• |
Kwintessens
Geschreven door Johan Braeckman
  • 1560 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

27 juli 2020 Cees Dekker: oude natuurtheologie in een min of meer hedendaags kleedje
De Nederlandse natuurkundige Cees Dekker, gespecialiseerd in nanotechnologie, kwam zo'n vijftien jaar geleden in het nieuws omdat hij een aanhanger bleek van 'intelligent design'. Om het geheugen even op te frissen: 'intelligent design' is een vorm van geëvolueerd creationisme. De verdedigers ervan ontkennen over het algemeen creationist te zijn. Ze geloven immers niet dat God, een kleine tienduizend jaar geleden, alles letterlijk heeft geschapen zoals beschreven in het boek Genesis. (We kunnen dat geloof evenwel niet helemaal uitsluiten; ze laten zelden het achterste van hun tong zien.) Wat ze wel geloven, is dat er structuren in de natuur bestaan die, zoals ze dat zelf aangeven, ‘onherleidbaar complex’ zijn. Die structuren bestaan uit meerdere onderdelen, en die moeten samen en tegelijkertijd aanwezig zijn om de structuur functioneel werkzaam te maken. Hun favoriete voorbeeld is het zweepstaartje van sommige bacteriën.
Dat vraagt meerdere specifieke moleculen die samenwerken. Neem een onderdeeltje weg, en het zweepstaartje dient tot niets. Bijgevolg, luidt hun conclusie, kan zo'n zweepstaartje niet zijn geëvolueerd, want dan waren de zogenaamde voorlopers ervan niet functioneel, en natuurlijke selectie behoudt enkel datgene wat een voordeel biedt aan het organisme (of aan het genetisch materiaal ervan, daar wil ik nu van af zijn). Een favoriete vergelijking van intelligent designers: de muizenval. Neem een onderdeel weg en de val werkt niet. Alles moet 'van bovenaf' bedacht en geconstrueerd worden; een muizenval kan niet 'zomaar' zijn ontstaan. Wat waar is voor de muizenval, geldt ook voor het zweepstaartje.
Die redenering is even oud als fout. De kern ervan is niks anders dan de eeuwenoude natuurtheologische redenering die stelt dat een uurwerk een uurwerkmaker veronderstelt. Dat klopt. De onderdeeltjes van een uurwerk voegen zich niet op een of andere manier vanzelf, of louter door toeval, samen tot een werkzaam instrument dat de tijd aangeeft. Maar vervolgens maakten de natuurtheologen – die op hun best waren in de zeventiende- en achttiende eeuw – een valse analogie (een gekende drogreden).
Het uurwerk, redeneerden ze, veronderstelt een uurwerkmaker. Ergo, de natuur veronderstelt een natuurmaker. Wie anders dan God kan de natuur zo wonderlijk, zo complex en zo functioneel hebben gecreëerd? Had ik geleefd vóór Darwin ons een wetenschappelijk aanvaardbare verklaring gaf voor wat er uitziet als functioneel 'ontwerp' in de natuur, ik had de uitleg van de natuurtheologen misschien ook aanvaard. Hoe leg je immers zonder kennis van de evolutietheorie uit waar een oog vandaan komt? Een vleugel? Een kieuw? Een hart? Een brein? (Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar het punt is ongetwijfeld duidelijk.) Er waren sceptici over de geldigheid van de natuurtheologie, waaronder de filosofen David Hume en Immanuel Kant, maar ze konden geen bevredigend antwoord geven op de cruciale vraag: als God dit alles niet ontworpen heeft, hoe kunnen we het dan wel verklaren? Louter toeval? Dat klinkt wat vergezocht … Alsof je alle onderdeeltjes van een uurwerk in een doos stopt en blindelings met de doos schudt tot alles in elkaar klikt en er een werkend uurwerk in de doos ligt. Puur mathematisch niet onmogelijk, maar niettemin toch extreem onwaarschijnlijk. Dit is de essentie van Darwins bedrieglijk eenvoudige inzicht: evolutie door selectie zorgt ervoor, over vele generaties heen, dat de levende natuur vol zit met structuren die eruit zien alsof ze door een intelligente schepper zijn bedacht en gemaakt, terwijl ze in werkelijkheid tot stand kwamen door blinde, ongerichte en onbedoelde mechanismen. Een oog is niet bewust ontworpen, het is geëvolueerd, zonder dat er een greintje bewustzijn of intelligentie aan te pas kwam.
De aanhangers van het hedendaagse intelligent design kennen de geschiedenis niet van hun opvattingen, want ze zijn ervan overtuigd dat hun verhaal over de 'onherleidbare complexiteit' van zweepstaartjes een spiksplinternieuw inzicht is, waar de zogenaamde 'darwinisten' geen weg mee weten. Dat is vreemd, wat het is net Darwins centrale inzicht dat komaf maakt met intelligent design. Het deed dat in de negentiende eeuw reeds met de natuurtheologie. Niks nieuws onder de zon, alleen de voorbeelden die men naar voren brengt zijn anders. Vroeger ging het over ogen en uurwerken, in onze tijd verwijst men naar zweepstaartjes en muizenvallen. De realiteit is dat de evolutietheorie moeiteloos kan uitleggen hoe zowel ogen als zweepstaartjes zijn geëvolueerd. De redenering dat alle onderdelen op hetzelfde moment op de juiste plek moeten zitten, klopt domweg niet. Ook dit onderdeel van de kronkels van intelligent design is reeds lang weerlegd. Vroeger stelden creationisten de vraag: waarvoor dient een halve vleugel? Of een half oog? Als de evolutietheorie daar geen antwoord op kan geven, dan hebben wij gelijk, redeneerde men. Die gedachtegang loopt op beide benen mank. Allereerst legt men ons een vals dilemma voor, alsof er geen andere mogelijke verklaringen denkbaar zijn: evolutie of God. Maar we kunnen ons voorstellen dat sommige natuurlijke structuren noch door evolutie, noch door God zijn tot stand gekomen; bijvoorbeeld door toeval, door zelforganisatie, door aliens of door de werking van natuurkrachten die we momenteel nog niet doorgronden. (De logica dwingt ons overigens om ultiem ook deze mogelijkheden in een evolutionair perspectief te plaatsen, maar daar zal ik een andere keer op ingaan.) Wat hier belangrijker is: de evolutietheorie heeft geen enkele moeite om een zogenaamde 'halve vleugel', of een 'half oog', of een half van wat dan ook in de natuur te verklaren. Een organisme dat tientallen miljoenen jaren geleden nog geen vleugels had, maar wel iets wat er van in de verte een beetje op leek (vanuit hedendaags perspectief!), kon zo'n eigenschap gebruiken voor warmteregulatie, of om zich te verdedigen, of om trager te vallen als de zwaartekracht in vorm was. Mogelijkheden genoeg, en evolutiebiologen zijn er goed in om ze wetenschappelijk te onderzoeken. Voor wie het zich zou afvragen: meerdere onderzoekers slaagden erin om ook voor het zweepstaartje een evolutionaire verklaring te geven, zie bijvoorbeeld deze studie.
Om dit even samen te vatten: intelligent design bleek een weinig intelligente vorm van creationistische kritiek op de evolutietheorie te zijn. De term is ondertussen alweer uit de mode, maar de redenering erachter blijft bestaan. Dat blijkt ook uit het interview met Cees Dekker dat De Standaard publiceerde ('De Bijbel en de evolutietheorie gaan perfect samen', 25/07/2020). Nadat Dekker eerst zijn steun betuigde aan intelligent design, nam hij er enkele jaren later afstand van. Hij beweerde zelfs, nogal in strijd met de feiten toentertijd, dat hij er nooit had in geloofd. Maar het hele interview in De Standaard, ondertussen meerdere jaren nadat hij zich zogenaamd van intelligent design distantieerde, is ervan doordrongen. Ik citeer ter illustratie een paar van zijn uitspraken: 'Evolutie is een begrip uit de wetenschap. Schepping is een begrip uit de theologie. Voor mij is het beide tegelijk waar. God schiep deze wereld via evolutie.' (…) 'De hele finetuning van het universum, het feit dat vanaf de oerknal fundamentele krachten op elkaar afgestemd waren waardoor miljarden jaren later leven kan ontstaan, is dat louter toeval? Ik zie daar een planmatigheid in.' Veel duidelijker kan hij niet zijn. Dekker zou ongetwijfeld beweren dat hij het niet over intelligent design heeft, maar eerder over wat men 'theïstische evolutie' noemt. Het verschil is in wezen irrelevant. Als God de evolutie aanstuurde om de mens te scheppen, wat is dat anders dan een vorm van intelligent design? En waarom zouden we dat niet simpelweg een moderne versie van het creationisme noemen? (Antwoord: We noemen het creationisme, omdat het dat ook is.) Cees Dekker is een prachtig voorbeeld van iemand die in zijn jeugd doordrongen is van religieuze opvattingen en daar cognitief geen afstand kan van nemen. De wetenschappelijke inzichten die hij gaandeweg verkreeg, onder meer over evolutie en de bigbangtheorie, botsten onvermijdelijk met zijn religieuze denkbeelden. Men kan dan in essentie drie kanten uit:

(a) de wetenschap accepteren voor wat ze is, en religie opgeven;
(b) religie behouden en de wetenschap verwerpen;
(c) doen alsof er helemaal geen tegenstelling bestaat.
Optie (a) is typisch voor afvalligen die wetenschappelijk geïnformeerd worden en daaruit redelijke conclusies trekken over de informatie die hen met de paplepel is meegegeven. Optie (b) is alomtegenwoordig bij jonge-aarde creationisten. Die zijn met vele miljoenen in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland zijn er enkele honderdduizenden aanhangers van een letterlijke interpretatie van het boek Genesis. (zie Stefaan Blancke, Abraham Flipse en Johan Braeckman: 'The Low Countries', in Blancke et al, eds.: Creationism in Europe, 2014.) Cees Dekker koos voor de laatste optie. Hier zijn er grosso modo drie mogelijke invullingen:

(a) religie en wetenschap hebben niks met elkaar te maken, het zijn twee totaal verschillende 'magisteria' (zoals Stephen Jay Gould het eerder ongelukkig uitdrukte). Religie gaat over waarden en zingeving, wetenschap gaat over de feiten. Het een heeft niks met het ander te maken;
(b) wetenschappelijke kennis is betrouwbaar, maar ze conflicteert niet met een geloof in het bovennatuurlijke: religie en wetenschap ondersteunen en versterken elkaar;
(c) wetenschappelijke kennis die strookt met religie aanvaarden we, wat ermee in strijd is, wordt verworpen.
Optie (a) kan men tegenwoordig vaak aantreffen in katholieke kringen. Optie (c) is vooral bij moslims populair. (Als het in de koran staat is het waar, en als het waar is moet het noodzakelijk reeds in de koran staan. Als het niet in de koran staat, of ermee in strijd is, dan is het onvermijdelijk onwaar.)

Cees Dekker kiest voor optie (b). God staat niet los van de werkelijkheid, integendeel: God schiep deze wereld via evolutie; hij heeft het universum 'gefinetuned' etc. We kunnen begrijpen waar Cees Dekkers positie vandaan komt. Hij is doordrongen van christelijke opvattingen en kan daar onmogelijk afstand van nemen, wat de wetenschap ook beweert. Hij geeft bijvoorbeeld ook aan in het hiernamaals te geloven en merkt op dat hij waarde hecht aan de uitspraken van Jezus hierover. (Dat Jezus, wanneer hij het over het hiernamaals heeft, meteen ook diegenen die hem niet willen volgen naar de hel verwijst, laat Dekker wijselijk onbesproken.) Maar Cees Dekker is ook grondig wetenschappelijk geschoold, en beseft dat het onhandig is om wetenschappelijke kennis à la carte te aanvaarden of te verwerpen. Dus moeten wetenschap en religie op een of andere manier goede vrienden zijn, die elkaar ondersteunen. Nochtans denk ik dat Cees Dekker zich goed realiseert dat het reeds geruime tijd overbodig is om God als verklaring in te roepen voor natuurlijke fenomenen. De evolutietheorie staat al lang op eigen benen. Ze heeft geen nood aan moderne invullingen van de natuurtheologie om haar werk te doen. Die zogenaamde 'theïstische evolutie', evolutie die aangestuurd wordt door God, raakt kant noch wal. Mocht er toch iets van aan zijn, dan is dat vooral een probleem voor God zelf. Welke God laat tientallen miljoenen soorten uitsterven door evolutionair geklungel? Welke God zadelt zijn favoriete soort op met een waslijst aan genetische aandoeningen?
Als evolutie door natuurlijke en seksuele selectie de beste methode is die een volmaakte God kon bedenken om organismen en soorten te creëren, dan is zijn enige excuus voor zoveel geblunder dat hij niet bestaat.
In het interview in De Standaard verwijst Dekker ook naar de oerknal. Hij zegt: 'Als wetenschapper kan je er niet veel over zeggen', om dan toch te concluderen dat 'een religieuze duiding' redelijker is dan de veronderstelling dat God een illusie is. Ik vrees dat hij zich ook hier vergist. De moderne kosmologie maakte grote vorderingen in een verklaring voor het universum zonder dat we een goddelijke scheppende kracht moeten veronderstellen. (Nog los van de oude, en terechte vraag waar die scheppende God dan wel zelf vandaan kwam. Misschien geschapen door een andere God? Of uit het niets ontstaan? Maar waarom zou het universum zelf dan niet uit het niets kunnen zijn ontstaan?) Wie hierover meer wil weten, zie het boek van Lawrence Krauss: Universum uit het niets (2012) en zijn lezing over hetzelfde onderwerp. Wel een beetje doorbijten, het is geen simpele kost.
(Niet zozeer omdat de wiskunde en wetenschap ingewikkeld is, maar vooral omdat het zo contra-intuïtief is. Ons brein zegt ons immers dat alles een oorzaak heeft, dus moet dat ook waar zijn voor het universum. Maar niet alles wat het brein vertelt, is waar. En in mijn ervaring al zeker niet wanneer het over andermans brein gaat.)
Uiteindelijk, en ook dat blijkt uit het interview, maakt Cees Dekker zich zoals veel gelovigen zorgen over de menselijke waardigheid, over de zin van het leven en andere existentialistische kwesties. Zonder God zou dit alles blijkbaar worden aangetast. Dekker beweert dat in een 'atheïstisch beeld' die noties 'in essentie illusies zijn'. Hij vervolgt: 'In een religieus wereldbeeld valt dat alles op zijn plaats.' Nochtans kunnen miljoenen ongelovigen Dekker geruststellen. Het geloof in een god is echt niet nodig om het leven zinvol te vinden en om elkaar met waardigheid en respect te behandelen. Wie vandaag zijn geloof verliest, vindt morgen niet dat alles wat waardevol is aan het menselijk bestaan slechts 'een illusie' is. Gelukkig vind ik die hele cancel culture twijfelachtig, want anders zou ik er nadrukkelijk op moeten wijzen dat Dekkers bewering een zeer beledigend karakter heeft.
Kwintessens
Hoogleraar wijsbegeerte UGent en lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman -
Meer van Johan Braeckman

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws