Kwintessens
Geschreven door Jürgen Pieters
  • 912 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 juni 2022 Ziekenzorg en boekenzorg
'Ziekenzorg en boekenzorg': dat is gewoon een lettergreep verschil. Toch gaat achter die twee woorden een andere logica schuil. Het verschil is dat tussen een object- en een subjectgenitief. Bij 'ziekenzorg' zijn de zieken object van de zorg, het lijdend voorwerp, doorgaans in de letterlijke zin van het woord. Bij 'boekenzorg' zijn het niet de boeken die verzorgd worden. Zij zijn in dit geval subject van de zorg: ze zorgen voor ons. Object van de zorg zijn wij in dat geval, de lezers van de boeken. Boekenzorg is dus tegelijk ziekenzorg.
We horen en lezen de gedachte wel vaker dezer dagen: boeken lijken opnieuw de verzorgers van de ziel geworden die ze in de oudheid al mochten zijn. Boeken doen aan wat de Romeinen als 'cura animarum' bestempelden: zielenzorg (dat is maar één letter verschil met 'ziekenzorg'). Alberto Manguel beweert dat er in de legendarische bibliotheek van Alexandria een zaal was waarvan de muren een opschrift droegen dat op die fundamentele bijdrage wees: 'dit is de plaats waar aan de genezing van de ziel wordt gedaan' – of misschien beter: 'aan de verzorging van de ziel'.
_De troost van de literatuur
Vandaag doet het vreemd aan wanneer we het over de ziel hebben, maar toch lijkt die aloude gedachte weer springlevend. Boeken worden voorgeschreven door heuse boekendokters en ze blijken op veel patiënten het effect te hebben dat je van de reguliere zorgverstrekking mag verwachten: ze maken je beter. Indien ze je niet fysiek genezen (in de letterlijke zin van het woord, zoals dat dan heet) dan verhogen ze tenminste je welbevinden. Maar hoe doen ze dat, die boeken? Op grond van welke helende vermogens zorgen ze ervoor dat we ons beter gaan voelen, in ons vel zowel als in ons hoofd? Waar precies zit hun geneeskrachtige talent?
Ik heb me de voorbije jaren met die vragen beziggehouden in een onderzoek dat zich toespitste op de gedachte dat het lezen van literatuur ons troost kan brengen. Troost lijkt me een goede naam voor het helende inzicht dat samenhangt met de therapie waarvoor boeken garant staan. Boeken zullen misschien het virus dat in ons lijf zit niet echt verdrijven, ze kunnen ons wel de moed en de hoop geven om dat gevecht blijvend aan te gaan. Of ze kunnen ons steunen op het moment waarop we te horen krijgen dat die strijd finaal moet worden gestaakt.
De gedachte dat boeken troost kunnen brengen, maakt sinds de oudheid deel uit van ons denken over wat literatuur is en doet. Quintilianus schreef in de eerste eeuw na Christus al dat het werk van Homerus heel wat passages bevat die troostend werken. Troosttraktaten en troostbrieven uit de oudheid bevatten talloze referenties aan literaire teksten, niet alleen van Homerus overigens. Wanneer Dante meer dan tien eeuwen na Quintilianus nadenkt over welke richting hij wil uitgaan met de nieuwe soort poëzie die hem voor ogen staat, beroept hij zich op het werk van Cicero en Boethius, twee auteurs die in het denken over de antieke troost centraal staan. Boethius is de zesde-eeuwse auteur van De consolatione philosophiae, de meest gekopieerde tekst uit de westerse middeleeuwen. Die gaat over de troostende werking van filosofie, maar staat bol van suggesties en allusies op de troost van de letterkunde. Sterk veralgemenend kunnen we zeggen dat troostende literatuur na Dante literatuur wordt die een existentieel-filosofische levenshouding combineert met een taalgevoeligheid die zich toont in het vormbewuste: taal die kunstig klinkt, schoonheid vormgeeft en muziek in zich draagt – 'zoete klanken' in de woorden van Dante, maar klanken die iets wezenlijks te vertellen hebben.
Zoals ik in mijn recent verschenen Een boekje troost (2021) en in On Literature and Consolation (2021) uitvoerig heb aangetoond, verdwijnt na Dante de troostende werking van teksten niet in ons denken over literatuur. Integendeel, Shakespeare, Flaubert, Rilke, Coetzee en Houellebecq – ook zij denken na over de troost van de literatuur en ze doen dat in termen die niet wezenlijk verschillen van die van Dante en Homerus. Bij hen gaat het meer over de mislukking dan over het welslagen van de troost, maar teksten die troosten vinden ze om dezelfde redenen interessant als Dante en Homerus. Troost zit in schoonheid, in krachtige taal, in klanken die aanvaarding uitdragen.
_Leesvoorschriften
Ik wil het in wat volgt hebben over wat men intussen gemeenzaam 'bibliotherapie' noemt, de zorg door middel van boeken. Aan de hand van drie metaforen die deze bijzondere therapeutische praktijk schragen, wil ik nadenken over de centrale overtuiging ervan: dat het juiste literaire medicijn (1), wanneer het wordt voorgeschreven door een boekendokter (2), voor de lezer helend werkt (3).
De eerste metafoor ligt voor de hand: boeken zijn medicijnen, ze hebben de kracht van sterke geneesmiddelen. Wie dat beeld heel letterlijk neemt, komt natuurlijk snel van een kale reis terug. Bij echte medicijnen is de werking in principe immers gegarandeerd voor zowat ieder volwassen mens, ongeacht diens wereldbeeld of emotionele huishouding. Bij boeken is dat niet het geval: die durven wel eens heel verschillende, zelfs tegengestelde uitwerkingen hebben op heel verschillende lezers. Plato zei het al en Emma Bovary bewijst zijn gelijk: soms worden we juist zieker wanneer we literatuur lezen.
Toch is de gedachte dat boeken werken als gewone pillen, prominent aanwezig in vele werken die de helende kracht van de literatuur bepleiten. Zo bijvoorbeeld in De boekenapotheek, een publicatie die het onderwerp wereldwijd op de agenda van de populaire cultuur plaatste. Het boek verscheen oorspronkelijk in het Engels in 2013 als The Novel Cure. De auteurs, Ella Berthoud en Susan Elderkin, zijn twee medewerksters van Alain de Bottons School of Life, die zich ook in het echte leven als boekendokters presenteren. In The Novel Cure schrijven Berthoud en Elderkin boeken voor aan lezers die kampen met allerlei mogelijke aandoeningen, zowel ernstige als meer banaal-alledaagse. Het boek is alfabetisch georganiseerd: van 'aandacht zoeken' tot 'zwerfdrift' in de Nederlandse vertaling. Wie te veel drinkt moet volgens de boekendokters Under the Volcano van Malcolm Lowry lezen. Wie depressief is, krijgt De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Kundera voorgeschreven. En wie niet over de dood van een geliefde raakt, kan zijn of haar profijt doen met John Bergers Here Is Where We Meet.
_Lees en genees
Voor de auteurs van De boekenapotheek werken boeken zoals pijnstillers. Ze moeten verzachten wat ondraaglijk is. Dat lezen ons zal genezen, daar lijkt in het hoofd van Berthoud en Elderkin geen ogenblik twijfel over. Dat wordt al snel duidelijk uit de typische opbouw van hun leesrecepten, aan de veralgemenende redeneringen en de aanmoedigende imperatieven waarrond die steevast zijn opgebouwd. De gebruiker van het boek wordt consequent in de tweede persoon enkelvoud aangesproken, met een collectieve 'je' die geen onderscheid maakt in leeftijd, geslacht, gezindte. Een voorbeeld uit vele: wie aan misantropie leidt, moet volgens Berthoud en Elderkin De uitverkorene van Thomas Mann lezen, het verhaal van de in absoluut isolement levende Gregorius. 'Als jij je, net als Gregorius, afgezonderd hebt van de mensheid', lezen we in De boekenapotheek, 'vol afkeer over wat je ziet, vraag je dan eens af of je haat niet eigenlijk zelfhaat is. Eigen je, net zoals Gregorius, de uitdrukking 'Absolvo te' toe (ik vergeef je) en kijk naar binnen. Zodra je weet hoe je van jezelf moet houden, zul je gemakkelijk weer gevoelens krijgen voor anderen.'
De garantie van dat 'zullen' toont het aan: voor de auteurs van The Novel Cure heeft elk boek op elke lezer hetzelfde effect: boekje open, mondje open, slikken maar. In de Nederlandse lemma's van De boekenapotheek is dat niet anders. In het lemma over 'omgaan met Alzheimer', waarin Bernlefs Hersenschimmen en Erwin Mortiers Gestameld liedboek worden voorgeschreven, lezen we: 'Bernlef en Mortier lezen leidt niet tot genezing. Maar ze bieden wel de steun die iedereen met een dementerende vader of moeder behoeft.'
Die 'iedereen' zet de zaken meteen op scherp. 'Twijfel niet' zegt dat ene woord: ook voor jou zal het boekenmedicijn werken. Toch weten we dat de bibliotherapie in de praktijk helemaal niet op die manier functioneert. Boekendokters gaan er doorgaans van uit dat er een juiste match moet zijn tussen het medicijn en degene die het voorgeschreven krijgt: wie het cynische wereldbeeld van Houellebecq niet deelt, zal allerminst geholpen worden door de lectuur van teksten waarin de wanhoop zo absoluut dominant is. Omgekeerd zal een lezer die levenslessen haalt uit de donkere romans van Coetzee niets hebben aan het zonlicht en de mierzoete troost die de boeken van Courts-Mahler ons aanreiken.
_De goede boekendokter
Net zoals boeken geen echte medicijnen zijn, zijn boekendokters geen echte dokters. Meer dan eens komt in bibliotherapeutische gidsen de gedachte voor dat boekendokters hun autoriteit halen uit het feit dat ze de helende kracht van de literatuur zelf aan den lijve ondervonden. De voorschrijver staat met andere woorden garant voor het succes van het voorschrift omdat hij of zij er zelf ooit door werd geholpen. In de 'gewone' geneeskunde geldt dat principe niet: de medicijnen die we voorgeschreven krijgen, zijn normaal gezien getest op andere zieken, niet op de dokters. Natuurlijk, ook dokters kunnen de ziekte krijgen die ze normaal gezien behandelen (de verhalen zijn bekend), maar boekendokters verkopen zich juist met dat argument: het boek werkte voor ons, dus het zal ook voor jou werken.
Een sprekend voorbeeld zijn de drie delen van The Poetry Farmacy die de Britse ondernemer en filantroop William Sieghart intussen publiceerde. In zijn eerste boek (verschenen in 2017) noemt Sieghart zijn leesvoorschriften van gedichten 'tried-and-true prescriptions for the heart, mind and soul'. De suggestie van de twee adjectieven is duidelijk: deze gedichten hebben de goede dokter geholpen en daarom zullen ze ook de lezer helpen – als die althans open wil staan voor de kracht van de poëzie. Inderdaad, het is in de boekengeneeskunde niet anders dan in de gewone. Er is ook hier zoiets als wat we het 'placebo van de literatuur' kunnen noemen. Wie niet gelooft in de helende werking van literatuur en met tegenzin een boek in de maag gesplitst krijgt, zal niet geholpen worden door de 'zoete klanken' van de schone letteren.
_Helende teksten
Ik wil om af te ronden nog een derde metafoor bespreken: die van de helende kracht van het lezen. Eigenlijk moeten we het beeld hier letterlijk nemen: 'helen' is, etymologisch gesproken, 'heel maken'. Het woord heeft dezelfde stam als '(ge)heel' en 'heilzaam'. In het Engels gebruikt men wel eens het adjectief 'wholesome' voor voedsel of activiteiten die gezond zijn – leesvoedsel bijvoorbeeld.
De idee dat genezing en heling (in de niet-criminele betekenis van dat laatste woord althans) synoniem zijn, heeft te maken met onze intuïtie dat ziekte een ervaring van verlies is. Wanneer we overgaan van het rijk van de gezonden naar dat van de zieken (om het beeld uit Susan Sontags Illness as Metaphor te gebruiken) verliezen we onszelf: we zeggen wel eens dat we nog maar half de persoon zijn die we waren. In momenten van rouw is dat verlies ook letterlijk: we verliezen iemand en in dat verlies verliezen we ook onszelf. Lezers die zich gesterkt weten door het juiste boek wijzen er vaak op dat die boeken hen eraan herinneren dat ze niet samenvallen met de ziekte die hen treft, dat ze meer zijn dan de zieke persoon die het medische bedrijf wel eens van patiënten maakt.
Waar het medische succes van helende boeken precies ligt, is voer voor verder onderzoek en discussie. Voorlopig lijkt de consensus te zijn dat we het beeld van de tekst die ons als lezers (opnieuw) 'heel' maakt, ook letterlijk kunnen nemen. Leestheorieën die het lezen van fictie zien als een vorm van blikverruiming – we komen tot nieuwe inzichten doordat we ons de gedachten van anderen eigen maken – bieden wat dat betreft goede inspiratie. Bij een theoreticus als Wolfgang Iser (1926-2007) wordt de verruiming van de lezersblik gekoppeld aan de idee dat de lezer ook de tekst 'heel' maakt. Literaire teksten zijn voor Iser nooit af: ze vragen om aanvulling. De tekst maakt de verbeelding van de lezer wakker: die vervolledigt de woorden die op papier staan en maakt daarmee ook de eigen ervaringswereld rijker. Dat zoiets op momenten van ziekte – momenten waarop een nieuw perspectief op onszelf broodnodig is – helend kan werken, ligt voor de hand. Boekenzorg en ziekenzorg vallen op zulke momenten samen: de lezer wordt letterlijk het helende boek dat de zorg incarneert. Het boek maakt ons beter, we maken onszelf beter.
Deze tekst is de ingekorte versie van een lezing die ik gaf op woensdag 4 mei 2022 op de studiedag Samen Lezen & Gezondheid van Het Lezerscollectief (Affligem). De komende maanden wil ik op deze plek verder nadenken over de verhoudingen tussen de literatuur, de zorg en de geneeskunde.
Kwintessens
Jürgen Pieters doceert algemene literatuurwetenschap en praktijk van de kunst- en cultuurkritiek aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde in 2021 'Literature and Consolation. Fictions of Comfort' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts).
_Jürgen Pieters -
Meer van Jürgen Pieters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws