Kwintessens
Geschreven door Nele Strynckx
  • 1483 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

17 mei 2022 Zin en onzin van het hokjesdenken
K'oa gepeisd da 't ne kji gjèstig zo zin vo ne hjiln tekst vo den bloh in 't West-Vlams te skrivn, mo ok wille dat iderjèn vodder leest, zou 'k er beter zjère mee stopn.*
Aanleiding van mijn ongewone openingszin waren de opiniestukken in The New York Times en op de website van FAIR (Foundation Against Intolerance and Racism). Beide auteurs reageren op een debat dat plaatsvond op een conventie voor hoger onderwijs, waar het onder andere ging over linguistic justice. Het uitgangspunt van het debat was dat het gebruik van Standaardengels bij schrijfopdrachten, studenten van kleur benadeelt. Deze studenten zouden opgroeien met 'black English' en zich minder goed kunnen uitdrukken in de standaardtaal, wat hun kansen op academisch succes zou verminderen. Daarom zou men hun moeten toestaan te schrijven in hun dialect.
Het gaat wellicht niet op om een rechtstreekse parallel te trekken, maar West-Vlamingen groeien vaak op met een dialect dat nogal afwijkt van het Standaardnederlands, maar noteren significant hogere slaagcijfers in het voortgezet onderwijs. Opgroeien in een dialect zal dus het probleem niet zijn.
Volgens de auteurs van de opiniestukken, twee zwarte academici trouwens, is het juist nadelig om andere (lagere) eisen te stellen aan studenten uit de zogenaamde minderheidsgroepen. Het bestendigt slachtofferschap en stimuleert attitudes en gedrag die hen eerder zullen beperken dan emanciperen. Op lange termijn houdt het ongelijkheid net in stand in plaats van die te verminderen.
_Essentialisme
Dat de kritiek op het toelaten van lagere standaarden komt van twee zwarte mannen, toont volgens voorstanders van de differentiatiepolitiek aan hoe geïndoctrineerd mensen van kleur eigenlijk zijn door een systeem dat inherent racistisch is. Het laat volgens hen zien dat ze zich schamen over hun cultuur of afkomst en niet meer in staat zijn empathie te hebben voor leden van hun eigen groep.
Het is een beetje bizar hoe een eigenschap waar je door personen van de out-group niet wil op beoordeeld worden, net essentieel lijkt te zijn voor de leden van de in-group.
Iedereen met dat kenmerk wordt gezien als een vertegenwoordiger van die groep. Opiniemakers met een donkere huidskleur kunnen het niet oneens zijn met het idee van systemisch racisme, want dan verraden ze andere zwarten. Een vrouw die niet akkoord gaat met de visie van radicale feministen, zou mee het patriarchaat in stand houden, een moslima mag het seksistisch conservatisme binnen haar opvoeding niet hekelen, of ze is een afvallige enzovoort. Dit essentialisme schrijft eigenschappen, ervaringen, waarden en normen toe aan individuen omwille van het hebben van één specifieke eigenschap. Dit zorgt voor polarisering en onbegrip binnen groepen en tussen groepen onderling en vaak zelfs tot nog meer ongelijkheid.
We kunnen nochtans best generaliserende uitspraken doen over groepen. Vrouwen houden vast meer van shoppen dan mannen, Koreanen kunnen beter tegen pikant eten dan Denen en homo's dansen liever op disco dan heteromannen. Maar wat waar is op groepsniveau, geldt daarom niet voor elk apart individu uit die groep.
De identiteit van elke mens bestaat uit duizenden elementen, dus het is erg vreemd om slechts enkele van die eigenschappen als essentieel te beschouwen. Waarom zou huidskleur, religie of geslacht het bepalende kenmerk moeten zijn waarop we mensen beoordelen en waarop we ons handelen afstemmen?
Is het echt cruciaal dat kinderen en jongeren rolmodellen met deze kenmerken hebben? Kiezen moslimmeisjes zelden voor een opleiding tot leerkracht omdat er weinig moslimleerkrachten zijn? Sluiten zwarte jongeren zich minder vaak aan bij een zwemclub omdat ze geen zwarte zwemkampioen kennen? Het is mooi meegenomen als er een grote variatie is onder rolmodellen, maar religie en huidskleur zijn daarbij doorgaans slechts triviale kenmerken, geen doorslaggevende. Als een leerkracht niet goed lesgeeft of een vreselijk mens is, dan zal ze niemand tot dat beroep inspireren, ook niet als ze zwart, moslim of non-binair is.
_Tokenisme
Martin Luther King vatte de essentie samen: 'I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character'. Als we willekeurige eigenschappen zoals huidskleur, geslacht of geaardheid als doorslaggevend gaan beschouwen, riskeren we tokenisme waarbij we mensen in symbolische voorbeeldposities plaatsen om toch maar te tonen hoe inclusief we zijn. In tijden waarbij veel bezorgdheid of zelfs schaamte heerst omdat een organisatie te veel witte mannen in belangrijke posities telt, is de kans op tokenisme reëel. Als lid zijn van een minderheidsgroep het belangrijkste criterium is, geef je mensen het gevoel dat hen een positie gegund wordt, niet dat ze deze functie hebben op basis van verdienste. Het creëert misschien zelfs de verwachting dat zij minder zullen presteren dan andere leden, ze werden tenslotte niet in de eerste plaats toegelaten op basis van hun kwaliteiten. Daardoor beoordeelt men hen minder kritisch dan de rest, waardoor er minder kans is om zich te verbeteren én krijgen ze – mogelijk onterecht – minder belangrijke taken. Wat een goedbedoelde, inclusieve maatregel leek, zorgt zo eigenlijk net voor minder gelijkwaardigheid.
Dr. Sheena Mason, die de Theory of racelessness promoot, probeert dit te voorkomen. In de Verenigde Staten is affirmative action – positieve discriminatie van raciale minderheden – prominent aanwezig in het beleid, wat vaak tot discussie leidt en negatieve gevoelens in de hand werkt. Als mensen 'kleurenblind' worden en huidskleur irrelevant gaan vinden, verdwijnt volgens haar ook racisme. Bij uitbreiding zou men kunnen streven naar antitribalisme, waarbij men mensen niet meer beoordeelt op hun 'lidmaatschap' van een bepaalde groep, zoals hun vrouw-zijn, hun joods-zijn of hun Aziatisch-zijn, maar enkel op hun capaciteiten of persoonlijkheid. Toch is ook dit idee geen wonderoplossing.
Er zijn immers veel situaties waarbij een groepskenmerk wél relevant is en in rekening moet worden gebracht, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg waar bepaalde ziektes en aandoeningen vaker voorkomen bij mensen van Afrikaanse origine of om na te gaan of medicijnen een verschillende impact hebben op mannen dan op vrouwen. Een persoon met een handicap op een architectenbureau kan een garantie zijn om in elk ontwerp van een openbaar gebouw aandacht te hebben voor optimale toegankelijkheid. In een symposium over de kwaliteit van ouderenzorg, heb je best ook minstens één bejaarde. Het is evident dat in deze gevallen geen sprake is van tokenisme.
Onderwerpen als identiteit, diversiteit en ongelijkheid zijn immens complex. De eruit voortvloeiende verdeeldheid en onbegrip zullen niet verdwijnen door nog harder te focussen op wat mensen van elkaar onderscheidt. Soms is het nuttig en nodig om rekening te houden met een specifiek groepskenmerk, maar vaak is het wenselijker, eerlijker en respectvoller om mensen niet te beoordelen op hun groepslidmaatschap en hen tegemoet te treden als individu. Zo is het fijn om te weten dat mijn bijdrage gepubliceerd wordt omwille van de inhoud en het feit dat ik me behoorlijk kan uitdrukken in de standaardtaal en niet omdat men vond dat er best ook eens iets van een vrouw, liefst een West-Vlaamse, geplaatst werd. Tenzij …
Nee, het zal toch niet?
*Ik dacht dat het eens leuk zou zijn om een volledige tekst voor de blog in het West-Vlaams te schrijven, maar als ik wil dat iedereen blijft verder lezen, zou ik daar best snel mee ophouden.
Kwintessens
Nele Strynckx is leerkracht gedragswetenschappen, cultuurwetenschappen, filosofie en onderzoekscompetenties in het GO! atheneum Ieper.
_Nele Strynckx -
Meer van Nele Strynckx

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws