Kwintessens
Geschreven door Luc Vervloet
  • 371 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

1 maart 2021 Waarheidsvinding in de rechtbank
Dit is het tweede deel van een langere tekst.
Het eerste deel leest u hier.
Bij het achterwaarts verlaten van een parkeerplaats heb ik een belendend voertuig lichtjes 'aangeschuurd'. Ik was mij daar (daar en toen) niet van bewust en ben doorgereden. Mij wordt een vluchtdelict ten laste gelegd: dat hoort zo in een rechtsstaat. Die aanklacht luidt als volgt:
Beklaagd als hebbende als bestuurder van een voertuig […], wetende dat dit voertuig […] de oorzaak […] is geweest tot een verkeersongeval […], de vlucht te hebben genomen om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken […] (mijn vetzettingen, LV)
Dat ik de intentie had te vluchten, ontken ik met klem, maar kan ik onmogelijk aantonen. Laten we dus eens kijken naar de argumenten die de aanklager aanvoert om te bewijzen dat mijn wegrijden een gerichte, bewuste vlucht was.
  1. De aanklager beroept zich op foto's van de schade aan mijn auto, door de politie ettelijke tijd na datum genomen. Dat zijn close-upfoto's zonder perspectief of maatstaf. Het gaat om dusdanige uitvergrotingen, zonder referentiepunt(en), dat zij mogelijk de perceptie vertekenen. (Vergelijk met de foto van een insect. Indien sterk uitvergroot, lijkt een dergelijk beestje wel een monster, met zijn grote ogen, indrukwekkende kaken …). De politiefoto's suggereren ernstige schade: de schuursporen lijken diepe, langgerekte striemen. Dat is een vanzelfsprekend gevolg van close-upfotografie zonder indicatie van maatstaf of afstand/positie (van de fotograaf).
    Ter schuldbevrijding ('à décharge') heb ik ook foto's genomen. Daarop zijn de striemen in context geplaatst; ze zijn zo genomen dat (een deel van) band en wielkast zichtbaar is. Dan blijkt dat het om korte, oppervlakkige schaafstrepen gaat. De proportionaliteit wordt duidelijk.
    Welnu, baseert men zich op de politiefoto's (alleen), dan wordt mijn claim – 'ik heb het aanschuren niet gehoord of gevoeld' – onwaarschijnlijk. Steunt men (mede) op mijn foto's, dan wordt mijn aanspraak aanzienlijk geloofwaardiger.
    Iedereen die iets afweet van historische kritiek, kent de valkuilen van (ondeskundig gebracht c.q. al of niet intentioneel gemanipuleerd) beeldmateriaal. Mag van hooggeschoolden deze kennis niet verondersteld worden, zeker als hun taak er uitgerekend uit bestaat waarheid te vinden?
  2. De aanklager volgt een betwistbare redenering. In essentie is dat de gedachtegang: 'De beklaagde is weggereden en dus gevlucht'. Opnieuw: mag van hooggeschoolden niet verwacht worden dat zij enige weet hebben van logica, argumentatieleer, wetenschapsmethodiek of -filosofie? Het is niet omdat twee feiten op elkaar volgen, dat er een verband is, laat staan dat het verband bewezen is, laat staan dat het om een causaal verband gaat (naast causale, bestaan er ook correlatieve verbanden). 'Wegrijden' wijst niet noodzakelijk op 'vluchten'.
    Hoe moeten we een dergelijk niveau van waarheidsvinding kwalificeren? Buikgevoel, intuïtie, anekdotiek, 'prosecutor's fallacy' … ?
Ik ga mij op een gevaarlijk pad begeven: ik reik, gewoon ter afweging, een paar voorbeelden uit andere domeinen aan. Gevaarlijk? Welja, uit een voorbeeld, een parallel, een allegorie, een metafoor enz. kan nooit bewijskracht gepuurd worden. Een voorbeeld kan hooguit toelichten, wijzen op parallellen of aanknopingspunten, uitnodigen tot reflectie, waarschuwen voor 'schijnbare vanzelfsprekendheden' of voorbarig (ver)oordelen.
_Voorbeeld 1
Stel, ik ben leraar en merk dat een leerling zeer zwak gepresteerd heeft. Ik zou nooit op zijn rapport schrijven 'Jan heeft slechte cijfers; dus hij heeft zich onvoldoende ingezet', wetende dat er tal van redenen kunnen zijn waarom een leerling in gebreke blijft. Een dergelijk rapportcommentaar zou alleen kunnen als ik de (haast) absolute zekerheid zou hebben dat de verklaring die ik aanhaal de juiste en de enige is. En zelfs dan … (de vraag rijst of een dergelijke uitspraak psychisch en ethisch wel aanvaardbaar is). En nog iets: zo'n (zware) aantijging behoeft op zijn minst uitleg, meer zelfs: motivatie, verklaringsgrond. (Zie hiervoor ook mijn eerdere bijdrage.)
_Voorbeeld 2
In De Standaard, 8 oktober 2020: 'Kinderen van homo-ouders halen betere punten'. Deze uitspraak is misleidend en feitelijk onjuist. Waarin schuilt de denkfout? Er zijn twee gegevens: A (de seksuele geaardheid van de ouders), B (het schoolsucces van hun kinderen). Het 'buikgevoel' zegt: 'B is het gevolg van A'. Dit is een denkfout, want A en B kunnen beide het gevolg zijn van een (verborgen) factor C, of beter een factorencomplex C (bijvoorbeeld de doorgaans hogere socio-economische status van homoparen, hun hogere motivatie ten aanzien van onderwijs, hun ervaring met het overwinnen van barrières … ). Met andere woorden het verband tussen A en B is niet lineair (maar indirect) en niet causaal (maar correlatief). De krantenkop suggereert dat het de seksuele geaardheid van de ouders is die tot gevolg heeft dat hun kinderen meer schoolsucces ervaren; dát heeft het onderzoek evenwel niet bewezen.
_Concreet
Kan het zinvol zijn na te gaan of onze juristen – ik bedoel in het bijzonder rechters en parketmagistraten – voldoende breed geschoold worden om hun belangrijke taak waar te nemen? Aan hun juridische opleiding zal wellicht weinig schorten. Maar wordt voldoende aandacht geschonken aan competenties op het vlak van communicatie, ethica, psychologie, wetenschapsmethodiek en andere domeinen waarmee zij te maken krijgen? Wordt erover gewaakt dat zij een 'holistische' visie ontwikkelen en bewaren?
Kwintessens
Luc Vervloet is historicus, arabist en gewezen leraar in het GO!
_Luc Vervloet -
Meer van Luc Vervloet

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws