt weer de kop op, en veel verschillende vragen eveneens. Want wat nu? De blik richten naar een meer sturende overheid? Of onszelf sturen? Ons eigen gedrag veranderen? Moeten we aardbeien eten in maart en tomaten in de winter? Moeten we meerdere keren op reis per jaar? Moeten we die allerlaatste nieuwigheden hebben? Moet het pakje de volgende dag geleverd worden? Kunnen we ervan uitgaan zijn dat technologie de klimaatverandering inhaalt? Gaan we nog betogen tegen wapens?
De zee hoeven we niet uit te drinken. Maar een kleine vijver, zou dat lukken? Wat gas terugnemen, een beetje op de rem gaan staan? Zowel voor de planeet, de rest van de wereld én uiteindelijk ook voor onszelf? Want is het niet net doordat we de grote geluksvogels genoemd kunnen worden, dat we het meest kwetsbaar zijn? Gewend aan technologie, allerlei nutsvoorzieningen, sociale bescherming, de vanzelfsprekende veiligheid?
'En als de bom valt
Dan zit ik in mijn nette pak, diploma's en mijn cheques op zak
Mijn polis en mijn woordenschat
Onder de flatgebouwen van de stad naast jou.
Laat maar vallen en het komt er toch wel van
Het geeft niet of je rent
'k Heb jou nooit gekend, 'k wil weten wie jij bent, 'k wil weten wie jij bent.'
Kwintessens
recensent en boekenwurm
_Sophia De Wolf Bestuurslid HV Vlaamse Ardennen
Meer van Sophia De Wolf

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws