31 augustus 2026
Michel Houellebecq – Het nihilisme op rijm: alles is van tevoren al verloren
Geen enkele filosofie, geen enkele wetenschap, is er tot nu toe in geslaagd te verklaren waarom wij en de wijde wereld bestaan. En aangezien onze maatschappij evenmin haar waarom kan duiden, ontspringt vanzelf een wereldbeeld van het nutteloze, hopeloze, wanhopige en overbodige, een gemoedstoestand die leidt naar opstand, onverschilligheid of vlucht. Of nog een trap hoger, naar nihilisme, door de Franse schrijver Michel Houellebecq perfect opgeroepen in zijn nieuwste poëziebundel 'Combat toujours perdant'. Een pareltje van cynisme, walg en berusting. Gevat in klassieke dichtvormen en dito rijmschema’s.
Het leven wordt niettemin geleefd. Helaas! Want elke poging om er een waarde of zin aan toe te kennen, is tot mislukken gedoemd: de bundel heet niet voor niets Combat toujours perdant. Het is van tevoren al verloren. Er valt niets aan te vangen met de vervalsing die religie heet, met de complete richtingloosheid van ons bestel, met het zielige gespartel van een beschaving in ontbinding.
_De laatste trekjes
Nog even en het geheel gaat uit de bocht, zo suggereert de titel van de eerste reeks gedichten, ‘Le monde a légèrement basculé sur son axe’. Nog even en het licht gaat uit, aldus het sublieme openingsgedicht ‘Fin de partie’, een overduidelijke verwijzing naar het gelijknamige toneelstuk van Samuel Beckett dat de totale ontmenselijking te kijk zet. Dit is overigens een gedicht waarin niet Houellebecq zelf het woord neemt, maar een niet nader bepaalde derde persoon die de westerlingen durft aanspreken omdat hij alles al heeft meegemaakt wat ons straks te wachten staat. ‘Ni saint, ni héros’, maar niettemin de incarnatie van de uiterste uitweg, Heiland, Redder, de Teruggekeerde, de ‘guide inespéré’:
‘Occidentaux qui voulez vivre,
Vous êtes en fin de partie
Mais vous pouvez encore me suivre,
Quitter votre espace imparti.
[…]
Je sais le pourquoi, le comment
Je maîtrise les référentiels
Je sais que la fin sera triste.’
Vous êtes en fin de partie
Mais vous pouvez encore me suivre,
Quitter votre espace imparti.
[…]
Je sais le pourquoi, le comment
Je maîtrise les référentiels
Je sais que la fin sera triste.’
Ach, het leven! Eigenlijk, is de geboorte zelf er al te veel aan. Houellebecq schaart zich inderdaad aan de zijde van die andere nihilist, Cioran, en zijn ‘inconvénient d’être né’:
‘Nous avons bien souvent regretté d’être nés
Dans un pays maudit, une époque tardive.’
Dans un pays maudit, une époque tardive.’
_De instorting
Niet enkel het leven an sich, maar ook constituerende onderdelen ervan worden met eenzelfde cynische spot ontleed: de liefde, de vriendschap, het lichaam, de seks.
In de derde afdeling, ‘L’effondrement du centre’, wordt het lichaam uitgebeeld als ‘un peuple de valvules’, een systeem dat zichzelf vernietigt [‘Le corps s’autodétruit dans un grand froissement’] en ten dode is opgeschreven [sic], ook al – of misschien net daarom – wordt het hoogtechnologisch aan de gang gehouden in een ‘lit médicalisé dans une banlieu blanche.’
In de derde afdeling, ‘L’effondrement du centre’, wordt het lichaam uitgebeeld als ‘un peuple de valvules’, een systeem dat zichzelf vernietigt [‘Le corps s’autodétruit dans un grand froissement’] en ten dode is opgeschreven [sic], ook al – of misschien net daarom – wordt het hoogtechnologisch aan de gang gehouden in een ‘lit médicalisé dans une banlieu blanche.’
Het einde zelf is een triestige bedoening. Gebeurt er eigenlijk nog iets? Ja, men leeft, maar aan de buitenrand, in de ‘périphérie’:
‘Souvent rien n’a eu lieu, la journée se termine
Par simple épuisement’
Par simple épuisement’
Of ook nog:
‘On ne vit plus, on se souvient
Mourir n’est pas très difficile
Du premier coup on y parvient,
Sans combat, sans lutte inutile.’
Mourir n’est pas très difficile
Du premier coup on y parvient,
Sans combat, sans lutte inutile.’
Dergelijk einde is eigenlijk onmenselijk, ‘une honte universelle’.
Over vriendschap kan Houellebecq kort zijn:
‘On fait son deuil de l’amitié
De loin le plus con de nos rêves.’
‘On fait son deuil de l’amitié
De loin le plus con de nos rêves.’
En:
‘Les simulacres d’amitié
S’effondrent en bloc, tristes falaises.’
S’effondrent en bloc, tristes falaises.’
_Ranzige lust
Liefde? Niet meer dan uitwisseling van vochten:
‘ […] l‘amour
L’humidité intime.’
‘ […] l‘amour
L’humidité intime.’
Onze provocateur heeft liefde al lang vervangen door seks, of beter door de banale bevrediging van lust met een ranzig randje.
De gedachte aan een stevige erectie doet alsnog deugd, ook de herinnering aan
‘[…] la langue agile et tenace
De Morena, souple suceuse.’
De Morena, souple suceuse.’
En waarom niet de herinnering aan enkele kwakken sperma in het gezicht? Dat is in elk geval het thema van ‘L’éjaculation faciale’. En er komen hoe dan ook geen kinderen van, l’inconvénient d’être né wordt zo vermeden:
‘Jusqu’au jaillissement extatique du sperme
Sur le visage offert de celles qui vous aiment
Qui accueillent avec joie, comme un second baptême,
Ces enfants qui jamais ne viendront à leur terme.’
Sur le visage offert de celles qui vous aiment
Qui accueillent avec joie, comme un second baptême,
Ces enfants qui jamais ne viendront à leur terme.’
Waarover maken we ons eigenlijk druk? De dood komt vanzelf, wint altijd, verspilt aan ons geen overbodig woord; de dood blijft eerlijk en rechtuit en verschijnt daarom als verlossing:
‘La mort ne ment pas. Puissance absolue, elle se présente avec sincérité. Elle ne promet rien, n’exige rien.’
En toch spartelen we tegen:
‘On ne veut pourtant pas que les choses s’arrêtent.’
‘Reconnaître la chute
[…] pour nous présenter, dignes
au dernier jugement.’
[…] pour nous présenter, dignes
au dernier jugement.’
_De vijand
Houellebecq spreekt lang niet enkel over zichzelf. Zoals blijkt uit zijn romans, hekelt hij een cultuur, een beschaving, in hoofdzaak religie en specifiek de islam. Wie hem daarom bij rechts wil klasseren, heeft niet goed gelezen. Houellebecq is inderdaad onverbiddelijk voor de blinde, de fanaticus, de uitverkorene die zich verheven voelt omdat hij handelt namens een verheven wezen dat niet mag worden genoemd, noch getoond, dat men enkel dient te gehoorzamen als een lakei. Zij. Soumission 1.
De auteur rekent dan in één trek door af met de tweede blinde in het spel: elkeen die de feiten ontkent, commentaar inslikt en zich gewillig schikt naar onderdrukking. Ja, er zaakjes mee doet, zoals een filiaal van het Louvre openen in Dubai. Wij. Soumission 2. En met de derde geblinddoekte: de even intolerante en uitzichtloze tegenreactie. Wij tegen Wij-met-Zij. Soumission 3.
Jammer voor de vermoorde leraren. Jammer voor de uitgemoorde redactie van Charlie. Jammer voor de laïcité, de republiek, de openbare ruimte, de tolerantie, de mensenrechten en nog zo een en ander.
Resultaat:
De auteur rekent dan in één trek door af met de tweede blinde in het spel: elkeen die de feiten ontkent, commentaar inslikt en zich gewillig schikt naar onderdrukking. Ja, er zaakjes mee doet, zoals een filiaal van het Louvre openen in Dubai. Wij. Soumission 2. En met de derde geblinddoekte: de even intolerante en uitzichtloze tegenreactie. Wij tegen Wij-met-Zij. Soumission 3.
Jammer voor de vermoorde leraren. Jammer voor de uitgemoorde redactie van Charlie. Jammer voor de laïcité, de republiek, de openbare ruimte, de tolerantie, de mensenrechten en nog zo een en ander.
Resultaat:
‘De plus en plus nombreux
Ils nous regardent, hostiles
Et le Mal est en eux
Ils entrent dans nos villes
Le centre sonne creux,
Chacun s’automutile
Ils nous regardent, hostiles
Et le Mal est en eux
Ils entrent dans nos villes
Le centre sonne creux,
Chacun s’automutile
Il faut être au moins deux pour une guerre civile.’
Veel hoeven we van de ‘nouvelle race’ niet te verwachten, haar toekomst is een kort leven beschoren, et pour cause:
‘Leur règne sera bref, confus et misérable,
Ils détruiront sans joie, souffriront sans comprendre,
Ils développeront un rêve inhabitable
et pour les successeurs il suffira d’attendre.’
Ils détruiront sans joie, souffriront sans comprendre,
Ils développeront un rêve inhabitable
et pour les successeurs il suffira d’attendre.’
Maar kijk, wanneer de burgeroorlog woedt, de nederlaag onafwendbaar is en we absoluut niets meer te bieden hebben, zien we de vijand als een verlosser:
‘Et nous n’espérons plus ni pitié, ni secours,
Écrasés par le ciel où croisent les vautours
Nous attendons pourtant le sauveur impensable.’
Écrasés par le ciel où croisent les vautours
Nous attendons pourtant le sauveur impensable.’
En:
‘Pendant que chacun se prosterne
Devant l’apparu, l’admirable.’
Devant l’apparu, l’admirable.’
_Terug naar af
In afwachting van ‘l’effondrement’ en bij ontstentenis van een alternatief, loopt het leven verder en kunnen we terugkeren naar het begin van de bundel, of beter naar het citaat dat voorafgaat als een soort statement:
‘Il y a des jours où ça va, des jours où ça ne va pas, mais je suis obligée de vivre tous les jours.’
Banaler kan niet. Zoals het leven zelf?
_Dissectie
Het aantrekkelijke van deze bundel ligt in de provocerende combinatie van klassieke dichtvormen en rijmschema’s enerzijds, en de op zijn minst ongewone thematiek anderzijds, zoals aftrekken, pijpen en de manier waarop vrouwen worden voorgesteld als inwisselbare werktuigen. Maar kom, we zijn wel wat gewend. Misschien ligt de scherpte van het contrast nog meer in de open, eerlijke tot banale manier waarop Houellebecq zijn nihilisme uit de doeken doet en deze maatschappij tot op het bot dissecteert en tentoonstelt als een stinkende afvalberg van hypocrisie, onmenselijkheid, superioriteit, onderwerpings- en veroveringsdrang, kortom hybris, maar tegelijk, nu de vijand zijn messen heeft geslepen, getuigt van lafheid en onderkruiperij – als er maar te verdienen valt, zolang ons de schone schijn wordt gelaten.
De oprechtheid van zijn nihilisme rijmt niet met het optimisme van de consumptie, het teveel, onze historische missie, de uniciteit en onnavolgbaarheid van onze beschaving.
De oprechtheid van zijn nihilisme rijmt niet met het optimisme van de consumptie, het teveel, onze historische missie, de uniciteit en onnavolgbaarheid van onze beschaving.
Wel ja, de god van Nietzsche is dood. Alleen: het alternatief dat de goddeloze mens zelf schiep, is ook dood. Dood bij de geboorte. En kijk, het alternatief van de vijand, ‘la nouvelle race’, ‘l’envahisseur’, berust op een godsbeeld, alweer een model dat ons verplettert terwijl het pretendeert ons te redden in naam van.
Tijdens de voorstelling van deze bundel in het literaire tv-programma ‘La Grande Librairie’, had Houellebecq een dag ‘où ça va’. Grappen en grollen, net binnen de perken der openbare welvoeglijkheid, men zou er een prettig gestoorde nihilist van worden.
Michel Houellebecq: Combat toujours perdant, Flammarion, 2026.