15 april 2026
Extreem geweld en zingeving
Op 25 september 1942 deporteerden de nazi's de Oostenrijkse psychiater Viktor Frankl (1905-1997) naar het concentratiekamp Theresienstadt, samen met zijn vrouw en ouders. Op 19 oktober 1944 werd hij overgebracht naar Auschwitz, en vandaar naar een nevenkamp van Dachau. Zijn vrouw werd vermoord in Bergen-Belzen, zijn broer en moeder in Auschwitz, zijn vader in Theresienstadt. Van zijn familie overleefden enkel hijzelf en zijn zus de Holocaust.
Frankl verrichte zelf mensonterende dwangarbeid, maar trachtte wanneer mogelijk medegevangenen van zelfdoding af te houden. Die problematiek hield hem reeds voor de oorlog bezig. In de jaren dertig behandelde hij in het Algemeen Ziekenhuis van Wenen vrouwen met zelfdodingsplannen. Als Jood mocht hij geen zogenaamde Arische patiënten helpen. Het enige ziekenhuis dat in 1940 nog Joden toeliet, was het Rothschild Hospitaal, waaraan Frankl ook verbonden was. Zijn tussenkomsten redden meerdere patiënten van de dood door het Aktion T4 programma, dat in oktober 1939 in opdracht van Hitler was opgestart. Dat programma diende ertoe om 'levensonwaardige' mensen te elimineren, zodat ze zich niet meer konden voortplanten. Zo wou men de 'genetische zuiverheid' van de Ariërs verzekeren. Een bijkomende verantwoording voor de massamoord was dat men fysiek en mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten verloste uit hun 'zinloos lijden'. Naar schatting 70.000 mensen werden omgebracht. Het programma, administratief geleid vanuit Tiergartenstraße 4 in Berlijn – vandaar de naam – coördineerde ook de verplichte sterilisatie van talloze mensen met een 'zinloos bestaan'. Het bredere ‘euthanasieprogramma’ van de nazi's, dat zich entte op Aktion T4, vermoordde ruim 200.000 mensen.
Frankl werd bevrijd door de Amerikaanse troepen, op 27 april 1945. Hij notuleerde al snel zijn herinneringen aan zijn jaren in het concentratiekamp. Daarbij steunde hij ook op zijn vooroorlogse medische en psychiatrische ervaringen over depressie en zelfdoding. Het resultaat was het boek Ein Psycholog erlebt das Konzentrationslager, gepubliceerd in 1946. In Engelse vertaling luidt de titel oorspronkelijk From Death-Camp to Existentialism (1959), wat in een volgende editie werd omgezet naar Man's Search for Meaning. In het Nederlands: De zin van het bestaan (uitgeverij Ad. Donker, 1978). In het eerste deel van zijn beknopte verslag verhaalt Frankl zijn ervaringen in de concentratiekampen. Die zijn vaak, het hoeft niet te verbazen, gruwelijk en onmenselijk. Maar in deel twee zet hij uiteen hoe men ook in vreselijke omstandigheden toch nog zin aan het leven kan geven. Frankl was het zowel oneens met Sigmund Freud, die dacht dat alles in een mensenleven in essentie rond lust draait, als met Alfred Adler, die meende dat onze centrale drijfveer macht is, om het gevoel van minderwaardigheid te overstijgen. Frankl plaatst daar de zoektocht naar zingeving tegenover. Mensen willen op de eerste plaats een betekenisvol leven leiden. Wie erin slaagt om zin en betekenis aan zijn bestaan en zijn handelen te verbinden, kan zelfs in de meest moeilijke omstandigheden overleven, aldus Frankl. In de psychiatrische en therapeutische praktijk had hij het over logotherapie, een door hem ontwikkelde vorm van existentiële therapie die vrijheid, verantwoordelijkheid en zingeving beklemtoont. Wie er als gevangene in een concentratiekamp in slaagde om een toekomstig, waardevol doel voor ogen te houden, kon de hopeloosheid van zijn situatie overstijgen. Dat gaf de kracht om het lijden niet enkel te ondergaan, maar ook om zich er autonoom tegenover te plaatsen. Dat vergrootte de overlevingskans, in vergelijking met wie geen zingeving vond. In een gebalde, beroemd geworden samenvatting klinkt het zo: wie een waarom heeft om voor te leven, kan bijna elk hoe verdragen.
Het klinkt voor velen wellicht naïef of overdreven optimistisch. Frankl werd ook bekritiseerd, omdat hij zich niet expliciet negatief uitsprak over het nazisme, de concentratiekampen en de Holocaust, en omdat hij aan het lijden van de miljoenen slachtoffers een positieve interpretatie probeerde te geven. Dat hij vergeving bepleitte tegenover de Duitsers en Oostenrijkers, omdat hij meende dat velen die meedraaiden in het nazisme niet anders konden, hielp ook niet. Zo kreeg hij tijdens een lezing in New York in 1978 boegeroep over zich heen van het overwegend Joodse publiek. Niettemin raakten Frankls zingevingsboek en de vele andere die erop volgden een gevoelige snaar. Man's Search for Meaning belandde in de top tien van meest invloedrijke boeken in de Verenigde Staten. Toen Frankl in 1997 overleed, waren er meer dan tien miljoen exemplaren van verkocht en was het in 24 talen vertaald.
_Nihilisme en 'mass shootings'
Onlangs nam ik Frankls klassieker nog eens ter hand. Ik moest een beetje zoeken, het boek had zich verstopt tussen een stapel andere waarvan ik was vergeten dat ik ze ooit las. Ik botste al snel op de volgende passage:
'De zin van het leven verschilt van mens tot mens, van dag tot dag en van uur tot uur. Wat er daarom toe doet, is niet de zin van het leven in het algemeen, maar veeleer de specifieke zin van iemands leven op een bepaald moment. De vraag in algemene termen formuleren, is vergelijkbaar met deze vraag aan een schaakmeester stellen: "Zeg me, meester, wat is de beste zet ter wereld?"'.
Frankls klemtoon op zingeving spreekt me aan. Ze situeert zich in de humanistische en existentialistische filosofische traditie. Er bestaat niet zoiets als dé zin van hét leven, maar dat betekent niet dat het onmogelijk is om een zinvol leven te leiden. Dit inzicht klinkt eenvoudig, maar de praktische omzetting ervan is voor velen bijzonder moeilijk. Dat heeft soms dramatische gevolgen, van zelfdoding tot schietpartijen.
Het was geen toeval dat ik aan Viktor Frankl dacht. De aanleiding was een artikel in The New York Times (17/3/2026) waarin twee Amerikaanse criminologen, James Densley and Jillian Peterson, uiteenzetten wat het resultaat is van hun studie van de voorbije tien jaar van mass shootings. Dat zijn schietpartijen die meerdere slachtoffers maken, vaak in scholen, maar ook in bedrijven en winkelcentra of andere publieke ruimtes. De Columbine shooting, ook wel bekend als Columbine High School massacre, is allicht het bekendste voorbeeld van een school shooting. Eric Harris en Dylan Klebold, twee middelbareschoolleerlingen, schoten op 20 april 1999 dertien andere leerlingen en een leerkracht van hun school in Columbine, Colarado dood. Daarna pleegden ze zelfdoding. Sindsdien waren er minstens zeventig andere school shootings in de Verenigde Staten, waaronder die in de Sandy Hook school voor lager onderwijs, in Newtown, Connecticut. Daar vermoordde de twintigjarige Adam Lanza op 14 december 2012 twintig zes- en zevenjarige kinderen en zes volwassenen. Eerder op de dag bracht hij zijn moeder om.
Het zijn niet enkel schietpartijen in scholen die een groot aantal slachtoffers veroorzaken. Iedereen herinnert zich de massamoord die de Noor Anders Breivik op 22 juli 2011 pleegde. Eerst liet hij in Oslo een bom ontploffen. Dat kostte aan 8 mensen het leven en verwondde 210 anderen. Minder dan twee uur later schoot hij op het eiland Utøya 69 mensen dood.
Er zijn nog andere geweldsdelicten die tal van slachtoffers maken, zoals de islamitische terreuraanslagen in Madrid (2004), Londen (2005), Parijs (2015), Brussel (2016), Nice (2016) en Berlijn (2016), om slechts enkele Europese voorbeelden te vermelden. Vaak gebruikt men bommen, maar soms gaat het ook om mass shootings, zoals bij de aanslag van 13 november 2015 in de theaterzaal Bataclan in Parijs. Drie terroristen schoten met automatische vuurwapens op het publiek dat een optreden bijwoonde. Ze doodden 86 mensen. In de wetenschappelijke literatuur over massamoorden maakt men een onderscheid tussen dergelijke terreuraanslagen enerzijds en mass shootings zoals die in de Columbine High School en het Sandy Hook schooltje anderzijds. De aanslag in de Bataclan bijvoorbeeld, vertoont meer overeenkomsten met die van Anders Breivik in Noorwegen dan met de schietpartij van Adam Lanza. Breivik en de moordenaars van Islamitische Staat waren politiek, religieus en ideologisch gemotiveerd. Dat is met iemand als Adam Lanza of met Eric Harris en Dylan Klebold niet het geval. Hun geweld lijkt volslagen absurd en zinloos.
In The New York Times, en meer uitvoerig in een boek dat ze erover schreven, geven Densley en Peterson aan dat dergelijke massamoordenaars, hoe vreemd het ook klinkt, toch iets betekenisvol willen doen in een wereld die ze betekenisloos vinden. Dat sluit motieven zoals wraak of afgunst niet uit. Er zijn nog meerdere andere factoren die mogelijks causaal relevant zijn, zoals een mentale aandoening of depressie, pestervaringen in de kindertijd, eenzaamheid, de aanwezigheid van vuurwapens en drugs en alcohol. Maar Densley en Peterson leggen een verband met de online True Crime Community, waar overwegend jongeren elkaar ontmoeten die massamoordenaars verheerlijken. De internetplatformen verwijderen doorgaans zo snel mogelijk de beelden en commentaren die ze posten, waarna ze elders opduiken. Wat de daders en hun 'fans' verenigt, volgens de Amerikaanse criminologen, is een gevoel van wanhoop over de zinledigheid van het leven. De True Crime Community transformeert het individuele leed tot een publiek verhaal. Massamoordenaars worden bewonderd omwille van hun daden, maar evenzeer omdat er een connectie is met anderen die eenzelfde existentiële pijn zouden ervaren. Zowel de shooters als hun 'aanhangers' hebben een uiterst nihilistische visie op het leven in het algemeen en hun bestaan in het bijzonder. Door de connectie die ze ervaren op het internet, gecentreerd rond extreem geweld, slagen ze erin toch een zekere vorm van betekenis te vinden.
Anders dan terroristen zoals Breivik of pakweg de leden van de Rote Armee Fraktion, de Baskische afscheidingsbeweging ETA, Hamas of het Ierse Republikeinse Leger, wil de True Crime Community de wereld niet veranderen. School shooters willen eindelijk erkenning, op hun voorwaarden en onder hun controle. Vanzelfsprekend beseft de massamoordenaar dat hij dit zeer waarschijnlijk niet zelf zal meemaken. De politie schiet hem dood of hij pleegt zelfdoding. Maar hij weet dat de True Crime Community zijn daad zal vieren. Hijzelf verkrijgt de status van een held of heilige.
_Zingeving: een verwaarloosd onderzoeksgebied
Het is een uitermate verknipte vorm van zingeving. Kunnen Viktor Frankls ideeën daaraan iets verhelpen? Niet rechtstreeks, allicht. Ik denk niet dat de lectuur van Man's Search for Meaning Eric Harris en Dylan Klebold op andere gedachten kon brengen, al kunnen we het ook niet uitsluiten. Hoe dan ook, er zit waarheid in de bewering dat een gebrek aan zingeving een rol speelt in Columbine en zoveel andere, vergelijkbare drama's. De logotherapie van Viktor Frankl geraakte niet echt verweven in de academische psychologie. Misschien terecht, het klinkt vaag en er zijn weinig of geen aanzetten tot empirisch onderzoek. Toch is het vreemd dat de vraag hoe belangrijk zingeving is en hoe we er al dan niet toe komen, wetenschappelijk verwaarloosd is. Er is enig filosofisch onderzoek en in de zogenaamde positieve psychologie en gelukstudies erkent men het belang ervan, maar dat blijft al bij al vrij marginaal. Bij mijn weten doceert men aan de Vlaamse Faculteiten psychologie geen opleidingsonderdelen over zingeving.
Als iemand die in therapie is aangeeft geen zin of betekenis te hechten aan zijn leven, op welke actuele auteurs en studies kan de psychiater of therapeut dan steunen? In The Human Mind (2023), zijn zeer leesbare overzicht van de huidige stand van zaken in de psychologie, wijdt de Canadees-Amerikaanse psycholoog Paul Bloom het laatste hoofdstuk aan 'het goede leven'. Hij wijst erop dat psychologen reeds lang focussen op wat er allemaal fout kan lopen met onze mentale gezondheid. Uiteraard is dat begrijpelijk. Maar de vraag hoe we welzijn, zingeving en geluk bekomen, krijgt merkwaardig weinig aandacht. Bloom verwijst naar de humanistische beweging binnen de psychologie, geleid door onderzoekers zoals Abraham Maslow en Carl Rogers. Ik zocht het even op: Maslow overleed in 1970, Rogers in 1987. Hun belangrijkste werken zijn vijftig tot zeventig jaar oud. Het onderzoeksgebied van de positieve psychologie is momenteel 'een zootje ongeregeld', schrijft Bloom. Dat zal ongetwijfeld kloppen. Maar dat mag wetenschappers er niet toe brengen om het belang van zingeving te veronachtzamen. Paul Bloom schreef overigens zelf een boek over het goede leven en geluk: The Sweet Spot (2021). Daarin haalt hij instemmend Viktor Frankl aan en bespreekt hij het werk van geluksonderzoekers zoals Martin Seligman en Mihaly Csikszentmihalyi. Hij wijdt ook een hoofdstuk aan betekenis (meaning). Zijn visie sluit aan bij het citaat van Viktor Frankl dat ik eerder aanhaalde. Het gaat er niet om de zin van hét leven te vinden, maar om zinvolle activiteiten te ervaren. Op de cruciale vraag hoe je iemand daartoe brengt voor wie de wereld betekenisloos is, vond ik evenwel geen antwoord.
_Literatuur
- Bloom, P.: The Sweet Spot. Suffering, Pleasure and the Key to a Good Life (Vintage, 2021)
- Bloom, P.: The Human Mind. A Brief Tour of Everything We Know (Vintage, 2023)
- Csikszentmihalyi, M.: Flow: The Psychology of Optimal Experience (Harper Perennial Modern Classics, 2008)
- Densley, J. & Peterson, J.: The Violence Project: How to Stop a Mass Shooting Epidemic (Harry N. Adams, 2022)
- Densley, J. & Peterson, J.: We Study Mass Shooters. Something Terrifying is happening Online (The New York Times, 17/3/2026)
- Frankl, V.: Man's Search For Meaning (Rider, 1959, 2004)
- Friedlander, H.: The Origins of Nazi Genocide: From Euthanasia to the Final Solution (The University of North Carolina Press, 1997)
- Hart, R.: Positive Psychology (Routledge, 2020)
- Krabbé, T.: Wij zijn maar wij zijn niet geschift. De schietpartij van Columbine (Prometheus, 2012)
- Seligman, M.: Authentic Happiness (Simon Element, 2004)