Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 1879 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 juli 2023 Volksliederen voor de 'Afrikanertuiste' Orania (2)
Deel 2 van 3
_Poëzie in Orania
Thans hebben notabelen van Orania, de Volksstaat in oprichting, geoordeeld dat de inwoners zich moeten kunnen vereenzelvigen met de sectaire habitat en de volkseigen politiek van hun ministaat in de desolate Karoo. Het wekt geen verbazing dat leden van het extreem-rechtse en fascistoïde Vlaams Belang, met als slogan “Eigen volk eerst”, zich door dit project nogal aangesproken voelen.
Teneinde zich te kunnen “thuis voelen”, zoals een van de respondenten in Orania oppert, moet een gedicht worden gekozen dat als volkslied van de witte Afrikaner gemeenschap kan gelden. De plek waar een nieuwe (of dus oude) etnische rassenscheiding wordt gepredikt, met de Bijbel onder de arm, zal naast een eigen munt, vlag en wimpel ook een Orania-volkshymne hebben. Dit laat mij en vele anderen denken aan een reactionaire onderneming, een terugkeer naar de oude gesegregeerde samenleving.
Onder de deskundige literaire leiding van twee schrijvers had dat wel goed moeten komen. Ook al zijn de inzendingen met volkslyriek en lofzangen op het maatschappelijk project zoals ik kon vernemen ondermaats.
_'Tuiste' voor volksgeaarde Afrikaners
Hoogst verbaasd over de aanwezigheid van Charl-Pierre Naudé bij het nationalistische opzet, geïnitieerd door individuen die er voor alle duidelijkheid voor mij perverse, zelfs schokkende politieke gedachten op nahouden, hebben wij de voorbije tijd gecorrespondeerd. Met open vizier. Mag ik zeggen dat de dichter naïef is of zich makkelijk liet misleiden? Of zag hij zijn deelname aan een dergelijk politiek project als een experiment waarbij hij onderzoeksbevindingen over de rol van mythen in de constructie van een samenleving (Blumenberg) in de praktijk wilde zien: over hoe mensen hun mythen scheppen om voor zichzelf een plek te vinden, zelfs te claimen.
Wat mij betreft handelde de dichter uit nieuwsgierigheid, maar ook met kritische bedenkingen. De dampkring waarin hij zich begaf is besmettelijk. Daarover hebben we geschreven. Een schrijver moet zich naar mijn oordeel niet compromitteren, zeker niet wanneer het initiatief uitgaat van een groep politieke idealisten of naïevelingen wat mij betreft, die zich beroepen op God en een niet bestaand Vaderland, vanuit een pervers verlangen naar een staat die racistisch was en de onderdrukking van andere bevolkingsgroepen op christelijke gronden propageerde. Door zich te isoleren en symbolen te handhaven uit de oude dagen roept men beelden op van een nieuwe mini-apartheid staat. Er wordt opvallend weinig ondernomen om dat beeld tegen te spreken, hoogstens in woorden. Ik heb het mij afgevraagd: hoe kan een dichter van dat formaat, auteur van Die nomadiese oomblik, In die geheim van die dag/Against the Light, Sien jy die hemelliggame en Al die lieflike dade, vooral ook een filosofisch denker met binnenkort In die rede geval, een boek gebaseerd op inzichten van de beroemde Duitse filosoof en wetenschapshistoricus Hans Blumenberg, én auteur van de gunstig ontvangen roman Die ongelooflike onskuld van Dirkie Verwey, zich voor zo een oudtijdse ossenkar laten spannen? De Oraniërs zie ik niet als deelnemers aan een maatschappelijk project dat bestaat op mijns inziens verdedigbare ideologische gronden. Het lijkt me meer een plek voor sociaal ontheemden, zij die in een pluraal en etnisch-cultureel divers Zuid-Afrika hun (eertijds op grond van huidskleur bevoorrechte) plek niet (meer) vinden, landlopers, armoezaaiers en nooddruftigen, conservatievelingen en havelozen die denken dat apartheid alles bij elkaar niet eens zo een beroerde zaak was. Velen zijn er amechtig op zoek zijn naar een houvast, een plek, een inkomen. Ideologische leiders hebben het commando over Orania – de befaamde Boshoffs, nazaten van die “racistische ideoloog” Verwoerd (dixit Fred de Vries) – en prediken een volksgeaard Afrikaner manifest van godsvrucht, liefde voor de waarden van het volk, dat zoals in apartheidstijden een uitverkoren volk is in zuidelijk Afrika. Allemaal angstwekkend, tezelfdertijd meelijwekkend. Het gaat mij niet over de meeste inwoners, mensen die dwalend zijn in het huidige Zuid-Afrika, wel over de politieke strategen en oud-NP-aanhangers die er hun schouders hebben onder gezet en uit nostalgische overwegingen de boel bestieren.
_“Volksliedere vol herinnerings” (Karel Schoeman, '’n Ander land')
De witte nationalistische Afrikaner Beweging is mij compleet vreemd is, alsook het hiermee gepaard gaande vendelzwaaien, het neerknielen voor het aanschijn Gods in de christelijk gereformeerde kerk en de heiligverering van de Voortrekkers en de heldhaftige Boeren uit de tijd van de tweede Zuid-Afrikaanse Oorlog. Zeg nu eerlijk: het genre van de nationalistische volkslyriek leverde in de geschiedenis en op alle continenten meestal weinig interessante teksten op. Er bestaat natuurlijk een lange transnationale en multiculturele traditie van volkslyriek en -muziek. Het is in de muziek- en cultuurwetenschappen een studiegebied op zich. Voor de duidelijkheid: met het genre van het anthem is niets verkeerd, wel met de politieke recuperatie ervan. Een publieke opdracht door een bevolkingsgroep die zich beroept op sociale, culturele en historische exclusiviteit zoals hier het geval is kan mijns inziens alleen zwakke poëzie opleveren. Tot het tegendeel is bewezen natuurlijk. De verwachtingen van de Oraniërs moeten hoog gespannen zijn. Of het laat hen koud. Er zijn natuurlijk vele volkshymnen en nationalistische liederen die zijn gedrenkt in een sfeer van misselijk makend pathos en getuigen van een verstechnisch gestuntel. De literatuurcompetitie laat denken aan Na die geliefde land (1972) van Karel Schoeman, de dystopische roman over een tijdperk waarin Afrikaners definitief hun macht zijn kwijtgeraakt in Zuid-Afrika. Ze verlangen op een tragische manier terug naar het geliefde land dat voorgoed voorbij is. Schoeman steekt de draak met het aanmatigend sentimentalisme zoals we zo geregeld in dithyrambische volkspoëzie kunnen aantreffen* (zie ook hier). Met dank aan Alwyn Roux voor de suggestie.
Dat een Volksstaat (in oprichting) op zoek is naar een volkslied, zegt alles over de identitaire ideologie, de behoefte zich te profileren en maatschappelijk te onderscheiden in het huidige Zuid-Afrika. Het is voor schrijvers en kunstenaars altijd gevaarlijk zich te engageren voor of dienstbaar op te stellen ten aanzien van een cultureel, maatschappelijk en politiek doel of dus een project dat gebaseerd is op behoudsgezinde, in dit geval achterhaalde en wat mij betreft reactionaire ideeën. Vraag is hoe levensvatbaar, of beter gezegd: hoe relevant, in deze verwarrende tijden van inclusiviteit en meerstemmigheid, een maatschappelijk project zoals Orania vandaag is in een politiek imploderend land als Zuid-Afrika. Als buitenstaander kijk ik vreemd op en zie in het Boshoff-project zoals gezegd een poging om het oude oranje-blanje-bleu Zuid-Afrika – uit de tijd van de Boerenstaten en het NP-apartheidsregime – weer te vestigen. Voor sommigen uit economische overwegingen, voor anderen uit angst voor het multiculturele Zuid-Afrika, als slachtoffer van een economische malaise, zich unheimlich voelend in de sociaal-politieke positie waarin vele witte Afrikaners post 1994 zijn terechtgekomen. Het gaat over een Volksstaat in oprichting voor toch overwegend armblankes, zij die in een land geregeerd door een corrupte ANC-regering aan hun lot zijn overgelaten en daarom hun heil zoeken in Orania. Intussen verkommeren miljoenen andere mensen, bruin en zwart mensen, in gore armoede. Voor hen is Orania geen toevluchtsoord. Of met een woord van Adriaan van Dis: een project dat berust op “waanzin”. Maar voortaan met een eigen volkshymne voor het Afrikanerdom.
(wordt vervolgd)
Lees hier deel 1 van dit essay.
*Op 14 juli 2023 houd ik in Bloemfontein de eerste Karel Schoeman Gedenklesing (Vrystaat Kunstefees, 10-15 juli): ‘Historische verbeelding. Terugblikken met Karel Schoeman/Historical Imaginaries: Flashbacks with Karel Schoeman’. Met dank aan de Universiteit van die Vrystaat en Prof Johann Rossouw.
Kwintessens
Yves T'Sjoen (°1966) is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) en voorzitter van het Arkcomité van het Vrije Woord.
_Yves T'Sjoen -
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws