Kwintessens
Geschreven door Arno Keppens
  • 286 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

17 november 2021 Informatieslavernij is des levens: over onze voortplanting
Het leven op Aarde kent zeer uiteenlopende voortplantingsstrategieën: al dan niet geslachtelijk, met continue tot eenmalige geboortes, met geen tot jarenlange zorg voor het nageslacht, en alles daartussenin. De evolutionaire 'keuze' tussen kwantiteit en kwaliteit van de kroost wordt r/K-selectie genoemd. R-selectie treedt op in onvoorspelbare omgevingen, waar het loont om snel te reproduceren van zodra de omstandigheden dit toelaten. Het wordt gekenmerkt door veel nageslacht met een lage overlevingskans, korte rijping of zwangerschap, weinig tot geen ouderzorg, snelle geslachtsrijpheid, en typisch een kleine gestalte; denk aan eencelligen, vliegen, kikkers en konijnen. K-selectie, daarentegen, treedt op in stabiele omgevingen met een sterke en continue competitie om de beschikbare voedselbronnen. Dergelijke omstandigheden resulteren in weinig nageslacht met een hoge overlevingskans, lange rijping of zwangerschap (met soms toch nog onrijpe geboortes) en veel ouderzorg, trage geslachtsrijpheid, en een grote gestalte; denk aan de arend, walvis en mens.
Het zal niet verbazen dat in termen van ouderlijke (energie)investering het eerste als 'goedkoop' en het tweede als 'duur' wordt aangegeven. Uniek aan de mens – vaak de Westerse, en vaak ten koste van anderen – is dat we door de eeuwen heen voor een groot deel zelf de stabiele omgeving hebben gecreëerd waarin we nu – in bevolkingstermen misschien te goed – floreren. De alsmaar groeiende ouderlijke investering is de prijs die we betalen voor een steeds grotere voortplantingszekerheid, zowel genetisch als cultureel.
Maar met dat laatste, het culturele of zogeheten memetische pakket, is iets opmerkelijks aan de gang. Terwijl we steeds meer 'cultuur' in onze gemiddeld 1,6 kinderen per gezin (in België) moeten proppen (door steeds langere opleidingen en steeds meer hobby's) om memetische informatie via biologische dragers door te geven (duurder), gaat het kopiëren van onze culturele 'memen' – een term naar analogie met de genen – via andere kanalen steeds sneller en eenvoudiger (goedkoper). Met andere woorden, terwijl mensen en hun biologische genen naar een steeds sterkere K-selectie evolueren, maken onze memen de omgekeerde beweging: de initiële, niet-biologische reproductie van memen op basis van bijvoorbeeld enkele zorgvuldig handgekopieerde geschriften maakte middels opeenvolgende innovaties grotendeels plaats voor een r-selectie op basis van vluchtige 'posts' op het internet.
Dit is niet zomaar een analogie. De huidige memetische voortplanting voldoet inderdaad aan alle aspecten van de onvoorspelbare r-selectie: de globale digitalisering laat veel nageslacht (kopieën of reposts) op zeer korte tijd toe, zonder supervisie van de auteur (weinig tot geen ouderzorg), maar de gemiddelde 'share' heeft een kleine overlevingskans (aantal keren gelezen of gedeeld) en is vooral kort; veel tijd of moeite mag de verwerking ervan niet kosten. En dat laat zich voelen in alle domeinen. Muziekbeleving gaat van avondvullende opera's naar hypes om gestreamde drie-minuten-singeltjes, economie gaat van het (letterlijk) oppotten van baar geld naar nanoseconde transacties, wetenschap evolueert van enkele carrièrebepalende boeken naar de huidige publicatiedruk van toch minstens een artikel per jaar of zelfs maand – kwantiteit in plaats van kwaliteit. De retweet en de celdeling zijn reproductiegewijs equivalent.
Natuurlijke selectie, waaronder ook onze selectieve imitatiedrang genaamd cultuur, heeft met andere woorden trage genen uitgebreid met snelle memen. Want, 'if there is a replicator that makes imperfect copies of itself only some of which survive, then evolution simply must occur', dixit Richard Dawkins in The Selfish Gene (1976). Net als informatie is het evolutie-algoritme – 'overleef en kopieer' – substraatonafhankelijk, en werkt het dus voor gelijk welke vorm die informatie in kwestie aanneemt. De memetische voortplanting bestaat daarom net als de genetische niet in het voordeel van, maar ten koste van zijn drager. Echter, bovenop onze ondergeschikte status als informatiedrager lijkt de discrepantie tussen biologische en niet-biologische memetische voorplanting op basis van respectievelijk K- en r-selectie een bijkomende menselijke prijs te hebben.
De genetische 'survival of the fittest' is in onze informatiemaatschappij aangevuld of zelfs grotendeels vervangen door een memetische 'survival of the wittest' met de gekende (psychologische) gevolgen van dien: Terwijl we onze maatschappij zodanig inrichten dat fysieke veiligheid en kroostzekerheid steeds groter worden (K-selectie), evolueert de fysiek schadelijke strijd om biologische reproductie in een mentaal slopende strijd om razendsnelle memetische reproductie (r-selectie). Het blijkt een utopie te geloven dat we ons door 'modernisering' van de 'struggle for life' kunnen bevrijden; de biologische natuur en de moderne maatschappij zijn in dat opzicht even meedogenloos voor de informatiedrager. Door voortdurende competitie met anderen wordt elke drager namelijk onophoudelijk gestimuleerd of zelfs gedwongen om te leven op de rand van zijn kunnen, en voor schepsels met een brein geldt dat zowel fysiek als mentaal.
'The constant thinking does not apparently benefit our genes, and nor does it make us happy. The point is that once memes have appeared, the pressure to keep thinking all the time is inevitable. With all this competition going on, the main casualty is a peaceful mind. […] The unhappiness, desparation, and psychological ill-health of many modern people may reveal just this', in de woorden van Susan Blackmore – de 'moeder' van de memetica – in The Meme Machine (1999). Antropoloog Ted Cloak stelde dit nog sterker en reeds in 1975 (Is a Cultural Ethology Possible?) als volgt: 'In short, "our" cultural instructions don't work for us organisms; we work for them. At best, we are in symbiosis with them, as we are with our genes. At worst, we are their slaves'. Maar een jaar later pareerde Dawkins – opnieuw in The Selfish Gene – voor zowel onze genen als memen: 'We, alone on Earth, can rebel against the tyranny of the selfish replicators'.
De drang tot steeds 'mee zijn' en memetisch interageren of, beter nog, 'influencen', is van dezelfde orde als het paargedrag van dieren: de drager demonstreert haar/zijn reproductiepotentieel. Maar mensen hebben als enige wezens op Aarde geleerd om 'rationeel' te handelen, tegen instinctieve driften in, om zich wanneer mogelijk en gewenst aan de fysieke competitie te onttrekken. Een gelijkaardige rationaliteit is nodig om ons (minstens af en toe) te ontdoen van de ratrace der memetische informatieslavernij.
Kwintessens
Arno Keppens is wetenschapper aan de Belgian Space Pole (www.spacepole.be) en wetenschapsschrijver (www.sciencescripts.be).
_Arno Keppens -
Meer van Arno Keppens

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws