Kwintessens
Geschreven door Arno Keppens
  • 187 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 juni 2024 Ode aan de kakofonie: over onbegrip en onverdraagzaamheid
'Ik pendel met een groene plooifiets, 's zomers in korte broek.' Je kan je daar gemakkelijk een beeld van vormen. Maar deze eenvoudige stelling schept niet alleen een beeld van hoe ik eruitzie. Automatisch roept deze voor elke lezer meteen allerlei impliciete associaties op – veralgemeningen op basis van ieders persoonlijke ervaringen – die gaan over zaken als mijn sociale en/of culturele achtergrond, opleiding, tot zelfs politieke voorkeuren.
'Ik vlieg in pak naar internationale conferenties' is een stelling die typisch heel andere associaties met zich meebrengt. Toch slaat ze evenzeer op mij. Blijkbaar sluit het ene het andere niet uit, al behoren beide beweringen algauw tot verschillende 'soorten' mensen voor ons snelle hokjesdenken. Dat ervaar ik ook zelf. Onbekenden benaderen me zeer verschillend in beide situaties. In het eerste geval hoef ik niet altijd te rekenen op sympathie in het verkeer. In het tweede geval gaan mensen meestal beleefd opzij, met uitzondering van taxichauffeurs die staan te drummen om je te voeren. Het eigen voorkomen maakt blijkbaar een immens verschil. Ik denk dat iedereen dat al heeft kunnen ondervinden. En dat is ook meteen de reden waarom we onze kledij – meestal – aanpassen aan onze sociale activiteiten.
Misschien nog het opmerkelijkst is dat ik mezelf ook betrap op het maken van dergelijke 'denkfouten', ondanks het feit dat ik me van het bestaan ervan bewust ben (zie het boek Ons feilbare denken van Daniel Kahneman). Op basis van een enkele, snelle blik schetsen we een beeld van iemand, en dat bepaalt mee onze verdere interactie. Net daarom ook is het telkens weer een eyeopener wanneer ons hokjesbeeld niet blijkt te kloppen. In mijn eigen professionele leefwereld denk ik dan aan het verschijnen van expliciete subculturen – metalheads, skaters, johnny's – in wetenschappelijke kringen, waar nu gelukkig stilaan ook het hele huidskleurenspectrum vertegenwoordigd geraakt. Er dwalen dus niet meer enkel blanke nerds door de universitaire wandelgangen; de (uiterlijke) diversiteit is een verademing. 
Een gelijkaardig doorprikken van ons hokjesdenken zagen we enkele jaren geleden op grotere schaal in het straatbeeld. In de nasleep van 9/11 werden lange baarden bij mannen overdreven vlot geassocieerd met terrorisme, vooral op luchthavens, tot de volle baard mode werd bij hipsters en de automatische associatie snel verwaterde (al geldt dat waarschijnlijk niet voor beveiligingsexperts). Als een opvallend lichaamskenmerk niet meer bij één hokje past, faalt ons rechttoe-rechtaan hokjesdenken, en geven we het hokje blijkbaar liever gewoon op. Ik noem dit een positieve manier om categorisatie te counteren. In extremis ziet iedereen er compleet verschillend uit en wordt deze nutteloos tout court. Aan het andere uiteinde van dit spectrum ziet iedereen er exact hetzelfde uit. Dit lijkt me een negatieve manier om hokjesdenken teniet te doen. Bij dergelijke eenheidsworst zal elke afwijking worden opgemerkt en ongemak induceren, wat leidt tot intolerantie (zoals letterlijk bij de productiecontrole in een worstenfabriek).
In de praktijk zijn beide extremen uiteraard onmogelijk. Zelfs los van fysieke verschillen introduceren mensen vanzelf minimale verschillen in hun 'uniform' wanneer dat verplicht is. Denk bijvoorbeeld aan het dragen van badges, lichaamsversiering of een veranderlijke haartooi in het China van Mao (zie ook de roman Wilde Zwanen van Jung Chang). Mensen hebben blijkbaar de neiging om zich visueel te onderscheiden van de ander, maar willen toch enigszins behoren tot een (sub)cultuur. Het is niet zo moeilijk om het eerste verlangen evolutionair te koppelen aan een voortplantingsstrategie, en het tweede aan een overlevingsstrategie. De mens zoekt dus vanzelf een middenweg. Waar die middenweg precies moet liggen, hangt af van persoonlijke voorkeuren.
Een sterke(re) neiging tot een monocultuur heb ik negatief genoemd, aangezien het onverdraagzaamheid tegenover elke vorm van afwijking met zich meebrengt. Daarnaast is bij het (al dan niet kunstmatig) aanhouden van twee subculturen polarisatie onvermijdelijk, denk op grote schaal aan de politiek van de Verenigde Staten. Van zodra er drie of liefst meer 'partijen' zijn wordt het interessant, weet ook elke strateeg. Dat is evenzeer het moment waarop ons hokjesdenken het moeilijk krijgt, het bovenstaande voorbeeld met de baarden indachtig. Bij een voldoende aantal subculturen worden snelle categorisaties waardeloos en moeten we verschillen en overeenkomsten met de ander op een grondiger manier (v)erkennen en begrijpen; een positieve manier om hokjesdenken te reduceren, want aanzettend tot dialoog.
Het is ook duidelijk dat een monocultuur enkel van bovenaf kan worden afgedwongen, met legio historische voorbeelden, vaak vanuit een politieke of religieuze distantiëring, of uit angst voor ideologische 'besmettingen'. Daartegenover moet het ontstaan van een veelvoud aan subculturen van onderuit komen. Van hogerhand kan het enkel worden gestimuleerd; het is onmogelijk mensen te verplichten zich anders voor te doen dan al hun naasten. Idealiter streven we naar een kakofonie van (sub)culturen, in navolging van de muzikale term, waarin alle verschijningsvormen chaotisch door elkaar voorkomen zodat geen genre of kunde meer wordt opgemerkt. In grootsteden kan je iets van die orde al eens ervaren op straat. Bij dergelijke blootstelling aan het volledige menselijke spectrum zet elke vorm van verscheidenheid nauwelijks nog tot ongemak aan, in groot contrast met eerdergenoemde eenheidsworst.
Samen met een moslima hielp ik eens een zwarte jongen in skater-outfit die gevallen was met de fiets. Ieders (sub)cultuur was voor de anderen duidelijk zichtbaar, maar dat kon ons op dat moment blijkbaar worst wezen. Neutrale menselijke interactie is een verzinsel. Een expliciete verbale of symbolische boodschap kan je nog verbieden (cf. verbod op levensbeschouwelijke tekens); een impliciete boodschap die voortkomt uit ieders voorkomen en voorkeuren – zelfs los van expliciete tekens – is onvermijdelijk. Het dragen van bijvoorbeeld een hanenkam, mantelpak of hoofddoek brengt telkens zeer verschillende associaties met zich mee. Maar door het omarmen en stimuleren van een veelheid aan verschijningsvormen verliezen deze associaties – ons hokjesdenken – aan belang en kunnen we vrijer interageren, zonder (of toch met minder) vooroordelen. Ik hoop op meer maatschappelijke en politieke ambitie in de 'positieve' richting van de kakofonie.
'Chaos was the law of nature; order was the dream of man.' – Henry Adams.
Kwintessens
Arno Keppens is wetenschapper aan de Belgian Space Pole (www.spacepole.be) en wetenschapsschrijver (www.sciencescripts.be).
_Arno Keppens - Recensent
Meer van Arno Keppens

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws