17 augustus 2026
Sophie Straat: Schuld en Boete! Sophie Straat als fabrieksinstelling
Sophie Straat begint met een deel van haar publiek af te zonderen van de rest. Dat doet ze in twee stappen.
De eerste stap bestaat erin de af te zonderen groep een specifieke naam te geven, een specifieke identiteit: ‘witte mannen’. Elk individu gelijk aan de ander. Iedereen even betekenisloos, de identiteit wordt enkel ontleend aan de groep.
De tweede stap bestaat erin die nu reeds deels afgezonderde groep een specifieke plaats te geven om de identiteit te versterken: ‘achteraan’.
De tweede stap bestaat erin die nu reeds deels afgezonderde groep een specifieke plaats te geven om de identiteit te versterken: ‘achteraan’.
Achteraan staat nu dus de afgezonderde groep ‘witte mannen’. Te kijk voor iedereen, dit wil zeggen voor alle anderen: de niet-witte mannen en, per definitie, alle vrouwen.
Ik weet niet of het u iets zegt, maar mij wel: toegewezen groepsidentiteit, toegewezen lokaliteit. Dat elk zijn plaats kenne. In het openbaar, zodat iedereen kan meekijken, vaak meekijkt zonder het te willen.
Het resultaat is een overduidelijk dualiteit wij-zij, een verplichte keuze, en dus een potentieel conflict: wij-zij, luidt hier een wij versus zij in.
Maar waarom stuurt Sophie Straat een deel van haar publiek in groep naar achteren? Wel, opdat ze eens zouden beseffen wat het betekent om te worden achter-gesteld en dus wat meer begrip zouden opbrengen voor de achtergestelde [onderdrukte, etc.], ja, opdat ze zich zouden afvragen: heb ik misschien ook iemand achtergesteld, onderdrukt? Eigenlijk een overbodige vraag, want het antwoord is gekend: elk van hen behoort als witte man per definitie tot een groep die achterstelt, kleineert, onderdrukt … Onderdrukken is een groepskenmerk, daar is geen ontkomen aan blijkbaar: de witte man treft schuld. Niet alleen die groep hier en nu, maar alle witte mannen over heel de wereld, nu en vroeger, transgenerationeel, een metagroep.
Ik weet niet of het u iets zegt, maar mij wel: over tijd en plaats heen als groep schuldig worden bevonden. Omdat men is wat anderen zeggen dat men is.
Dan komt fase twee: wie schuld heeft, moet boeten, zo wil het de joods-christelijk-Griekse traditie die ons al eeuwen misvormt. Boeten doe je in het openbaar, zodat iedereen de zondaars kan zien en desgevallend de eerste steen kan gooien. Jezus is in geen velden of wegen te bekennen. Plato daarentegen wel. Die deed niet liever dan categorieën maken, ultieme, pure categorieën die uitmonden in een Idee. Abstractie. Geen duizend daden van goedheid tellen, maar Het Goede. Al wat daar niet onder valt, noemen we, per uitsluiting, Het Kwade. Zo ook ‘de’ Witte Mannen die niet deugen. En per uitsluiting, alle anderen die wel deugen.
Dit is denken in zwart-wit, met een superieure en een inferieure kant, precies wat Straat haar witte mannen verwijt.
Het is opmerkelijk dat zij dit alles doet op basis van twee uiterlijke kenmerken: de huidskleur en het geslacht. De typische gemakzucht van de racist, de conservatief, de rechtse, de simplist. De boelzoeker ook: tegenstelingen of verschillen worden niet overstegen of gekoppeld tot iets nieuws, zij worden naar oorlogszuchtige traditie tegen elkaar uitgespeeld en op de spits gedreven.
Zo verengt ze zichzelf tot een by default-instelling. Die leidt niet tot inclusie, maar net tot het tegenovergestelde. Het kan niet anders.