Kwintessens
Geschreven door Nick De Clippel
  • 1836 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

1 februari 2021 Over woke en white scepticism
Wie de betere boekenwinkel binnenloopt, kan daar op twee tegenover elkaar opgestelde stapeltjes stuiten. Aan de ene kant liggen boeken zoals 'White Fragility' van Robin DiAngelo; 'Why I'm No Longer Talking to White People About Race' van Reni Eddo-Lodge, en 'How To Be an Anti-Racist' van Ibram X. Kendi. Laten we dit de woke-stapel noemen, naar het geuzenwoord voor het nieuwe activisme dat strijdt tegen racisme, genderongelijkheid en seksuele discriminatie. Wie woke is, is wakker en zich scherper bewust van alles wat fout loopt. Aan de andere kant liggen 'The Once and Future Liberal' van Marc Lilla; 'The Madness of Crowds' van Douglas Murray, en 'Cynical Theories' van James Lindsay & Helen Pluckrose. Dat soort boeken. Bij gebrek aan een betere term, noem ik dit de contra's.
De twee stapels zijn erg Angelsaksisch, wat niet wegneemt dat deze lucratief geworden dubbelfranchise via het Verenigd Koninkrijk overwaaide naar ons vasteland. Volgens Pascal Bruckner, een van de Franse contra's, gaat het daarbij om een 'karikaturale veramerikanisering' van Europa: men kan uiteraard altijd racisme in de Verenigde Staten vergelijken met racisme aan deze kant van de oceaan, maar wie dat doet, kan niet anders dan struikelen over grote en essentiële verschillen waar het Europese activisme bijna altijd overheen stapt. Maar goed, in Frankrijk schreef ex-voetbalgod Lilian Thuram zopas La pensée blanche, terwijl Caroline Fourest in Jeunesse offensée woke de wacht had aangezegd. In Nederland maakt Gloria Wekker de minderheden wakker, terwijl Arjen Lubach daar de draak mee steekt. In Vlaanderen deed Dalilla Hermans het discours van Eddo-Lodge dunnetjes over (letterlijk en figuurlijk), terwijl het kerstessay van Michael Van Peel grinnikend wees op onderzoek waaruit blijkt dat extreem-woke en extreemrechts aan een gelijkaardig psychologisch profiel beantwoorden.
Het is dus enigszins paradoxaal dat beide stapels ook veel gemeen hebben met elkaar. Wie pakweg Murray leest en dan Eddo-Lodge (of omgekeerd), krijgt het verwarrende gevoel dat hij twee boeken leest van dezelfde alias. Beide strekkingen belagen de lezer met elk aan hun kant vaak dezelfde voorbeelden, dezelfde feiten en onderzoeken die het eigen gelijk bevestigen en de rest negeren, dezelfde overdrijvingen en riedeltjes in een gelijkaardige cocktail waarin anekdotes niet meer te onderscheiden zijn van robuuste data.
_De nieuwe kritische theorie
Toch is de ene stapel de andere niet. Filosofisch bekijkt de woke-literatuur alles door de bril van Foucault, waardoor zelfs een simpele 'goedemorgen' de kleur van 'systemische' onderdrukking krijgt. De ondertitel van Thurams gedribbel is On ne naît pas blanc, on le devient, waarmee hij de constructivistische insteek onderlijnt (al ben ik er niet van overtuigd dat Simone de Beauvoir vereerd zou zijn met de hommage). Bij de tegenpartij ontbreekt zelfs filosofische eenzijdigheid, hooguit herkent men vaag iets dat Roger Scruton gezegd kon hebben. De contraboeken hebben echter twee duidelijke kenmerken: ten eerste zijn ze in essentie reactief. Hun voornaamste programmapunt is woke tegenspreken, wat hun positie argumentatief gemakkelijker maakt. Ten tweede – en dat is belangrijk – is dat ze niet zozeer de kwaal in vraag stellen, maar wel de remedie. Ze ontkennen niet dat racisme, seksisme en onrechtvaardigheid bestaan en bestreden moet worden. Ze pleiten niet voor de illiberale democratie zonder LBGT's van de Kaczynski's (Caroline Fourest is overigens een linkse lesbische activiste). Ze betogen wel dat de wokes het allemaal verkeerd aanpakken en uiteindelijk meer kwaad dan goed dreigen te doen. De argumenten daarvoor vinden ze in de zwakke punten, de overdrijvingen en de heilloze consequenties van het nieuwe activisme. Ondergetekende staat standvastig links van het centrum, maar vindt toch makkelijk aansluiting bij de contra's. Die zijn evengoed tegen discriminatie, ze zijn soms uitgesproken links, en hun kritiek op woke snijdt hout (ook al zijn ze soms doof voor wat aan de overkant wordt gezegd). Links en rechts zijn in dit debat trouwens volledig onbruikbare termen. Zoals Pascal Bruckner eind vorig jaar schreef in Un coupable presque parfait: liberté, fraternité en égalité zijn opzij geduwd door gender, ras en identiteit. Een analyse die ruim gedeeld wordt.
Er lopen wel wat academici tussen de gangmakers van woke, maar de bekendste boeken van herauten als DiAngelo, Eddo-Lodge en Wekker staan niet echt bekend voor hun wetenschappelijke kwaliteit. Veeleer is het tegendeel waar en tekent men in peer-reviews bezwaren aan bij de methode, het gebrek aan nuance en de cherrypicking. Voor Gloria Wekker is vrouwelijke besnijdenis een 'favoriet onderwerp van witte mannen die vrouwelijke, zwarte seksualiteit willen beheersen' (elders noemt men een dergelijke uitspraak een alternative fact). Volgens DiAngelo is elke blanke per definitie een racist en dat ontkennen is daar vreemd genoeg een bewijs van. Om dat hard te maken, gebruikt ze haar eigen, idiosyncratische definities van racisme, want de courante definities zijn volgens de newspeak van DiAngelo 'misinformed'. Daar kan geen gewone logica tegenop. Maar goed, een debat hoeft niet enkel door universitairen gevoerd te worden. Sabrine Ingabire is zowel in Nederland als bij ons een luide stem en in België bewerkte Dalilla Hermans haar samenvatting van Eddo-Lodge met eigen anekdotes. De geloofwaardigheid wordt telkens gered met echte voorbeelden van tenenkrullend racisme, al smokkelt men in het zog daarvan aanvechtbare dingen het verhaal binnen. 
Het boekje van Hermans heet Het laatste wat ik nog wil zeggen over racisme en die titelgelijkenis met Why I'm No Longer … illustreert een ander kenmerk van woke. Het speelt zich in zeer grote mate in echokamers af. Alle schrijvers en schrijfsters lijken dezelfde boekenplank te delen. In elk woke-boek wordt een lijst schijnbaar verplichte codewoorden zorgvuldig afgevinkt, al steunen die termen zelden of nooit op een (wetenschappelijke) consensus en dienen ze vooral als militant geschut: call-out, tokenism, white privilege, systemisch, whitewashing, cultural appropriation, house nigger et cetera.
Een ander kenmerk is het emo-gehalte. Persoonlijke gevoelens kunnen een betoog een realistische en menselijke dimensie geven, maar voldoen nooit als basis van een betoog. Dat een persoon van kleur zich verzet tegen endemische discriminatie op de huurmarkt is terecht, maar de overgevoeligheid voor zogenaamde 'micro-agressions' (bijvoorbeeld: bent u in België geboren?) zijn van een heel andere orde. Racisme wordt dan alleen nog maar bepaald door de subjectieve reactie op een gepercipieerde agressie. De intentie van de dader is van geen tel meer. Die denktrant heet consequentialisme
Er zijn wel wat consequentialistisch denkende ethici, maar het probleem is hier veeleer dat de perceptie van de 'consequentie' illusoir is. De vraag 'bent u in België geboren?' hoeft helemaal geen negatieve consequentie te hebben, tenzij men die er zelf inlegt. Daar staat tegenover dat 'structureel racisme' reële negatieve consequenties heeft, terwijl ook daar geen intentie hoeft achter te zitten.
De nadruk op emoties bevordert ook de groei van lange tenen: Sabrine Ingabire vertelde in een van onze kwaliteitskranten dat ze huilend wegliep op een feestje omdat zwarte én blanke vrienden meezongen met een rap van Jay-Z waarin het woord 'nigga' gebruikt wordt. Die getuigenis moet dan illustreren dat racisme wild om zich heen grijpt, maar laten we hopen dat de blanke vriend niet te zwaar betaald heeft voor zijn gruwelijke misdaad. Hoe je met larmoyante subjectiviteit een politiek of sociaal programma wil uitbouwen, is niet meteen duidelijk.
De stelling dat elke blanke per definitie een racist is, komt neer op essentialisme. In casu betekent dat omgekeerd racisme, waarmee het activisme zich bezondigt aan de kwaal die het wil bestrijden. Het gaat tegelijk om een nieuw manicheïsme, want als de blanke de bron is van alle kwaad, dan staat de mens van kleur per definitie aan de goede kant van de geschiedenis. Een zwarte mens kan dan onmogelijk een racist zijn, wat een paar auteurs ook letterlijk zeggen. Nadeel is dat noch blank, noch zwart zich nog langer persoonlijk aangesproken zal voelen voor laakbaar gedrag, wat niet echt bijdraagt tot een betere wereld.
Rechtsgeleerde Kimberlé Crenshaw merkte naar aanleiding van een paar arbeidsrechtzaken correct op dat zwarte vrouwen soms twee keer gediscrimineerd werden. Die intersectionaliteit kun je verder uitbouwen waardoor een zwarte, lesbische moslima vier keer meer recht had op spreken én algauw ook om anderen het zwijgen op te leggen. Als iemand bovenaan de piramide van de verdrukten staat, staat er mutatis mutandis ook iemand onder de verdrukkers bovenaan. Die weerspiegeling toont de ultieme booswicht in de gedaante van – onheilspellend muziekje – de blanke, heteroseksuele, seculiere, niet-meer-zo-jonge cisman. Essentialisme in het kwadraat.
_Het narratief en de zondebok
Bij een groepsidentiteit hoort een verhaal en dat verhaal is bij voorkeur niet negatief. Het voornaamste doel van een eigen narratief is de solidariteit van de in-groep. Belangrijke elementen van het woke-narratief zijn: historische slavernij, actuele discriminatie, (systemische) onderdrukking, achterstelling ... Dat is in se een negatief narratief. Om dat te corrigeren moet men het voorouderlijke verleden ophemelen en voor alle schuld een zondebok vinden. Die zondebok is, zoals gezegd, de blanke man (vreemd genoeg blijft voor de slavenhandel het Arabo-islamitische en het Afrikaanse aandeel buiten schot, maar om niet op alle slakken zout te leggen laten we dat even buiten beschouwing). Dit negatieve narratief wijzen verschillende zwarte opiniemakers af omdat het samenvalt met een weinig motiverende slachtofferrol. Dat de gekleurde burger zichzelf daardoor blijvend segregeert in een reactieve positie, daar heeft woke geen oren naar.
De opflakkerende strijd tegen dekolonisering heeft ondertussen niets meer met dekolonisering te maken. Het is opnieuw een herdefiniëring om de historische schuld aan blanke zijde te actualiseren. Het punt lijkt hier niet zozeer racisme ongedaan te maken, dan wel de blanke een schuldbewustzijn aan te praten voor iets dat best vergeleken wordt met de christelijke erfzonde. Hier toont zich de moralisering van het debat, waarin één kant uiteraard de morele superioriteit opeist. Dat 'iemand die nooit een slaaf heeft gehad geen schuld heeft tegenover iemand die nooit slaaf is geweest' (Bart De Wever) is misschien wat te gemakkelijk, maar dat woke aan presentisme doet, is duidelijk. Men beoordeelt het verleden met de criteria van vandaag. Dat wil overigens niet zeggen dat symbolische excuses, zoals die van onze koning, misplaatst zouden zijn, maar de omgang met het verleden valt beter niet samen met de omgang met het heden.
_Diminuendo en crescendo
Een van de dingen die we kunnen doen om racisme te verminderen, is niet alle mistoestanden a priori als racisme bestempelen. In een paar teksten lijkt alleen al het basisgegeven dat een minderheid een minderheid is, een reden om van racisme te spreken. Net als een minderheid kan een meerderheid onmogelijk inhoudsloos en zonder betekenis zijn, maar dat weerbarstige feit a priori gelijkstellen met verdrukking maakt het probleem onoplosbaar, want de oplossing kan dan alleen maar bestaan in een omdraaien van meerderheid en minderheid, waardoor verdrukking gewoon van kant wisselt. Over microagressies hadden we het al, maar je kunt het hier evengoed hebben over de ongemakken die onvermijdelijk samengaan met een snel toenemende diversiteit.
Een paar termen kan men voor hetzelfde geld volledig anders inkleuren. Zo is volgens Caroline Fourest (en anderen) cultural appropriation vooral een welkome métissage. Als dat in de sixties koosjer was, waarom dan vandaag niet meer, vraagt ze zich af ? 'Witwassen' heeft doorgaans meer te maken met kleurloos marktopportunisme dan met discriminatie. Bepaalde feiten worden nodeloos opgeklopt: bijna al onze kranten publiceerden een tijdje geleden dat hooggeschoolde Afrikanen geen rechtvaardige kans kregen op de Vlaamse arbeidsmarkt, maar vermeldden niet dat een derde van de betrokken sollicitanten geen erkend diploma had en een ander derde het diploma aan een anderstalige universiteit behaalde, waardoor van racisme nog nauwelijks sprake kon zijn. Het volledige onderzoek stond nochtans op de website van de Koning Boudewijnstichting. In tegenstelling tot wat woke steevast beweert, neemt racisme veeleer af (polarisatie dan weer niet). Dat staat onder meer in een studie van het Leuvense Institute for Social and Political Opinion (2016). 
Black Lives Matter, maar 90% van de Afro-Americans die door geweld om het leven komen, worden door andere Afro-Amerikanen omgebracht. De Amerikaanse politie telt verhoudingsgewijs een hoger percentage zwarten dan de bevolking … De moord op George Floyd was in alle opzichten wraakroepend, maar dat neemt niet weg dat men veel gebeurtenissen of gedragingen ook anders kan duiden. Waarom dát zo belangrijk is, staat twee alinea's verder.
En dan zit er nog een extra klein kantje aan woke dat het vermelden waard is: een groot gebrek aan zelfreflectie en een opgestoken belerend vingertje. Schrijver Christophe Vekeman spreekt met een geslaagde woordspeling van een kanselcultuur.
_Waarnaartoe?
Wat is uiteindelijk de bedoeling van de woke-ideologie, vraagt Bruckner zich af in zijn laatste worp. Wat kan hier anders uit voortkomen dan een gesegregeerde maatschappij waarin elke normale man-vrouwverhouding onmogelijk is geworden (zijn boek heeft het voor een derde over genderverhoudingen)? Ik herhaal: ook Bruckner ontkent niet dat racisme en seksisme bestaan, maar zowat alles wat hierboven cursief staat, stemt hem niet gunstig als het om het bestrijden van dat onrecht gaat. Woke is de facto een politieke beweging aan het worden en wat langer geleden stelde de foute, maar lucide filosoof Carl Schmitt dat het politieke zijn ware aard toont als je zijn aannames doortrekt tot aan het uiterste, daar waar vriend en vijand benoemd moeten worden in oorlog of burgeroorlog. Dat lijkt allicht wat overtrokken, maar wie de exploten van Trumps bruinhemden wat volgde, weet dat geschiedenis ver(r)assend uit kan pakken.
Het is bijzonder eigenaardig hoe de media in grote mate het woke-vertoog welwillend en vaak kritiekloos overnemen. Acteurs en schrijfsters verontschuldigen zich voor fouten die ze niet gemaakt hebben, programma's worden aangepast of geschrapt. Mia Doornaert, Assita Kanko, Dyab Abou Jahjah en nog wat anderen mogen hier te lande wat tegengas geven, maar woke lijkt aan een lange mars door de instellingen te zijn begonnen. Momenteel vooral in de Verenigde Staten, maar als het ginder regent, begint het hier te druppelen. Woke doet workshops, krijgt columns in de krant en slaagt erin het eigenzinnige begrippenapparaat op te dringen. Het bekendste voorbeeld is de term blank: op arbitraire grond zouden we die allemaal moeten schrappen ten voordele van wit en dat lukt nog ook. Jozefien Daelemans waarschuwde in een opiniestuk dat alt-rightideeën gecultiveerd en verspreid worden langs de mainstreammedia, als een sluipend gif. Wel, dat geldt misschien ook voor andere stromingen. Woke is net als alt-right en dat soort drekproducenten zeer actief op de sociale media. Daar vinden ze elkaar én de vijand in de modder van een digitale loopgravenoorlog, maar dat die kan overwaaien naar wat anders, heeft de recente geschiedenis wel duidelijk gemaakt.
Daar zit de gevaarlijkste kant aan woke: dat ze een hele generatie jonge mensen van een tendentieuze duiding voorziet, dat ze jongeren van kleur een tunnelzicht en een slachtofferdiscours aanpraat, met de blanke (man) als a priori schuldig én veroordeeld. Jongeren leren voor een stuk wat men kwetsend mag/moet vinden. Als men bovenop onmiskenbaar racisme nog allerlei dingen gaat opkloppen en opstapelen, als jongeren van kleur aangeleerd wordt dat microagressies even erg zijn als geweigerde huurcontracten, dan wordt samenleven er niet eenvoudiger op. Jonge breinen zijn sponsen, maar ook zeer kneedbaar. Tel daarbij dat de diversiteit alleen maar zal toenemen. Het is een demografische, wetenschappelijke prognose dat de blanke in de decennia na 2060 zijn meerderheid zal verliezen in veel westerse landen (al zal hij er nog lang de grootste groep uitmaken). Dat is op zich neutraal, maar om daar geen negatief gegeven van te maken, is er nood aan een verbindend discours. Het alternatief is immers een wereld van raciale, religieuze en/of etnische eilandjes (iets waarvoor academici als Iris Young en Chadran Kukhatas daadwerkelijk pleiten) bevolkt met ressentiment. De koers die we vandaag uitzetten, bepaalt waar we morgen uitkomen.
Wat hierboven staat is uiteraard onvolledig en summier. Ondanks mijn grote scepsis geef ik nog een argument pro woke: de ongenuanceerde standpunten hebben bestaansrecht omdat de pamflettaire functie bestaansrecht heeft. Men mag aan de boom schudden, want 'wie met korte armen leeft om niets om te gooien, zal ook zelden wat raken' (Senne Rouffaer). Ik vind het prima dat het boek van Eddo-Lodge een bestseller werd. Ik hoop dat nog meer mensen het lezen, maar ik hoop ook dat verder, via een Hegeliaanse Aufhebung, de kritiek van anderen snel meegenomen wordt in een programma waarin iedereen zich kan vinden.
(foto bovenaan © Gwenny Cooman)
Kwintessens
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws