Kwintessens
Geschreven door Hind Fraihi
  • 900 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

3 juni 2022 Beste lezer
'Is mijn hond nu nog een teef? Of gewoon een "beste"? Heb net haar chip veranderd en nu dat weer?', vroeg muzikant Jean Blaute zich met een kwinkslag af op Twitter. Aanleiding van de vraag? Het nieuws dat federale ambtenaren van hun werkgever een aanbevelingsgids ontvingen met tips om genderinclusief te schrijven. De handleiding moet ambtenaren onder meer bewust maken van 'de plaats van het vrouwelijke en de vrouw in communicatie'. Het advies luidt om een secretaresse niet langer een secretaresse te noemen maar een administratief medewerker. Een geneesheer kan beter geneeskundige genoemd worden of arts. Bijvoorbeeld.
Daar valt wat voor te zeggen. En misschien ook voor de volgende suggestie: 'geachte heer' of 'geachte mevrouw' te vervangen door 'beste' of 'geachte klant'. Al ben ik liever voor de overheid een burger dan een klant. Maar passons. Het volgende advies luidt om op de omslag niet langer mevrouw Hind Fraihi te schrijven maar enkel Hind Fraihi. Daar valt ook wat voor te zeggen. Te meer omdat ik niet zelden in een mannelijk aanspreekjasje wordt gestopt, ook door de overheid. Mijnheer Hind Fraihi. Bij het ontvangen van zo'n brief zucht ik al lang niet meer. Eerlijk? Ik heb hoe langer hoe meer lak aan aanspreektitels.
Wat me dan wel genegen is, dat is een overheid die nabij is. Aanwezig en bereikbaar. Vroeger ging ik met de fiets naar het naburige dorp om mijn belastingaangifte in de befaamde bruine envelop af te geven aan een federale ambtenaar. Bij An klopte ik aan, of ik nog vragen had? Jazeker. En een warme babbel kreeg ik er gul en gezellig bij. Het jaarlijks afgeven van dat fiscale huzarenstukje werd cordiaal verzacht door contact. Menselijk contact, oog in oog, op een welbepaalde plaats, in een gebouw van beton en steen zowaar. Slechts een kerktoren weg.
Het kantoor in het naburige dorp is nu leeg, de dienst is gecentraliseerd. Als ik een vraag heb dan moet ik ontiegelijk lang aan de telefoonlijn hangen of een mail sturen naar een generisch adres. En zo gaat dat met veel overheidsdiensten. We zijn niet langer burger, heer of dame, een 'beste' voel ik me allerminst maar louter een codenummer dat we ingeven op een online portaal of laten inscannen in een gevlekt vierkant blokje. Het zwarte gat in.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hoe meer we inzetten op digitale connectie, hoe schraler de dienstverlening wordt, hoe groter de kloofvorming tussen burgers en overheid. Des te meer ergernis, frustraties en polarisatie van een affectieve aard. Te zeggen, een emotioneel gedreven verdeling tussen diverse groepen roeptoeterend tegen elkaar.
Woke en anti-woke zetten de hakken stevig in het zand in dit specifieke geval van genderneutrale aanspreektitels die nota bene niet zullen bijdragen aan een goede en nabije werking van een overheidsdienst. Dit alles draagt hooguit bij tot een rondje foeteren in een twitterdraadje of aan de toog van een café. Goed voor een dagschotel polarisatie die alvast leert hoe we blijven worstelen met het benoemen van anderen. Als kind van migranten heb ik op dat vlak al wat etiketten zien passeren. Niet alleen in de volksmond – die zal ik uit zelfrespect niet noemen – maar beleidsmatig. Hou je vast: een kind van gastarbeiders, een migrantenkind, een buitenlander, een etnisch-culturele minderheid, een nieuwkomer, een nieuwe Belg en tot slot een allochtoon.
Al die termen om anderen hun anders-zijn te benadrukken opdat de manco's van het beleid verhuld blijven. Of ik nu allochtoon word genoemd in een rapport of mijnheer dan wel beste klant in een brief, een mens ben ik. En voor de overheid een burger die recht heeft op een goede werking van diensten, oog in oog met een ambtenaar aan een loket in een gebouw. Dichtbij huis. An, wat mis ik jou.
(Deze tekst verscheen eerder in de krant De Tijd (2 juni 2022) en werd overgenomen met toestemming van de auteur.)
Kwintessens
Hind Fraihi (°1976) verwierf bekendheid door haar boek 'Undercover in Klein-Marokko', waarin ze in 2005 al de opkomst van de jihad in Molenbeek vastlegde. Ze deed langdurig onderzoek naar de terreuraanslagen in Barcelona en onderzocht de aanwezigheid van rechts en islamitisch extremisme in Europa. Fraihi nam deel aan een onderzoek ondersteund door de NAVO over vrouwen & jihadisme. (Foto © Mariëlle Degeeter)
_Hind Fraihi Journaliste en columniste
Meer van Hind Fraihi

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws