20 januari 2026
Panorama van Aotearoa #1: Lifestyleland? Of het misverstaan van Aotearoa
Johan Swinnen is onafhankelijk kunstexpert, curator en fotograaf, en een drijvende kracht achter diverse kunst- en cultuurinitiatieven binnen het Humanistisch Verbond. Tijdens een verblijf van drie maanden in Aotearoa/Nieuw-Zeeland trekt hij op roadtrip met een camper, op zoek naar hedendaagse vormen van humanisering en zingeving, in dialoog met Māori-wereldbeelden en de lokale cultuurpraktijk. Hij was er eerder in 1999, 2017 en 2022; zijn zoon woont en werkt er al meer dan tien jaar. In deze wekelijkse reeks brengt Swinnen geen reisverhaal, maar een scherpe kijk: wat een diverse samenleving zichtbaar maakt, hoe kunst en gemeenschap elkaar kneden, en welke vragen dat terugkaatst naar Vlaanderen.
Er zijn landen die je leest als een folder. Je stapt uit het vliegtuig en je krijgt er meteen een handleiding bij: highlights, top tien, een selfiepunt, en klaar. Nieuw-Zeeland – Aotearoa – weigert dat. Het land doet niet mee aan jouw Europese haast. Het ligt daar gewoon. Groots. Stil. Onverschillig aan je mening. En precies daarom werkt het: je wordt gedwongen om eerst te kijken en pas daarna te praten. Een zeldzaam pedagogisch systeem, gratis inbegrepen bij de jetlag.
Ik ben hier negentig dagen – het maximum aantal dagen dat je toelating krijgt – en ik stuur vanuit dat verblijf wekelijks een column naar Vlaanderen. Eerst in Wellington, daarna een roadtrip met een camper doorheen het Noord- en Zuidereiland, tot Stewart Island, ook bekend als Rakiura. Ja: een camper. Voor iemand die doorgaans denkt in archieven, musea en kunstwaarderingen is dat ongeveer even logisch als een opera zingen op slippers. Compleet nieuw voor mij, dus ik oefen nu in een andere vorm van expertise: leren leven met weinig ruimte, veel bochten, en een route die je pas begrijpt als je ze gereden hebt. En dan is er nog de finale test: links rijden. Ik noem het geen rijrichting, ik noem het een dagelijkse oefening in nederigheid en concentratie. Een mens kan veel, maar zijn reflexen verhuizen niet vanzelf mee.
Geen toeristische plichtplegingen, geen 'wat een mooie natuur' (al is dat waar), geen academisch betoog waar niemand na de derde zin nog zin in heeft. Wel: observaties over humanisme, Māori, kunst en cultuur, in de praktijk. In deze eerste tekst houd ik namen bewust buiten beeld. Later kan dat wél, als context en vertrouwen kloppen. Discretie is niet vaag: het is een vorm van fatsoen.
En dan gebeurt het, op een doodgewone ochtend in Ponsonby, Auckland. Je stapt een apotheek binnen voor iets banaals, je raakt aan de praat met de apotheker – een vrouw, vriendelijk, vlot, zeker van haar zaak – en ze zegt, met een gezicht alsof ze een verkoudheid beschrijft: 'Er is hier geen cultuur, maar wel lifestyle'. Ik lach beleefd, zoals Vlamingen dat kunnen. Je knikt, je houdt de vrede, je wil de ochtend niet laten ontsporen. Maar vanbinnen schrik ik. Niet omdat de uitspraak waar is, wel omdat ze zó makkelijk gezegd wordt. Alsof cultuur pas telt als je er marmer, canon en abonnementen bij kunt leveren. Alsof alles wat hier leeft slechts decor is: een smaakje bovenop het echte leven.
Terwijl je hier net het omgekeerde ziet. Māori is geen museumhoekje en geen toeristische saus. Het is een levende aanwezigheid die de samenleving mee definieert: taal als recht, plaats als geheugen, erfgoed als verantwoordelijkheid. Dat vraagt iets van een seculiere geest. Als je humanisme ernstig neemt, moet je ook kunnen luisteren naar een wereldbeeld dat niet netjes in jouw westerse categorieën past. Niet om braaf te knikken, wel om te begrijpen dat vrij denken soms begint met de discipline om je eigen reflexen uit te schakelen.
Wat me trouwens opvalt, is hoe vrij denken hier minder een badge is en meer een werkwoord. In Vlaanderen zijn we goed in overtuigingen: we dragen ze graag in de binnenzak en halen ze boven bij elk gesprek, zoals een identiteitskaart. Hier lijkt het vaker te gaan over onderhoud: redelijkheid, gesprek, onderwijs, en het simpele idee dat je samenleeft met mensen die niet jouw versie van de wereld hebben besteld. En dat is geen theorie: diversiteit is hier niet iets dat men 'beheert' in dossiers of slogans, maar iets dat zichtbaar en geïntegreerd in het dagelijkse verkeer aanwezig is – op straat, in winkels, in scholen, in werkcontexten, in de vanzelfsprekendheid waarmee mensen elkaars accenten, herkomsten en codes lezen. Minder spektakel, meer infrastructuur. Minder schreeuw, meer draagvlak. En eerlijk: soms werkt dat beter.
Panorama van Aotearoa #1: Lifestyleland? Of het misverstaan van Aotearoa
Ik stuur een panoramafoto mee, XPan-formaat: twee keer 24×36 naast elkaar, dubbel beeld. Alsof je tegen de film zegt: schuif eens op, er komt nog wereld bij. Het is meteen een kleine correctie op de Europese 50mm-reflex – Henri Cartier-Bresson noemde de 50mm het dichtst bij de menselijke blik: prachtig, maar ook begrenzend. Een panorama herinnert je eraan dat je altijd meer ziet dan je kunt bevatten, en dat het dus verstandig is om niet meteen te denken dat jouw kader de wereld is.
Eerst kijken. Daarna spreken. Vlaanderen mag dat gerust opnieuw oefenen.
Johan Swinnen, 13 januari 2026