Kwintessens
Geschreven door Jürgen Pieters
  • 846 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

8 juli 2022 Samen lezen in De Nieuwe Wandeling (deel 1)
'As if the only thing you could do with a book was read it.' - Claire-Louise Bennett, 'Checkout 19'
Gevangenisbibliotheken zijn een relatief recent fenomeen. In verschillende Europese landen duiken ze op vanaf het midden van de negentiende eeuw. In de Verenigde Staten zijn er al voorbeelden uit het begin van de 19e eeuw. Vroege collecties tonen een voornamelijk religieuze insteek: de te lezen boeken moesten de gevangenen aanzetten tot schuldbesef en berouw. In de loop van de twintigste eeuw worden gevangenisbibliotheken in toenemende mate plekken van onderwijs en rehabilitatie. Dat is vandaag nog steeds het geval. Op de website van de Vlaamse overheid vallen 'bibliotheekwerking gedetineerden' en de subsidiëring ervan onder de regelgeving van het Participatiedecreet: 'Gedetineerden hebben het recht om te leren en het recht op toegang tot informatie, net als alle andere mensen', staat daar te lezen. 'Gevangenisbibliotheken bieden materialen en diensten die vergelijkbaar zijn met het aanbod van openbare bibliotheken, met bijzondere aandacht voor de vele culturen en talen die in gevangenissen aanwezig zijn.'
De gevangenis van de stad waar ik woon en werk – de Gentse Nieuwe Wandeling – krijgt voor haar bibliotheekwerking een subsidie van 30 000 euro per jaar. De bibliotheek van de gevangenis is sinds 2010 een filiaal van De Krook, het hart van de stadsbibliotheek. De gevangenisbibliotheek is bijgevolg een van de vele wijkbibliotheken die de Gentse agglomeratie kent, zij het wel een bijzondere. Een keer per week mag elke gedetineerde de kleine collectie gedurende een half uur bezoeken, onder toezicht van een cipier. Ze vinden er kranten, strips, dvd's, cd's en boeken. Door de koppeling aan De Krook kan in principe elk boek dat in de catalogus van de stedelijke bibliotheek aanwezig is, opgevraagd worden. Het eerste wat me opvalt wanneer ik de gevangenisbibliotheek bezoek, is de relatief grote afdeling 'poëzie'. Bibliotheekmedewerker Lies vertelt me dat dichtbundels en bloemlezingen vooral populair zijn bij gedetineerden die een gepast versje zoeken voor het kaartje dat ze op Moederdag of Vaderdag willen versturen, of bij de verjaardag van een geliefde.
De voorbije weken was ik vier keer te gast in De Nieuwe Wandeling, voor een reeks samen-lees-sessies met een aantal gedetineerden. Vijf mensen van buiten, vijf mensen van binnen, en een leesbegeleidster die een verhaal voorleest. De methodiek van het Samen Lezen ligt vast: om de zoveel tijd onderbreekt de begeleidster het voorlezen en nodigt ze de deelnemers uit te spreken over wat hen raakt in de tekst, wat hen opvalt, wat ze zien, wat ze voelen.
Bij de eerste leespauze in de eerste sessie ging het nog aarzelend, maar lang duurde het niet of iedereen kwam aan het woord. Zonder onderscheid in ervaring, achtergrond, overtuiging. Enkel de badges van de bezoekers maakten duidelijk wie na afloop weer naar buiten mocht en wie niet. Een van de gevangenen leest graag Murakami, een andere schrijft scenario's. Een derde haast zich van zijn taak in de keuken om er toch bij te kunnen zijn. Er is ook een gedetineerde bij van de vrouwenafdeling. Elk van de gevangenen is Nederlandstalig: de groep is zeker niet representatief voor de integrale bevolking van De Nieuwe Wandeling. In 2011 was 40 procent van de gedetineerden niet-Belg.
_Vensters op de werkelijkheid
De teksten die we met onze groep lezen, nodigen iedereen uit om zijn of haar verhaal te vertellen. Iedereen luistert naar iedereen, met aandacht en respect. Niet om het met alle aspecten van ieders interpretatie en verhaal eens te zijn, maar om ondanks de meningsverschillen toch verbinding te vinden. Wat buiten de muren van de gevangenis soms zo moeilijk kan zijn, blijkt hier al snel wonderwel te lukken.
Het eerste verhaal dat we in de gevangenis lezen, heet Het raam. Het is van de hand van de Franse auteur Maurice Pons, over wie we verder niets hoeven te weten. De tekst is van belang, wie hem geschreven heeft in het beste geval bijzaak. Kort nadien lees ik het verhaal van Pons nog een tweede keer, in een andere samen-lees-context. Dezelfde werkwijze, dezelfde tekst, dezelfde begeleidster, maar dit keer met een groep deelnemers waarvan geen enkele in de gevangenis of enige andere gesloten instelling zit. Het verhaal gaat over vier mannen die een kamer in een ziekenhuis delen – de auteur laat de ruimte onbeschreven en onbepaald: er zijn 'alleen kale witte muren in het verschiet'.
Een van de zieken ligt aan het raam en vertelt de anderen wat hij ziet. Wat hij beweert te zien, zo vermoedt de lezer al snel, ziet hij niet echt. Hij gebruikt zijn verbeelding, en de anderen gaan erin mee. Wat hij beweert te zien, is immers zoveel mooier dan wat er echt te zien is. Hij fantaseert een brede boulevard aan de rand van de stad. Aan de overkant 'ziet' hij een park, waar elke dag dezelfde taferelen zich herhalen: een oud koppel dat uitrust op een bankje, een groep schoolmeisjes die over de middag in het park hun boterhammen komen opeten, nog andere kinderen die spelletjes spelen en daarbij liedjes zingen. Vanop zijn ziekbed zingt de man de liedjes mee.
In werkelijkheid kijkt het venster waardoor hij kijkt niet uit op een brede boulevard, maar op een 'sombere straat'. Aan de overkant is er geen park, maar 'een enorme bakstenen muur die tot aan de hemel het uitzicht belemmerde'. Samen met de deelnemers aan de leessessie ontdekken de personages in het verhaal hoe de vork aan de steel zit. Het verhaal laat zien dat de personages verschillend reageren. De ene voelt zich bekocht en verraden, een tweede is om een andere reden teleurgesteld: wat als de werkelijkheid in onze verbeelding altijd mooier is? Wat als de 'echte' werkelijkheid altijd negatief afsteekt tegenover de werkelijkheid waar we naar verlangen?
Het verhaal van Pons speelt zich af in een ziekenhuiskamer, maar de gedetineerden in De Nieuwe Wandeling voelen meteen aan dat de tekst ook over hen gaat. Het raam van Pons wordt al gauw een venster op hun eigen werkelijkheid. De muren van de cellen waarin de gedetineerden grote delen van hun dagen slijten, zijn weliswaar niet wit, maar ook zij weten hoe het voelt om enkel via een raam te weten dat er een buitenwereld is. Ze blijven in hun reacties wel bij de tekst, maar ze weten natuurlijk als geen ander wat er speelt in die kamer waarin de personages zich vooral op hun verbeelding moeten beroepen om contact te hebben met de wereld daarbuiten. Tijdens de sessies zijn wij hun raam: ze vragen nu en dan naar dingen die zich buiten afspelen. Een van de gedetineerden – de Murakami-fan, een grote, jonge kerel die altijd vrolijk is en me bijzonder zacht van aard lijkt – vertelt ons op het einde van de sessie over een voor hem memorabel moment waarop hij op de vensterbank van zijn cel twee vogels zag zitten, in een vredig gesprek met elkaar. Hoe houdt hij het al die tijd uit, vraag ik me af.
_Pirandello voor ervaringsdeskundigen
Bij mijn tweede lectuur van Het raam, buiten de gevangenis deze keer, valt het verschil in reactie van de twee samen-lees-groepen me meteen op. Terwijl de gevangenen het verhaal lezen als een realistische weergave van hun eigen leven ('zo is het, inderdaad!'), staat in de andere groep de symboliek van het verhaal centraal. Iemand heeft het over Plato's allegorie van de grot. We knikken allemaal. Maar we weten eigenlijk nauwelijks hoe het echt voelt, daar in die grot. Wij mogen na elke sessie weer naar buiten en telkens opnieuw voelt dat als een verademing aan.
Hoe is het mogelijk dat mensen die elkaar niet kennen, en buiten de context van deze leesgroep elkaar ook nooit zouden ontmoeten, spontaan met elkaar praten over wat ze samen lezen, en via het verhaal dat hen samenbrengt, zich ook blootgeven? Ze vertellen over wie ze zijn, waar ze vandaan komen, wat ze dagelijks meemaken binnen de muren van hun bestaan.
Na de tweede sessie in De Nieuwe Wandeling zegt een van de gedetineerden dat de twee bijeenkomsten van anderhalf uur voor zijn re-integratie al meer hebben betekend dan welke andere gevangenisactiviteit ook. Ik geloof hem op zijn woord, maar zou tegelijk beter willen begrijpen op welke grond die overtuiging steunt. Ik zou het hem willen vragen, maar daar is na de sessies geen tijd voor: wanneer in de gevangenis de bel gaat, mag er niet gedraald worden.
Er waren in totaal vijf leessessies gepland, waarvan er jammer genoeg één verloren gaat door een staking van de cipiers die toevallig op een dinsdag ligt, onze leesdag. In leesland bestaan stakingen niet, maar aangezien we lezen in de gevangenis moeten we ons schikken. De gedetineerden leggen er zich gemakkelijker bij neer dan de andere deelnemers. Kunnen we niet op een andere dag samenkomen, vraagt iemand. Buiten de muren van de gevangenis kun je dat soort afspraken snel en gemakkelijk maken, maar hier is dat andere koek.
In de derde sessie (na de stakingsdag) schuift een nieuwe deelnemer mee aan onze leestafel. Ook al heeft hij geen precies idee van wat we gaan doen, hij heeft er duidelijk zin in. Dat er koekjes voorzien zijn, maakt voor hem geen verschil: hij is hier om te lezen, niet om te eten. (Over het eten wordt er trouwens niet geklaagd: een van de deelnemers helpt, zoals gezegd, in de keuken; telkens opnieuw krijgt hij complimenten bij het maal van de dag.) De Murakami-fan is er vandaag niet bij: hij is naar het 'paleis', zeggen de andere gedetineerden en ze vinden het grappig dat wij meteen aan de koning moeten denken. Deze keer lezen we een verhaal van Pirandello, De dode en de levende. Het is het verhaal van een schipper, die op een goede dag tot de vaststelling komt dat hij twee vrouwen heeft. Omdat hij ervan overtuigd was dat zijn eerste vrouw bij een schipbreuk was omgekomen, trouwde hij met haar zus, die een stuk jonger is en toch al inwoonde.
De jongere zus, de tweede vrouw dus, is hoogzwanger. Maar plots blijkt de eerste vrouw van de man nog te leven: ze komt terug naar het havenstadje waar ze voordien met haar echtgenoot woonde. De man en zijn twee vrouwen moeten niet alleen een nieuwe samenlevingsvorm vinden, maar ook een manier om met de spot en de jaloezie van de andere bewoners om te gaan. In dat eerste slagen ze relatief snel: er wordt een tweede huis gekocht en om beurten trekken de twee vrouwen daar een tijdlang in. Maar het tweede is minder eenvoudig. De gemeenschap van het havenstadje heeft altijd commentaar op de ménage à trois: eerst spreken ze schande over hoe beide vrouwen geslachtofferd worden en daarna – wanneer blijkt dat de vrouwen de regeling eigenlijk best vinden – spreken ze schande over hoe de geformaliseerde driehoeksverhouding als de gewoonste zaak van de wereld wordt voorgesteld. De man en zijn twee vrouwen reageren laconiek: het is allemaal de wil van God.
Wanneer na verloop van tijd de hoon van de gemeenschap wat afneemt, duiken er administratieve kwesties op, zeker wanneer de schipper om de vijf maand de geboorte van een nieuw kind komt melden. De ambtenaar van de burgerlijke stand is onverzettelijk: uit één huwelijk kunnen om op zo'n korte tijd geen kinderen geboren worden en een mens kan maar in één huwelijk tegelijk zitten. De steeds fierder wordende vader plaatst het probleem waar het volgens hem thuishoort. Het is Gods wil, zegt hij, en dus heeft enkel de administratie een probleem, niet hij.
Het verhaal van Pirandello maakt al snel een discussie los over wat doorgaans als normaal wordt gezien, maar ook over het gevaar van stigmatisering en de waanzin van sommige administratieve regels. Opnieuw blijkt dat alles voor de gedetineerden meer tastbare realiteit dan voor de andere deelnemers aan de sessie. Op zondag mag er niet worden geschaakt in de gevangenis, zegt een van de gedetineerden. Schaken is een prettig tijdverdrijf voor hem en zijn celgenoot – op zaterdag dan toch. Op zondag mag het niet. Waarom? Computer says no.
Lees hier deel 2 van dit essay.
Kwintessens
Jürgen Pieters doceert algemene literatuurwetenschap en praktijk van de kunst- en cultuurkritiek aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde in 2021 'Literature and Consolation. Fictions of Comfort' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts).
_Jürgen Pieters -
Meer van Jürgen Pieters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws