Nick De Clippel
Fons Mariën
Non-fictie
  • 1361 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

22 april 2023 Waarom Jezus van school werd gestuurd (en Mohammed ook)
In de reeks Kwintessens is een derde titel verschenen: Waarom Jezus van school werd gestuurd (en Mohammed ook). Auteur is Nick De Clippel, die we als lezers van deze site kennen als schrijver van blogartikels en boekbesprekingen. Het is een vrijzinnig boek bij uitstek, dat handelt over geloof en godsdiensten, atheïsme en de seculiere staat, de plaats van godsdienst in het onderwijs.
Nick De Clippel schreef een bijzonder boek: het handelt over heel wat en dat in een heel verstaanbare tekst. De auteur heeft niet getracht te imponeren door een ‘geleerd’ boek te schrijven. Hij goochelt meestal niet met moeilijke woorden, talloze voetnoten en een uitgebreide bibliografie. De manier waarop dit boek is geschreven maakt het toegankelijk voor een breed publiek. Dit in tegenstelling tot talrijke filosofische geschriften die de indruk van geleerdheid willen maken door obscure taal en jargon te gebruiken. Toch is het voor de lezer duidelijk dat De Clippel niet zomaar iets schrijft, in de achtergrond schuilt een grote kennis van de materie, die het resultaat is van belezenheid en boekenwijsheid. Maar de auteur blijft bescheiden en pakt niet uit met zijn eruditie.
Zoals de titel al suggereert, gaat dit boek vooral over godsdienst en atheïsme. Nick De Clippel begint met enkele begrippen nauwkeurig te omschrijven. En te benadrukken dat hij in hoofdzaak over godsdiensten in het Westen schrijft, meer bepaald het jodendom, het christendom en de islam. Hindoeisme, boeddhisme en andere oosterse godsdiensten of denkwijzen worden hier en daar vermeld maar de auteur gaat er niet dieper op in.  Nick De Clippel uit zichzelf ook expliciet als een atheïst. Hij verwerpt dan ook de metafysica, het geloof in het bovennatuurlijke.
“Mensen verdienen in principe altijd respect, maar wat ze ‘geloven’ verdient niet noodzakelijk dezelfde eer” (p. 17). Vaak is de houding van godsdiensten echter dat ze niet aanspreekbaar zijn, dat ze boven alle kritiek verheven zijn. Nick De Clippel behoudt zich evenwel het recht voor te wijzen op contradicties in wat godsdiensten ons voorhouden. Wat godsdiensten beweren, strookt veelal niet met de logica. De auteur besteedt in het kort aandacht aan het ontstaan en de evolutie van godsdiensten: “Wij weten ondertussen vrij duidelijk dat het fenomeen religie een grillig traject volgde van animisme over polytheïsme en henotheïsme naar monotheïsme” (p. 29). Ook schrijft hij over de ‘heilige teksten’, zoals Bijbel en Koran, en benadrukt hij dat alle ‘heilige’ geschriften eigenlijk mensenwerk zijn.
In het kort confronteert de auteur ook de godsdiensten met de belangrijkste inzichten van de evolutietheorie van Darwin en zijn opvolgers. Het geloof dat alles een oorzaak en een doel heeft, speelt een rol in de overleving van de mens en is tevens van groot belang in de godsdienstige overtuigingen. Het is evenwel een misvatting: natuurrampen bijvoorbeeld hebben geen doel.
De Clippel houdt een kritisch onderzoek naar allerlei beweringen over godsdienst en geloof: bijvoorbeeld dat ze bevorderlijk zouden zijn voor geborgenheid, vertrouwen, troost, zingeving en altruïsme. Hij wijst er verder op dat godsdiensten zoals het christendom en de islam voor een groot deel van hun geschiedenis totalitair waren en dat in hun naam veel geweld is gepleegd. Hij geeft toe dat in naam van niet-godsdienstige overtuigingen (ideologieën) ook veel geweld is gepleegd, maar “als bron van misdaad lijkt geloof helaas nooit op te drogen” (p.50). De Clippel wijst er ook op dat godsdiensten verdeeldheid zaaien, denk in dit verband aan de talloze godsdienstoorlogen. Hij plaatst godsdiensten ook tegenover de waarden van de Verlichting. Volgens postmodernen die alles relativeren, zouden die waarden niet universeel zijn maar zou die Verlichting gewoon westers zijn, “een soort geloof dat op zich niet meer waard is dan een ander” (p. 56). Maar de auteur vergelijkt de Verlichting met elektriciteit: “het is niet omdat die hier uitgevonden werd, dat ze westers is” (p. 56). Ook in het verre Oosten gebruikt men elektriciteit en werkt die op dezelfde manier als bij ons. En daarmee betreedt hij het debat over godsdienst en wetenschap.
Nick De Clippel meent dat vooral twee zaken verklaren waarom godsdienst nog zo alom tegenwoordig is: namelijk opvoeding en groepsinstinct. Hij besteedt eerst vele pagina’s aan het belang van dat groepsgevoel en de dynamiek van een groep. “De groep is de meest onderschatte factor van menselijk gedrag”, stelt hij (p. 70). Het is duidelijk dat wat hij schrijft berust op wetenschappelijk onderzoek. Uiterlijke en innerlijke kenmerken spelen een rol in het (h)erkennen van het behoren van een lid tot een bepaalde groep. “Religie en geloof zijn ontstaan als culturele vertalingen én versterkingen van een primitief groepsinstinct én als aanpassing aan groter geworden samenlevingsverbanden” (p. 76). Verder heeft hij het over open en gesloten groepen, inclusie en exclusie. Dat is van belang in relatie met de evolutie tot een multiculturele samenleving waarbij minderheidsgroepen uit andere culturen en met andere godsdienstige overtuigingen een plaats aan de tafel verkregen hebben.
Vooral besteedt de auteur nog aandacht aan het aspect opvoeding, en dan meer bepaald de plaats van godsdienstonderwijs in onze scholen. In dit hoofdstuk heeft hij het uiteraard over de seculiere staat en concreet over hoe in België een en ander is geregeld. Uitgebreid schrijft hij over de seculiere staat, cultuurchristendom, ietsisme, levensbeschouwelijke onverschilligheid, accomodaties voor godsdienstige groepen e.d. Hij toont zich een volgeling van filosoof Patrick Loobuyck in zijn pleidooi voor een overkoepelend vak levensbeschouwing. Hij wil dit vak in de plaats van de huidige gescheiden groepen leerlingen (volgens de overtuiging van de ouders). “In de superdiverse samenleving is er maar één (lees: één) plaats waar alle (lees: alle) toekomstige burgers op een geschoolde manier de principes van de vrije samenleving, gelijkwaardigheid en verbondenheid bijgebracht kunnen worden. (…) En dat kan allemaal samen in een vak over alle levensbeschouwingen, waar de leerling tegelijk een gereedschapskist ethiek krijgt, enige filosofische geletterdheid, wat kennis over de politieke inrichting van de moderne staat en een aanzet tot goed burgerschap” (p. 106-107).
Dit boek is heel vlot leesbaar. De Cippel hanteert een eigen stijl met een licht ironische toon. Een voorbeeld: “Het is ongetwijfeld zo dat het vrije en rijke Westen veel meer kan doen voor gelijke rechten, gelijke kansen, een eerlijkere verdeling van de taart, een veilig en gezond leven voor iedereen, en betere tv-programma’s” (p.56). De plotse aanvulling met een banaal gegeven relativeert en zorgt voor een monkellach.

“Deze tekst had ik heel graag in mijn humaniorajaren willen lezen. Hij is bovendien met veel prikkelende humor geschreven”: dit citaat van Sophia De Wolf (eveneens bekend van deze website) staat op de achterflap van het boek en onderschrijf ik volmondig.

Fons Mariën
Nick De Clippel
Fons Mariën
Non-fictie
Fons Mariën is auteur van 'Ik ben geen witte man. Over racisme en woke-activisme', uitgave in de reeks Kwintessens-cahiers.
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies