Kwintessens
Geschreven door Stefaan Reel
  • 80 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

3 juli 2026 Pensioen volgens Matteüs
Onder alle matteüseffecten spant ons pensioenstelsel ongetwijfeld de kroon, en het wordt bij de recentste hervorming verder versterkt. Het matteüseffect is het verschijnsel waarbij voordelen en rijkdom zich ophopen bij wie al bevoordeeld is, terwijl achterstanden zich verder verdiepen bij wie al achtergesteld is – samengevat: de rijken worden rijker, de armen worden armer. Het effect doet zich bijzonder vaak, veel te vaak, voor in overheidsoptreden, vooral met het uitdelen van subsidies, maar ook met de belastingheffing zelf.
Men zou kunnen denken dat een pensioen een beloning (of compensatie) is voor het (on)geluk een bepaalde leeftijd te bereiken, wanneer men geacht wordt niet meer op een 'normale' manier nog in zijn eigen levensonderhoud (en eventueel dat van een gezin) te kunnen voorzien. Het is onlogisch dat een pensioen ongeveer geheel berekend wordt op de inkomens uit formeel betaalde werkperioden. Mis poes! In het zweet Uws aanschijns zult gij Uw pensioen verdienen. Wie niet gewerkt heeft, krijgt in principe geen pensioen. Correctie: wie niet formeel gewerkt heeft of voor de geleverde arbeid geen formele betalingen heeft ontvangen, krijgt zelfs geen pensioen[1]!
Zo ontstaat een grote ongelijkheid in de uitgekeerde pensioenen. Mensen met een loopbaan van lage beroepsinkomens kunnen rekenen op een klein pensioen, en vice versa. Maar het aandeel van de grote pensioenen in de totale pensioenpot is véél groter dan uit de verschillen in de pensioenen zelf zou blijken. Daar speelt namelijk de verwachte pensioenduur een verpletterende rol.
Er is namelijk een goed gekende kloof in levensverwachting tussen mensen met lage en met hoge inkomens. Zij is inmiddels opgelopen tot ongeveer 10 jaar voor mannen, iets minder voor vrouwen. Uitgedrukt in QALY's, quality-adjusted life years, zijn de verschillen nog aanzienlijk groter, omdat mensen met lage lonen met gemiddeld aanzienlijk slechtere gezondheid aan hun 'rust' beginnen, als ze al geen ernstige en langdurige gezondheidsklachten hebben voor ze daar geraken.
Volgens cijfers van de pensioendienst worden lage pensioenen gemiddeld 10 jaar uitgekeerd, hoge 9 jaar langer. Nu even rekenen: wie een pensioen heeft dat dubbel zo hoog is en dubbel zo lang wordt uitbetaald, ontvangt in feite vier keer meer uit de pensioenpot. En daar komt Matteüs op het toneel. Iemand met een laag pensioen mag zich gelukkig prijzen als hij zijn eigen (geactualiseerde) bijdragen aan zijn pensioenvorming tijdens zijn beroepsleven terugkrijgt uitgekeerd als pensioen. Mensen met een hoog pensioen bereiken dat moeiteloos en slurpen daarna het leeuwendeel op van de, aanzienlijke, overheidssubsidies in het pensioenstelsel[2].
_Drie pijlers
Maar daarbij blijft het niet. Het Belgisch pensioenstelsel bestaat uit drie 'pijlers': het wettelijk pensioen, het aanvullend pensioen via de werkgever (vaak 'groepsverzekering' genoemd) en het pensioensparen.
De tweede pijler was in oorsprong bedoeld als toetje voor kaderfuncties in de privésector. Vandaag is het ook de bedoeling de druk op de financiering van de eerste pijler te verlichten door zelf sparen voor later te bevorderen. Het systeem is inmiddels sterk uitgebreid en zou nu ongeveer 70% van de werknemers in de privésectoren bevatten. Volgens een recente studie in Sampol begint ondertussen de druk op de overheidsfinanciën ook hier weer zeer significant te worden, niet door subsidies maar door 'belastinguitgaven', dat wil zeggen de niet geïnde belastingen op de belegde lonen en de lage belastingvoet op de uiteindelijke uitkeringen.
Zelfs met de relatief recente uitbreiding van de tweede pijler is het stelsel nog steeds in de eerste plaats interessant voor de hogere loonschalen. Hier spelen namelijk de belastingen op lonen en op de uitgekeerde pensioenen een vooraanstaande rol in het matteüseffect. De bijdragen (van de werknemer zelf en van de werkgever in naam van zijn werknemers) vallen, indien als loon uitbetaald, onvermijdelijk in een hoge marginale aanslagschaal. Dat is in België al heel snel 50%. Die wordt daarop dus alvast ontweken op die bijdragen. De aanslagvoet op de uitkeringen uit die tweede pijler ligt daarentegen echter tussen 10 en 20%, afhankelijk van de leeftijd waarop de uitbetaling gebeurt: hoe later, hoe lager. Reken uit het fiscaal cadeau! En dat neemt snel toe met de hoogte van de betrokken lonen.
Een vergelijkbaar matteüseffect treedt op bij het pensioensparen, de derde pijler, maar het is minder ingrijpend omdat de bedragen kleiner zijn, het fiscaal voordeel minder uitgesproken is en het aantal pensioenspaarders zelf maar half zo groot is. In feite was de aanzet tot sparen (en beleggen in ondernemingen) een belangrijkere doelstelling dan het opkrikken van pensioenen per se. Hier geldt wel dat je over spaargeld moet beschikken om in het systeem te kunnen stappen. De fiscale ondersteuning komt dus weer bijna geheel bij de beter begoeden terecht.
_Hervormingen 2026
En dan kwam de hervorming van het pensioenstelsel van 2026. Het nieuw systeem doet nog een flinke schep bij het matteüseffect. Om te beginnen zijn lage lonen meestal verbonden aan fysiek, vaak ook mentaal, zwaar belastende jobs, niet zelden uitgeoefend in weer en wind. Mede daardoor is het moeilijk op latere leeftijd te blijven doorjassen zoals voorheen: een korting op het pensioen ('malus') zal dan hun deel zijn. Bovendien liggen banen voor oudere laag opgeleide werknemers echt niet voor het oprapen, zeker als de betrokkenen ook nog een of andere handicap hebben opgelopen. 
Hoge lonen daarentegen zijn vooral verbonden aan banen die fysiek minder belastend zijn en zich normaal in comfortabele omgevingen afspelen. Deze beroepen zouden blijkbaar ook niet onderhevig zijn aan stress, burn-out en dergelijke. Onderzoek van de KU Leuven toont bijvoorbeeld aan dat burn-out vaker toeslaat bij mensen met een lager opleidingsniveau (en dus lager inkomen). Veel van die beter betaalde jobs zijn bovendien relatief gemakkelijk te continueren voorbij de 65 en/of te combineren met een leuke bijverdienste, véél beter vergoed dan de om zich heen grijpende ellende 'flexi-job' genaamd (die, onder andere, geen bijdrage tot het uiteindelijk pensioenbedrag levert).
De kans op een 'onvolledige loopbaan', waarvan de definitie in de recente hervorming aanzienlijk is aangescherpt, is ook veel groter bij lage inkomens dan bij hoge[3]. Bij de eersten zijn onderbrekingen in de loopbaan door ziekte en werkloosheid even ongewild als ongewenst. De tweede categorie wil wel eens, middels bijvoorbeeld een sabbatjaar, werkprestaties afruilen voor hogere levenswaarden, en komt zo dus vrijwillig tot een onvolledige loopbaan: omdat ze zich dit kunnen permitteren!
_Conclusie
Geldt, zoals over lonen kan gezegd worden, dat de hoge pensioenen te laag zijn omdat de lage te hoog zijn? En die dus dringend moeten gekort worden? Neen: ze moeten dringend en drastisch verhoogd worden om sociale rechtvaardigheid enigszins te dienen! En kan dat alleen maar via een verlaging van de hoge pensioenen, dan moet dat dan maar.
_Noten
[1] Maar kan eventueel iets vangen via een toeslag op het pensioen van de partner, indien die bestaat en die wel rechten heeft. Anders is het bedelen geblazen bij het lokale OCMW voor een leefloon. Of gewoon verder vrolijk flierefluitend van je geërfd fortuin genieten?
[2] Omdat de overheidsbijdragen aan de diverse pensioenstelsels over allerlei budgetposten uitgesmeerd zijn, is het blijkbaar niet simpel precies te berekenen wat de totale directe overheidsbetoelaging van de pensioenen is. Schattingen op AI lopen uiteen van 15 tot 20 miljard euro, ongeveer één derde van het totaal jaarlijks pensioenvolume. Een leuke pot belastinggeld toch, en dus hoofdzakelijk te verdelen onder de hogere pensioenen.
[3] Het woord 'discriminatie' is hier op z'n plaats wanneer het gaat over de loopbaanverschillen van mannen en vrouwen en de weerslag daarvan op hun pensioenen. Het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen heeft die duidelijk aangetoond
Kwintessens
In het echte leven is hij economist (met rust) en was hij onder andere 25 jaar zelfstandig consultant voor diverse agentschappen van de UNO op het gebied van plattelandsontwikkeling.
_Stefaan Reel -
Meer van Stefaan Reel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws