Kwintessens
Geschreven door Anton van Hooff
  • 75 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 oktober 2026 't Hijgend hert mishandeld
Graag mag ik zondagochtend kijken naar Nederland Zingt van de Nederlandse Evangelische Omroep: stampvolle kerken galmen vol overgave de meest absurde teksten uit, een versterking voor mijn ongeloof.
Heel geliefd bij het kerkvolk is psalm 42, ’t Hijgend Hert. Vlaamse protestanten houden zich steeds aan de liederenbundels van de noordelijk Nederlanden. Tot 2013 was het canonieke zangboek dat van 1773, dat toen de oude psalmvertalingen verving van Petrus Datheen. Geboren in het Vlaamse Kassel (ca.1531) brak hij de priesteropleiding af en koos voor het radicale calvinisme. Meestentijds verbleef hij in Duitsland. Daar zette hij de Franse berijmingen van Clément Marot en Théodore de Bèze om in het Nederlands, en wel op de slepende Geneefse melodieën. Het amechtige Wilhelmus, waarschijnlijk ook van zijn hand, heeft de oorspronkelijk sloomheid bewaard.
Wat gelovigen niet doen – zich afvragen wat ze zingen – doen wij wel. ’t Hijgend Hert heeft nogal wat mishandeling ondergaan.
In antieke Hebreeuwse en Griekse tekst, die koning David in de mond gelegd wordt, staat niet meer dan ‘zoals de hinde verlangt naar de waterbronnen, zo verlangt mijn ziel naar u, God’. De Genevois hadden de hinde aan een geslachtstransformatie onderworpen, zodat het dorstige (altéré) hert kon ‘burlen’ (bramer) naar wateren.
Comme un cerf altéré brame, 
Après le courant des eaux,
Ainsi soupire mon âme,
Seigneur, après tes ruisseaux.
Dat ‘burlen’ was Datheen kennelijk te gezocht. Hij maakte dit van de beginregels:
Als een hert gejaagd, o Heere,
Dat verse water begeert,
Alzo dorst mijn ziel ook zere
Naar U, mijn God hooggeëerd.
Toen werd het ree opeens ‘gejaagd’ en onder rijmdwang kreeg God de stoplap ‘hooggeëerd’.
De rijmelaars van 1773 lieten het hert ongedeerd aan de jacht ontsnappen en lekker ‘hijgend’ allitereren: 
't Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Het moderne liedboek van 2013 heeft de jacht laten vallen en het hert het vrouwelijk geslacht teruggegeven. Wel is die hinde opeens ‘uitgeput’. Het simpele ‘naar u, God’ wordt aangekleed tot ‘mijn levensbron, mijn kracht’:
Als een uitgeputte hinde
die naar stromend water smacht,
zo verlang ik U te vinden,
God, mijn levensbron, mijn kracht.
Nog driester is wat er gemaakt wordt van het oorspronkelijke ‘Wanneer zal ik komen en verschijnen voor het aangezicht van God?’.
Wanneer zal ik bij Hem zijn?
Wanneer zal ik Hem ontmoeten,
zal zijn glimlach mij begroeten?
Deze moderne God begroet de hemelgangers met een glimlach! Misschien kijkt-ie wel nors naar alweer een nieuwe lading immigranten.
Het oude Hijgend Hert houdt zich op Nederland Zingt staande tegenover de uitgeputte hinde.
Kijken we nog even naar het hele eerste couplet van die klassieke versie:
‘t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Schreeuwt niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God.
Ja, mijn ziel dorst naar den HEER;
God des levens, ach, wanneer
Zal ik naad'ren voor Uw ogen,
In Uw huis Uw naam verhogen?
De antieke tekst heeft: ‘mijn ziel dorst naar de levende God’, dus de god die echt bestaat, niet die leven geeft. Nogal kras is dat er een hele slotregel bij is verzonnen: ‘In Uw huis Uw naam verhogen’. Is het dan in de hemel nog niet afgelopen met Nederland Zingt? 
Kwintessens
Anton van Hooff is classicus, vrijdenker, republikein en heeft in die hoedanigheden allerlei functies bekleed. Naast vele krantencolumns, artikelen en bijdragen aan bundels, publiceerde hij 15 boeken over een waaier van onderwerpen: liefde, democratie, dood en eigendoding in de oudheid, Romeinse keizers, vroege kritiek op het christendom, Spartacus en het Plakkaat van Verlatinghe.
_Anton van Hooff auteur
Meer van Anton van Hooff

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws