Kwintessens
Geschreven door Nele Strynckx
  • 1312 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

16 augustus 2023 I want to believe (deel 1)
De titel voor dit stukje heb ik van de X-Files film uit 2008, maar ik was ook een fan van de gelijknamige tv-serie.
Ik zou willen zeggen dat dit kwam omdat ik toen al gefascineerd was door het geloof in onwaarschijnlijkheden en samenzweringstheorieën, maar ik keek voornamelijk toch voor de plot

Het Belgische zomerweer zou een motivatie kunnen zijn om de reeks eens te herbekijken, maar dat is niet de reden waarom ik het hier nu aanhaal. In het Amerikaanse Congres vonden eind juli een aantal hoorzittingen plaats. Een 'klokkenluider’ die voor de inlichtingendienst werkte, beweert dat de overheid in het bezit is van gecrashte UFO’s en 'niet-menselijke’ piloten die ze bestuurden. Waar het mogelijke bestaan van aliens voor sommigen een schrikbeeld oproept, denk ik dat het wel eens de oplossing voor een groot maatschappelijk probleem zou kunnen zijn. Misschien kan het een einde stellen aan de polarisering en het tribalisme in onze samenleving.
Die fenomenen zijn uiteraard niet nieuw, maar de schaal waarop ze zich voordoen is door de globalisering en de toegenomen informatie-uitwisseling via (sociale) media wellicht vergroot. Die indruk heeft men althans, afgaande op de vele onderzoeken daarover.
_Van kamp naar stam
Tribalisme, en het daaruit voortvloeiende wij-zijdenken, is zo oud als de mens. Het is een adaptief mechanisme dat de overlevings- en voortplantingskansen vergrootte. De eerste mensachtigen die de bomen verlieten om op de vlaktes te gaan leven, organiseerden zich in 'kampen’, groepen van 20 à 30 volwassen individuen. Dat was nodig om de veiligheid te garanderen tijdens de nacht, want wie op de grond slaapt, is kwetsbaarder voor roofdieren. Samenleven in groepen heeft onder andere ook als voordeel dat de zorg over nakomelingen af en toe kan worden uitbesteed aan anderen. Dat zou beide ouders sneller de kans geven om zich opnieuw voort te planten. Die voortplantingsdrift in een kleine groep heeft evenwel een belangrijk nadeel, namelijk inteelt. Om dat tegen te gaan, vormden kampen een verbond met andere kampen totdat ze een gemiddelde grootte hadden van ruwweg 150 personen. Dit aantal staat bekend als Dunbar’s number. Het is het aantal personen met wie we betekenisvolle sociale relaties hebben en van wie we ook weten hoe ze zich tot elkaar verhouden. Onderzoek bij 21 hedendaagse jagers-verzamelaarssamenlevingen noteert een gemiddelde van 148,2 mensen per 'verbond’. Om te overleven als groep is samenwerking en loyaliteit cruciaal. Er gelden strikte sociale normen.
Toen de landbouw werd ontwikkeld, gingen mensen in nog grotere groepen samenleven. Het werd onmogelijk om nog iedereen persoonlijk te kennen. Om coöperatie en trouw tussen de leden te behouden, werden we een tribale soort. We maakten gebruik van symbolen om ons lidmaatschap van een stam duidelijk te maken, zoals taal, klederdracht, lichaamsversieringen, begroetingsgebaren, rituelen, verhalen en geloofsopvattingen. Zo konden we weten wie we tot 'ons’ konden rekenen, zonder iedereen persoonlijk te kennen. Dit was zowel een zegen als een vloek: er was meer veiligheid en minder agressie binnen een groep, maar meer geweld tussen groepen. Pseudoverwantschap, je sterk verbonden voelen met wie niet biologisch aan jou verwant is, leidt ook tot pseudospeciatie: het behandelen van groepen mensen alsof ze een andere soort zijn.
_Ingroupfavoritisme
Mensen zijn in staat tot empathie omdat we ons de pijn, angst of schaamte van anderen kunnen voorstellen alsof het ons zelf overkomt. Hoe sterker we ons vereenzelvigen met een ander, hoe meer empathie we voelen. Neurowetenschappers meten sterke activiteit in de regio van ons brein die gevoelig is voor de perceptie van pijn (de anterieure cingulate cortex) wanneer we leden van onze ingroup zien lijden, maar weinig activiteit wanneer het gaat om outgroupleden. Het betekent dat we extra energie moeten investeren om met hen mee te leven, met andere woorden: bewust nadenken en beslissen om de ander te behandelen als 'één van ons’. Empathie ten opzichte van onbekenden doet onze frontale cortex hard werken. Langdurige blootstelling aan het lijden van een outgroup, zorgt voor empathiemoeheid. Het kan verklaren waarom we nu veel minder aandacht hebben voor Oekraïense vluchtelingen dan in het begin van de oorlog.
Als mensen bovendien leven in een periode van onzekerheid en angst, maken ze hogere dosissen van het stresshormoon cortisol aan. Dit zorgt ervoor dat we minder mensen tot onze ingroup gaan rekenen. De cirkel van mensen waar we om geven, wordt kleiner. Wie stress ervaart omdat men leeft in armoede, vreest zijn job (en dus inkomen) te verliezen, in een gewelddadige buurt woont, … zal moeilijker empathie kunnen opbrengen voor wie niet tot de eigen groep behoort. Ingroupfavoritisme is dus eigenlijk een energie-efficiënte breinstrategie om te beslissen wie onze zorg en aandacht verdient, wie we zullen helpen en beschermen.
Waar we weinig energie moeten insteken, zijn reflexmatige processen die zich in een ander deel van ons brein afspelen, meer bepaald in de amygdala. Deze reageert onmiddellijk op input van onze zintuigen en lokt een emotionele reactie uit. Afkeer en angst zijn twee onaangename, maar vaak levensreddende emoties. Het opmerkelijke is evenwel dat ons brein geen onderscheid maakt tussen afkeer voor bijvoorbeeld bedorven voedsel en afkeer wanneer een voor ons belangrijke morele norm wordt overschreden. Iemand die opgroeit in een gemeenschap waar men homoseksualiteit als een hoofdzonde beschouwt, kan letterlijk gedegouteerd zijn wanneer hij twee mannen ziet kussen.
Als een groep een echte of vermeende bedreiging van zijn belangrijke normen of andere symbolen ervaart, zal men deze nog meer gaan beklemtonen. Wie zijn lidmaatschap tot de groep wil bewijzen, zal dat dan nog duidelijker moeten tonen, bijvoorbeeld door steeds radicalere uitspraken of gedrag. Zo neemt men in bepaalde kringen van transactivisten alleen nog genoegen met de overtuiging dat wie zich identificeert als vrouw in geen enkel opzicht verschilt van wie als biologische vrouw is geboren. Wie écht overtuigd is van de islamistische jihad, is bereid een zelfmoordaanslag te plegen, …
Extremistische groepen of politieke partijen spelen in op die sentimenten van angst en afkeer om hun aanhang te vergroten. Dit houdt grote risico’s in. Opvattingen en het daaruit voortvloeiende gedrag signaleren tot welke groep we behoren. Ze worden deel van onze identiteit. Het is dus een kleine stap van afkeer van een idee tot afkeer voor de persoon die dit idee aanhangt. Dehumanisering van de ander verlaagt de drempel naar fysiek geweld, daar is elke genocide het trieste bewijs van.
De internationale gemeenschap probeert die uitwassen van tribalisme wel te counteren met de oprichting van bijvoorbeeld de Verenigde Naties of het Internationaal Strafhof, maar het heeft er nog niet toe geleid dat 'alle Menschen Brüder werden’. Het biedt in de praktijk nu eenmaal niet de voordelen van een eigen, kleine, persoonlijke 'stam’ waaraan we een identiteit en een 'sense of belonging’ ontlenen.
Als wereldleiders en grote internationale instituties er niet in slagen om de mensheid wat meer te verenigen, dan zit er niks anders op dan het zelf te proberen. Willen we enige kans op slagen hebben, dan wordt rationeel denken cruciaal. Geen eenvoudige missie, maar als zelfs Mulder, het irrationele personage uit de X-files ervan overtuigd kon worden, dan is er hoop.
'As difficult and as frustrating as it's been sometimes, your goddamned strict rationalism and science have saved me a thousand times over. You kept me honest.’

(The X-Files Movie, 1998)
Lees hier deel 2 en hier deel 3 van dit essay.
Kwintessens
Nele Strynckx is leerkracht gedragswetenschappen, cultuurwetenschappen, filosofie en onderzoekscompetenties in het GO! atheneum Ieper.
_Nele Strynckx -
Meer van Nele Strynckx

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws