Kwintessens
Geschreven door Rudy Van Giel
  • 1241 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

13 juni 2022 Het gevaar van groen in een stad
Op 6 april dit jaar vond in de Gentse Minardschouwburg de boekvoorstelling plaats van 'Citadelpark', een prachtige publicatie van de hand van mijn collega, Marc Cosyns. De geschiedenis van deze 43 hectare groen te Gent, gelegen tussen Leie en Schelde, laat hij vertellen door de bomen zelf. Een origineel uitgangspunt om telkens een andere dimensie te belichten van deze site waar het aangenaam verpozen is, leuk om te joggen en met de hond te wandelen, of de kinderen te laten ravotten. Alleen is er een bepaald aspect dat niet belicht wordt: het park bezit namelijk ook een duister kantje. Sinds mensenheugenis is het een ontmoetingsplaats voor homo's. In een achterafgesprekje op de receptie toonde ex-burgemeester, Frank Beke, zich al evenzeer verwonderd over dit hiaat in het boek.
Marc Cosyns heeft mijn kritiek gepareerd met 'er is bewust gekozen om geen expliciete topics te beschrijven die al elders sterk aan bod kwamen. Zo is er ook geen topic over de wereldtentoonstelling, de Floraliën etc.' Toch heb ik er zo mijn twijfels over of de homogeschiedenis van het park ooit al wel eens ergens echt is uitgediept. Mij lijkt die alleszins een interessante insteek, en zo goed als onbekend bij het grote publiek, tenzij dan in vage toespelingen erop. Dit park haalt namelijk enkel het nieuws wanneer er zich spectaculaire en verschrikkelijke gebeurtenissen voordoen, zoals overvallen, verkrachtingen en moorden.
In 1969 arriveerde ik als universiteitsstudent in Gent. En geloof het of niet, maar toevallig betrok ik een kot op de hoek van de Kattenberg en de Charles de Kerchovelaan, recht tegenover het Citadelpark dus. Serendipity noemt Piet Hoebeke zoiets. Zelf houd ik het liever bij voorzienigheid. Want voorzien werd ik er inderdaad. Weliswaar na verloop van tijd.
Ik zat op de vierde verdieping en had dus uitzicht – of inkijk? – op hetgeen er zich aan de overkant van de boulevard voltrok. In mijn lessen zedenleer was me namelijk verteld over het Kinseyrapport, waarin te lezen stond dat ongeveer 5% van de mensen homoseksueel is, maar buiten mezelf had ik er nog nooit een ontmoet. Ik had me altijd afgevraagd: wáár zitten die dan toch? En kijk, nu opeens wist ik het: dáár dus!
Ik had een kotmadame die iedere avond het park introk om er de poezen eten te geven. En ze vertelde mij over de mannen die ze er tegenkwam, waar de drukste trafiek te vinden was, en dat ze niet gevaarlijk waren, hoor, want ze lieten haar altijd met rust. Hoe graag mijn kotmadame wel babbelde, daar kwam ik pas later achter. Kennelijk stond ook ik vaak in haar gazette, als ik niet alleen had geslapen of dat ergens anders had gedaan.
Toch heeft het vier jaar geduurd voor ik de Charles de Kerchovelaan durfde over te steken, van mijn kot naar het park. Die luttele twintig meter, denkt u misschien. In mijn ogen was dat een oneindigheid! Het waren toen ook heel andere tijden. Niemand die je stimuleerde in je coming-out. Integendeel. Officieel stond je in die dagen nog steeds geboekstaafd als geesteszieke. Desondanks zit het je op een bepaald ogenblik kennelijk zo hoog … En met de tantaluskwelling binnen handbereik, schrikt het je niet meer af zo'n psychiatrisch etiket op je voorhoofd geplakt te krijgen …
Je denkt niet meer na … je gaat linea recta op die man onder de boom af … hij schrikt van je directheid … hij twijfelt over je motieven… uiteraard dat je weet waarom hij daar uithangt … ja, je bent nog jong … student, weet je wel … waarom al die vragen toch … had je het soms verkeerd aangepakt … en vooral niet wegvluchten … zeker niet op je passen terugkeren … die draaimolen doen stoppen in je hoofd … het is nu of nooit …
En ten slotte stap je met hem een nieuwsoortig leven binnen, heimelijk en marginaal. Maar na al die jaren voelt het als een ontlading. 'Ik ben voor 't eerst gewoon geweest', benoemde je dat achteraf. Als slotregel in een tekstje dat je over deze nachtelijke ontmoeting schreef. Voor deze Willy.
Het belang van het Citadelpark in de homowereld zou pas echt duidelijk worden vanaf 1970, toen het aan zijn mondiale renommee begon. Dat jaar verscheen namelijk de eerste editie van de Spartacus International Gay Guide, een gids bedoeld om reizigers snel wegwijs te maken op hun plaats van bestemming. Oorspronkelijk vooral bedoeld voor Londen en de rest van het Verenigd Koninkrijk, groeide de publicatie uit tot een standaardwerk dat adressen in de hele wereld omvatte. Niet enkel cafés en clubs, maar ook ontmoetingsplekken, zogenaamde cruising places. En daar zette het Citadelpark zich op de kaart als een van de drukste locaties in Vlaanderen, een eer die het deelde met het Centraal Station in Antwerpen en de (ondertussen verdwenen) openbare plasplaats er net voor op het Astridplein. Het kreeg wel de vermelding 'AYOR' naast zich, wat staat voor At Your Own Risk.
En risico's waren er inderdaad aan verbonden, niet het minst van de politie uit. Homoseksualiteit was weliswaar legaal in België, maar desalniettemin patrouilleerde het korps op gezette tijden. Identiteitscontrole als intimidatie. Vraag blijft of dit inderdaad altijd werd opgelegd van bovenaf, dan wel of sommige agenten niet op eigen houtje optraden. Of nog krasser: agenten in burger die op deze manier aan hun gerief probeerden te raken. Bij controle toonden ze eenvoudigweg hun badge aan de collega's, ze liepen hier namelijk ook maar gewoon hun job te doen, nietwaar? Op die manier heb ikzelf ooit het genoegen mogen smaken de lakens te kunnen delen met zo'n bink van een pakkeman.
In een tijd zonder internet of Grindr maakte de Spartacus Guide van dit Gentse park the place to be, waar je na zonsondergang op een internationaal gezelschap botste. Het zou overdreven zijn te beweren dat ik daar mijn talen heb geleerd, maar als de bomen konden spreken … Op deze eigenste plek is in november 1991 ook de romance van Robert Long met Kristof Rutsaert van wal en van bil gestoken, een romance die in 2005 zou uitlopen op een huwelijk. De Nederlander ging gewoon een frisse neus halen in het park en plukte er terloops een groen blaadje, een 19-jarige knaap die na schooltijd wat was gaan 'wandelen'. Want mensen komen elkaar tegen, bomen niet.
In het boek Mannenliefde van Jolien Janzing en Lieve Blancquaert lees ik dat Kristof Rutsaert er helemaal geen idee van had welke beroemde vis hij in het struikgewas aan de haak had geslagen. Wist iemand van die leeftijd natuurlijk veel hoe belangrijk Robert Long was voor de emancipatie, niet enkel van de homo's, maar van de seksualiteit in het algemeen. Op het tijdstip van hun ontmoeting was de zanger namelijk al geëvolueerd tot de ideale schoonzoon; hij vertolkte populairdere liedjes en verscheen in de huiskamer als nette presentator van tv-quizzen. Dat is wel ooit anders geweest. In zijn beginperiode was hij gewoonweg een revolutionair. Zijn eerste Nederlandstalige elpee, Vroeger of later, uit 1974 sloeg in als een bom. De hele christelijke goegemeente streek hij ermee tegen de haren in. Dit waren teksten die er maatschappelijk toe deden. Zij schopten de mensen wakker. Ook seksueel. Een aardbeving.
Het vinyl ging 500 000 keer over de toonbank. Wij kunnen er ons tegenwoordig nog moeilijk een voorstelling van maken welke schokgolven dit veroorzaakte. Rekening houdend met de toenmalige demografie in Nederland en Vlaanderen, komen deze verkoopcijfers erop neer dat één gezin op tien de langspeler in huis had. Geen enkel boek uit die tijd waarvan de ideeën dezelfde impact kenden!
De Arteveldestad moet een geweldige indruk op Robert Long hebben nagelaten. Hij heeft er een prachtige ode aan gewijd, Weet je nog, Gent, dat verscheen op zijn cd Brand uit 2002. Het laat zijn liefde voor de stad samenvallen met die voor een vriendje. Wie vertrouwd is met de gayscene zal in dit liedje heel wat aanwijzingen ontdekken. Onder andere ook een link naar het Citadelpark: 'Weet je nog dat we door Gent liepen, schat, naar ons hotelletje achter het spoor'. Voor de ingewijden onnodig te zeggen dat het over Adoma op de Sint-Denijslaan gaat, waar je voor een uurtje of meer een kamer kon betrekken. En dat allemaal voor een 'prickje'! Wie een stapje in de wereld wilde zetten, kende de afstand op zijn duimpje: in vogelvlucht lag het amper 500 meter verwijderd van de urinoirs in het park. 'De gulzige speurtocht van handen en mond. We kusten en blusten de brand in ons lijf.'
Hoe de zaken kunnen evolueren! Waar midden vorige eeuw de politie nog op homojacht trok in het stadspark, veranderde ze het geweer van schouder en ging ze de gays juist beschermen tegen geweldenaars en snode belagers. De arm der wet maakt soms rare bochten. Zoals op de foto te zien is die het korps in 2017 via Twitter verspreidde, waarop twee agenten in uniform figureren terwijl ze hand in hand lopen. Dit gebeurde om aandacht te vestigen op het meldpunt voor homofoob geweld dat vier jaar eerder was opgericht. 'Wij zijn trots op die foto', stelde inspecteur Davy Van Slycken toen, 'omdat ook ons politiekorps wil tonen dat Gent een vooruitstrevende stad is met een open geest.'
Nog een stap verder was Jimmy Debacker al gegaan in 2009, toen deze sympathieke Gentse flik publiekelijk zijn coming-out maakte. Hij haalde er zelfs de krantenkoppen mee: 'Veel geruster nu iedereen het weet', titelde Het Nieuwsblad in dit verband. De man ontpopte zich dan ook tot een aanspreekpunt binnen het politieapparaat voor vragen rond homoseksualiteit, en hij was op de hoogte van wat er zich allemaal 'afspeelde' in het park en hoe onhandig zijn collega's er in het verleden mee omsprongen. Met Jimmy stond diversiteit voortaan centraal. 'Als ie maar geen voetballer wordt.'
En het mag gezegd dat de officiële instanties zich er deze eeuw heel hard hebben op toegespitst om van de stad een veilige haven te maken voor de LGBTQ+-gemeenschap. In 2004 trad Gent met een holebibeleidsplan naar buiten, op dat ogenblik een primeur in Vlaanderen. En in de daaropvolgende coalitie trok Tom Balthazar deze politiek verder door. Als schepen van Milieu en Sociale Zaken pleitte hij in Een regenboog van acties – zijn bestuursnota voor de periode 2008-2013 – om zich niet te beperken tot het aanpakken van discriminatie an sich. 'We willen dat iedereen in onze kleurrijke en diverse stad zichzelf kan zijn', luidde het. Vandaar dat het voeren van een actief gelijkekansenbeleid ook inhield dat de aanwezigheid van holebi's zichtbaar moest gemaakt worden in het straatbeeld. En dat in die tijd al! Een pluim voor dit engagement!
Vaak verwart men twee fenomenen met elkaar die zich allebei bij nacht in het Citadelpark 'voltrekken'. Naast een ontmoetingsplaats voor homo's – waarvan het frequenteren flink is teruggelopen sinds zo goed als iedereen een pc of smartphone bezit – kan je er langs de Leopold II-laan (tegenwoordig de Floraliënlaan) jongensprostitués oppikken. Beide activiteiten hebben weinig of niets met elkaar gemeen. Waar de toenmalige hoofdcommissaris, Steven De Smet, nog stelde zich niet te veel te focussen op die gay cruising, haalde daarentegen de kwestie van de prostitutie in 2000 wel de gemeenteraad. Het probleem betrof een twintigtal kereltjes tussen 17 en 26 jaar, dikwijls afkomstig uit Oost-Europa en Noord-Afrika, die zich in een precaire financiële situatie bevonden en die daarom hun lichaam verkochten om te kunnen overleven.
Opvallend hoe de gemeenteraadsbeslissingen niet pleitten voor een strenge, repressieve aanpak, maar getuigden van een sociale en doordachte benadering van het vraagstuk. Straathoekwerkers werden ingeschakeld, niet om de jongens uit het park weg te jagen, maar met de bedoeling van hun vertrouwen te winnen en te peilen naar hun noden en behoeften. Opzet was tegelijk te werken rond gezondheidspreventie, scholing en tewerkstelling. Ook in 2013 zou toenmalig burgemeester, Daniël Termont, nog ingaan tegen de oprisping van fatsoenrakkers. Het verwijderen van zoveel mogelijk struiken en lage gewassen in het Citadelpark gebeurde niet met de intentie de nachtelijke homoprostitutie en de zedenfeiten aldaar weg te houden; de beslissing was namelijk al van lang tevoren gevallen, zei hij 'om een beter uitzicht te hebben op het landschap in het park'.
_Een standbeeld van de koning
Tot slot een laatste punt dat ik wil aansnijden, want de kwestie van het standbeeld van koning Boudewijn kan in dit artikel natuurlijk niet ontbreken. Wat staat dat daar in godsnaam te doen aan het begin van de Familie de Vignedreef, uitgerekend op de plaats waar de cruising area begint? De vorst kijkt in de richting van het station, als om de reizigers met zijn blik te lokken en hun de weg te wijzen naar het spatten van de openbare plasplaatsen achter hem, net als naar het klateren van de cascade.
Dit verhaal begint bij Roger Peyrefitte (1907-2000), een notoir homoseksueel, die Brussel maar al te goed kende. Hij startte zijn carrière als Frans diplomaat, maar maakte nadien vooral naam als auteur. Debuteren deed hij in 1944 met Les amitiés particulières, waarin hij beschreef welke onkiese taferelen zich voltrokken in een paterscollege. Voor deze roman mocht hij trouwens de Prix Renaudot in ontvangst nemen. Als je hem mag geloven, geeft hij in een ander werk van hem, Propos secrets, een beschrijving van de decadente feesten die hij bij de prinsen van Thurn und Taxis bijwoonde.
De link tussen Peyrefitte en koning Boudewijn zit hem in een van schrijvers' publicaties, te weten Tableaux de chasse (1976). Hieruit het beruchte citaat: 'Quand le Suédois Dag Hammarskjöld fut élu, en avril 1953, secrétaire général des Nations Unies, il était, avec le pape Pie XII, l'ex-roi Umberto II, Paul Ier de Grèce, Baudouin Ier de Belgique, le Prince Bernard de Lippe et le duc d'Édimbourg, le plus grand personnage de la comédie mondiale que l'on pût taxer d'avoir le goût des garçons.'
Voilà, volgens de Franse roddeltante hoort de Belgische vorst dus thuis in een lange rij eminenties die zich bekend hebben tot de Griekse liefde. Het paleis van Laken toonde zich gelukkig zo verstandig om nooit op de fameuze passage te reageren.
Hugo Claus echter breidde er wel een vervolg aan, al dan niet bewust. Hij maakte een gedicht dat niet in zijn verzameld werk is terug te vinden, maar wel in De Standaard gepubliceerd werd, vóór het in 2000 door Druksel werd uitgegeven. De titel ervan luidt Een beeld in Gent. Hij schreef het op het ogenblik dat de stad met het voornemen speelde Boudewijns standbeeld te verplaatsen van het Citadelpark naar het Koning Albertpark aan 'de Zuid'.
(…)
En nu wil Gent het beeld van deze vrome
maagdelijke vorst verzetten.
Waarom? Omdat onder zijn oog janetten
bij valavond komen dansen en trompetten!
Maar heeft Boud nu net
niet deze plek van vertier gewaardeerd?
Ging daar niet onverveerd
zijn brons bronstig van de pret?
(…)
Dankzij het boek van Marc Cosyns ben ik dus nog eens in het Citadelpark en in mijn herinneringen gedoken. Laat ik bij dezen een traan wegpinken, want net als de bladeren in de kruinen, werden mijn jaren gejaagd door de wind. Où sont les neiges d'antan?
_Links
Kwintessens
Geboren in Antwerpen, verkaste naar de Limburgse kompels, om ten slotte als huisarts te werken in een volkse en multiculturele wijk te Gent, waar 86 nationaliteiten bij hem stonden ingeschreven. Stof waarover hij zijn hele leven heeft geschreven. Hij publiceerde 'Kankeren. Een arts wordt patiënt' (Borgerhoff & Lamberigts), gevolgd door een tiental artikelen in diverse tijdschriften. (Foto © Johan Martens)
_Rudy Van Giel -
Meer van Rudy Van Giel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws