Kwintessens
Geschreven door Rudy Van Giel
  • 603 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

6 augustus 2021 Wijziging moslimgedrag (deel 3)
In de twee eerste delen van dit essay zette ik uiteen dat het weinig zin had om in discussie te gaan met mijn islamitische patiënten, want zij hadden toch het gelijk aan hun kant. Wat ik wel probeerde, was hun zelfrespect op te krikken door hun te wijzen op alle belangrijke elementen die hun cultuur onze samenleving had bijgebracht.
En niet alleen de kruisvaarders waren de bron van alle kwaad, zoals hun op de Arabische media tot in den treure wordt voorgehouden, het grootste gevaar kwam van de andere kant, vanuit het oosten. Het bleken de Mongolen, met Dzjengis Khan aan het hoofd, die het kalifaat te gronde hebben gericht en die de verantwoording dragen voor het met de grond gelijkmaken van Bagdad; zij waren het die veel Arabisch erfgoed hebben verwoest, bibliotheken en madrassa's, wat wij in het Westen tegenwoordig Koranscholen noemen. Trouwens, in tegenstelling tot wat IS predikte, wilden de kaliefs de nalatenschap van vroegere beschavingen niet verwoesten, maar financierden zij juist de instandhouding ervan, precies zoals zij dat ook deden met het wetenschappelijk onderzoek. Daar vormt het Huis van de Wijsheid juist het bewijs van, een instituut dat amper enkele decennia na de dood van de Profeet is opgetrokken!
Soms verwees ik naar de gelijkenissen tussen de islamitische godsdienstbeleving en die van de christenen. Het zijn niet enkel de sjiieten en de soennieten die elkaar naar het leven staan, in deze contreien kon het er even verschrikkelijk aan toegaan in de strijd tussen de rooms-katholieken en de protestanten, waarbij publiekelijke autodafe's niet geschuwd werden – deden dergelijke terechtstellingen soms niet denken aan het barbaarse optreden van IS? En verwoesting van cultureel werelderfgoed zoals in Palmyra is beslist geen prerogatief van de moslims; laten we maar eens voor de geest halen wat er met het Colosseum te Rome is gebeurd, dat tot een ordinaire steengroeve werd gereduceerd om er onder andere marmer uit op te delven voor het oprichten van kerken en paleizen, zo de onderdelen al niet werden gebruikt om ze simpelweg te verbranden en er kalk uit te winnen …  Of dichter bij huis, de beeldenstorm, wat sterk appelleerde aan het recentelijk vernietigen van afgodsbeelden in Irak en Syrië. Wie weet staan losgeslagen fanatici, of ze nu uit het Oosten of uit het Westen komen, wel dichter bij elkaar dan we op het eerste gezicht zouden denken, toch?
Trouwens, een halve eeuw geleden mochten de dames hier dan misschien wel geen hijab dragen, er bestonden toch dwingende richtlijnen die hun verplichtten alleszins een hoed op hun hoofd te zetten, zeker in de kerk. En hadden mijn islamitische patiënten wel al eens ooit gezien hoe nonnen eruitzagen in de jaren vijftig, wat voor verhullende kledij die niet droegen? Een tent – of een boerka avant la lettre – als je het mij vroeg! Alleen hun gezicht bleef te midden van de massa textiel uitgespaard. Kijk, gewoon even googelen … en een foto van het internet halen …  Neen, absoluut niet, je moest daar niet zo heel ver voor teruggaan in de tijd. Toen ik jullie leeftijd had, zag je ze op die manier nog over straat lopen. En je kon in Europa zelfs slotzusters aantreffen. Dat kennen jullie niet? Dat waren religieuzen die achter tralies zaten en absoluut niet naar buiten mochten; zij bleven hun leven lang opgesloten in hun klooster.
Tussen haakjes, wisten jullie dat ook hier in vroeger tijden een strikte opsplitsing werd gemaakt tussen mannen en vrouwen? Er bestonden aparte scholen voor jongens en meisjes, en bij de gemengde instellingen, waarvan trouwens pas sprake was vanaf het secundair onderwijs, had ieder zijn eigen speelplaats, netjes afgescheiden van elkaar. Op het atheneum van Genk, waar ik middelbaar had gelopen, dienden de meisjes op de koop toe zo een vormeloze blauwe schort aan te trekken boven hun gewone kledij en op de voorste banken in de klas plaats te nemen. Afhankelijk van je geslacht kreeg ieder in de kerk een eigen specifieke zijde toegewezen waar hij of zij moest gaan zitten, de vrouwen bij het binnengaan links, de mannen rechts. In de vroege middeleeuwen ging het zelfs nog een stap verder – wat een beetje doet denken aan de moskeeën – en zaten de dames mooi afgezonderd, namelijk een verdieping hoger, hetgeen je bijvoorbeeld nog terugvindt in Rome, fuori le Mura zoals men die gebouwen noemt, 'buiten de muren', zoals met name in San Lorenzo en in Sant'Agnese. Precies als in de synagogen van de Joden. Jazeker, bij hen ook! Misschien verschillen wij allemaal wel minder van elkaar dan we op het eerste gezicht zouden denken.
En als er inderdaad maar één God bestaat, zoals zowel de islamieten, de Joden als de christenen zeggen, dan kan het toch niet anders of het moet één en dezelfde zijn voor allemaal. Hij heeft er alleen maar voor gezorgd iedere geloofsgemeenschap Zijn eigen regeltjes op te leggen. Dat zijn althans de woorden die een joodse gids in Antwerpen mij ooit vertelde. In hoeverre die echter overeenstemmen met de orthodoxe geloofsleer, daar wens ik me niet over uit te spreken.
Laten we ervan afstappen onze visie op de islam te verengen tot de destructieve krachten die tenslotte slechts van een kleine – zij het opvallende – minderheid uitgaan, maar laten wij in het Westen integendeel oog hebben voor de positieve bijdragen en ermee stoppen jongeren te marginaliseren, hun geen kansen te bieden en hen a priori als delinquenten opzij te zetten … want zulke benaderingswijze zal nooit tot oplossingen leiden. Ik denk in dit verband aan Baltische zielen van Jan Brokken dat ik in 2018 las, een boek dat mij leerde dat het Arabische kereltje, Momo, uit de roman van Romain Gary, La vie devant soi, gebaseerd is op de auteur zijn eigen jeugd in het antisemitische Vilnius. Alleen heeft de schrijver van het Jiddische jongetje dat hijzelf was begin twintigste eeuw dus een Noord-Afrikaan gemaakt en is hij tot de conclusie gekomen dat het niet uitmaakt of men nu Jood is in Litouwen, dan wel Marokkaan of Algerijn in Marseille, stuk voor stuk behoren ze allemaal tot een grote, met de nek aangekeken minderheid. Minachting is hun deel. Laten we deze trend proberen om te buigen. Misschien vormt het opvijzelen van het ego van islamitische jongeren, net als het strelen van hun trots wel een eerste stap in dit proces. Schenk hun respect in plaats van frustratie, wijs niet altijd op het negatieve, maar belicht de verwezenlijkingen van hun cultuur, zodat ze zich daaraan kunnen spiegelen om ze in hun eer en waardigheid te bevestigen – dan hoeven ze er niet voor te vechten, net zomin als voor de plaats die hun toekomt in deze moderne maatschappij.
Lees hier het tweede deel van dit essay.
Kwintessens
Geboren in Antwerpen, verkaste naar de Limburgse kompels, om ten slotte als huisarts te werken in een volkse en multiculturele wijk te Gent, waar 86 nationaliteiten bij hem stonden ingeschreven. Stof waarover hij zijn hele leven heeft geschreven. Hij publiceerde 'Kankeren. Een arts wordt patiënt' (Borgerhoff & Lamberigts), gevolgd door een tiental artikelen in diverse tijdschriften. (Foto © Johan Martens)
_Rudy Van Giel -
Meer van Rudy Van Giel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws