Etienne van Neygen, Redactie E. Waegemans
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 423 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

28 april 2022 Filip De Pillecyn. Flamingant en pacifist.
Een boek over Filip De Pillecyn is een onverwacht en welkom iets. Hij is één van deze schrijvers en een politiek actief persoon, die eerder plotseling van het toneel verdween en waar je je in een hoekje van je gedachten altijd vragen over bleef stellen. Vragen die dan plots een antwoord krijgen.
Filip De Pillecyn Flamingant en pacifist wordt voorafgegaan door een “In memoriam Etienne Van Neygen” geschreven door de voorzitter van het Filip De Pillecyncomité, Prof. dr. Emmanuel Waegemans. Hij legt daarin uit dat dit boek een verzameling is van enkele bouwstenen van de volledige, afgeronde, grote biografie die Etienne Van Neygen over De Pillecyn wilde schrijven.
Na het lezen van dit boek heb je moeite je die grote, afgeronde biografie voor ogen te stellen, want die lijkt met dit boek al volledig en beschrijft De Pillecyn in detail, niet enkel de schrijver maar ook de idealist, politieker, verslaggever, observator, satiricus, filosoof, flamingant, antiklerikaal, antimilitarist en afgezien het feit dat het boek aanvangt met zijn studentenleven en zijn jeugd onbehandeld laat, heb je zeker niet de indruk van enkel een reeks “bouwstenen” gelezen te hebben.
Het boek telt zes hoofdstukken waarin we Filip De Pillecyn tegenkomen als:

-          De student (studentenleven, studiekringen, geëngageerd, Amicitia, “Ons Leven”, AKVS, De Standaard, literaire ambitie, Studentenliteratuur, “Nieuw Vlaanderen”, debuut.

-  Flamingant, katholiek, antikapitalist?, democraat?, Cultuurconsument en -criticus, autobiograaf, journalist

-  De soldaat: Pater Peeters, toespraak.

-  De soldaat vs de antimilitarist: De Groote Oorlog, Hoe antimilitarist? De soldaat in zijn werk en persoonlijkheid.

-  De Inciviek: Repressiewet, artikel 123 secties en de Vlaamse letteren, Filip De Pillecyn en de Clauwaert

-  De antiklerikaal: Steunpunten buiten de gevangenis, toevluchtsoord voor “zwarten”? , aanval op kerk en katholieken tijdens de repressie, geloof verloren? Ongeloof en geloofsafval.
Zoals je kan afleiden uit deze inhoudstabel is geen aspect van zijn leven onaangeraakt gebleven en is dit boek meer dan een biografie over de auteur. Het leven van Filip De Pillecyn is stevig ingeplant in het dagelijks bestaan, de maatschappij, de cultuur, de politieke evolutie. Het boek gaat zeker over het idealistische, prille élan van de Vlaamse Beweging (taalbeweging of sociale beweging?) eind 19e, begin 20e eeuw met mensen zoals Verrriest, Rodenbach, Guido Gezelle, ontvoogding, hogere schoonheid, idealen, Vlaamse Eigenheid. Een ontwikkeling die het leven van Filip zal beheersen.
Maar het gaat ook over een tweede, uiterst belangrijke factor in zijn leven: de twee wereldoorlogen.

Wereldoorlog I, waar hij aan deelnam als vrijwilliger ter plekke, aan het front achter de IJzer, heeft hem duidelijk zeer aangegrepen en dat heeft zijn verder leven in een bepaalde richting gestuwd. Niet enkel omdat daar de Vlaamse bewustwording élan en vorm kreeg in de Frontbeweging maar ook als gevoels- en morele ervaring.

Alhoewel tijdens Wereldoorlog II de Duitsers ook weer België binnenvielen en kwamen bezetten, maakte hij de “verkeerde” keuze, voornamelijk omdat hij geloofde dat eindelijk de droom van een onafhankelijk Vlaanderen zou bewaarheid worden, binnen een grote Germaanse broederlijke cultuur en gemeenschap.
Eindelijk, want hij had intens het veronachtzaamde Vlaanderen meegemaakt. Al van bij het ontstaan van België in 1830 was het duidelijk dat België gewoon een Franstalig land moest worden en dat de taal waarmee de onderontwikkelde Vlaamse boerenbevolking zich bediende niet echt als een taal kon beschouwd worden. Ook in Frankrijk sprak slechts 50 procent van de bewoners Frans maar het was duidelijk dat alles in het werk zou gesteld worden om het Frans op te leggen aan de andere helft. De Belgische grondwet die op 7 februari 1831 werd afgekondigd, was ondanks het numeriek groter aantal Vlaamssprekenden enkel in het Frans… Administratie, recht, leger, onderwijs, alles was in het Frans. Het is moeilijk je nu in te beelden dat aan de Leuvense Universiteit de cursussen en lezingen in het Frans waren en Vlaamse studenten enkel Nederlands spraken onder elkaar, in hun vrije tijd maar studeerden in een vreemde taal. In de stad Leuven waren de straatnamen in het Frans, in de winkel werd je aangesproken in het Frans, je dokter wou weten hoe het met je ging in het frans, de rechter luisterde naar je verklaring in het Frans en sprak recht in het Frans.
Voor de huidige generaties moet het moeilijk zijn zich deze periode voor te stellen. Wat bitter ironisch is, want zij zijn de “toekomst” waarvoor de Vlaamse Beweging zich inzette, bereid was offers te brengen en zelfs hun leven te geven. Als De Pillecyn ijvert voor een Vlaamse beweging die dit allemaal zal veranderen en spreekt van de  rechten van de Vlaming, staat hij dus wel op de barricades. Vele van zijn teksten en toespraken in dit boek zullen er misschien in slagen deze generatie te laten aanvoelen en beseffen welk groot ideaal hijzelf en zijn generatie koesterden en ernaar deed handelen.
Het samenstellen en schrijven van dit boek moet veel en intens opzoekingswerk gekost hebben want het is buitengewoon gedetailleerd van studententijd in Leuven tot en met de perikelen van de bijzonder brutale repressie met onredelijk zware straffen.
Om een klein idee te geven van de veelheid van feiten in dit boek, enkele onderwerpen uit het hoofdstuk “Student”, tot WOI.

Leven in een universiteit in Leuven waar de algemene vakken in het Frans gegeven worden, het rijke Vlaamse studentenleven, met kot en kotmadam, de Petermannen, studentenbonden, zelfvorming in de studiekringen, schrijven voor “Ons Leven”, welke studentenpet de Vlaamse studenten gingen dragen, “Nieuw Vlaanderen” en nog meer nieuwe tijdschriften die gesticht werden, Filip De Pillecyn als één van het x aantal studenten die slaagden, alhoewel de thesis niet af was, overal de aanwezigheid van “paters”, 18 studenten in “zijn” eerste kandidatuur. Naast nog heel wat lectuur moest hij de volledige werken lezen van Dickens, Thackery en Shakespeare in de vakgroep Wijsbegeerte en Letteren. Pot en pint en de controverse over teveel van het laatste, liederen van Duitse invoer, de schoolwet met slogan “Wij eisen God in onze scholen”, de Conscience-viering, de Verriest-hulde, het “Waterkasteel” Amicitia, Filip De Pillecyn’s buitengewoon talent als spreker en zelfbewust en zelfzeker schrijver van artikelen, Algemeen voorzitter en gouwhoofdman Oost-Vlaanderen van het AKVS met 120 bonden of gilden, de grote, nieuwe Vlaamse krant “de Standaard “wordt opgericht door Van Cauwelaert en zou verschijnen op 22 nov 1914 met Filip De Pillecyn als eerste redacteur. Maar dan breekt de eerste wereldoorlog uit. De Pillecyn kan niet aarden in neutraal Nederland en trekt langs Engeland, naar het stukje Belgisch front achter de IJzer, waar het werkelijk begin van de “Vlaamse Ontvoogding” zal ontstaan met de Frontbeweging waarvan hijzelf één van de leiders was.
Ondertussen is hij natuurlijk ook de schrijver, die droomt van een grote oorlogsroman – die hij nooit zal schrijven maar wel zeer mooie, idealistische en ontroerende verhalen,  naast artikels zoals dat stukje over de gevoelens die een simpele mondharmonica opwekt aan het front.
Filip De Pillecyn heeft veel geschreven en dit op merkwaardig verschillende manieren. Volgens zijn vriend Poppe, vertoont De Pillecyn twee bijna tegengestelde karaktertrekken, die ieder een “andere” De Pilleciyn naar voor doen treden. Hij schrijft daarover in zijn studententijd in een brief: “Van Filips ware ondergrond kan ik weinig zeggen; nooit kunt ge zeggen of hij ernst of spot spreekt. Zegt hij iets vertrouwelijks, hij werpt er seffens zo iets raadselachtig spottend bij dat u in twijfel brengt.”
Die twee kanten van zijn persoonlijkheid zullen duidelijk aanwezig blijven en zich uiten in – aan de ene kant - de in stilte geconcentreerd stilistisch schrijvende auteur van “Monsieur Hawarden” en “Hans Van Malmedy” wat hem de bijnaam van “Prins van de Vlaamse Letteren” zal opleveren en - aan de andere kant - de flamboyante spreker op IJzerbedevaarten en politieke meetings, lezingen voor studenten en culturele verenigingen en die zo goed waren dat ze dikwijls afgedrukt werden in diverse tijdschriften. Terwijl hij ook de balorige, met anarchistisch ironische trekjes, scherp hekelende, satirische auteur is van “Pennekrabbels” in De Standaard en natuurlijk in zijn eigen weekblad “Pallieter”, meesterlijk geschreven, waar met de vinger gewezen wordt en niets of niemand wordt gespaard, echter niet zonder zich grondig geïnformeerd te hebben.
Filip De Pillecyn was zich trouwens wel bewust van wat satire en ironie betekenden en konden teweeg brengen: “Dat is de verdomde obstinatie van de wereld dat de mensen ironie en satire als iets grappigs beschouwen. Een satire wordt geschreven uit de eigen kwetsuur;  ironie is het bloed dat drupt uit een hart waarin dwaasheid van de mensen haar keukenmes heeft geplant. Wat niet wil zeggen dat die ook niet eens plezant kan zijn.”
Filip De Pillecyn komt in dit boek tevoorschijn als een zeer veelzijdig iemand, eerlijk, recht voor de vuist, gevoelig, melancholisch, intelligent, erudiet, dromer, zeer actief en initiatiefnemer, een mens, en dus ook het spreekwoordelijke vat van tegenstrijdigheden…
Zo bleef Filip De Pillcyn waarschijnlijk geloven in en houden van “het Vlaamse Volk”, zelfs na de repressie waarin ten minste een deel van dat volk dat zo brutaal en haatdragend geweest was. Zijn geloof in een schoon, rijk Vlaanderen maakte deel uit van een toen algemeen heersend Europees romantisme en uitte zich in zijn geschriften en toespraken in termen zoals “Het storten van ons bloed; ons volk verheffen uit de onwetendheid waarin het nog is gedompeld, de eigen volkskracht, Vlaamse volksstrijd, offer.” Zijn blind houden van de “mooie” poëzie van Alice Nahon, schrijvers zoals Edward Vermeulen en Simons, het verheerlijken van Joe English en professor Daels en een blind vernietigend oordeel vellen over Van De Woestijne en Buysse. Hij is ook een scherp observerend politieke denker, scherp analyserend en op sommige punten zeer realistisch voor die tijd: “onze ministers van financiën zijn allemaal bankiers”. Hij is schamper over geloof en kerk, maakt de pertinente opmerking dat er in Brussel maar één dialect is, het Brussels en aan de andere kant poneert hij dat een Vlaamse Brusselse Universiteit er automatisch zal toe leiden dat er in Brussel weer Vlaams zal gesproken worden. Hij gelooft niet in kunstenaars die niet ook een gewoon beroep hebben. Hij zal een oproep doen om te gaan strijden aan het Oostfront en De Cauwelaert boekengilde oprichten zodat zijn grote roman “Mensen achter de Dijk”, geschreven in de gevangenis, kan gepubliceerd worden, niettegenstaande het verbod vanwege de repressie.
“Filip De Pillecyn. Flamingant en pacifist” is veel meer dan een boek over Filip De Pillecyn. De samenstellers zijn op zoek gegaan naar teksten, verslagen, brieven, artikels, die de tijd weergeven waarin De Pillecyn leefde en ze hebben zich blijkbaar geen moeite gespaard. Het is daardoor ook een rijk en opvallend origineel geschiedenisboek geworden. Je komt te weten over het studentenleven in Leuven, zowel de “folklore” als de culturele en sociale ontwikkeling. Het gedeelte over het leven aan het Front achter de IJzer is gewoon feitelijk en daardoor een verrassing, de Peter Hildebrand school aan het front en de daar drukke culturele bedrijvigheid zijn merkwaardig en gesteund op cijfers en feiten.
Het artikel “De soldaat in het werk en de persoonlijkheid van De Pillecyn” is een knappe literaire benadering van diens oeuvre.

Het hoofdstuk “De inciviek” is niet enkel een hoofdstuk over de veroordeling van De Pillecyn “wegens inciviek gedrag” maar een buitengewoon knap artikel over de Belgische repressie in het algemeen, met naam en toenaam van daders, slachtoffers, verbrande schrijvers, “De Vlaamse Linie” van de Jezuïeten, tot en met de rol van priesters en pastoors en de Katholieke Kerk in het algemeen.
Er staat ongelooflijk veel in dit boek. Wat toch nog ontbreekt is een korte biografie van Filip De Pillecyn. Op de website van het “Filip De Pillecyn Comité” kan je een warme, volledige, objectieve biografie raadplegen. Het ontbreken van een referentielijst wordt opgevangen door voetnota’s onderaan de betrokken pagina’s en is veel handiger dan het gebruikelijk, storend achteraan te moeten zoeken.
En als je meer wil weten over Filip De Pillecyn als journalist tijdens de Tweede Wereldoorlog is er recent een boek met deze titel verschenen, geschreven door Emmanuel Waegemans en uitgegeven door het “Filip De Pillecyn Comité” en waarin chronologisch gebundelde artikels staan die De Pillcyn schreef in een menigte van dagbladen tijdens de jaren van zijn culturele en ideologische collaboratie. Recht van zijn pen en stem en daarom buitengewoon interessant.
Dit boek is een bijzonder boek, dat verdient door een ruim publiek gelezen te worden. Niet enkel om een bijzonder mens en auteur weer in het daglicht te stellen, maar ook om het beeld van de tijd waarin hij leefde en de idealen die hem dreven, waarvan de onderliggende ideeën en drijfveren nog altijd voelbaar zijn in het Vlaanderen van vandaag.

Victor De Raeymaeker
Etienne van Neygen, Redactie E. Waegemans
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies