Het Vrije Woord
-
Geschreven door Johan Swinnen
  • 74 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

15 juli 2026 Panorama van Aotearoa #20: Een Nieuw-Zeelandse soldaat in Vlaamse aarde
Tijdens mijn roadtrip door Aotearoa botste ik er voortdurend op. In kleine dorpen waar verder nauwelijks iets gebeurt. In provinciestadjes met één hoofdstraat, een café en een paar winkels. In grotere centra. En uiteindelijk ook in Wellington, de hoofdstad.
Overal stonden ze: zuilen, cenotafen, obelisken, namenstenen, memorial halls, parken van herinnering. Dat was geen toeval en ook geen folklore. De officiële Nieuw-Zeelandse geschiedenissite zegt het zelf: die herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog zijn part of the fabric of our lives. Vrijwel elk township heeft er één. Er zijn in Nieuw-Zeeland meer dan vijfhonderd publieke monumenten voor WO I en in totaal om en bij de duizend publieke oorlogsmonumenten. Ook Pukeahu in Wellington geldt als de nationale plek om na te denken over hoe oorlog wordt herdacht. 
Dat voelde ik op beide eilanden. Van een lokale gedenknaald tot het nationaal georkestreerde Pukeahu. Het land laat zijn oorlogsdoden niet discreet in de coulissen staan. Het zet ze op pleinen, aan hoofdstraten, naast kerken, in parken en in de hoofdstad. Alsof Nieuw-Zeeland zichzelf, hoe jong het als moderne natie ook is, mede heeft leren begrijpen via verlies. En telkens wanneer ik mij als Belg bekendmaakte, viel vroeg of laat dezelfde naam: Menenpoort. Dat trof mij. Niet omdat wij Belgen graag denken dat de wereld rond onze poorten draait, maar omdat die poort hier werkelijk leeft. België is hier niet alleen het land van bier, chocolade en ingewikkelde compromissen. Het is ook het land van Ieper, Passendale, Tyne Cot en de Menenpoort. Een vreemde vorm van bekendheid, maar wel een diepe. 
Misschien is dat ook waarom dit verhaal uiteindelijk niet met een monument begint, maar met een gezicht.
Geen generaal. Geen heroïsch standbeeld. Geen lesje vaderlandse geschiedenis. Gewoon een jonge man op een oude foto. Een smal gezicht. Een ernstig uniform. Een blik die nog nergens van weet. Of toch niet van het ergste.
'Ewen Taylor.’ Canterbury. Nieuw-Zeeland. Rifle Brigade. Begraven in Oxford Road Cemetery, Sint-Jan bij Ieper. Plot 3, rij J, graf 14. Hij stierf op 8 januari 1918. Zijn bataljon was net afgelost op de dag dat hij stierf, in Noordhoek bij Beselare, ten noordoosten van Nonnebossen en Buttes. En nog aangrijpender: zijn graf kreeg nooit bezoek van familie of vrienden. Dat ene detail snijdt dieper dan een stapel plechtige toespraken. Oorlog wordt dan ineens weer wat hij is: niet alleen geschiedenis, maar verlatenheid. 
Plots wordt die hele Eerste Wereldoorlog weer scherp. Dan is het niet langer alleen een hoofdstuk, een ceremonie of een zorgvuldig onderhouden erfgoeddecor. Dan ziet men opnieuw wat het was: een machine die jonge levens uit verre landschappen trok en in Vlaamse modder liet eindigen. Voor ons in België is die oorlog tegelijk dichtbij en gevaarlijk vertrouwd. Ieper, Passendale, Zonnebeke, Menenpoort: wij kennen die namen zo goed dat ze soms bijna decor worden. Papavers. Last Post. Bogen. Trompetten. Behoorlijk beheerd verdriet. Begrijpelijk, zeker. Maar ook riskant. Want voor iemand anders blijft die oorlog gewoon dit: de naam van een zoon die nooit terugkeerde.
Ewen Taylor haalt dat stof weg.
Dat raakt mij ook op een andere, oudere manier. In mijn jeugd droeg ik op mijn vestje een speldje met het gebroken geweer en dacht ik, in alle ernst: nooit meer oorlog. Dat was voor mij geen slogan, maar een klein moreel voorwerp. Iets op de revers dat groter was dan jezelf. Later heb ik mijn legerdienst ondergaan in Log C nr. 4 te Leopoldsburg, niet als overtuiging maar als verplichting, en ik heb er principieel de bevordering tot korporaal geweigerd. Geen heldendaad. Geen groot drama. Alleen een koppig, stil verzet tegen een logica waarvan ik geen deel wilde worden. Misschien verklaart dat ook waarom deze monumenten in Nieuw-Zeeland mij niet koud lieten. Zij riepen niet alleen historische belangstelling op, maar ook iets van dat oude geloof dat beschaving pas geloofwaardig wordt wanneer zij oorlog niet verheerlijkt maar begrenst. 
Het verhaal van Ewen Taylor kreeg bovendien een tweede leven via kunst, en precies daar wordt het bijna ongelooflijk. Lieve Bierque begon in 2006 aan research voor het collaboratieve project 'OUR SOLDIERS’, samen met Veerle Rooms en Willem Persoons. In 2007 ontving zij van de familie van Ewen Taylor persoonlijke memorabilia en foto’s, die zij in haar mixed media werk verwerkte. In 2008 volgde in Christchurch de tentoonstelling 'OUR SOLDIERS’. Tot daar kan men nog zeggen: degelijk onderzoek, sterk kunstenaarschap, een zinvolle poging om één soldaat opnieuw zichtbaar te maken. Maar dan begint het toeval zich ermee te bemoeien. 
In 2009 reisde een delegatie uit Zonnebeke naar Nieuw-Zeeland in het kader van de stedenband met Waimakariri. Maria Vander Meiren, lid van die delegatie, kocht daar een werk van Lieve: My Dear Mother. In dat werk zat precies die soldaat vervat, Ewen Taylor, inclusief zijn laatste brief aan zijn moeder. Tegelijk kreeg Maria in Christchurch vlaskruisjes mee om op de graven van Nieuw-Zeelandse soldaten in Flanders Fields te leggen. Freddy Declerck vroeg haar om één kruisje neer te leggen op het graf van 'zijn soldaat’: Ewen Taylor. Alleen wist Maria toen niet dat zij net een werk had gekocht waarin diezelfde soldaat centraal stond. Alsof het verhaal zichzelf al had geschreven, nog voor de betrokkenen beseften wat er gebeurde. 
En daar stopt het niet. Enkele maanden later ontmoet Freddy Declerck Lieve Bierque voor het eerst bij haar thuis in Christchurch. Hij bekijkt de grafische werken uit 'OUR SOLDIERS’ en vraagt haar wanneer zij een werk kan maken rond zijn soldaat. Tijdens het gesprek valt de naam: Ewen Taylor. Dan blijkt dat Freddy en Lieve, zonder het van elkaar te weten, exact dezelfde onbekende soldaat hadden geadopteerd. Meer dan vijfduizend Nieuw-Zeelandse slachtoffers in België, en zij komen uit bij dezelfde jonge man. Alsof één gezicht hardnekkig bleef aandringen om gezien te worden. Voor Freddy was het bovendien de eerste keer dat hij een foto van Ewen Taylor zag. Dat maakt het verhaal nog scherper: hij had het graf al lang symbolisch geadopteerd, maar de mens zelf had hij nog nooit in de ogen gekeken. Noem het toeval, als u wilt. Maar sommige gezichten weigeren gewoon te verdwijnen. Zij blijven terugkomen tot iemand eindelijk goed kijkt. 
Daar wordt kunst interessant. Niet als versiering. Niet als een esthetisch lintje rond de wonde. Wel als iets dat de blik weer scherp stelt. Bierque maakt van Ewen Taylor geen held op een sokkel, maar ook geen archiefnummer in een doos. Zij werkt met sporen, documenten, foto’s, brieven, resten. Met dat merkwaardige materiaal waaruit afwezigheid soms toch nog een vorm krijgt. Precies daarom werkt het. Het houdt afstand en nabijheid tegelijk vast. Het maakt hem weer mens.
En het blijft niet bij vroeger. Lieve Bierque is vandaag ook ereconsul van België in Christchurch. Dat klinkt misschien als een voetnoot voor diplomaten en liefhebbers van stempels, maar dat is het niet. België heeft in Nieuw-Zeeland geen eigen ambassade. Nieuw-Zeeland valt onder de bevoegdheid van de Belgische ambassade in Canberra, die voor Australië en Nieuw-Zeeland optreedt. Juist daardoor zijn ereconsuls hier geen ornamenten, maar concrete schakels. Bierque staat daar dus niet alleen als kunstenaar, maar ook als aanspreekpunt voor Belgen aan de andere kant van de wereld. Wie haar alleen als consul ziet, ziet te weinig. Zij is ook kunstenaar, en kennelijk een bezielde. Iemand die niet alleen papieren behandelt, maar ook werkelijk een brug vormt tussen België en Aotearoa. Dat dubbele past perfect bij haar parcours. 
Ook vandaag blijft haar werk in beweging. Later dit jaar zijn in Antwerpen nieuwe presentaties aangekondigd, onder meer op Linkeroever in de Sint-Anna-ten-Drieënkerk. Daarnaast is haar werk ook te zien in de galerie Epreuve d’Artiste in september. Zo krijgt haar artistieke brug tussen België en Aotearoa ook in het heden een overtuigend vervolg. 
En dat is nodig. Europa vergeet graag hoe ver deze oorlog reikte. Nieuw-Zeeland lag aan de andere kant van de wereld, maar zijn soldaten stierven hier, in onze modder en tussen onze vernielde dorpen. Onder hen waren ook Māori. Hun aanwezigheid maakt de Westhoek groter dan België. Onze bodem wordt daar gedeeld geheugen. Dat klinkt mooi, maar het is vooral ongemakkelijk. Terecht.
Misschien is dat ook het wrange aan de Menenpoort. Natuurlijk is zij indrukwekkend. Natuurlijk blijft de dagelijkse Last Post aangrijpend. Maar tegelijk is zij ook een administratie van verlies. Namen, namen, namen. Zoveel namen dat beschaving iets vreemds krijgt: het ordelijk graveren van wat men niet heeft kunnen verhinderen. En toch is precies die poort voor veel Nieuw-Zeelanders een vertrouwde naam. Niet ondanks de afstand, maar door wat daar in Belgische bodem is achtergebleven. 
En dan staat men ineens in Wellington.
Panorama van Aotearoa #20: Een Nieuw-Zeelandse soldaat in Vlaamse aarde
In Pukeahu, vlak bij het centrum en rond het 'National War Memorial’ krijgt dat verleden een andere toon. Het is een symbolische plek waar oorlogsgeschiedenis, staatsritueel en collectieve herinnering ruimtelijk samenkomen. Minder sfeer Westhoek. Minder vertrouwd. Maar niet minder zwaar. Het Belgische memoriaal daar (zie foto) werd onthuld op 12 oktober 2017, bij de honderdste verjaardag van de Slag bij Passendale. Het erkent de blijvende band tussen België en Nieuw-Zeeland, ontstaan op de slagvelden en verdiept door humanitaire inzet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het herinnert aan gedeeld offer, gedeelde ontbering en aan de duizenden Nieuw-Zeelandse militairen die nog altijd in Belgische bodem rusten. Het monument zelf is van kunstenaarsduo Niko Van Stichel en Lut Vandebos. Gelukkig hebben zij niet gekozen voor het obligate genre van borst vooruit en blik op oneindig. Hun ontwerp brengt een lauwerkrans en een herdenkingskrans samen.
Overwinning dus, maar meteen ook rouw. In het midden komen de klaproos van Flanders Fields en Nieuw-Zeelandse bladeren samen. Twee landschappen. Twee geheugens. Twee landen in één vorm. En vooral: geen goedkoop heldendom. Eerder een sculptuur die weigert de zaak netjes af te sluiten. Bij de onthulling werd dat ook zo benoemd: het werk verbeeldt verdriet en verlies aan alle zijden, en draagt tegelijk een boodschap van hoop, vrede en verdraagzaamheid. Ook visueel is het slim. Open vormen. Roestkleurig staal. Geen dichtgetimmerd monument, maar iets waar lucht en licht doorheen kunnen. Iets waar men niet alleen naar kijkt, maar ook doorheen denkt. De roest helpt zelfs mee. Niet blinkend. Niet staatsievol. Wel aards en ruw. Een beetje als bodem en wonde tegelijk. Herinnering hoort misschien ook zo te zijn: niet glad, maar verweerd. 
En ergens is dat precies waarom Ewen Taylor, dit memoriaal en het werk van Lieve Bierque zo goed in elkaar grijpen. De ene brengt ons bij één gezicht. Het andere bij een publieke vorm. En zij beweegt ertussen, in die lastige zone waar geschiedenis geen statistiek meer is, maar ook nog geen sentiment mag worden.
Misschien gaat het daar uiteindelijk over. Niet alleen over oorlog, maar over afstand. Over hoe twee landen die absurd ver van elkaar liggen toch met elkaar verbonden raken via modder, verlies, kunst en herinnering. Over hoe ik tijdens die hele roadtrip telkens weer op hetzelfde stuitte: Nieuw-Zeeland laat zijn doden niet in de coulissen staan. Het zet hen midden in het landschap: op pleinen, aan hoofdstraten, bij kerken, in parken, ook in de hoofdstad. Dit land meent dat. 
En toch is herinnering alleen niet genoeg. Dat is misschien de ongemakkelijkste gedachte die deze reis mij heeft opgelegd. Men kan de doden eren, monumenten bouwen, namen bewaren en ceremonies onderhouden, en intussen toch toelaten dat de wereld opnieuw in oorlogstaal vervalt. Vandaag hoeft men daarvoor niet eens abstract te spreken. Terwijl wij terugkeren, schuift het geweld alweer verder op, met Iran als brandpunt van een nieuwe escalatie, in de confrontatie tussen Iran, de Verenigde Staten en Israël, en met gevolgen die reiken tot de Straat van Hormuz en de wereldeconomie. 
De laatste weken van deze roadtrip voelde ik bovendien hoe oorlog niet alleen in analyses of diplomatieke verklaringen leeft, maar ook in de pomp. In de prijs van diesel. Daar, tussen twee tankbeurten, werd geopolitiek ineens vulgair concreet. Wat eerst nog een gewone kost leek, schoof op, steeg, beet. Aan een tankstation sprak een jonge Nieuw-Zeelandse vrouw mij aan terwijl ook zij stond te tanken. Misschien nam zij mij voor een local. Ik droeg een T-shirt van Hunting & Fishing, wat in deze contreien minder mode is dan een stil sociaal signaal: deze man zal vermoedelijk niet snel panikeren, rijdt wellicht met een Hilux, en weet hoe men een aanhangwagen achteruitrijdt. 
Zij zei dat 'wij’ als Nieuw-Zeelanders toch niet altijd weer moesten opdraaien voor problemen overseas, alsof de wereld haar wanorde intussen automatisch naar deze pomp in Māpua doorstuurde. Ik knikte en antwoordde dat we Europa en de Verenigde Staten dan misschien maar eens streng moesten toespreken. Het was als grap bedoeld, maar niet helemaal. Zij knikte instemmend. Even leek het alsof de wereld, tussen twee dieselpompen in, nog overzichtelijk was: daar de schuldigen, hier de rekening. Maar precies daarin toont oorlog zijn bereik. Hij vernielt niet alleen steden en lichamen, maar dringt ook door in bevoorrading, energie, transport, voedselprijzen en koopkracht. Hij reikt tot in de portemonnee van mensen die geen enkel front hebben gekozen. En altijd treft hij het sociale lichaam het hardst waar het al kwetsbaar was. 
Wie enigszins progressief denkt, weet dus dat vrede nooit alleen de afwezigheid van bombardementen is. Vrede is ook betaalbaarheid, stabiliteit, publieke bescherming en internationale solidariteit. De politieke moed om de rekening van geweld niet telkens weer door te schuiven naar gewone burgers. Oorlog is nooit alleen een militair dossier. Hij is ook sociaal, economisch en moreel.
Men zegt dat monumenten gemaakt worden om niet te vergeten. Dat klinkt fraai, maar het is maar half waar. Monumenten worden vooral gemaakt omdat mensen heel goed weten hoe snel ze wél vergeten. Kunst doet daar nog iets extra’s bij. Zij zegt niet alleen: onthoud dit. Zij zegt: kijk opnieuw.
En onderweg kreeg dat kijken ook voor mij een persoonlijke ondertoon. Tussen de monumenten van Aotearoa, de graven in Vlaamse aarde en het verhaal van Ewen Taylor keerde iets terug uit mijn jeugd: dat gebroken geweer, die ernstige gedachte van nooit meer oorlog, en de koppigheid om niet mee te lopen zodra geweld zich als orde begint te verkleden. Misschien wordt men daar met de jaren niet wijzer in, alleen stiller en voorzichtiger. 
Men leert hoe hardnekkig oorlog is, hoe vindingrijk de mens in zijn excuses, en hoe snel woorden als recht, plicht en moraal weer terechtkomen in de dienst van macht en belang. En dan ziet men tegelijk hoe moeiteloos miljarden worden gevonden voor wapens, terwijl kunst, cultuur en kunsteducatie zich telkens opnieuw moeten verantwoorden, bijna nederig, bijna beschaamd. Alsof wat een samenleving menselijk maakt altijd kwetsbaarder is dan wat haar leert zich te verdedigen. Alsof men gemakkelijker investeert in angst dan in verbeelding. 
Juist daarom raakt het dat wij na drie maanden roadtrip naar Europa terugkeren en de wereld intussen niet rustiger, maar onrustiger is geworden. Alsof al die monumenten en herdenkingen de mens nog altijd niet echt hebben geleerd wat oorlog aanricht. Dan dringt vanzelf de vraag zich op: waarom blijven we herinneren, als er zo weinig uit geleerd wordt? En toch is cynisme hier te gemakkelijk. Herinneren blijft nodig, juist omdat vergeten zo snel en zo gevaarlijk werkt. 
Ewen Taylor keert niet terug. Dat is de harde waarheid. Geen kunstwerk, geen memoriaal, geen ceremonie heft dat op. Maar zijn naam, zijn graf, zijn gezicht en de kunst die eruit is voortgekomen, maken wel dat hij niet geruisloos verdwijnt in de administratie van het verlies.
Niet als held.
Wel als mens.
En misschien is dat nog altijd de enige juiste maat.
Want een beschaving bewijst zich niet in haar monumenten, maar in haar vermogen om er geen nieuwe nodig te hebben. 
Het Vrije Woord
-
Kunstexpert
_Johan Swinnen -
Meer van Johan Swinnen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws