Kwintessens
Geschreven door Karel D'huyvetters
  • 610 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

27 juli 2021 Aloud atheïsme
Meestal gaat men ervan uit dat het atheïsme een recent verschijnsel is. Zeker de ouderen onder ons herinneren zich immers maar al te goed een Vlaanderen dat in feite één groot klooster was. Dat ook maar iemand zou opperen dat er geen God is, was zo goed als ondenkbaar. En toch …
Ik ben opgegroeid (°1946) in een katholiek midden en heb mijn hele 'actieve' leven doorgebracht in de katholieke zuil. Maar als ik daarop nu terugblik, dan realiseer ik me dat ik nooit gelovig ben geweest. Al van in mijn prilste jeugd stelde ik me spontaan vragen bij wat men mij probeerde bij te brengen over God en godsdienst. Ik was verbaasd over zoveel pertinente onwaarschijnlijkheid, en ook achterdochtig omdat iedereen zo wanhopig deed alsof ze het ernstig meenden. Al heel vroeg besefte ik dat het verhaal niet klopte, en ik zei dat ook. Dat viel natuurlijk niet in goede aarde, en zo kreeg ik de reputatie van een 'moeilijk' kind. Op (de katholieke) school leidde dat tot grove pesterijen door de priesters die instonden voor de directie en de tucht. De kwalijke herinneringen daaraan achtervolgen me tot op de dag van vandaag.
Ik haal mijn eigen voorbeeld maar aan om een ruimere gedachte te illustreren. Men moet voorwaar geen genie zijn om de verhalen en de voorschriften van de godsdienst onzin te vinden. Van zodra men dergelijke zaken verzon, waren er zowel mensen die daar lak aan hadden als anderen die zich erdoor lieten beïnvloeden, in mindere of meerdere mate. Gewone mensen wisten nauwelijks iets over de plaatselijke godsdienst, maar deden mee met de groep, zeker wanneer die zich georganiseerd had tot een gemeenschap. Die 'godsdienst' was een deel van de structuur van de maatschappij waarvan men deel uitmaakte, een geheel van gedeelde rituelen en gebruiken en verhalen, meer niet. Mensen die een goede opleiding gekregen hadden, of over wat meer gezond verstand beschikten, of zich wegens hun eigen macht en rijkdom minder gemakkelijk lieten intimideren en wat meer zelfstandig nadachten, kwamen onvermijdelijk tot dezelfde conclusie als ik in mijn kindertijd, namelijk dat het niet klopte, dat het verzinsels waren: mirakels zijn nu eenmaal onmogelijk, bovennatuurlijke wezens bestaan niet, bidden helpt geen zier, er zijn geen goden die tussenkomen in wat er gebeurt enzovoort. Men probeert ons gewoon iets wijs te maken, zoals over Sinterklaas.
De geschiedenis leert ons inderdaad dat er in onze westerse beschaving altijd al mensen waren die er zo over dachten. Dat was zo bij de Grieken en de Romeinen, van wie er talloze geschriften overgeleverd zijn die dat bewijzen. Ook bij de Joden is dat zo geweest, daarvan getuigen ook hun teksten. Het christendom was evenmin immuun voor heterodoxie, zoals men dat noemde. En ook de islam ontsnapte er niet aan.
Sommigen beweren dat er geen atheïsten waren voor de (late) 18de eeuw, en dat het vooral om een 'modern' verschijnsel gaat. Waarschijnlijk bedoelt men dan dat er voordien geen wijdverbreid en georganiseerd atheïsme was, en dat is inderdaad het geval. Maar ook sindsdien is het georganiseerde atheïsme, dat vrij goed gedocumenteerd is, een relatief beperkte en verzwegen onderneming gebleven, en dat is het nog steeds. Godsdiensten zijn sterk wervend: zij beweren als enigen over de waarheid te beschikken en achten het hun plicht om iedereen daarvan met alle middelen, niet het minst met dwang en geweld, te overtuigen. Ze zijn erg ambitieus: ze willen niet minder dan de totale heerschappij. Het zijn grootschalige 'bedrijven', met talloze betaalde werknemers en nog veel meer 'klanten', en onuitputtelijke financiële middelen, afkomstig van hun gelovigen en van allerlei 'deals'. Het atheïsme daarentegen is niets anders dan de spontane reactie van mensen met gezond verstand op zoveel onzin en bedrog. Van zodra iemand geld begint te slaan uit het atheïsme, wekt dat de achterdocht op van die mensen. Niets lijkt immers meer op een godsdienst dan een organisatie die zich als een godsdienst gedraagt.
Historici en filosofen twisten vanouds over de oorsprong van het atheïsme. De ideeën daarover zijn zo uiteenlopend dat een algemene conclusie waarschijnlijk nooit zal bereikt worden, zowel wat de voedende ideeën zelf betreft als het ogenblik waarop men voor het eerst van atheïsme kan spreken. Deze discussies hebben hun belang, maar gaan meestal voorbij aan de nuchtere vaststelling dat alle godsdiensten precies door de inherente onwaarschijnlijkheid van hun verhaal een reactie van ongeloof oproepen in het gezond verstand. Elke ongerijmde leerstelling, elk vergezocht, nutteloos of mensonterend voorschrift zal door sommige mensen afgekeurd en afgewezen worden, en die mensen zullen argumenten aanbrengen tegen de godsdienstige leerstellingen, zich verzetten tegen de macht van de godsdienst en uiteindelijk op zoek gaan naar een andere, betere voorstelling van zaken. Dat is wat het atheïsme is en beoogt.
En dat atheïsme is van alle tijden. Dat het niet de spectaculaire successen heeft behaald van de wereldgodsdiensten, mag geen aanleiding zijn tot vertwijfeling, wanhoop of pessimisme, of laatdunkendheid. Indien we niet dezelfde macht verworven hebben van de godsdiensten, kunnen we erop bogen dat we ons evenmin schuldig gemaakt hebben aan hun perfide machtsmisbruik en hun gruwelijke misdaden tegen de mensheid. Bovendien mogen we terecht trots zijn op de positieve stempel die de weinige atheïsten altijd al op onze beschaving gedrukt hebben, en op de belangrijke resultaten die dat ook voor het gemenebest heeft, niet het minst de democratie, de erkenning van de universele mensenrechten, en de wetenschap, die letterlijk ondenkbaar zijn zonder de inbreng van het atheïsme en het verzet tegen elk dwangmatig denken.
Atheïsme is van alle tijden, omdat mensen nu eenmaal in staat zijn om zelfstandig te denken en om zonder veel moeite verzinsels als zodanig te herkennen, en ze te confronteren met de waarheid. Anders dan de godsdiensten, heeft het atheïsme geen behoefte aan propaganda en macht, al verdient het ongetwijfeld vermelding en gepaste aanmoediging. Het vermogen om na te denken is genetisch gegrond en maakt onuitroeibaar deel uit van ons mens-zijn, het bepaalt ons als mens. Zeker, het is heel goed mogelijk om mensen te misleiden, dat is gebleken en blijkt nog elke dag, en niemand ontsnapt daaraan helemaal. Maar volgens een gevleugeld woord van Abraham Lincoln: 'You may fool people for a time; you can fool part of the people all the time; but you can't fool all the people all the time.'
Er zijn dus goede redenen om vertrouwen te hebben in de nadenkende mens. Er is, ondanks een onmiskenbare indruk van het tegendeel, wel degelijk voortschrijdend inzicht. De vooruitgang is niet te stuiten, omdat de mens zich uiteindelijk steeds laat leiden door welbegrepen eigenbelang, dat noodzakelijkerwijs samenwerking en solidariteit met de anderen veronderstelt. Het gezond verstand zegeviert niet altijd, maar het is onuitroeibaar en begint steeds weer bij elk kind dat geboren wordt en zich weinige jaren later spontaan die verwonderde vraag stelt waarop verzinsels geen antwoord weten: waarom?
Kwintessens
Karel D’huyvetters (°1946) legt zich toe op de geschiedenis van het atheïsme en het antiklerikalisme. Van hem verschenen Nederlandse vertalingen van de belangrijkste werken van Spinoza, met uitvoerige commentaren. Hij onderhoudt een website over Spinoza en een persoonlijke website.
_Karel D'huyvetters -
Meer van Karel D'huyvetters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws