8 juni 2026
Over een katholiek festival en de kunst van het afscheid
Vorig weekend liep ik rond op het festival Amen! En nu in Antwerpen. Een Vlaams-Nederlands initiatief dat zichzelf presenteert als een ontmoeting rond de katholieke Kerk van morgen.
Op hetzelfde moment berichtten de media over een kampioenschap saunaopgieten en een Antwerpse Chillaton. Ook dat zijn hedendaagse vormen van gemeenschap en ritueel, zij het met dampen in plaats van wierook.
Ik was er uit professionele nieuwsgierigheid. En voor veldwerk voor een boek dat in september verschijnt onder de titel Requiem, een reflectie op het verdwijnen van het Vlaamse katholicisme.
In zekere zin zijn beide projecten verwant. Amen! En nu stelt de vraag hoe de katholieke Kerk verder kan. Requiem stelt een andere vraag: hoe neemt Vlaanderen afscheid van een kerkvorm die haar historische rol heeft uitgespeeld?
Is Vlaanderen klaar voor het idee dat het amen en uit is met de volkskerk, die eeuwenlang het Vlaamse landschap, de kalender, de moraal en de verbeelding vormgaf?
De cijfers zijn ondubbelzinnig. In 1967 trouwde nog 91,8% van de bevolking kerkelijk. Vandaag minder dan 10%. In het West-Vlaanderen van vlak na de oorlog werd vrijwel ieder kind gedoopt. Vandaag daalde het aandeel gedoopte kinderen van 42% naar 28% in minder dan tien jaar.
De secularisatie voltrok zich niet buiten de volkskerk, maar in haar eigen schoot. Toch blijven er Vlaamse christenen spreken over crisis, herstel, heropleving en terugkeer. Het is alsof de patiënt nog op intensieve zorgen ligt, terwijl de begrafenis al had moeten plaatsvinden.
En daarom reed ik naar Amen! En nu (ze zetten geen punt).
Ik verwachtte een katholieke versie van 'alle hens aan dek'. Het festival echter was opvallend níét bezig met reddingsoperaties. Er hing geen sfeer van paniek. Wel een programma dat zei: goed, dit is de situatie. We zijn een niche geworden. En nu?
Het maakte wel een en ander zichtbaar.
Allereerst de professionaliteit. Alles verliep vlekkeloos. Er was duidelijk geld en organisatiekracht. De Handelsbeurs, hoteldeals, een verzorgde website, een app om foto's uit te wisselen, een uitgekiend boekingssysteem. We zaten niet in de parochiezaal.
Opvallend was ook de keuze voor uitgesproken seculiere locaties. Zonder programmabrochure had ik evengoed kunnen denken dat ik aanwezig was op een congres van een ngo. De katholieke identiteit bevond zich niet in haar eigen ruimte zelf – behalve tijdens de gebedsmomenten in de kathedraal, die overigens een plek is waar de toeristen talrijker zijn dan Vlaams-katholiek gelovigen.
Ik zag veel Nederlanders (niets mis mee), vijftigers en rijper (zoals ik), een kleinere groep jongere deelnemers. Duidelijk geëngageerd, intelligent en fan van het woord 'beschouwing' dat we terugvinden in levensbeschouwing. Maar niet massaal. Dit was niet de wederopstanding van de Vlaamse volkskerk.
De workshops verliepen niet in de sfeer van wollig klerikalisme en gingen ergens over. Over hoe je kerkgebouwen kunt herbestemmen wanneer de gemeenschap die ze gebouwd heeft verdwenen is. Over de vraag wie het engagement zal overnemen van de generatie vrijwilligers die nu vooral uit zeventigers bestaat. Digitale communicatie die de Vlaming kan doen 'raken door het verhaal' in een postkatholieke wereld. En de mogelijkheden van artificiële intelligentie om gebeden te schrijven. Er was ook een volledig nieuwe gezongen liturgie ontwikkeld.
Het vizier was dus gericht naar de toekomst, blijven kijken naar de horizon, en dat helpt ook om te geloven dat ze er is.
Deze katholieke nichekerk blijkt zich ook bezig te houden met dezelfde vragen als veel andere middenveldorganisaties: vergrijzing, vrijwilligerswerk, leiderschap, communicatie, vastgoedbeheer, diversiteit en maatschappelijke relevantie.
En zo bevond ik me plots in de workshop lgbtqia+-personen in de kerk – weliswaar illegaal, want ik was niet ingeschreven omdat dit de eerste (!) werkgroep was die volgeboekt was. Ook dit gesprek was professioneel opgezet, met ruimte voor experten, inspraak en tegenspraak.
Een moment bleef hangen. Een jonge transvrouw maakte duidelijk hoe zij zich weerbaar opstelt binnen haar engagement, en dus intolerant is tegen de intoleranten – ook tegen clerus en catechismus. Waarop een generatiegenoot, nadat hij had laten weten hoe trots hij was op zijn filosofische opleiding, even overtuigd repliceerde dat haar positie eigenlijk 'donatistisch' is.
Voor wie niet onmiddellijk naar Wikipedia wil grijpen: het donatisme was een christelijke stroming uit de vierde eeuw die vond dat de Kerk zuiver moest blijven. Augustinus bestreed haar fel.
Het was wellicht de enige keer in ons tweede millennium dat iemand in Vlaanderen tijdens een gesprek over genderidentiteit werd geconfronteerd met een vierde-eeuwse ketterij. Pas op dat je in je strijd tegen dogmatisme niet zelf een dogma wordt. Onder alle gesprekken over welkompastoraal en parochievernieuwingsproces bleek plots een oude katholieke onderlaag zichtbaar, alsof er diep onder de vloer van het Hilton-hotel nog een vergeten crypte lag waarin de traditie zich bleef heruitvinden.
De anekdote is nog om een andere reden historisch. Of die eeuwenlange verdeeldheid door het donatisme later de islamitische verovering in Noord-Afrika heeft vergemakkelijkt, daarover discussiëren historici nog steeds. Zeker is wel dat het donatisme er uiteindelijk verdwenen is. Net als (grotendeels) de rest van het christendom aldaar. De wereld van Augustinus werd niet gerebrand – zij stierf.
Religieuze tradities kunnen groeien, krimpen, migreren en verdwijnen. Ook dat is een historische realiteit. De godsdienst van Zoroaster overleefde weliswaar, maar slechts als kleine minderheid. Het manicheïsme verdween volledig. De tempels van Zeus werden ruïnes. En het katholicisme verdwijnt uit de gebieden waar het nochtans ooit dominant was. In Ierland, in Spanje, in Frankrijk. De Franse sociologe Danièle Hervieu-Léger noemt dat: exculturatie. En dat maken we nu mee, in de streek tussen Kortrijk en Antwerpen, Hasselt en Leuven, Gistel en de Kluisberg – in dat land dat we Vlaanderen noemen.
Dit lijkt me de meest interessante vaststelling van het festival. Niemand leek het verdwijnen van de volkskerk nog als een probleem te beschouwen. De vraag was veel bescheidener geworden. Hoe leef je in nichegroepen nadat de exculturatie heeft plaatsgevonden?
En ik vraag me af: hoe neemt een cultuur afscheid wanneer het kind en het badwater zijn verdwenen?
De secularisatie is voltooid. Requiem roept vriend en vijand samen op een afscheidsmoment, en noemt het 'de begrafenis van een religie'. Dat is menselijk, maar ook heel katholiek. De erkenning van de dood is de voorwaarde voor de ruimte voor iets nieuws. Of dat ook effectief, laat staan duurzaam van de grond zal komen, is een heel andere kwestie.