Het Vrije Woord
Geschreven door Eddy Bonte
  • 73 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 oktober 2026 Islamofobie en het hors-catégorie-denken
N.a.v. de recente heisa rond het ontslag van een lerares die in een provinciale school weigerde les te geven zonder hoofddoek, publiceren we hier een nog steeds relevante tekst van Eddy Bonte die tien jaar geleden verscheen in het tijdschrift De Geus (13 juni 2016).
De vele voorbeelden laten er geen twijfel over bestaan: de term ‘islamofobie’ slaat zowel op uitspraken en handelingen tegen de godsdienst als tegen de gelovige. Concreet: de muur van een moskee bekladden, de ongelijke behandeling van een moslim op de arbeidsmarkt of een moslima verbaal aanvallen voor haar religie, worden daden van islamofobie genoemd. Islamofobie wordt zelfs een specifieke vorm van racisme en discriminatie genoemd [1] [2] [3]. Wie zo islamofobie inroept, maakt van de islam en haar aanhangers een aparte groep: dit hors-catégorie-denken schept echter een hoop problemen en gaat voorbij aan de samenwerking die nodig is om komaf te maken met racisme en discriminatie – van alle groepen.
_1 De drie-eenheid geloof, gelovige en samenleving
_A Het geloof als ‘hors catégorie’
Het eerste probleem doet zich voor wanneer islamofobie betrekking heeft op de islam, dus op de godsdienst als dusdanig. 
Een godsdienst als de islam, is niet zomaar een abstract begrip met een abstracte god. De islam, dat is ook een boek, een profeet, een moraal, een organisatie, een cultuur. Godsdienst herken je aan handelingen (bv. bidden) en uitingen (bv. kledij). Godsdienst wordt beleefd en uitgedragen door mensen, te beginnen bij de profeet zelf.
In de meeste moslimgemeenschappen wordt zo min mogelijk onderscheid gemaakt tussen de religieuze en de burgerlijke samenleving: de religie is compleet verweven met het dagelijkse leven en stuurt de gemeenschap aan, zoals bij ons tijdens de hoogdagen van het katholicisme. Het geloof en de samenleving lopen continu in elkaar over.
De islam betekent dus niet alleen de Koran bestuderen of naar Mekka reizen, de islam staat ook voor dagelijkse belevingen en uitingen, zoals kledingvoorschriften (boerka), bepalingen inzake eten en drinken (de ramadan, verbod op alcohol) en een strikt onderscheid tussen mannen en vrouwen. De gelovige en zijn geloof lopen dus continu in elkaar over.
Wat betekent het dan wanneer op platforms als Kif Kif en Wijblijvenhier wordt beweerd dat kritiek op de islam is toegelaten en niet onder islamofobie valt, m.a.w. dat de bestrijding en de bestraffing van islamofobie geenszins de vrijheid van meningsuiting in het gedrang brengt? Dat betekent in de realiteit niets, want het gaat om een theoretisch, compleet artificieel en onhoudbaar onderscheid, gezien deze dubbele verwevenheid: die van geloof en gelovige enerzijds en van geloof en gemeenschap anderzijds. Het kan niet anders of wie kritiek uit op de islam vanzelf de gelovige raakt, zijn gemeenschap en zijn religieuze handelingen en uitingen. Hooguit staat islamkritiek voor theologische debatten over geloofssystemen en andere pseudowetenschappelijke constructen, bij voorkeur onder experts op televisie [4].
In de realiteit wordt ondertussen gelobbyd om blasfemie overal strafbaar te stellen. Zo woedt sinds enkele jaren in de VN-Mensenrechtenraad een hevig debat over een resolutie die tot doel heeft het ‘belasteren van godsdiensten’ te verbieden en te bestraffen. Indien aanvaard, biedt dergelijke resolutie een juridische basis om blasfemie wereldwijd strafbaar te stellen. Kritiek op godsdienst is dan in wezen verboden en dat is wel degelijk een inperking van de vrije meningsuiting. Hoe theoretisch de toegelaten kritiek is, blijkt uit een column over de aanslag tegen Charlie Hebdo: in een pleidooi voor liefde (!), klinkt het resoluut ‘van godsdienst blijf je af’ [5]. Het kan nog duidelijker: ‘elke demonstratie van vrije meningsuiting, negatieve media en terroristische aanslagen zorgen ervoor dat er meer en meer wantrouwen, angst en haat is ten opzichte van moslims’ [6].   
‘Islamofobie’ die refereert aan de islam, betekent dus dat godsdienst als hors catégorie wordt beschouwd – de facto en straks misschien ook de jure. 
_B De gelovige als ‘hors catégorie’
Een tweede, identiek probleem doet zich voor wanneer ‘islamofobie’ wordt ingeroepen bij handelingen en uitspraken tegen de gelovige en als specifieke vormen van racisme, discriminatie, uitsluiting en xenofobie worden benoemd. Hier wordt de gelovige als hors catégorie voorgesteld.  
Dit is een verkeerde voorstelling van zaken.  
Vooreerst is xenofobie en racisme tegenover moslims per definitie onmogelijk. 
Tegenover moslims is wel discriminatie mogelijk, met name discriminatie op religieuze gronden. Discriminatie op religieuze gronden, is echter wettelijk verboden en druist in tegen de mensenrechten. Aparte maatregelen voor moslims zijn dus nergens voor nodig. 
Zoals we hierboven al uiteenzetten: de gelovige is zijn geloof. Discriminatie van een moslim is dan ook geen discriminatie tout court, het is geen ‘moslimofobie’, nee, het is islamofobie. Anders gezegd: men neemt geen genoegen met het verbod van discriminatie op religieuze gronden, maar scheidt de moslims af als een onderscheiden groep, hors catégorie dus. 
Dat heeft twee kwalijke gevolgen. Vooreerst roepen moslims op deze manier discriminatie over zichzelf uit, zoals iedereen die niet gelijk maar apart en bevoorrecht wil worden behandeld. Ten tweede, en dat is veel belangrijker: bijzondere maatregelen gaan voorbij aan de samenwerking en solidariteit die nodig is om alle vormen van discriminatie, racisme, xenofobie en uitsluiting ten gronde aan te pakken. Zonder onderscheid van afkomst, taal, sekse, overtuiging of godsdienst. Een brede antidiscriminatiebeweging van moslims, zwarten, homo’s, Roma’s e tutti quanti. Dat bereik je niet door de criteria ‘geloof’ en ‘gelovige’ een bevoorrechte positie toe te kennen.
Tot daar het eerste probleem, het hors-catégorie-denken.
_2 Non-discriminatie en religieuze eisenbundels
Dat islamofobie moet worden bestraft of verboden, wordt vaak gemotiveerd door te verwijzen naar het verbod op antisemitisme. Soms wordt ook het verbod op discriminatie van holebi’s aangehaald, zelden of nooit echter die van de vrouw. Hoe dan ook: deze eenvoudige analogie met het antisemitisme, die niet eens een intrinsieke motivatie inhoudt, klopt niet echt. 
Het verbod op discriminatie van joden en holebi’s betreft holebi’s en joden in hun hoedanigheid van individu en burger, niet de joodse religie of een homofiele belijdenis. Het betekent eenvoudigweg dat iemands seksuele geaardheid er niet toe doet, dat jood zijn er niet toe doet.
De grondwet, de Mensenrechten en specifieke wetgeving (zoals de Belgische wetten van 1981 en 2007) laten geen discriminatie toe op basis van overtuiging, afkomst, godsdienst, levensbeschouwing, etc. Al deze wetten spreken over het individu, de burger, en niet over het geloof of een geloofsgemeenschap. 
De aanklagers van islamofobie, beogen dan ook iets anders. Bij hen gaat het wel degelijk om het geloof. En als het om individueel persoon gaat, wordt niet gesproken over de burger, maar over een lid van een gelovige gemeenschap, een gelovige. Zoals gezegd: de gelovige is zijn geloof en vice versa. Een vrouw met een hoofddoek die onheus wordt behandeld, is voor de islamofobiebestrijders een moslima. Punt uit. In tegenstelling tot wat antidiscriminatiewetten precies bedoelen, namelijk dat de hoedanigheid van moslima geen rol mag spelen, zetten de aanklagers van islamofobie de hoedanigheid van moslima net sterk in de verf. Heel het discours beoogt dan ook iets anders, nl. de inwilliging van eisen gebaseerd op geloof, zoals bidden op de werkplek, afwijking van regels en wetten tijdens de ramadan, tot en met een parallel type gemeenschap die o.a. gebaseerd is op een onderscheid tussen mannen en vrouwen, dit alles in tegenspraak met de vigerende wetgeving voor alle burgers. Hier spreken we over aparte behandeling en zelfs voorrechten, niet over gelijkheid. 
Daarmee is de grond van het tweede probleem geschetst: de verwarring tussen discriminatie / racisme enerzijds en niet-ingewilligde eisen van religieuze aard anderzijds.
Er wordt ten onrechte van discriminatie en racisme gesproken wanneer een groep zijn specifieke eisen niet ingewilligd ziet. Vaak schuilt achter die eisen een mechanisme van omgekeerd racisme. Als een islamitische scholier een opmerking krijgt omdat hij weigert het bord schoon te geven voor zijn juf, dan is dat noch racisme, noch discriminatie. Het is net omgekeerd: als de juf dit toeliet, dan riep ze twee vormen van discriminatie in het leven. Ten eerste: vrouwelijke leraren mogen door mannelijke leerlingen anders worden behandeld dan mannelijke leraren. Ten tweede: leraren dienen islamitische jongens anders te behandelen dan alle andere leerlingen.  
Deze eisen veronderstellen geen gelijke, maar net een aparte behandeling op basis van de waarom-daarom-redenering eigen aan gelovigen.      
_3  Elk zijn eigen wetpakket
Er bestaat echter een derde probleem: de neiging om steeds meer specifieke groepen te vatten in steeds meer speciale wetten, wat nefast en contraproductief werkt.  
In plaats van een wet op de islamofobie te eisen naar analogie met het antisemitisme, zou men beter in gemeenschappelijk front voor één duidelijke, ondubbelzinnige en eenvoudig afdwingbare wetgeving opteren. 
Dat is niet eens zo moeilijk. 
De grondwet kent alle burgers gelijke rechten toe. En plichten. Voor alle zekerheid wordt een negatief criterium toegevoegd, nl. dat men tussen deze burgers niet mag discrimineren. De antidiscriminatiewetgeving (1981 / 2007) moet worden gezien als een negatieve, exemplarische aanvulling: eerst komt de gelijkheid tussen de burgers en daarna wordt nog eens onderstreept dat derhalve discriminatie, racisme, xenofobie, etc. verboden zijn. 
Op internationaal vlak, garanderen de Mensenrechten dat alle mensen in wezen gelijk zijn (positief) en discriminatie of racisme derhalve niet kan (de negatieve aanvulling).
Deze wetten zijn duidelijk en vermelden een lange reeks toepassingsgebieden en criteria, zoals geslacht, afkomst, vermogen, huidskleur, leeftijd, etc. De wet van 2007 vermeldt specifiek én politieke én filosofische én religieuze overtuiging. Er is geen enkele reden waarom een moslim niet onder deze wetten zou vallen.  
Ter verduidelijking: de wet heeft niet tot doel dat elkeen zijn eigen pakketje antidiscriminatie samenstelt door, bijvoorbeeld, het criterium ‘religie’ wel, maar ‘geslacht’ niet te accepteren. 
_4  Hippie- en communismofobie?
Steeds opnieuw blijkt dat het geloof en de gelovigen zichzelf hors catégorie plaatsen en zich dus weinig tot niets van anderen aantrekken. Door het geloof voor te nemen, worden sociale themata naar het achterplan verschoven en blijft veel racisme en discriminatie ongemoeid. Bovendien is in heel dat discours geen plaats voor de burger, enkel voor de gelovige.
Door een aanval op een vrouw met hoofddoek te klasseren als een religieuze kwestie en ze tegelijk als racisme te bestempelen, alles onder de noemer ‘islamofobie’, scheidt men én de feiten én die vrouw af van alle andere, ware racistische of discriminerende daden. Solidariteit is dan compleet zoek. 
Alleen religies doen zoiets. 
Zo spreken we niet van ‘communismofobie’ of ‘communismefobie’, hoewel communisten in heel wat Westerse landen werden uitgescholden, bedreigd, vervolgd, gebroodroofd tot vermoord. De moord op Julien Lahaut is geen geval van communismofobie. Het antwoord was en moet zijn: men mag niemand vermoorden vanwege zijn overtuiging. Insgelijks, zijn hippies nooit op straat gekomen om ‘hippiefobie’ aan te klagen, hoewel ze op veel plaatsen werden geweerd of gediscrimineerd en de ‘grapjes’, wat nu ‘pesterij’ heet, schering en inslag waren. In de film Easy Rider worden twee vermeende hippies in koelen bloede afgeschoten. Het antwoord was en moet zijn: men discrimineert niet op basis van uiterlijk. 
_Conclusie
Kritiek op de islam is islamofobie. Kritiek op een moslim is islamofobie. Islamofobie is racisme, xenofobie en discriminatie. Islamofobie is een aparte vorm van racisme, xeofobie en discriminatie.
Zolang deze amalgaamreeks als argument wordt gebruikt, kan men de aanklagers en bestrijders van islamofobie niet au sérieux nemen, noch de term islamofobie als dusdanig.
Zoals gezegd, zouden de bestrijders van ‘islamofobie’ er beter aan doen front te vormen met andere groepen, zoals zwarte Afrikanen, Joden, zigeuners, vrouwen en holebi’s. Dergelijk front kan dan zonder omwegen de kern van de zaak aanpakken: werk, onderwijs, cultuur en taal. En godsdienst de plaats geven die het toekomst: niet boven, maar gewoon naast alle andere uitingen van discriminatie. 
Dan kunnen we primitieve demagogen eindelijk afvoeren en een echt links debat beginnen. 
_Noten
[1] Abdelhay Ben Abdellah: '(…) ons af te leiden van de ware debatten, van de echte problemen: de doeltreffende bestrijding van daden van racisme en discriminatie tegen moslims', in: http://www.deanderemening.be   
[2] (…) 'mensen die als moslim worden aangemerkt (die) onder specifieke vormen van discriminatie lijden' in:  Alex de Jong: De strijd om een woord,  De Wereld Morgen, 28 januari 2015. 
[3] Zie ook de petitie om islamofobie te erkennen als 'aparte vorm van racisme' (www.clint.be), met als  variant 'etno-racistische discriminatie' (petities24.com). Zie ook http://www.republiekallochtonie.nl 
[4] Johan Tristan Aslim: 'Enkel kritiek uiten op islam als geloofssysteem wordt dus geenszins als islamofoob beschouwd door deze resolutie' (ingediend door B. Anciaux – red.), in: De vrijheid van islamkritiek, Kif Kif, 23 maart 2015. 
[5] Yasmina Jennifer Kahsai: 'Liefde als reactie op aanslag Charlie Hebdo', wijblijvenhier.nl, 8 januari 2015. 
[6] Rabia Saddik: 'Samen tegen islamofobie, vechtend voor mensenrechten', Kif Kif, 9 juni 2015. 
[7] http://ec.europa.eu/justice/fundamental-rights/racism-xenophobia/index_en.htm 
[8] http://www.lemonde.fr/election-presidentielle-2012/article/2012/02/28/le-conseil-constitutionnel-censure-la-loi-sur-le-genocide-armenien_1649496_1471069.html 
[9] Pierre-André Taguieff: 'Après les attentats de janvier 2015. Retour sur la vague antijuive contemporaine', http://www.huffingtonpost.fr/pierreandre-taguieff/apres-les-attentats-de-ja_b_7290206.html
Het Vrije Woord
Eddy Bonte is publicist en radiomaker, gewezen freelancer voor De Morgen en Knack. (Foto © Lut Conings)
_Eddy Bonte -
Meer van Eddy Bonte

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws